Niet kom ik terug omdat de Vlaams-Nationalisten vandaag wel erg veel noten op hun zang dachten te hebben, met alle gevolgen van dien. Niet kom ik terug omdat de beurs deze week haar heil moest zoeken bij het communisme, en hoewel het waarschijnlijk nog even zal duren voor Vlaanderen dat door heeft met veel grotere gevolgen. En niet kom ik terug omwille van Wendy Van Wanten. Zij kan mij in elk medium namelijk voluit gestolen worden. Ik wend u weer aan omdat ik mij in een erg penibele situatie bevind.
Vanaf vandaag zit ik op kot, zoals de uitdrukking gaat. Deze avond al ben ik aangekomen om morgen zo fris en monter als mogelijk mijn eerste dag aan de universiteit te kunnen aanvatten. Die in duisternis gehulde aankomst zet mijn nieuwe leefomstandigheden wel extra dik in de verf, bleek nogal gauw. Nu de maan in al haar voorspelbare romantiek de hemel bezet; durf ik geen glas water meer te drinken. Ik durf niet meer naar het toilet. Mijn stoel te verschuiven. Te scrollen met de muis. Als de dood ben ik namelijk om mijn nieuwe huisgenoten, hoewel dat erg relatief is, al van de eerste uren voor de borst te stoten met ongewenste geluiden. Dierbare vrienden lijken zo verloren te kunnen worden nog voor ik er nog maar een woord tegen heb gezegd. Enkel het geluid van een spelende gitaar drong door de muren van mijn kamer heen, en het enige wat in me opkwam was een vurige hoop om daarnaast te mogen zitten. Lekker knus. Lekker gezellig. Mijn anders nogal gemengde geest schoot het zelfs niet te binnen dat we daar maar beter het geluid van een meermaals doorspoelende plee of iets dergelijks (boormachines, geluidsboxen,…) tegenover stellen, of die herrie houdt nooit op. Erg nieuw is dat voor mij. Hiervoor deelde ik met moeders, vaders; zussen en broers dezelfde kamers, en kwam het nooit in me op mijn gewoontes en gebruiken nog maar iets zachter af te stemmen, ter bevordering van een rustige omgeving of iets dergelijks. Gegijzeld door onbekenden, zo voelt dat, of als een zielige lul.
Ik berekende natuurlijk wel dat ik die mensen hier aanwezig, ook al zie ik ze nog niet, meer dan nodig zal hebben. Anders hou ook ik me niet in. Net als alle nieuwelingen neem ik me voor de komende weken het te voeren gevecht tegen de eenzaamheid met veel bombarie te winnen. Als ik daarvoor geen water meer kan drinken, neem ik dat er met de glimlach bij. Het visioen dat ik hier over enkele maanden nog steeds enkel en alleen met mijn eigen geluiden de avonden zal moeten doorbrengen, maakt dan ook erg bang. Ik vergeef het mezelf maar dat ik daarnet even in de spiegel ging kijken of ik er wel studentikoos genoeg uitzag alvorens een huisgenoot lastig te vallen met een eerste onbeduidende vraag. Ook het grapje dat ik probeerde te maken maar zij niet begreep, vergeef ik mezelf, om me de moed al niet de eerste avond in de schoenen te zien zakken. De volgende keer als ik mezelf tegen iemand doe op botsen, neem ik me voor, bedenk ik alvast wat geestigs vooraf. Een woordspeling die in elk dialect te begrijpen valt, misschien. Misschien schrijf ik wel de hele nacht nog grappen en verzin enkele razend interessante feitjes over mezelf die ik morgen tegen mijn nieuwe klasgenoten kan uitspelen. Druk druk druk, nu al.
Gelukkig weet ik van mezelf maar al te goed dat het zo´n vaart niet zal lopen. Ik ben nu eenmaal helemaal mezelf en onberekenbaar en mal en een beetje speciaal, en over een weekje of twee durf ik alweer naar de wc.
maandag 22 september 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

1 opmerking:
Klinkt als mijn eerste kotervaringen. Het betert er niet echt op.
Een reactie posten