Het is gedaan. Meer dan dat ik op mijn laatste terugweg van het postkantoor van E. naar huis een vrouw licht aanreed met de fiets, kan ik daarover niet vertellen. Ik hoop dat zij de schade vergoeden, zodat ik ook na mijn definitieve vertrek het postwezen blijf tarten. Om maar te zeggen dat het ene probleem meteen wordt opgelost door een ander. Ook altijd van een grotere orde. Vorige week had ik geen tijd omdat ik brieven moest ronddragen in een provincialistisch gat, nu heb ik geen tijd omdat ik me met vrienden moet bezighouden of iets soortgelijks. Tijd voor wat precies, is onduidelijk.
Natuurlijk was er net na mijn laatste (juist) geposte brief de verwachtte euforie. Ik geloof dat ik wel even gekreund heb, en ik heb een paar sms’jes rondgestuurd over het nooit meer willen zien van een brievenbus. Geen traan heb ik gelaten en er is ook niemand verrot gescholden. Ik heb op het postkantoor zelfs nog uitgebreid staan luisteren naar het levensverhaal van een bediende die op mij zat te wachten. Had enkel het middelbaar afgemaakt, kantoor, en al twee kinderen gekregen. Op het eerste zicht een leven het niet waard door mij geleefd te worden, bedacht de teruggekeerde hautaine nicht in mij al meteen. Ik glimlachte en stemde met haar plan in om de kinderen toch naar ASO te proberen krijgen.
Een eindbalans. Voor mij hoeft het alvast niet. Het engagement dat ik voor postbodes was gaan voelen, is alweer volledig verdwenen. Ze moeten het zelf maar uitzoeken. Ik heb geen hekel aan Johnny Thijs, toch niet buitensporig. Meer nog: Ik zoek de correcte schrijfwijze van zijn naam op via google en vind een interview waarin hij iets zegt over in slaap vallen in de zetel. Een man naar mijn hart die dat toegeeft. Wel ben ik nog linkser geworden dan voorheen. Voeling met het proletariaat, hoe goor dat ook mag klinken. Ik voel me een sociaalprogressief politicus die zijn centrumpolitiek denkt te kunnen goedpraten door een minieme tijd arbeiders achterna te hollen. Gelukkig behoor ik niet tot de politieke klasse. Voorheen riep ik enkel linkse propaganda, en dat zal nu enkel verbeteren. Mensen die veertig jaar geestdodend werk moeten verrichten, waartoe de post rondbrengen weldegelijk behoort, moeten goed verzorgd worden door de samenleving. Het laatste wat we wel moeten doen, is ze pesten met een onzeker pensioen, verminderde sociale zekerheid en nog slechtere arbeidsvoorwaarden. De blok erop.
Samen met die herwonnen emoties, want dat zijn ze zeker, valt het besef dat ik ze ooit zal verliezen. ‘Wie jong is en niet links, heeft geen emoties. Wie oud is en niet rechts, geen verstand.’ Een zinsnede van een uitgerangeerde gefrustreerde Hugo Coveliers (waar is de tijd?) die weliswaar op maar weinig slaat, maar waar toch grote massa’s onderhevig aan zijn. Weinigen houden het vol om tot op de oude dag te kiezen voor een algemene solidariteit, boven de eigen zekerheden die rechts hen dan denkt te bieden. Eerst verrechtst men, om op het sterfbed te beweren plots in een opperwezen te geloven. De ultieme zekerheid voor later, mocht het sprookje toch waar zijn. Ik troost mij met mijn familie als links bastion, waar zowat niemand de idealen effectief aan de wilgen heeft gehangen. Jammer dat ik soms zo ver van hen af lijk te staan, wat mij geen recht geeft op die zekerheid. Dan maar bedenken dat er sowieso absoluut niets aan valt te doen, en het lot afwachten het enige is wat je rest. Altijd.
En geld verbrassen. Als er nou wat moet gebeuren, is het dat wel. Ik groet u.
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten