maandag 30 juni 2008

Op de post

Vandaag begon ik in E. als postbode. Het bleek de enige vakantiejob waar de interemsector mij capabel toe achtte, wat veel zal blijken te zeggen over die sector. Dat men wel brood in mij zag als bezorger van post, was ik pas vrijdag te weten gekomen, wat mij enkel een weekend ter mentale voorbereiding gaf. Elke keer als ik me door geldnoden weer een werkje heb laten aansmeren, lijkt het alsof een degelijke voorbereiding, die weliswaar niet in concrete bewoordingen uit te leggen valt, de latere pijn zal verzachten. Veel is daar alvast niet van aan. Meestal komt het er ook enkel op neer dat ik me – zoals dit weekend de hele tijd – voel alsof ik de dag waarop ik dien te starten naar het schavot zal worden geleid. Ik ben niet tuk op vakantiewerk.

Enerzijds komt dat omdat ik een pesthekel heb aan fysieke arbeid. Mijn leven staat in het teken van het vermijden van dat soort verspillingen van energie en tijd. Moe worden van geestdodend werk gaat zo in tegen mijn basisprincipes die ik elk moment van de dag probeer aan te hangen, tenzij er dus geld mee gemoeid is. Omdat ik me er in mijn vrije tijd zo zelden aan overgeef voel ik me dan ook, als er dan eens wat gepresteerd moet worden, ontzettend onzeker. Ik ga er steevast vanuit dat ik het mij opgelegde werk niet naar behoren zal kunnen vervullen, en waarschijnlijk zal eindigen als miet die door zijn collega’s ook voor sul en nul en lul zal worden uitgemaakt. Dat gevoel, dat ook nog tijdens de periode van tewerkstelling blijft opspelen, is meestal volledig ongegrond, en wordt deels in toom gehouden door de gedachte dat de mensen die me daar niet voor vol aanzien, zelf het een en het ander missen. Praktischer wijze ga ik er vanuit dat ik daarover wel beschik.

Mijn eerste werkdag is er eentje, net zoals mijn hele eerste werkweek, van opleiding. Opgedragen mijn ogen de kost te geven, stond ik om zes uur ‘s ochtends naast iemand te kijken hoe die brieven sorteert. Dat was de eerste keer dat de sommen geld mijn gedachtestroom verstomden. Omdat ook mijn leermeester algauw moest toegeven dat het werk waar hij zich al zeker meer dan tien jaar in professionaliseerde, niet zo erg veel voorstelde, mocht ik na een bijzonder korte opleidingsduur mee sorteren. De grote stukken dan toch, de kleine waren voor later. Omdat dit werk door meerdere mensen wordt uitgevoerd, was het tijd voor enig antropologisch veldwerk. Conclusie: Het viel nog mee. Het is al erger geweest. Op mijn eerste dag als postbode hoorde ik geen enkele politieke incorrecte grap (er werd zelfs iemand gecorrigeerd die wat naars over een allochtoon zei) en hetgeen het meeste indruk op me maakte was een vrouw die een luide scheet liet. Dan valt het allemaal nog wel mee.

Tijdens het rondbrengen van de post – wat we dus met z’n tweeën deden – moest ik me beperken tot iedereen die via zijn brievenbus geen blijk gaf niet gediend te zijn van reclame en andere rommel, te voorzien in een folder van de Aldi. Ik had me voorgenomen dat aan te voelen alsof ik de mensen die een sticker hadden vergeten te kleven moet straffen met een stuk waardeloos papier, maar toen ik degenen zag die op onze ronde speciaal voor onze komst naar buiten kwamen, leek me dat voor hen een aardig stukje lectuur. Net voor 14 u hadden we zo gedaan, wat mij niet bepaald aanstond, want ik had me daarvoor een lunchpauze door de neus laten boren. Dat deed besluiten dat, als ik deze taak volledig eigenhandig zou moeten afhandelen, ik wel eens gauw langer dan de vooraf afgesproken werktijd zou bezig zijn, wat verontrustte. Ik opperde dikbetaalde overuren, maar daar bleek niets van aan te zijn. Je wordt geacht je ronde af te kunnen werken in acht uur, dus is een regeling voor overuren onnodig volgens de top van de post. Ik nam me voor bij thuiskomst hierover Johnny Thijs te bellen, maar verkoos een hele middag durend dutje.

Mijn eerste werkdag als voorbode van nog een hele maand, viel niet mals uit, maar iets anders had ik niet bepaald verwacht. Ondertussen neem ik me voor morgen op zoek te gaan naar de romantiek achter het postwezen en adreswijzigingen in het bijzonder, wat ik verwachtte maar nog niet ondervond. De kans dat me dat die vier weken op de been zal houden, is gering maar het proberen waard.

zondag 29 juni 2008

Kon ik maar over de liefde schrijven

Gisteren raakte ik nog voor het besef kon doordringen verstrikt in wat de eerste soldendag moest voorstellen op de Antwerpse meir. Hoewel de maand juni nog loopt, bleek die winkelstraat al geheel uitgerust te zijn voor de zomersolden. Niemand had mij wat gezegd. Ik had die ochtend beredeneerd dat het winkelvolkje dat elke zaterdag, wanneer die ook valt, en eigenlijk het hele jaar door, de Antwerpse stadskern teistert, zou worden afgeschrikt door het onweer dat al een hele tijd in de lucht hing. Ervan uitgaand dat ik een van de rustigste momenten had gekozen om mij aan gewinkel over te geven, kwam ik dus aan op wat een bezet gebied leek. Erheen fietsend had de zon het wolkendek doorbroken en onder het excuus van een braderij waren de winkels alvast in afslag gegaan. Het maakte van Bockrijk meteen een aannemelijk toevluchtsoord.

Ik had schoenen nodig, daar viel weinig op af te dingen. Mijn aanwezigheid leek dus van enig nut voorzien, maar eigenlijk wilde ik niet veel anders dan de mensen waar ik gedurende de zomerzon genadelozer ging schijnen een onbetamelijk minachting voor ging koesteren. Ik had me voorgenomen wat geld uit te geven. Dankzij een in extremis opgedoemde vakantiejob, had ik plots na een lange tijd nog eens uitzicht op een aardige som geld, dus er moest wat uitgegeven. Ook na de meute te hebben gezien, bleek ik er zo over te denken en in no time stond ik in een kledingwinkel te sjouwen met zowat alles wat er ok uitzag. Het stelt mij in een mindere positie om een messcherpe analyse van het gepeupel daar aanwezig te geven, en ook een verbloemde scheldpartij behoort nu niet meer tot de mogelijkheden. Ook ik ben vatbaar voor linnen broeken, als er vijftig procent afgaat, zo is gisteren gebleken. Een trieste vaststelling. Ik verwens hierbij ook Vincent Van Quickenborne, die bij hoog en bij laag wenst te beweren dat we zoveel van dit soort momenten moeten toelaten als de winkeluitbaters dromen. Predikend dat shoppen een vrije keuze is en dat het wanneer dan ook mogelijk moet worden gemaakt, weet je dat die yup nog nooit op een zaterdagmiddag in een winkelcentrum heeft gestaan. Mensen moeten worden beschermd tegen hetgeen waar ik me die middag blijkbaar vrijwillig aan overgaf. Een identiteitscrisis voorkomend vluchtte ik zo al na een kledingwinkel en boekhandel binnen, me zo toch nog iets of wat onderscheidend van wat tegen dan zonder meelij in mijn hoofd als plebs werd omschreven. Die bleken helaas ook al volledig ingenomen. Het fundamentele verschil tussen zomer- en wintersolden is zo dat er bij degene die we nu doormaken, ook een stroom toeristen moet worden bijgenomen. Een soort mensen die zeker met dit weer bijzonder moeilijk te onderscheiden valt van de op koopjes uit zijnde kudde. Helaas houdt die laatste zich netjes aan het vooraf door projectontwikkelaars uitgestippelde traject, maar willen toeristen ook de boekhandeltjes en ander fijnzinnigs hebben gedaan. De miserie loopt zo een beetje in elkaar over, en laat geen plek meer voor verademing.

Ik heb drie winkels gedaan. Voor mij is dat een hele prestatie, want ook op rustigere momenten raak ik vaak niet verder dan twee en beweer dan al een moord te willen begaan voor een kop koffie. Deze middag vond ik echter een violiste onder een door de meute ontziende boom. Het was geen adonis vers van het conservatorium, zoals de romantiek moet voorschrijven, maar een nogal uitgeleefde vrouw die af en toe ook nog een fout speelde maar dat viel in het niets bij al het andere wereldleed dat daarvoor door mij leek te zijn moeten gedragen. Zo kon zij, in tegenstelling tot de Bach die ik even daarvoor in mijn oren had gepropt maar die me enkel nog zenuwachtiger maakte en meer deed hijgen en puffen dan zonder, mijn dag redden.

zaterdag 28 juni 2008

Ondertussen in de Vlaamse regering

Vandaag is Kris Peeters een jaar minister-president van Vlaanderen. Na een carrière bij UNIZO en drie jaar als uitverkoren vakminister onder Yves Leterme in de Vlaamse regering, mocht hij die laatstgenoemde ook opvolgen toen die een nieuwe uitdaging aanvatte. Voor iemand die nog maar een keertje aan verkiezingen deelnam, kan dat tellen. Peeters leidt zo de regering waarvoor er op dit moment geknokt wordt op federaal niveau: alles wat er straks communautair wordt binnengehaald, komt bij hem terecht. Desondanks blijft dit niveau toch eerder vaal aandoen.

Toen hij nog minister van openbare werken en leefmilieu was, werd Kris Peeters wel eens verkozen tot meest aantrekkelijke politicus die de Wetstraat te bieden heeft. Door vrouwen, neem ik aan. Om tot dat besluit te komen, moet je toch alweer dertig jaar cocoonen achter de rug hebben, gok ik. Niet dat er zoveel bloedgeile politici rondlopen in België, maar ene Karel De Gucht of Guy Verhofstadt stralen toch al wat meer karakter uit, nodig om iets van aantrekking te hebben. Los van esthetische argumenten en zijn verleden bij UNIZO, werd zo toch duidelijk dat Kris Peeters vertrouwd werd door de (hardwerkende) Vlaming. Hugo Camps schreef zo zelfs een tijdje geleden dat hij Kris Peeters een hand durfde te geven, in tegenstelling tot de meeste andere tsjeven. Kon niet van Eric Van Rompuy worden gezegd, dus werd Peeters minister-president.

In dat ambt gezeten steeg zijn populariteit nog meer. In tegenstelling tot wat zijn federale spitsbroeder zou moeten lijken, slaagt Peeters er wel in de indruk te wekken goed bestuur te leveren. Terwijl Yves Leterme druk is journalisten uit te kafferen en naar de pijpen van Bart De Wever te dansen, kunnen er op Vlaams niveau bijzonder aangename maatregelen worden aangekondigd zoals uitbreiding van de kinderzorg en een maximumfactuur voor het onderwijs. Daar valt mee te scoren, ook al hebben de beleidsmakers daar maar weinig mee te maken. De Vlaamse regering valt nu eenmaal vele en vele malen makkelijker te managen dan de gehele staat België. Waar er op federaal niveau moet worden geworsteld met bevoegdheden als migratie en justitie, die bij elke partij bijzonder gevoelig liggen, en er beslissingen moeten worden genomen over tere kwesties als euthanasie en homoadoptie, hoeven de Vlaamse ministers zich haast enkel bezig te houden met gortdroge financiële materie. Dat zou tevens best moeilijk kunnen zijn, mochten er geen hopen geld op overschot zijn. Ook al is de Vlaamse regering een samenraapsel van de drie grootste partijen en daarmee eigenlijk een vat vol tegenstrijdigheden, iedereen kan riant worden bediend van al wat het hartje begeert. Ook de afwezigheid van verschillende taalgroepen, maakt de zaak een pak simpeler.

Dat maakt dat deze regering geleid kan worden door iemand die het als manager uitstekend doet, maar daarom nog geen groot politicus is. Nog nooit kon Kris Peeters worden betrapt op een interessant idee of een nieuwe visie. Het enige wat hij moet doen, is conciërge spelen van een perfect uitgeruste villa. Dat neemt niet weg dat hij niet meer in zich heeft. Zeker nu hij minister-president is, durft hij zijn mond al eens opentrekken in het maatschappelijk debat. Zijn eis voor een grondige staatshervorming die hij koppelde aan Vlaamse financiële steun voor de federale kas, was daarvan een markant voorbeeld. Als hij zo nog even de kans krijgt om door te groeien op het geruisloze Vlaamse niveau, zou hij inderdaad wel eens een gedegen tegenkandidaat voor Leterme kunnen worden binnen de CD&V. Iemand zal daar tenslotte ooit het goed bestuur moeten herstellen, en dan heeft hij alvast de wind mee.

En Fientje Moerman? Die is iedereen al lang vergeten.

vrijdag 27 juni 2008

Bankgeheimen

Vandaag verscheen er in De Morgen een column over wat Fortis dezer dagen doormaakt. Op pagina drie, en niet ergens achteraan, want Fortis maakt groot nieuws, zo bleek. Het mocht dan wel over een bank gaan, toch werd er geschreven dat er iemand het schavot moest worden opgedragen en er waren andere mensen aan het deserteren. Daar kijk je van op. Zoiets valt ook wel eens te lezen over een potje voetbal, of in het beste geval over een bananenrepubliek in Afrika of Zuid-Amerika, maar dat een bankbediende het schavot moest worden opgedragen was nieuw voor mij.

Ik volg het beursnieuws niet echt. Zeker zolang het weggemoffeld blijft in aparte katernen of zenders, gaat het meestal volledig aan mij voorbij. Waarschijnlijk heeft dat met mijn leeftijd te maken, die mij vrijstelt van beursperikelen tot nog toe, maar ook omdat de relevantie me er vaak van ontgaat. Het gaat alleszins mijn petje te boven. Een buitenlands conflict is makkelijk: je krijgt te lezen wie er tegen wie vecht en meestal wordt er ook voor jou geschat hoeveel slachtoffers er al zijn gevallen. Ook politiek nieuws valt zo nog best te ontrafelen, maar vanaf dat de beurs wordt aangeraakt, liggen de zaken anders. De slachtoffers zijn me daar steeds zo onduidelijk. Dat elke klant een slachtoffer is van zijn bank, is algemeen geweten. Een tijdje geleden toonde een reportage van Panorama nog eens aan hoe zij te werk gaan om hun klanten zoveel mogelijk geld uit hun zakken te kloppen. Daar moet je niet al te veel woorden aan vuil maken. Is eigenlijk ook weinig mis mee. Zolang het binnen de wet blijft, doet iedereen zijn zin. Iedereen mag trouwens zo naderhand wel doordrongen zijn van dat gegeven. Wie naar een bank stapt, moet inleveren. Maar daar gaat het dus helemaal niet over. Wat er zich vandaag afspeelt, vindt plaats tussen al diegenen die winst proberen te maken uit die strategieën.

Je hebt de topmanagers. Dat zijn de slechten, al een tijdje. Zij lijken bakken poen te verdienen, en wij niet. Daar kan je vanalles over zeggen, maar eigenlijk is dat niet meer dan wat vraag en aanbod ons brengt, en op dat principe teren er velen. Bij Fortis wordt nu het ontslag geëist van de lokale topmanagers, door de beleggers. Die beleggers, nieuwe groep, zijn mensen die zonder een hol te doen toch geld proberen te verdienen. Ze zijn sowieso niet financieel onbemiddeld, want je hebt al wat nodig om te kunnen mee spelen, maar daar proberen ze dus nog meer van te maken. Dat lukt niet altijd, zoals vandaag. Op dat soort momenten, wordt iedereen plots geacht medelijden te hebben met die (voornamelijk) kleine belegger en voor hen in de bres te springen tegen de grote jongens. Krijgen we iemand te zien die zijn hele hebben en houwen had geïnvesteerd in een bedrijf, en nu dus alles kwijt lijkt. Niet slim. Meer kan je daar toch niet over zeggen. Beter opletten de volgende keer. Ook dat. Desondanks denken die kleine beleggers over rechten te beschikken die mij vreemd in de oren klinken. Ze zien in hun lot en mij volkomen onbekend hoger belang. Tenslotte proberen zij, net als die top managers, winst te maken op de kap van de klanten. Ik vind dat eerlijk gezegd niet sympathiek van hen. Als eentje daarmee dan eens al zijn geld kwijtspeelt, moet daar maar niet te veel om getreurd.

Toch wordt dat soort intern nieuws breed uitgesmeerd in de pers. Het lijkt ons allen aan te gaan. Andere krachten moeten zich gaan moeien om het zaakje op te lossen, want kosjer is het niet. Het lijkt mij allemaal wat overdreven. Mensen die geld verliezen aan de beurs, lijkt mij net als mensen die geld verdienen aan diezelfde beurs, een van de basisprincipes ervan. En dat weet iedereen. Niet zeuren dus.

donderdag 26 juni 2008

Tamara

Dinsdag kwam er na wat een eindeloze reeks afleveringen leek te worden dan toch een einde aan de telenovelle Sara, de reeks waarin een seute zich laat transformeren tot…een ander soort seute. Je kan er om huilen of om juichen, veel maakt het niet uit want het volgende televisieseizoen hebben we er alweer een andere aan ons been. De ontknoping zag ik niet – ik was verhinderd – en ik kan dus alleen maar aannemen dat het goed afloopt, maar af en toe een halve aflevering was blijkbaar genoeg om een uitgesproken mening aan dat programma over te houden. Ik ben niet de enige.

Sara is fundamenteel slecht gemaakt. Dat is zowat het eerste dat je opvalt als het twee minuten aanstaat. De mensen die eraan meewerkten werden dan ook geacht elke dag een hele aflevering klaar te hebben, dat laat je niet veel speling voor kwaliteit. Acteurs die het op een ander wel goed doen, vervallen daardoor in vreselijke clichés en ander lelijks. Het zal er ook wel wat mee te maken hebben dat de replieken leken geschreven te zijn door een kleuterklas, maar dat leunde nou eenmaal erg sterk aan bij de verhaallijn. Ook wat al de rest dat komt kijken bij het maken van televisie betreft, was er gekozen voor de meest voor de hand liggende keuzes. Lekker makkelijk, lekker goedkoop.

Een ramp is dat niet. Vlaamse fictie is altijd goed, al is het maar omdat het acteurs die anders thuis zitten werk en geld verschaft. Op Vlaamse fictie waar en masse naar wordt gekeken, valt ook maar weinig af te dingen, want dat kan enkel maar betekenen dat er in de toekomst nog meer Vlaamse fictie komt, met dezelfde gevolgen. Vreemd is daarentegen wel welke aandacht dat programma heeft gekregen. Als een hype omschreven, kwam er plots een stroom aan artikels over Sara op gang in alle media. Elke acteur die in meer dan tien afleveringen van de serie zat, kreeg plotseling een mooi interview in een dag- of weekblad naar keuze. Ook de zelfverklaarde kwaliteitspers moest er zo aan geloven. Als kers op de taart verscheen er in De Standaard (onverantwoord interessant) een artikeltje dat enkel ging over de ontwikkeling dat Sara (de seute dus) nu ook schmink gebruikte. Nou nou nou. Daar ga je dan.

Waarom voelen kranten zich toch steeds verplicht om aan welke hype dan ook aandacht te besteden? Hoe onbenullig ook, er moet wat over gezegd. Sara mocht zelfs op de front, want er keken af en toe 1 miljoen konijnen naar de lichtbak als het haar toer was. Mijn restaurant idem dito, overigens, waarbij mij de reden nog duisterder is, maar misschien heb ik een unieke desinteresse voor het wel en wee van de kleine zelfstandige. Het toont aan hoe klein Vlaanderen eigenlijk is. Veerle Baetens mag nog zo als een pruim acteren, het is nieuw en er kijkt volk naar dus dat mens moet een (oehlala) televisiester. Voor beste actrice nog wel. Uitgekeerd door de mensen die in de sector zitten. Als het dat maar is. Het hele programma werd overigens zo in een ruk door bekroond met alles waarmee er te bekronen viel, en werd zo het beste programma van het jaar. En zo moet je het hier nog niet over politiek hebben om naar het buitenland te willen vluchten.

woensdag 25 juni 2008

Mogen wij even overgeven?

Het gaat vandaag over ons in de krant. Niet dat ik me er met plezier mee identificeer, maar ik zet mijn stukjes ook op het wereldwijde web, eveneens omdat ze kwalitatief tekortschieten om elders te worden gepubliceerd, dus voel ik me aangesproken. De Morgen schrijft vandaag zo dat er een wildgroei gaande is aan racistische, neonazistische en andere haatdragende sites. Daar valt weinig aan te doen, zo blijkt. Mensen hoeven geen naam op te geven, laat staan een adres om via Internet hun rotgedachten de wereld in te sturen. Ik doe net hetzelfde. Wat ik verkondig mag dan door de band wat menslievender zijn, de meningen zijn evenwaardig hier. Het maakt een mens niet vrolijk.

Van een nog andere orde zijn de mensen die zich ledig houden internetfora vol te pennen van bijvoorbeeld krantensites. Ook kwaliteitskranten denken te kunnen scoren door hun lezers alleszins het gevoel te geven dat er naar hen geluisterd wordt. Eerst mochten we allemaal via polls bepalen wat we van het een of ander vonden. Of het nou over de leeftijd van het liefje van Boonen ging of de toekomst van Leterme, iedereen mocht er zo zijn zegje over doen. Dat mondde dan uit in procenten en staafdiagrammen die de hoofdredacteur de volgende dag in zijn commentaarstukje kon gebruiken. Zo werd wetenschappelijk onderbouwd onderzoek niet enkel buiten spel gezet, maar moest er plots een hele hoop meer nonsens worden gelezen. De massale respons daarop indachtig – iedereen vindt het fijn te kunnen denken dat er naar hem wordt geluisterd – kan er nu bij elk artikel commentaar worden geschreven. Door welke boerenlul dan ook.

Het is erg moeilijk zelf te bepalen waar je staat in de maatschappij, en tot welke bevolkingslaag je behoort. Ik dacht altijd dat ik in dat soort tabellen nogal gemiddeld aandeed. Wat men op die fora echter placht te moeten neerschrijven, noopt tot andere gedachten. Grammatica- , laat staan spellingsregels lijken in dat universum niet te bestaan. Niemand kan er schrijven, laat staan denken. In enkele regeltjes en met de meest gore woorden denken zij personen, partijen of bevolkingsgroepen neer te moeten halen. Op niets slaande onzin die wordt verkondigd alsof het grote gelijk binnen is. Weerzinwekkend om lezen, maar het maakt ook bang. Met het risico voor elitaire lul te worden uitgemaakt: al die mensen mogen stemmen. Hoe groot hun redeneringsfouten ook zijn, hoe leugenachtig onwaar de informatie ook is waarover zij denken te beschikken, hoe blind hun haat,…in the end hebben zij evenveel te zeggen als de minister die op zijn kabinet blijft kamperen om de boel recht te houden, maar desalniettemin wordt uitgemaakt voor vuile zakkenvuller op een of genen site.

Waarom kranten het belangrijk vinden de mensen die dit schrijven in de waan te laten dat wat zij denken interessant en relevant is, is mij een raadsel. Het draagt op geen enkele manier bij aan het maatschappelijk debat, toont enkel tendensen aan waar al lang voor werd gevreesd. Dat er daarvoor ook persoonlijkheden voor door het slijk moeten worden gehaald, werkt haast wraakroepend. Wat er bijvoorbeeld werd geschreven toen Hugo Claus stierf, tartte alle verbeelding. Je gaat er vanuit dat zulke dingen zelfs niet kunnen worden bedacht, maar mensen zijn niet te beroerd om ze neer te typen, blijkbaar. Ze willen dat je reageert, maar daar heeft niemand wat aan. Het zijn verloren mensen. Elke maatschappij lijdt onder een deel van haar bevolking dat verloren is. Daar valt maar weinig aan te doen. De oorzaken liggen ook overwegend bij die maatschappij, en niet bij hen, maar daarom valt er niet meer aan te doen. Jammer, heet dat.

En daar hoor ik dus bij. Tussen neonazistische pamfletten en de fluitconcerten tegen mijn linke bloem, sta ik. Niets meer of niets minder waard. Misschien moet die gedachte maar gekoesterd.

dinsdag 24 juni 2008

Rita

Vorige week leek het even slecht te gaan met Rita Verdonk. Een van haar intiemste vertrouwelingen, Ed Sinke, bleek zich over te hebben gegeven aan financieel gesjoemel. Zo’n verhaal is voor een partij, die toch alles moet hebben van het vertrouwen dat ze opwekt, nooit goed. Trots op Nederland daalde dan ook vorige vrijdag vier zetels in de peilingen tegenover de vorige week. Toch maakt dat allemaal niet zoveel uit, bij de volgende verkiezingen maakt Rita nog steeds veel kans om als grootste overwinnaar uit de bus te komen.

De intrede van haar beweging (geen partij) in het politieke spectrum heeft de tijdsgeest dan ook danig mee. Na de dood van Pim Fortuyn leek Nederland in no time haar enige uitlaatklep voor proteststemmers verloren te hebben. Er was natuurlijk altijd de SP voor misnoegden, maar daarvoor moest je toch eerst en vooral links zijn, en ook Geert Wilders begon wat. Die laatste maakt het zo gortig met zijn plus minus fascistische uitspraken, dat hij absoluut niet iedereen die ontevreden is over het kabinet Balkenende en wat nog meer voor zich kan winnen. Dat gat wordt dus nu ruim ingevuld door Rita. Naast dat ze netter oogt. Heeft ze ook als verschil met Wilders dat zij het pure populisme aanhangt. De PVV heeft een strikte lijn die wordt gevolgd. Anti-Islam. Dat standpunt dekt een deel van de proteststemmen, maar lang niet allemaal. Rita daarentegen laat, naast een keihard standpunt over vreemdelingen (dat ze overigens niet snel onder impuls van haar cliënteel zal moeten wijzigen) en een staalharde drang om wat aan de files te doen, alles over aan haar kiezers. Ze belooft openlijk enkel te zeggen wat haar kiezers willen horen, niets meer of niets minder. Populisme pur sang.

Vraag is enkel of je daar wat tegen kan hebben. Partijen met een populistisch programma worden door de intellectuele klasse steeds opzij geschoven als onkies, zonder meer. Uiteraard staat het iedereen vrij ideeën te bevechten. Het Vlaams Belang in Vlaanderen wordt vaak als populistisch bestempeld, maar houdt er daarnaast ook een ranzig racistische ideologie op na. Daar kan je wat tegen hebben. Meer nog, daar heeft elke weldenkende mens wat tegen. Maar het populisme van Verdonk? Toen ze op drie april eindelijk haar beweging kon voorstellen aan pers en (betalend) publiek, maakte ze hooguit een schattige, ietwat onbeholpen indruk. Geen grote dreigende speeches, geen oproepen tot haat, maar enkel wat gezeur over sinterklaas. Ze stak haar hand pas in de lucht als de autocue het haar voorschreef. Het doet haast vermoeden dat Rita het werkelijk goed meent met Nederland. Rita speelt niet dat ze Den Haag spuugzat is om zo stemmen te ronselen, maar is dat gewoon. Toen ze tijdens de verkiezingen van 2006 met haar hoogstpersoonlijke campagnebus door haar moederland trok, toen nog voor de VVD, viel haar die gigantische files op. Ze kon het niet hebben dat ze soms twee uur moest wachten en dat er in Den Haag niemand klaarstond om daar wat structureels aan te doen. Zij heeft haar plan voor trots op Nederland niet bedacht, het is haar in de schoot geworpen door eigen ervaringen.

Wat moet je daar nou mee? Ook al meent ze het dan misschien wat beter dan Geert Wilders en ander tuig, wat ze zegt blijft door de band onaanvaardbaar. Ook het populisme als gedachtegoed, kan verwerpelijk worden bevonden want de waarheid ligt nu eenmaal niet bij de man in de straat maar is veel ingewikkelder. Desalniettemin kan je niet op ramkoers gaan tegen Rita. Ze meent het goed en het is jammer dat ze niet aan haar trekken kwam bij de conventionele partijen. Verdonk is zo geen meesterbrein dat uit is op stemmen om zichzelf en haar intimi van postjes en macht te voorzien waarmee ze haar enge plannen kan uitvoeren. Verdonk is net zoals al die andere mensen die straks op TON zullen stemmen: ze weet het niet meer zo goed in de 21ste eeuw en ze is misschien zelfs een beetje bang. Kan je haar dat kwalijk nemen?

maandag 23 juni 2008

The powers that be

Wie Luc Huyse dit weekend in De Morgen las, duimt dezer dagen extra hard voor de onderhandelaars van de octopusgroep. Ook al houdt de professor emeritus zich tegenwoordig vooral bezig met de politiek gevoerd in ontwikkelingslanden, het had hem niet milder gestemd over de binnenlandse ditjes en datjes. Door het van op een afstand te bekijken, zie je dan ook misschien wel echt hoe fundamenteel de crisis wel is. Voor degenen die het hier nog volgen, duurt dit schouwspel nu al meer dan een jaar, en werden we ondertussen verwend door deadlines, koninklijk bemiddelaars, interim-regeringen en wat nog meer (Bart De Wever dient vandaag nog een klacht in tegen Le Soir wegens racisme), voor wie het van buitenaf gadeslaat gaat het om een aantal mensen (de toppolitici van vandaag) die er na een jaar nog niet in zijn geslaagd een compromis te vinden.

Een van de meest opmerkelijke stellingen van Huyse is dat de politici heden ten dage simpelweg niet meer de kwaliteiten hebben nodig om een land te leiden. Daar zijn, uiteraard, verschillende redenen voor. Nog niet zo erg lang geleden, moesten toppolitici enkel een federaal beleidsniveau bezetten, naast gemeente- en provincieraden die toen voornamelijk door lokale functionarissen draaiende werden gehouden. Eind 20ste eeuw zijn daar twee bestuursniveaus bij gekomen, het Vlaamse en het Europese, die allebei steeds meer van professioneler personeel moesten worden voorzien. Zo zit vandaag niet iedereen aan de onderhandelingstafel die er misschien maar beter wel had gezeten, en is sommigen hun rol beperkt tot commentaar spuien in de media. Daarnaast heeft de politieke stiel ook veel aan aanzien moeten inboeten; het is minder aantrekkelijk politicus te willen worden dan pakweg veertig jaar geleden. Wie het is, moet alle soorten kritiek kunnen slikken, wie het niet is, verdient meestal veel meer. Het is dan ook niet opmerkelijk dat de intelligentsia van nu eerder in de private sectoren te vinden zijn dan in de Wetstraat, waar zij voor extravagant veel geld (wie moest er niet lachen met de Balkenende-norm?) welk bedrijf dan ook proberen staande te houden.

Wat moet een staat beginnen die niet meer geleid wordt door de juiste intellectuelen? Een democratie die het moet hebben van de afdankertjes, loopt op haar laatste benen. Huyse merkte correct op dat de keizer hier in België enkel hooguit nog een onderbroek aan had. Nog net niet naakt. Voor sommigen, is deze crisis dan ook een welgekomen momentum om te kunnen aantonen dat een staat geen politieke klasse nodig heeft. Het regelt zich zelf wel, en wat er overblijft, moet dan maar geprivatiseerd. Lulkoek. In een land waar meer dan tien procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, waar er steeds terug akeliger wordt omgesprongen met arbeiders en waar extreemrechts nog steeds op de loer ligt, is een sterke politieke klasse meer dan nodig. Mensen die in staat zijn verstandige beslissingen te nemen, los van nakende verkiezingen, maar ook capabel zijn die uit te leggen aan de bevolking en ze te verdedigen in het middenveld. Er moet dus terug duchtig gerekruteerd worden. In plaats van Pieter De Crem te laten pleiten voor een vrijwillige legerdienst, is het dan ook verstandiger op universiteiten op zoek te gaan naar intelligente jonge mensen. Dat zoiets via partijen moet gebeuren, is jammer en hinderlijk, maar blijft meer dan nodig. Eerder dan aan idealisten, is er nu dan ook nood aan mensen die niet te beroerd zijn een compromis te sluiten, over partij- en wat voor grenzen heen. Als daarmee een loonstijging voor politici gepaard moet gaan, is dat maar zo. Als Luc Van Der Kelen daarvoor moet afgevoerd, is dat mooi meegenomen.

zondag 22 juni 2008

Zelfbeklag, hoor.

Ik heb werk nodig. En snel. De enige planning die ik er de laatste tijd op nahield bestond uit het devies dat er in de julimaand gewerkt moest worden. Die breekt binnenkort aan, en een gewiekste deal met een werkgever ligt nog niet in het vooruitzicht, laat staan dat die, zoals bij de meeste leeftijdsgenootjes die die periode planden te werken, al binnen is. Ik hoefde nog geen veiligheidsschoenen te passen, maar dat is het dan ook.

Vorige week nog maar ben ik alle interim-kantoren langsgelopen die ik kon bedenken. Ik had me voorgenomen me te kleden in een plunje dat enig arbeidspotentieel niet aan de verbeelding moest overlaten – strak T-shirt en een jeans – maar dat liet ik maar. Je moet altijd jezelf blijven, en zo. Met hemd en jasje probeerde ik geloofwaardig te formuleren dat ook de zware arbeid mij niet afschrikte, en bij elk geluid dat de hak van mijn schoenen bij aanraking met de grond maakte, keek ik alsof ik daar niets mee te maken had. Veel heeft het niet opgeleverd. Niemand had wat voor mij, ook niet na mijn gerepeteerde grapjes over de bouwsector en gegrom dat arbeidsvreugde moest uitbeelden.

De weken en maanden daarvoor had ik alle voorstellen tot werk afgedaan als zijnde niets voor mij. Terecht uiteraard, want inderdaad, werken is niets voor mij. Op mijn moedertaal na beantwoord ik misschien wel helemaal aan de stereotype van hoe de nieuwe Vlaams-nationalisten zich een waal voorstellen: lui, werkschuw en altijd een ietwat verdwaasde blik in de ogen. Ik ben daar nogal trots op, moet ik zeggen. Ik cultiveer dat nogal graag. Elke keer als een van mijn leeftijdsgenootjes de handen uit de obligate mouwen pleegt te steken om zodoende aan geld te raken, hoest ik steevast een minachtend gesnuif op. Ik heb wel wat beters te doen, gaat het de ronde. Ik lees een boek, ik neem de krant door of ik doe op zijn minst alsof ik aan een tekst werk. Allemaal intellectueel veeleisend bezigheden, van een heel ander kaliber dan dozen…verplaatsen. Dat beeld had ik liefst de rest van mijn leven aangehangen, maar nu teistert de geldnood ook mij. Het was deze zaterdag pas dat het vooruitzicht op een financieel tekort mij pas echt bekroop, nadat het al maanden sluimerend in mijn geest had rondgedoold. De gedachte binnenkort helemaal zonder geld te zitten maakte mij (een heel klein beetje) bang. Belachelijk natuurlijk, ook al steek ik de hele dag geen pot uit, ’s avonds verschijnt er (meestal) eten op tafel. De paniek was dus van korte duur, maar aangekomen is ie zeker.

Maar goed. Mijn hele lijf is op dit moment naarstig op zoek naar werk. In mijn hoofd had zich de laatste tijd ten slotte ook al het idyllische beeld gevormd van ik die de hele maand ergens op een industrieterrein allerlei zware en nutteloos ogende werkjes moet opknappen, ondertussen gore grappen en opmerkingen roepend naar en ontvangend van mijn collega’s, om ’s avonds in de zetel te vallen en de hele tijd naar programma’s als Dr. Phill, friends en misschien zelfs nog een beetje voetbal te kijken. Wat zou dat heerlijk zijn geweest. Zo wordt het misschien ook lastig om binnenkort te kunnen genieten als ik desondanks in juli toch werkloos een boek zal kunnen lezen of iets van die strekking. Het geld dat ik aan dat idyllisch plaatje zou overhouden, is alleszins broodnodig. Hoewel dat ook al zodanig ridicuul relatief is, dat ik me haast schaam er alweer bijna een hele pagina aan te hebben gewijd.

Pieter

Bijna twee weken ver en zelfs nog geen giftige verwijzing naar onze nieuwste minister van defensie, dat begint aardig te wegen op het geheel. Het is dan ook vreemd dat de enige minister in Leterme I die er onder zijn coalitiepartners al een schaduwminister op nahoudt, hier niet eerder een stukje heeft gekregen. Ook al verschijnt zijn eerste beleidsnota dan ook pas woensdag officieel, er valt al heel wat te zeggen over Pieter De Crem.

Het is verleidelijk een opsomming te maken van alle fouten die hij tot hier toe maakte. Nu hij zes maanden minister is, heeft hij er al aardig wat op zijn naam weten te zetten, maar dat kan allemaal nog gerekend worden onder de beginnersfouten en met de mantel der liefde bedekt. Ook al zat hij nog niet zo lang geleden full time op de kap van zijn voorganger, André Flahaut, over de kleinste details, wist hij veel dat hij eigenlijk absoluut niets mocht zeggen over de kernwapens op Kleine Brogel. Ook zijn plotselinge rush om pietluttigheden te veranderen, al ging het maar over enkele bussen of mensen, kan je rekenen onder zijn dadendrang, hij wilde zich zo snel mogelijk bewijzen aan de buitenwereld. En ja, ook zijn kapsel en voorkomen moeten maar eens buiten beschouwing worden gelaten.

Wat meer opzien zou moeten baren dan dat alles, is zijn voornemen, dat hij vandaag nog eens mocht herhalen in De Zevende Dag, om de buitenlandse missies als kerntaak van het legeren te zullen stellen. Groter kan de breuk met het verleden niet zijn. Waar Flahaut wat dat betreft de boot zoveel mogelijk probeerde af te houden, en zo ook weigerde mee te stappen in de oorlog in Irak, wil De Crem terug een grotere aanwezigheid opbouwen in het buitenland. Ook tegen beter weten in. Flahaut investeerde in humanitaire taken, De Crem wil meer mankracht in Afghanistan. Als alles zoals gepland verloopt, zitten er tegen september vier F16’s en honderd militairen van Belgische komaf meer in Afghanistan dan nu het geval is. Met deze beslissing, die volgens professor Rik Coolsaet misschien wel enkel kon worden genomen door De Crem dankzij de tegenwoordige malaise in de Wetstraat, oogst hij alles behalve applaus op alle banken. De zin van de oorlog die de Verenigde Staten nu al sinds 2001 draaiende houdt in dat land, wordt dan ook door onnoemelijk veel experts in twijfel getrokken. De taliban wint weer aan macht en de regering die de VS probeerde te instaleren heeft amper een greep op wat er zich buiten de hoofdstad afspeelt. Een koerswijziging dringt zich dus op, maar aangezien de VS absoluut niet van plan lijkt die te maken, is het onverstandig je nu nog verder in te schrijven in dit lose-lose verhaal. Met zijn beslissing om dus toch tegen alle logica in meer manschappen op gevaarlijkere plekken te stationeren, kan hij enkel op goedkeuring rekenen van de Verenigde Staten en Nederland, landen die in hetzelfde schuitje zitten als waar wij in dreigen terecht te komen.

Ondanks alles lijkt De Crem zijn doel daarmee toch te bereiken. Na acht jaar waarin Verhofstadt poogde al dan niet binnen Europa en eigen positie te kiezen, meer los van de VS, lijkt De Crem die banden maar al te gretig weer aan te halen. Als hij dan enkele soldaten nodeloos risicovol moet inzetten in het buitenland om felicitaties te krijgen van zijn Amerikaanse collega heeft hij daar allerminst problemen mee. Het toont aan welke vormen het defensiebeleid weer onder christendemocratisch bewind zal aannemen. Net zoals tijdens de jaren negentig en daarvoor heeft het er alle schijn naar dat België weer als een schoothond de Verenigde Staten achterna zal huppelen. Net nu het belangrijk is voor Europa om in een drastisch veranderende economie, waarin de zwaartepunten steeds meer oostelijker opschuiven, een eigen standpunt te behartigen, los van de afbrokkelende wereldmacht die de VS is, trekt een van de meest drijvende krachten achter dat project, België, zich terug uit die evolutie. Ook europa lijkt het zo moeilijker te krijgen nu België besloot Verhofstadt in te ruilen voor Leterme en de zijnen. Je kan nog zo pro-Europees zijn als je wil, zolang dat standpunt geen gevolg vindt in je militaire acties, zullen er maar weinigen van opkijken. Kortzichtigheid die ons later duur zal komen te staan. Vooralsnog is er geen hond die ernaar kraait in de Wetstraat, want iedereen is daar veel te druk met de laatste communautaire ronde, en dan kan het buitenland wel even wachten.


Er gingen ooit geruchten dat Jan-Peter Balkenende, die met Nederland altijd al pal achter de Verenigde Staten is blijven staan, het op een akkoordje heeft gegooid met Leterme in de aanloop naar de vorige verkiezingen alhier. Zo zou de CD&V gebruik mogen maken van de marketeers en strategen die Balkenende de overwinning bezorgden, in ruil dat België zich onder Leterme meer ging engageren in Afghanistan, en zo een deel van het takenpakket en daarmee misschien ook wel de slachtoffers die aan Nederlandse kant vallen, kon overnemen. Dit is nooit nader onderzocht, maar het klinkt helaas bijzonder geloofwaardig.

zaterdag 21 juni 2008

Over boeken. Helaas.

Ik kijk wel eens een sportprogramma. Als leek, ik zeg het er maar even bij. Niet uit interesse, ook niet omdat mijn peergroup het van me verwacht, maar gewoon, omdat je nou wel eens naar een programma kijkt waarvan de zin en de onzin je ontgaat. Het is me nog nooit voorgevallen dat ik door het kijken van een half uurtje sport (dat is echt het maximum) me aangezet voelde om het zelf te gaan beoefenen. Het is op die momenten zelfs nog nooit in me opgekomen zelf aan het sporten te slaan. Hooguit een vluchtige gedachte over dat ik ook zo’n atletische lijf wil, hetzij in m’n armen, hetzij op zelfstandige basis.

Nog niet zo heel lang geleden werd Ter Zake nogal frequent afgekapt voor dit soort onderonsjes van mensen die allemaal geïnteresseerd waren in voetbal. Nu is het enkel atletiek dat nog wel eens onverwachts opduikt op onze meerwaardezender, geloof ik. Storen doet niemand zich daar echt aan, zeker toen Siegfried Bracke nog presenteerde was het eerder een opluchting als hij vervroegd naar huis mocht. Op dat soort momenten, las ik meestal een boek.

Een bruggetje!

Deze beleidslijn geldt in zijn geheel niet als het over cultuurprogramma’s gaat, zo blijkt dezer dagen weer. Jan Stevens, netmanager van canvas, zegt daaromtrent dat hij programma’s maakt voor de kijkers, niet voor de sector. Boekenprogramma’s (daar gaat het nou even om) moeten op zijn minst toevallige kijkers aanzetten tot lezen of tot wat dan ook en zijn pas in de tweede plaats bedoeld om mensen die al geïnteresseerd waren in literatuur te boeien. Zoiets. Sport, maar dan omgekeerd. Iedereen moet het kunnen begrijpen, maar haal het niet in je hoofd te vragen of Frank Raes buitenspel even wil uitleggen in zijn programma.

Tegen dat soort programma’s kan je natuurlijk niets hebben. Het is fantastisch om allerlei mensen aan te zetten tot lezen en ze kennis te laten maken met de wondere wereld van de letteren, niets liever dan dat. Alles uit de kast was daarvan een typevoorbeeld en slaagde, volgens allerhande cijfers, daarin met glans. Dat programma werd afgevoerd, de herhalingen van alles kan beter scoorden ongetwijfeld net iets beter. Om maar te zeggen dat er bij de VRT niet meteen een logica geldt aangaande boekenprogramma’s, tenzij dat ze er liefst zo ver mogelijk vanaf blijven. Het is anders allemaal vrij simpel. Als de netmanagers en marketeers een verbredend boekenprogramma willen, dan moeten ze dat maken. Daarnaast is het ook niet meer dan logisch dat ze een plek in hun uitzendschema vrij houden waar op een degelijk niveau over literatuur en al wat daarbij komt kijken kan worden gepraat. Mensen die daarin geïnteresseerd zijn hebben daar simpelweg recht op. Net als sportliefhebbers recht hebben op hun programma, net als fans van klassieke muziek recht hebben op hun eigen radio. De reden waarom hen dat niet gegund wordt door de VRT top, is eigenlijk onvindbaar. Zo’n programma zou bijzonder goedkoop zijn: een studio, een presentator en wat redactie. Ook een plek vinden om het uit te zenden kan voor canvas geen probleem zijn, ze hebben ten slotte een eeuwenoude traditie om de beste programma’s onmenselijk laat uit te zenden, dus die hoeven ze alvast niet te schenden. Het lijkt wel kwade wil tegen de boekensector, de meerwaardezender koop nog liever programma’s over auto’s bij de BBC dan een minuut aandacht te schenken aan literatuur. Zolang die fobie in leven blijft, zullen we het moeten blijven stellen met Lieven Vandenhaute. Een ramp is dat nou niet, maar het kan zoveel beter.

vrijdag 20 juni 2008

Voor A

Ik heb Patrick Janssens nooit gemogen. Eerst begreep ik niet wat een reclamejongen te zoeken had bij de toen nog socialistische partij, en nadat hij ze had omgedoopt tot sociaal progressief.anders raakte ik er niet aan uit waarom hij nou per se burgemeester van Antwerpen wilde worden. Maar hij heeft de partij vooruit geholpen, en ongetwijfeld goeie dingen gedaan voor Antwerpen, dus werd hij gedoogd.

Een eerste keer kwam dat op de helling te staan toen hij een hoofddoekenverbod door de gemeenteraad joeg. Los van elke partijlijn, maar met de steun van het VB, vond hij het nodig moslima’s hun recht op godsdienstuitoefening te ontnemen. Hij wilde een burgemeester voor alle burgers zijn, staand boven alle partijen en wat nog meer, en dacht met die maatregel te doen wat goed was voor de burger. Alleen het idee al. Dit was een van zijn krachtdaden die naast Antwerpen er op vooruit helpen er vooral voor moesten zorgen dat hij in 2006 niet zou moeten onderdoen voor Filip Dewinter en de burgemeesterssjerp zou moeten afgeven. Als daar al eens een ideologie voor moest worden vergeten, dan moest dat maar. Ook het partijbestuur steunde hem in die strijd en legde hem geen duim breedte in de weg, ook al kregen ze het daarna knap lastig om uit te leggen dat de sp.a eigenlijk tegen een verbod voor hoofddoeken was, op welk terrein dan ook. Patrick Janssens glorieerde in oktober 2006. In de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen werd hem alles kwijt gescholden want iedereen wilde koste wat koste vermijden dat Dewinter kon zegevieren in de stad waar we toch nog steeds allemaal van houden. Janssens raakte ook bij de linkse publieke opinie moeiteloos weg met zijn hoofddoekenverbod en zowat iedereen stemde, in naam van een hoger belang, op hem.

Maar nu maakt hij het wel erg gortig. Ondanks massaal protest en kritiek van bijvoorbeeld professor ruimtelijke planning Georges Allaert, raakt de burgemeester van A niet verder dan een communicatieprobleem. Wie op een reclamejongen stemt, moet weten waar ie aan begint. Vooralsnog gesteund door zijn partijgenoot in de Vlaamse regering, minister van mobiliteit Kathleen Van Brempt, blijft hij als een blok beton achter een plan staan dat niet enkel in de volksmond maar ook onder professoren als middeleeuws wordt afgedaan. Hij liet zich deze brug aansmeren in de vorm van een totaalproject waarin ook aandacht werd besteed aan openbaar vervoer e.d. Toen enkel en alleen de bouw van die Oosterweel verbinding leek over te blijven, waren ander partijen als Groen! en open-vld niet te beroerd om toe te geven dat ze fout waren, en op zoek te gaan naar mogelijkheden om de bouw ervan te ondergraven. Patrick Janssens en zijn sociaalprogressieven blijven echter om compleet onbegrijpelijke redenen (toch?) achter het idee staan, dat ruime stadsgedeelten (die naast vooral VB-stemmers vandaag ook blijken te worden benut door een schooltje voor gehandicapte kinderen) zal voorzien van kankerverwekkend fijn stof. Een burgemeester voor alle mensen, maar toch vooral voor aannemers en projectontwikkelaars.

Ik vraag me af hoe de Bekende Vlamingen die hun naam verleenden aan de campagne van Janssens in 2006 zich nu voelen. Het project was toen al gestemd en goedgekeurd, het fijn stof was al gepland. Of hoe iedereen zich voelt die toen op hem heeft gestemd. De mensen die Janssens stemden ondanks zijn verbod op hoofddoeken, kunnen terug naar Groen! De anderen zouden in 2012 wel eens en masse (terug) naar het VB kunnen lopen, en je kan ze geen ongelijk geven. Met dank aan de sociaalprogressieven.

donderdag 19 juni 2008

De Staat

Het lijkt Yves Leterme wel mee te zitten deze week. Woensdag nog slaagde hij erin de betogende boeren paaien met het voornemen een oplossing te zoeken voor hun problemen en voorkwam daarmee dat de hoofdstad volledig werd ingenomen door tractors en truckers. Dat er niet meteen een oplossing te vinden is voor het probleem van de dure brandstof en de te lage prijs die zij dezer dagen voor hun waren krijgen, zal hem worst wezen. Daarnaast mocht hij gisteren aan zijn conto toevoegen een aankondiging dat de onderhandeling over zo mogelijk alle communautaire kwesties, Brussel-Halle-Vilvoorde op kop, nog deze week zouden aanvatten. Dat werd afgesproken op het octopusoverleg van donderdagavond.

Jo Vandeurzen zat er als een geslagen hond bij. Toch lijkt de kans erg klein dat de Vlaamse partijen zich daarmee opmaken om enkele kaakslagen te incasseren in de hoop zo de regering terug fatsoenlijk te kunnen laten functioneren. Bij binnenkomst waren alle partijen, op open-vld (‘optimism is a moral duty’) na, dan ook allen bijzonder negatief. Toch nam de premier zich nogmaals voor tegen 15 juli met een compromis te kunnen komen. In de week waarin de corridor terug van onder het stof werd gehaald, lijkt hij daarmee het bij wijlen hartverscheurende en door Leterme als ongeloofwaardig bestempelde positivisme van Verhofstadt aan te nemen. Het is hem gegund, hoor.

Het kan eigenlijk alleen maar dapper worden genoemd van onze eerste minister om die bewuste 15 juli nog steeds als een deadline te beschouwen. Zijn kartelpartner Bart De Weever had die nochtans enkele weken geleden al vakkundig getorpedeerd. Voor hem maakt het alvast niet veel uit of er tegen dan wat uit de bus lijkt te komen, waarom zou hij zich dan ook inspannen om zich tegen dan te schikken naar een compromis. De vraag waarom N-VA zich hoe dan ook ooit zal willen schikken naar een compromis waarin niet het einde van de staat België staat vermeld, dringt zich zo naderhand wel op. De Wever countert aanvallen van het VB steeds met het argument dat hij in tegenstelling tot hen wel doelen verwezenlijkt, maar die wapenfeiten worden steeds onduidelijker. Naast wat Geert Bourgeois nou al jaren op media en buitenlandse handel uitvreet in de Vlaamse regering, lijkt de N-VA hooguit enkel bezig met de schijn ophouden van dat zij meewerken aan een compromis. Met succes, dat moet gezegd. Die strategie zal de partij alvast geen windeieren leggen, samen met LDD zouden ze in kartel zo’n 23 procent kunnen halen volgens sommige peilingen. Geen wonder dat de christendemocraten hen wel aan boord moeten houden, hoewel hun bijdrage aan een oplossing amper meetbaar lijkt.

Aan de andere kant (van de taalgrens) zijn het ook de walen die lastig doen. Na een jaar van heldhaftige quotes en stellingnames, lijkt het onwaarschijnlijk dat een van de Waalse partijen ooit nog op haar eentje een lans zal willen breken voor een compromis. Ze zullen het eerst onder elkaar eens moeten worden vooraleer er een constructief gesprek kan plaatsvinden met de Vlamingen. Als dan blijkt dat hun eensgezindheid zich enkel rond ideeën als de corridor bevindt, is een oplossing voor wat dan ook verder dan ooit.

Meer dan een jaar na verkiezingen zit zo alles vaster dan ooit. En zelfs als ze er tegen 15 juli, of daaromtrent, uitkomen, is er nog niets gewonnen. De daadkracht die nodig is om de echte problemen zoals de dalende koopkracht aan te pakken, zal deze regering nooit bezitten. Daarvoor is een jaar van communautair gebakkelei te destructief geweest. Als het ooit al terug goed komt tussen beide taalgemeenschappen op federaal niveau, zal het alvast zonder de CD&V zijn. Daarom is het het voornemen van Bart Somers om indien nodig Guy Verhofstadt teug aan tafel te roepen, het enige dat dezer dagen vrolijk stemt. Wat politiek betreft dan toch.

woensdag 18 juni 2008

Marijnissen

Ook al is Femke Halsema nog zo’n vrolijk gansje, was ik Nederlander, ik stemde SP. Nooit heb ik mij daarbij moeten afvragen welk aandeel Jan Marijnissen daarin had, maar het is die vraag die zich de komende maanden zal aandienen. De man die decennia lang de SP verpersoonlijkte, kondigde gisteren aan op te stappen vanwege gezondheidsredenen. Wat sneu, zeker omdat hij nog maar vijfenvijftig is. In de woorden die hij rond zijn afscheid sprak, vergeleek hij de politiek op de manier zoals hij die voerde, met topsport, en de energie daarvoor kan en wil hij niet meer opbrengen. Hij wilde ook niet meer, was het politiek gekissebis in Nederland zo langzamerhand moe gezien. Begrijpelijk.

Jan Marijnissen met een Vlaamse politicus vergelijken is moeilijk en misschien wel onmogelijk. Vooral omdat de zaak die hij verdedigt hier amper bijklank kent, het socialisme waar onze sociaalprogressieven uit voortkomen. Even werd hij door sp.a rood (een initiatief dat u ongetwijfeld niet kent) aangehaald als lichtend voorbeeld, zoals Stevaert dat ooit met Wouter Bos deed, maar veel is daar niet van gekomen. Daarnaast beschikte Marijnissen ook nog over enkele talenten die schaarser en schaarser voorkomen onder de politieke klasse hier te lande. Zo kon hij bijvoorbeeld praten. Het is lang geleden dat we hier een linkse machtshebber hebben gezien, niet te gegeneerd om een volzin te vormen. Dat is misschien wel het enige wat ons nog aan het echte socialisme van weleer kan doen denken, het ‘volkse’ gebalk van Caroline Gennez. Wij moeten het stellen met de dandy Karel De Gucht en een herinnering aan Guy Verhofstadt (hoewel niets zeker is daaromtrent), hoewel zijn qua welsprekendheid ook enkel uitblinken omdat de rest niet verder raakt dan voetbal en een pint.

Die mooie woorden van hem gebruikte hij in debatten waarin hij steeds een baken van rust bleef. Ook al heeft hij zijn hele politieke carrière net als de meeste VB’ers in de oppositie doorgebracht, nooit verlaagde hij zich tot ranzige campagnes en aanvallen op de man in plaats van op het idee. Nooit verschraalde hij tot populist, hoewel sommigen hem dat vaak genoeg probeerden aan te wrijven, en bleef hij bij zijn eigen standpunten. Zo kon je het eens zijn met Marijnissen of oneens, maar je had aan hem steeds een gedegen discussiepartner. Net nu Hugo De Ridder de aartsmoeilijke opdracht aangaat met zijn Frank Swaelen prijs in België elk jaar een moreel hoogstaand politicus te eren, verliest Nederland zo een typevoorbeeld van wat dat zou moeten zijn.

Of het vertrek van dit boegbeeld goed of slecht zal zijn voor de SP, valt af te wachten. De partij krijgt zo de kans om aan de buitenwereld duidelijk te maken dat het heus wel meer is dan enkel de voortzetting van het brein Marijnissen. Faalt de partij echter in deze opgave, lopen zij het risico al hun stemmen te verliezen aan Verdronk en Wilders, wat de Nederlandse politiek op dit moment zou kunnen missen als kiespijn. Sowieso is dit verlies een jammerlijke zaak voor politiek Nederland, want dreigen zij achter te blijven met waterige mannetjes als Rutte, Balkenende en tegenwoordig ook Bos. De kans dat zij zonder Marijnissen wel helemaal de slag om de kiezer met die nieuwe populisten verliezen, wordt zo wel echt reëel. Dan maar hopen dat een nieuwe generatie gauw genoeg opstaat, maar wat helaas al vele keren ijdele hoop is gebleken.

Jan Marijnissen was een warm mens, en daarvan zijn er te weinig in de politiek. Maar hij is niet dood.

dinsdag 17 juni 2008

Verliefd verloofd getrouwd

Het plan was minstens elke dag een stukje te schrijven. Pas op de valreep viel me nu wat te binnen. Dinsdag, 23. 57 u, de Pedo-Belg.

Over het kwaliteitsgehalte van De Standaard valt te discussiëren, maar vaststaat is dat de journalisten van die krant zich er alvast niet aan storen. Pedo-Belg wordt de man die verdenkt wordt van poging tot aanranding zo in hun kolommen genoemd. Niet dat die andere kwaliteitskrant deze zaak de geringe aandacht geeft die het verdient, maar met dat woordje spant De Standaard toch maar weer de kroon.

Elke keer als er kinderen betrokken zijn, lijken de verhoudingen plots allemaal op losse schroeven te staan. Natuurlijk is het begrijpelijk dat dit soort zaken meer aandacht krijgen dan anderen, iedereen is het er over eens dat we kinderen allemaal zo goed en zo kwaad als dat gaat moeten beschermen tegen al het slechte in de wereld, maar daar wordt wel eens bij vergeten dat het naast die kinderen ook om mensen gaat. Mensen hebben rechten. Op privacy, bijvoorbeeld (waarom mag hij met foto in de krant?), op het voordeel van de tijfel (Pedo-Belg, nog voor hij nog maar een crimineel feit heeft gepleegd), en vooral op begrip. In het verhaal dat dezer dagen in alle kranten wordt opgehangen, zou deze jongen maanden met dat meisje hebben gesproken (3000 e-mails), naar Canada zijn gereisd, enkel en alleen om haar een beurt te geven. Ik weet niet hoe U dat in de oren klinkt, maar mij enigszins onlogisch. De mogelijkheid dat die jongen van 31 en dat meisje van 13 gewoon erg goed met elkaar opschoten en, op welke manier dan ook, verliefd werden, wordt zelfs niet geopperd. Natuurlijk is dat vergezocht en naïef, natuurlijk is een vlugge wip vanzelfsprekender in het België van Dutroux en consorten, maar beiden maken misschien even weinig kans om de waarheid te mogen claimen.

Daarnaast hebben kranten helemaal niet de taak het meest vanzelfsprekende nieuws te brengen. Zeker als er geen enkel bewijs voor of nog maar aanzet tot een crimineel feit is gevonden, lijkt het bijzonder onvolwassen iemand alvast te labelen als Pedo-Belg. Desalniettemin niemand die hen op de vingers zal tikken, niemand die er nog maar wat over zal zeggen. De man uit Luik kwam misschien aan een meisje, en verliest daardoor alle bescherming. Niemand durft het nog op te nemen voor zo iemand, hoewel zijn intenties misschien enkel van goeden huize waren.

Er zou een erg mooi boek of film in kunnen zitten, maar de verbeelding daarvoor nodig heeft deze steeds enger denkende maatschappij al een tijdje verloren. Nu kunnen een man van 31 en een meisje van 13 niet meer van elkaar houden, maar waar houdt dat op? Tom Boonen raakte nog net weg met zijn deerne van zestien, hoewel hem dat na zijn lijntje wel eens werd aangewreven. Dat zelfs kwaliteitskranten ermee wegkomen, is onrustwekkend.

Ik verdedig niemand. Als die man schuldig blijkt, moet hij een eerlijk proces en wat nog meer. Maar een beetje minder vooringenomenheid, zou sommige mensen erg mooi staan.

maandag 16 juni 2008

Feest!

Vandaag is mijn blog een week oud. Een fenomenale noemenswaardigheid is het nou niet, maar ook meer omdat er naar schatting nog geen enkele bezoeker is langs geweest, vind ik het toch spannend. Hoe lang kan je schrijven zonder gelezen te worden, gaat een mens zich daarbij afvragen. Sándor Márai werd pas na zelfmoord te hebben gepleegd wereldwijd geroemd om zijn geschrijf, maar schreef desondanks niet een aanzienlijk aantal boeken. Maar goed, zo zijn we niet allemaal.

Iedereen die op internet schrijft, wil gelezen worden. Dat maakt een groot verschil met mensen die er een dagboek op nahouden of af en toe een gedicht over hun schamele eenzaamheid plegen te schrijven. Zij gebruiken het schrijven enkel therapeutisch; mensen die het menen te moeten publiceren op een site ook, maar vinden het zelf zo goed dat ze denken er anderen ook nog eens mee te kunnen animeren. Ze gaan er vanuit dat mensen hun schrijfsels op vrijwillige basis zullen lezen, ervan genieten en wat nog meer. Reacties daarbij zijn cruciaal, bewijs dat iemand het leuk vond, toegankelijk voor alle anderen, om het geloof dat dit klopt draaiende te houden.

Ik schrijf al een week stukjes zonder gelezen te worden, laat staan een reactie te ontvangen. En dat bevalt me best. De gedachte absoluut niet gelezen te worden, maakt rustig. Je hoeft je niet druk te maken om lezers die zich om de een of andere reden niet genoodzaakt voelden een buitenissig positieve reactie achter te laten of je af te vragen hoeveel mensen je tekstjes nou precies hebben beschouwd. Er kwam niemand, er is niemand en je hoeft al helemaal niemand te verwachten. Op dit moment voelt het zelfs best als comfortabel om nog geen enkele reactie te hebben gehad; eentje zou voelen als een smet op een blazoen. Hoe lang daar op te teren valt, weet niemand.

Uiteraard kan je ook zelf reacties genereren. De zoveelste test van je vrienden en kennissen organiseren door ze jouw schrijfseltjes op te dringen en om een mening achteraf verzoeken. Dat gaat vervelen. Geen van hen houdt het sowieso vol, en iedereen weet toch diep van binnen dat er meestal maar weinig waarheid in schuilt. Wat je echt nodig hebt zijn onbekenden die wat achterlaten en enkel afgaan op de kwaliteit, maar die zijn zeldzaam. Als er zo eentje zich aanmeldt, valt er op los te fantaseren wie dat dan wel mag wezen. Een hoogleraar Nederlands ligt voor de hand.

Maar dat blijven marginale verschijnselen. De meest blogs verdwijnen weer na een erg variabel tijdbestek, omdat de roem die ermee dacht te worden gehaald, uitblijft. Mensen die dachten de wereld te kunnen boeien met hun dagbesteding, foto’s van de kinderen, de huisdieren en ander leed (vermeende kwaliteiten over hun geschrijf), vallen zo gelukkig als mussen van een dak. Zo blijven er nog jaren afgesloten internetdagboeken dolen over het wereldwijde web, als zwerfaval dat mensen ooit hun leven uitwilden. Ik blijf nog wel even, geloof ik, in alle stilte, maar de gedachten dat Azielsoeker zonder meer ooit ook verdwijnt, maakte nog veel rustiger.

zondag 15 juni 2008

Het belang Dedecker

Als Jean-Marie Dedecker niet komt te overlijden, haalt zijn lijst bij de volgende verkiezingen waarschijnlijk plus minus 10 procent van de stemmen. Het zal ongetwijfeld nog iets langer duren voor hij zich aan regeringsdeelname kan wagen, maar dat zijn partij niet de weg van het VB zal opgaan, staat nu al vast.

Dedecker wegzetten als populist is makkelijk, verleidelijk, maar gaat zeker niet helemaal op. De fundamenten waarop hij zijn partijlijn op bouwt zijn uiterst liberaal, en of je het daar nu eens mee bent of niet, dat blijft een eerlijke ideologie. Vlaktaks, het zoveel mogelijk minimaliseren van de staat en het daarmee gepaard gaande wildprivatiseren, het zijn allemaal punten waar zeker een draagvlak voor bestaat in Vlaanderen en waar open-vld nooit (genoeg) is in doorgeslagen om kiezers die daarvoor bij het VB zaten daar terug weg te krijgen. Dat gedachtegoed indachtig noemde hij de journalisten van De Morgen dit weekend nog communisten, omdat ze niet meteen veel graten zagen in belastingen op erfenissen. Zijn liberale gedachtegoed maakt van hem ook ethisch bijzonder progressief, wat hij nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Pleiten voor euthanasie op alle leeftijden en alle mogelijke rechten voor homo’s (‘iedereen heeft recht op zijn miserie,’ zei hij daarover nog in De Morgen) zal er niet meteen voor zorgen dat je het VB leeg kan halen.

Dit combineert hij echter dan weer met enkele bijzonder populistische thema’s. Waar heeft hij bijvoorbeeld dat separatisme vandaan gehaald? Toen Dedecker nog lid mocht zijn van de vld, heeft niemand hem daar ooit over gehoord. Ook zijn terloopse ontkenningen van de opwarming van de aarde, maakt hem erg populair bij bezitters van jeeps en consorten, hoewel ze wetenschappelijk maar op bijzonder weinig gestoeld zijn.

Deze formule, erg vergelijkbaar met Trots op Nederland, is nieuw voor Vlaanderen en heeft hier zeker een bestaansreden. Jammer voor links helaas, want het zorgt ervoor dat een deel van het rechtse kamp dat vroeger geneutraliseerd werd door het VB weer gaat meetellen. Ook na die vermeende tien procent van volgend jaar (?) heeft lijst Dedecker nog groeipotentieel en kan die partij, als Dedecker het zelf een beetje slim aanpakt, uitgroeien tot een noemenswaardige machtspartij waar rekening mee te houden valt. Als Jean-Marie Dedecker de komenden jaren niet van een klif dondert (wat niemand hem uiteraard toewenst) kan hij er in zijn eentje voor zorgen dat Vlaanderen eindelijk het rechts bestuur krijgt waar het al decennia om vraagt. Links wordt dan een (middelgrote) minderheid en zal nooit meer de macht hebben waar geen enkele regering rond kon. Dan komen we in een scenario waarbij we het enkel moeten hebben van de (linkse?) ACW-vleugel van de CD&V, waar, om maar iemand te noemen hoor, Yves Leterme uit is gegroeid.

Alleen al daarom is Wallonië zo vreselijk belangrijk voor het voorbestaan van Vlaanderen. Aangezien bezuiden de taalgrens veeleer links wordt gestemd (eigenlijk is de MR daar de enige partij die je rechts van het centrum zou kunnen situeren) kan dit deel van het land er toch nog op zijn minst voor zorgen dat het federale niveau niet ook verandert in een rechts bastion. Scheiden we, maakt Vlaanderen zich op om net als Beieren een van de meeste conservatieve regio’s in Europa te worden. Als democraat kan je daar eigenlijk maar weinig tegen hebben, geloof ik, en zal je dat met lede ogen moeten aanzien. Barre tijden.

zaterdag 14 juni 2008

Arme Marianne

Na de gezinsdag van CD&V vorige zondag is Marianne Thyssen al enkele keren duchtig door het slijk gehaald. Haar optreden achter het spreekgestoelte waar Gert Verhulst nog gauw een stuk reclame op had geplakt voor het land waar de christendemocraten die dag vertoefden, leverde haar zelfs al een niet erg lovend stukje van Hugo Camps op. Daar was ze dan ook door de top van haar partij gedwongen een harde taal te spreken die ze zelf amper kent.

Het gaat niet goed met de carrière van Marianne Thyssen. Nadat Jo Vandeurzen minister werd en Wouter Beke even de scepter binnen de partij mocht vasthouden, was er nood aan een compromisfiguur. Iemand die niet enkel voor de leden aanvaardbaar was, maar ook de buitenwereld kon geruststellen. Omdat elke CD&V politicus die zich voornamelijk met nationale politiek bezighoudt het voorbije jaar wel minstens een uitspraak heeft gedaan die hem onaanvaardbaar maakt voor de Waalse politici, moest men wel op Europees niveau rekruteren. Ivo Belet had geluk, die mocht blijven zitten. Dankzij zijn ex-collega’s bij de VRT mag hij nog regelmatig opduiken op televisie met zijn Europese zaken. Marianne niet. Sommigen dachten ongetwijfeld dat zij al op pensioen was, maar na meer dan vijftien jaar bleek zij nog steeds naarstig, zoals het elke CD&V’er betaamt, door te werken op Europees niveau. Zij was dus perfect geschikt om nationaal voor de leeuwen te worden geworpen als voorzitter in het vooruitzicht van 15 juli en dies meer. Bovendien was het een vrouw dus viel ook Miet Smet daarmee te paaien, een wonderdoos.

Is Marianne ooit wat gevraagd? Natuurlijk niet. Op die ene vraag na, dat wel, of ze het wilde doen, maar veel keuzemogelijkheden had ze daar niet bij. De partij dankzij dewelke ze al zo lang haar gang had kunnen gaan in het Europees parlement, zonder noemenswaardig te worden lastiggevallen door verkiezingen en crises, verwachtte loyaliteit, zoals elke partij dat doet. Had Marianne geweigerd, ze zou het de volgende keer wel kunnen schudden. De vrouw van Ivo Belet, die overigens zelf niet te beroerd was geweest om ten tijden van Hertoginnendal even de woordvoerder van Yves Leterme te spelen, had dan meer kans gemaakt op het zitje van Marianne.

Nu wordt ze dus een hele tijd verplicht door de CD&V-top (allemaal mannen uiteraard) dingen te zeggen waar ze zich maar zelden in kan vinden. Vorige zondag had ze het zelfs al over kabouter splits, ongetwijfeld een ideetje van Jo Vandeurzen. Wat vloekte dat met het pakje dat ze speciaal voor deze gelegenheid had uitgezocht. Ook Plopsaland deed dat, om nog maar te zwijgen van de kinderen van Kris Peeters. Daar stond Marianne, stijlvol en gereserveerd te wezen, klaar om de tol te betalen voor jarenlang hard en goed werken op een onzichtbaar niveau. Arme schat.

Toen CD&V nog in de oppositie zat (waar is de tijd…) herinner ik me nog dat we Yves Leterme allemaal zo’n bekwaam politicus vonden. Hij stak daarmee erg af tegen de andere oppositieleiders van zijn partij, Pieter De Crem en Eric Van Rompuy, uit wiens monden toen al niet veel interessants viel op te tekenen. Kijk hoe het is gelopen, Leterme bleek het baasje te zijn van die roedel. Hopelijk houdt Marianne haar gereserveerdheid en stijl (hoewel kabouter splits al het ergste doet vermoeden) en maakt ze 15 juli op zijn minst een pak aangenamer om naar te kijken.

vrijdag 13 juni 2008

Boerenlullenland

Ondankbare honden. Ondanks haar onnodig venijnige vraagjes wist Annelies Beck het vandaag in Ter Zake toch mooi samen te vatten. Daar waren twee ex-journalisten opgeroepen om hun ongenoegen te uiten over het njet van Ierland tegen het verdrag van Lissabon.

Referenda geven altijd miserie. Wat er nu wordt geschreven, hebben we allemaal al eens moeten lezen toen ook Nederland en Frankrijk werden onderworpen aan dat soort volksraadpleging. Je zou denken dat alle Europese landen – op Polen na misschien – uit die precedenten hebben geleerd nooit de gewone man over Europa te laten oordelen, hij kent er toch niets van, maar dat was natuurlijk buiten de wil gerekend van de aloude Ierse procedures. Die verplichte mallemolen zorgde er bij het verdrag van Nice al voor dat de Ier twee referenda moest uitzitten, tot ze het gewenste antwoord gaven. Het deficit van dit systeem was dus al een keer bijzonder duidelijk aangetoond, maar er werd doorgezet. Ierland ging gisteren over een verdrag waarvan een van de contra-argumenten bleek te zijn dat ze het niet begrepen en stemde tegen, de Europese Unie kan de zaak weer eens oplossen. Dat ze er niets van begrepen kan overigens enkel gebruikt worden tegen het systeem van een referendum, niet tegen wat er bevraagd wordt, maar soit, zo diep gaat dat in Ierland blijkbaar allemaal niet.

Ierland is een van de landen binnen de Europese Unie die het meest heeft kunnen profiteren van die Europese Unie. Grof gesteld zou je kunnen zeggen dat het de subsidies van die Unie waren die Ierland na hun toetreding in 1973 stelselmatig uit de armoede heeft geholpen. Als Ierland er vandaag goed aan toe is, ligt dat niet enkel aan hun goed bestuur, maar zeker ook aan de hulp van Europa. Zeker ook daarom waren op een partij na alle Ierse partijen voor het verdrag, naast ook zowat het hele middenveld enzovoort. Desalniettemin is een zootje ongeregeld (waaronder tegenstanders van abortus, zij denken te moeten vrezen dat het verdrag van Lissabon de deur openzet voor een verplichte abortuswetgeving en ander heidens) er toch in geslaagd de Ieren mee te krijgen voor een afwijzing. Het is dan ook waarschijnlijk hetzelfde verhaal als in Nederland en Frankrijk en, indien ze ook een referendum hielde waarschijnlijk alle andere landen, het rechtse spook dwaalt nog steeds door Europa. Angst voor verandering die slecht zou kunnen uitvallen, wat ze blijkbaar terug vinden in een onleesbare tekst.

Je kan het niemand kwalijk nemen. Europa is er niet goed aan toe, staat voor gigantische (economische) verschuivingen en weet vooralsnog niet hoe het daarmee moet omspringen. Paradoxaal genoeg is dat verdrag van Lissabon net daarom zo belangrijk. Na de afgewezen grondwet is dit het enige document dat er voor kan zorgen dat Europa weer wat meer een efficiënt machtsorgaan wordt, dat, beter dan alle lidstaten afzonderlijk, kan meetellen op het internationale toneel, druk uitoefenen op bedrijven waar anders de grip op wordt verloren en kwalijke mechanismen binnen de economie afwenden. Wie denkt het als land – hoe machtig het volkslied dan ook mag klinken – alleen te kunnen rooien, heeft het helaas mis en is gedoemd ten onder te gaan als het zich daaraan overlevert. Op dat punt moeten we Bart De Wever met zijn pro-Europese discours toch ontegensprekelijk gelijk geven.

Het moet dan maar een les zijn voor alle zelfverklaarde voorstanders van referenda, je springt er maar beter heel voorzichtig mee om. Schijnbaar makkelijke zaken als abortus of euthanasie zou je dit soort speeltjes nog kunnen laten ondergaan, daar valt principieel maar weinig tegen in te brengen, maar documenten die uitblinken in juridisch jargon - het is nu eenmaal het compromis tussen 27 verschillende landen - hou je maar beter ver weg van de gewone man. Hoe populair dat ook kan overkomen, er kunnen alleen maar ongelukken van komen.

Hoe het nu verder moet, weet weer eens niemand. Een enorme vertraging, alweer, en het verlies van kostbare tijd, staan nu al vast.

donderdag 12 juni 2008

Ermee kappen

De echt grote schrijvers onderscheiden zich – volgens mij - van de middelmaat door niet over hun bezoeken aan de kapper te schrijven. Iedereen moet er heen, tenzij je het geluk hebt iemand in je directe omgeving te kennen die een ietwat vaste hand heeft, ook als daar een schaar in ligt, maar het kenmerkt de middelmatige schrijver om er wat mee aan te willen. Hoewel, Remco Campert zal er wel eens wat over hebben geschreven in De Volkskrant, maar wat wil je als je week na week columns moet afleveren van twee kolommetjes, daar leent het onderwerp zich nou eenmaal perfect toe.

Zo was ik vandaag in een kapperszaak en besloot toen ik meteen daarna een boekwinkel binnenvluchtte op zoek naar troost er een stukje over te schrijven. Dat ik me daarmee expliciet tot de middelmatige schrijvers reken, interesseert me niet. Lezers heb ik hier tot nader orde toch niet, dus maakt het mij wat uit. De reden waarom kapsalons zoveel meer geschrijf voor hun rekening nemen dan pakweg videotheken, ligt er volgens mij in dat ze een geheel eigen wereld op zich vormen. Hoewel iedereen er rondom geregeld langs moet, lijkt het steeds of alle mensen die er op het moment waarop ik binnenkom aanwezig zijn, in een heel ander universum leven dan het mijne. Het personeel zou je dat nog makkelijk kunnen aanwrijven – voor hun is het een tweede huis, met mogelijke gevolgen dus – maar ook de klanten lijken onoverbrugbaar ver van mij af te staan. Ik geneer me altijd een beetje als ik temidden van hen een boek (gebundelde columns van Remco Campert) wil openslaan. Echt lezen lukt me daar ook niet, want met dat nieuwe universum gaat ook een fundamenteel wantrouwen gepaard. Alsof de kapster van plan is een klant voor mij te nemen die pas later aankwam of een klant zelf het initiatief zal nemen om mij zo voor te steken, zit ik de hele tijd van achter het papier te kijken of me geen onrecht wordt aangedaan. Wat daar nog het meeste toe aanzet, is het gevoel dat iedereen tegen je samenspant. Het lijkt alsof je een club betreedt waar je eigenlijk niet toe behoort maar toch geduld wordt omdat je nu eenmaal geld in het ladetje brengt. Dat voelt vies.

Ik beklaag ook steeds de kapster (of kapper, eigenlijk) die mij treft. Ze lijkt in het begin nog vol goeie moed te zitten om er wat leuks van te maken, maar heeft al snel door dat ik hopeloos ben. Terwijl andere kappers naast ons vrijelijk zitten te kletsen met hun klanten, valt er over ons een loden stilte die voor beide partijen haast ondraaglijk ongemakkelijk moet voelen. Deze keer waagde ze zelfs geen poging (misschien herinnerde ze me nog van enkele maanden geleden – ik stel een kappersbezoek ook steeds zo lang mogelijk uit) en probeerde ze maar aan te pikken bij het gesprek naast ons. Het is me zo wel eens voorgevallen dat een kapster een gesprekje tegen me wilde beginnen over het weer, wat ik nogal brutaal afwende door erg hard in de lach te schieten. In mijn ogen leek ze het cliché van een kapsalon tot ongekende hoogten te stuwen, maar ik geloof dat het voor haar bittere ernst was. Na dat voorval zag ik mij dan ook genoodzaakt de volgende keer een andere zaak uit te kiezen. Zo zie ik mezelf nog jaren rondzwerven van het ene salon naar het andere, tot ik die gelegenheid heb gevonden waar ik me gerespecteerd voel in mijn bestaan, waar de uitbaters doen uitschijnen dat ze me wel begrijpen, of toch een klein beetje.

Deze keer had ik overigens wat gevonden ter compensatie van mijn stilzwijgen. Alle vorige bezoeken had ik de aanbieding van een drankje afgeslagen, als teken van dat ik zo min mogelijk met dat andere universum en alles wat daarbij komt kijken te maken wil hebben. Nu vroeg ik daarentegen wel wat, zodat we – had ik bedacht – toch ook naast het kappen van mijn haar een bezigheid hadden: Wat is het juiste moment voor koffie? Terwijl zij met mijn haar in de weer was, hield ik me ledig met te bepalen wanneer zij zodanig met mijn haar bezig was zodat ik ongestoord koffie kon drinken. Al snel had ze het begrepen en hield zij zich bezig met die mogelijkheden te creëren zodat de koffie sneller op kon. Ik geef het toe, het is wat magertjes, maar ik had toch het gevoel dat ik het een beetje bij haar goedmaakte.

Aan de bel

Als een schepen uit Sint-Niklaas, die vooral zijn huidskleur en een deelname aan de pappenheimers als verdiensten lijkt te hebben, een hele week het nieuws denkt te kunnen halen met zijn visie op het linkse gedeelte van het politieke landschap, waag ik zonder meer ook een poging.

Wouter Van Bellingen vond in eerste instantie dat links front moest vormen (laat het dan niet op partijniveau zijn, dan wel op niveau van gemeenschappelijke ideeën en projecten) om daarna te pleiten voor een herziening van het kartel sp.a-Vl.Pro waar hij deel van uit maakt; ik vat het maar even samen. Op beide punten werd hij min of meer teruggefloten door zijn voorzitter. Het misschien wel interessantste aan zijn eerste voorstel was dat hij de PVDA en CAP weer even op de kaart zette. Plots behoorden ook zij als blijkbaar normaal bevonden kleine linkse partijen tot mogelijke frontvormers ter linkerzijde; door Stevaert kregen ze nooit een hand aangereikt om tot wat dan ook over te gaan. Dat is lief (waarschijnlijk eerder opportunistisch), meer valt daar ook niet over te zeggen.

Zijn vraag om het kartel te herbekijken (lees: afbreken) kan dan weer erg nuttig zijn. Eigenlijk heeft deze constructie haar meerwaarde al verloren toen in 2004 bleek dat de stemmenwinst maar van korte duur was. De logische beslissing om ermee te kappen bleef zelfs na de monsternederlaag in 2007 uit, wat een ongezonde loyaliteit doet vermoeden. Zoals Van Bellingen zelf opmerkt zou de splitsing van het kartel Vl.Pro de kans geven oom zich eindelijk werkelijk te kunnen profileren als een politiek partij en niet als een verzameling mensen die samenhokken op basis van onbekende of bijzonder vage ideeën. Vl.Pro zou een echt links-liberale partij kunnen zijn, die mogelijk open-vld effectief zou kunnen beconcurreren, hoewel de links-liberalen eerder dun gezaaid zijn dan wat anders natuurlijk. Wat ze met dat Vlaamse karakter aanvangen, is hun zaak Ook de sp.a zou eindelijk weer eens een duidelijk profiel kunnen krijgen. Al enkele jaren ontbreekt het die partij aan een concreet programma en lijkt ze maar mee te surfen op de golven die zich dagelijks aandienen. Patrick Janssens presteerde het daarbij, als hoogtepunt (totnogtoe) om de hoofddoek uit zijn ambtenarij te bannen, een wat vreemde beslissing voor iemand die zichzelf sociaal en progressief noemt. Deze vaagheid komt echter toch nog steeds het sterkst tot uiting in het samengaan van sp.a met SPIRIT, een partij die volgens de publieke opinie werkelijk voor niets staat. Zonder die last zouden de sociaalprogressieven eindelijk kunnen werken aan een echt programma. Het lastige daarvan is wel dat ze dan ook gedwongen worden standpunt in te nemen over bijvoorbeeld de maatregelen die Janssens nam, maar ook over de Vlaamse zaak van Vandenbroucke of de Europese Unie.

Duidelijk mag zijn dat de sp.a ook zonder kartelpartner nooit meer de socialistische partij van vorige eeuw zal worden. De loftsocialisten zijn gekomen en plannen niet weg te gaan, en daar moet iedereen zich maar bij neerleggen. Als het linkse politieke landschap dan toch iets moet ondernemen op dit moment, is het wel het vormen van een nieuwe echt socialistische partij, naar Duits en Nederlands voorbeeld. Dit is misschien wel de enige mogelijkheid om nog nieuwe stemmen naar het linkse kamp te krijgen, in plaats van de huidige linkse partijen te blijven willen verenigen en reorganiseren. Zeker nu er bij het VB een leegloop is ingezet, moet links in staat zijn een alternatief te kunnen bieden aan Lijst Dedecker, die anders alle malcontenten van het VB dreigt binnen te halen. Niemand dient zich echter aan om deze opdracht te volbrengen. Het was daarom misschien wel goed van Van Bellingen om te wijzen op de aanwezigheid van PVDA en CAP, die toch al iets van potentieel hebben om aan dit initiatief bij te dragen. Het wordt tijd dat iedereen beseft dat zij weldegelijk nodig zijn en dat hen het platform wordt geboden dat ze verdienen. Niet om over de erfenis van Lenin te bakeleien, maar over – hier komt ie! – De Problemen Van De Mensen.

Groen! komt hier niet in voor, en waarom zouden ze ook. Groen! is een ecologosch-linkse partij die haar onafhankelijkheid en bestaansreden meer dan gegund is. Zolang zij boven de kiesdrempel blijven, moeten ze vooral verder doen met aandacht te vragen voor de groene zaak en een alternatief blijven bieden voor het louter economische denken. Daar heeft Wouter Van Bellingen absoluut geen affaire mee.

woensdag 11 juni 2008

Natje

Coca cola-zero,
voer voor feministen.

Boonen op de fles

Ik hou niet van goden, en al zeker niet van wielergoden. Men heeft mij nooit kunnen uitleggen waarom wij precies zoveel respect moeten hebben voor sportmensen die ooit historisch hoog hebben gesprongen of iets van dien aard. Nog maar enkele weken geleden was enkel verbazing mijn deel toen François Sterchele postuum geridderd leek te worden door het wereldje nadat hij met zijn vermoedelijk zatte kloten op een boom was ingereden. De suggestie dat hij die avond een onschuldig kind of – laten we het realistisch houden – een manke hond mee had kunnen sleuren in zijn ongeluk, hielden we blijkbaar gereserveerd voor onverantwoorde chauffeurs die daarnaast ook nog het ambt van populistisch politicus of platvloerse presentator bekleden. Toen Tom Boonen onlangs zijn rijbewijs moest inleveren wegens weet-ik-veel-wat was de pers al iets minder tolerant, maar nu lijkt de pret voor die vermeende wielergod wel helemaal uit.

De Morgen stuurt soms mails rond, naar iedereen die met dat idee ooit instemde. Op die manier werd mij medegedeeld dat Hugo Claus was komen te overlijden. Niet meer dan normaal dat je daarvoor mensen lastigvalt. Dat was tot gisteren het enige mailtje dat ik ooit van de redactie van De Morgen had mogen ontvangen. Daarna ontving ik nu al twee mededelingen over het druggebruik van Tom Boonen. De meester moet sterven, de coureur een lijntje snuiven. Het evenwicht is al een tijdje zoek, maar nu lijkt het toch wat gortig te worden.

Elke krant opende deze ochtend (dinsdag) met nieuws over Tom Boonen, op Metro en De Tijd na. Als wielerleek maakt het mij absoluut geen ene moer uit wat die wilergoden allemaal uitvreten, dus mijn mening is niet bijzonder relevant, maar moet dat nou werkelijk zo groot in het nieuws? Maakt het wat uit voor zijn prestaties of die jongen nou af en toe ter afleiding een lijntje snuift? Ik zou het niet kunnen zeggen. Nou mag ie ook wel niet naar de tour van misschien wel alle landen die er eentje hebben, die tillen er blijkbaar wel aan. Maakt het dat dan meer nieuwswaarde hebben? Misschien wel, de schaal blijft gortig.

Iets wat volledig aan mij voorbijgaat maar blijkbaar ook van tel is bij de berichtgeving over sportfiguren is hun voorbeeldfunctie. Kim Gevaert die reclame maakt voor een fastfood keten hoort daar niet bij, sporadisch (?) druggebruik dus wel. De kinderen die opkijken naar dit soort mensen eten waarschijnlijk al lang troep, we kunnen er dan op zijn minst voor zorgen dat ze die niet gaan snuiven, moet de gedachtegang zijn. Bon, Boonen schrijft zich daar dus niet meteen bij in, dat pleit misschien enkel voor hem. Die jongen doet dat goed, zijn job, zorgt er voor dat sommige Belgen eindelijk nog eens trots denken te zijn op hun land en haar helden, we zouden hem dankbaar moeten zijn. Als hij daarnaast – zoals zo velen – er nog een lijntje bij wil doen, moet hem dat misschien maar gewoon gegund worden, in alle stilte, niet?

We worden haast gedwongen Tom Boonen sympathiek te gaan vinden, de miserie!

dinsdag 10 juni 2008

365

Vandaag is het exact een jaar geleden dat de christendemocraten weer de plak kwamen te zwaaien in het federale land België. Wie zich nog herinnert hoe belust deze partij op machtsdeelname was na acht jaar van gedwongen oppositie voeren, zou het afgelopen weekend op zijn minst hebben verwacht iets feestelijks aan te treffen bij deze partij. Yves Leterme, hun zonnekoning, zat echter in het buitenland om het Europese Kampioenschap voetbal van nabij te kunnen volgen, en de overgebleven partijleden werden overgelaten aan de stripfiguren van studio 100 om hen nog van enig vermaak te voorzien tijdens de CD&V familiedag. Marianne Thyssen, sinds april dit jaar de nieuwe voorzitster, mocht bij die gelegenheid ook haar eerste grote speech houden, waarin ze het woord ‘separatisme’ net niet liet passeren. Kabouter splits mocht dat daarentegen al wel. Verkiezingsjargon, een jaar na verkiezingen.

CD&V is zo nog maar een schijn van het baken van vertrouwen en verantwoordelijkheid dat deze partij ooit was als het op haar moederland België aankwam. Een jaar na verkiezingen leidt ze een regering zonder enige daadkracht, waarvan meteen ook de coalitiepartners vaak het hardst klinken als oppositie. Het voorbeeld van Pieter De Crem is misschien wel het schrijnendst: Hij is minister van defensie (tjah) en André Flahaut, die als lid van de PS tot nader orde tot de regeringsgezinden behoort, opent een schaduw kabinet waarmee hij de minister van defensie op de voet wil volgen om hem op mogelijke fouten te kunnen betrappen. Wie veronderstelt dat deze regering voor al het overige aan de gangbare kwalificaties voldoet, vindt dit frappant. Wie weet wat er in België aan de hand is, kijkt er nauwelijks nog van op.

Een jaar na verkiezingen is eigenlijk ook elke politieke analyse overbodig geworden. We zitten vast en een uitweg blijft onvindbaar. Het enige wat de Belgen rest is uitkijken naar het volgende ultimatum, hoewel ook daar steeds onnauwkeuriger mee wordt omgesprongen. 15 juli hoeft voor Bart De Wever nou ook weer niet per se de dag te zijn waarop het compromis wordt bereikt; wat maakt het overigens uit als iedereen er nu al rotsvast van overtuigd is dat deze toch niet wordt gevonden? De N-VA lijkt dan ook de enige partij te zijn die hier nog enig plezier in heeft; het VB voelt zich door interne crises verplicht te zwijgen.

Het is de schuld van de CD&V, dat is waar. Zij hebben te hoge beloften gemaakt en eisen gesteld voor de verkiezingen hoewel iedereen wist dat de landgenoten bezuiden de taalgrens die nooit zonder meer zouden slikken. Het heeft desondanks geen enkele zin dat nog eens te herhalen want iedereen die het zou kunnen inzien, kent het al lang uit het hoofd. De christendemocraten blijven daarentegen beweren dat wat zij willen in geen geval onredelijk is en Yves Leterme…ja, die blijft premier spelen. Die is waar hij een jaar geleden nog maar wilde zijn, en kan zijn pret ongetwijfeld niet op. De Franstaligen treffen – daar doen we niet moeilijk over – uiteraard ook schuld. Zij blijven zich even onverzettelijk opstellen en tellen in hun rangen iemand die enkel nog geleid wordt door rancune omdat hij absoluut niet zit waar hij een jaar geleden van droomde nu te zullen zitten: Didier Reynders. Als zijn collega’s een voorstel niet afschieten, is hij er steeds maar weer als de kippen bij om het hoogstpersoonlijk met een tegenvoorstel te torpederen.

Nu de publieke opinie eindelijk haar rug begint te keren naar Yves Leterme en zijn goed bestuur, blijkt het een magere troost dat de perversie van de CD&V nu ook doordringt tot het grote publiek. Zeker als diezelfde publieke opinie tegelijkertijd aangeeft een radicalere koers te willen varen aangaande haar moederland en zelfs de helft van de Vlamingen schijnbaar al gewonnen is voor een splitsing. De rede is weg, de energie ook. Twee factoren die ervoor zorgt dat de politieke klasse binnen een jaar veranderd is in een ongeleid projectiel. Die virtuele radicalisering kan ze nog wel slikken, en zal hoogstwaarschijnlijk enkel de lijst Dedecker enkele procenten opleveren, maar als zij er ook voor gaat zorgen dat de problemen van de mensen onopgelost blijven en steeds reëler worden, kan absoluut niemand voorspellen wat er zal gebeuren.

Enkel Karel De Gucht lijkt nog te functioneren op federaal niveau. En hoewel hij ook daarmee zijn Waalse collega’s op de kast jaagt, doet hij rustig verder. Een man naar mijn hart, zeggen wij dan.

maandag 9 juni 2008

Hilletje

De kogel is dan eindelijk door de kerk: Hillary Clinton kan het schudden als mogelijke presidentskandidaat, en zal zich, in het beste geval, tevreden moeten stellen met een aardige post in het Witte Huis, als de democraten winnen, en een gigantische berg schulden. Nadat dinsdag voor iedereen duidelijk was geworden dat Barack Obama de strijd met de republikeinse kandidaat, John McCain, mag aangaan, gaf Hillary haar verlies pas ruiterlijk toe in een door iedereen geprezen afscheidsrede in Washington D.C.

Het is eigenlijk die laatste speech van haar die ik als enige met aandacht heb bekeken; zo dapper, zo eerlijk, zo trots,…en toch zag je erg hoe moeilijk ze het met haar verlies had. Het is dat soort onmenselijke menselijkheid waar ik zo vreselijk van kan genieten, dan blijf je kijken. Verder interesseerde me de voorverkiezingen van de democraten niet erg, hoewel die gigantische non-event ook op het gehele Europese continent met argusogen werd gevolgd. Omdat ik tot willens nillens tot de groep mensen behoor die over elk onderwerp dat nogal regelmatig het nieuws haalt er een mening op na houdt, volgde ik desondanks wat er hier overwegend gedacht werd:

In eerste instantie waren we allemaal voor John Edwards, die haar naar horen zeggen het meest linkse programma en financierde als enige zijn campagne met geld dat niet voor een overgroot deel afkomstig was van personen met overduidelijke belangen. Toen die afviel, kwam de keuze tussen Clinton en Obama te liggen. Sommigen kozen voor die eerste omdat ze vrouw was, anderen voor de tweede omdat hij zwart was; discriminatie is steevast positief in die kringen. Inhoudelijke argumenten waren er ook nog wel: Hillary had indertijd, in tegenstelling tot Barack Obama, voor de oorlog in Irak gestemd, een keuze die je in Europa je kop kan kosten. Een vals argument, heb ik altijd gevonden, want in de Verenigde Staten werd er in die tijden en masse gedesinformeerd, en hoefde je niet van kwade wil te zijn om toen pro oorlog in Irak te stemmen. Het was trouwens ook zij die als enige van de twee kandidaten ijverde voor een sterkere herstructurering van de ziekenzorg, waardoor elke Amerikaan kon worden voorzien in medische noden, wat haar ook een pluspunt opleverde. Maar ze maakte fouten (waarom lieg je nou in hemelsnaam over een trip naar Bosnië?) en ook wij gingen allemaal meer en meer voor de zwarte kandidaat, die dus uiteindelijk won.

Het simplisme waarmee ik het hier uitleg is niets vergeleken bij de deskundigheid die door veel media werd geëtaleerd. Uren werden gevuld met voorbeschouwingen, analyses, bedenkingen, nabeschouwingen,… en dat allemaal voor een voorverkiezing. Maar daar zijn we nu allemaal doorheen! De verliezer heeft zich neergelegd bij haar nederlaag, kreeg nog een keer de kans om haar van haar mooiste kant te laten zien, en nu mag er enkel nog oog zijn voor Barack Obama, de presidentskandidaat voor de democratische partij. Nu kunnen we eindelijk praten over het echte thema van dit verkiezingsjaar: Hoe krijgen we de Republikeinen weg uit het Witte Huis? De democraten hebben daarvoor Obama aangeduid als meest geschikte kandidaat, en het enige wat iedereen nu rest is zich daar zo snel mogelijk achter te scharen. Hillary Clinton als eerste.

Koopkrachten

Het is een steeds ongezonder wordende bezigheid je bij alle nieuwsitems af te vragen waarin de zin of – wie weet – de meerwaarde ervan nou eigenlijk besloten ligt.

Was het een weekend mooi weer, worden er die zondag gegarandeerd enkele minuten gewijd aan hoe de Belgische kust en haar residenten zich daarbij voelen. Het besef dat zo naderhand wel iedereen zelf kan bedenken hoe men zich aldaar bij voelt, zal waarschijnlijk nooit tot welke nieuwsredactie dan ook doordringen. Ook de kranten blijven ten slotte van deze eeuwige faits divers niet gespaard – bij dit weertype publiceren rioolkranten steeds een plaatje van naar hun lezers’ normen aantrekkelijke mensen en kwaliteitskranten een foto van een liefst zo bloot en laaghangend mogelijke bierbuik. In de zomermaanden geldt dit procédé ook voor slecht weer (en dus elk weekend), met dat verschil dat de geïnterviewden zeuren in plaats van glunderen en iedereen een schuwlelijk KW’tje aanheeft.

Een ramp is dat geenszins. Wie nog maar de minste feeling heeft met nieuwsuitzendingen, weet ongeveer wanneer deze items vallen en kan op desbetreffende momenten zijn aandacht even tot wat anders richten, de sociale cohesie binnenskamers kan er maar wel bij varen. Echter zijn er andere momenten waarop deze man in de straat (gossie) minder gepast is. Dit fenomeen mag namelijk enkel geduld worden als het onderwerp waarover ie spreekt geen enkele relevantie beschikt; zit die eraan te komen laat men hem beter op stal. Gisteren (zondag dus) kreeg hij helaas weer door enkele omroepen een vrijplaats aangeboden om zijn zegje te doen over iets waar hij eigenlijk absoluut niets over te zeggen heeft: vakbondsstakingen. Meer bepaald: Vakbondsstakingen bij het openbaar vervoer. Elke keer als het zo ver is, laten zowat alle televisiezenders (in kranten is het minder erg) enkele ‘gedupeerden’ aan het woord. Een kleine uitzondering daar gelaten laten zij zich als het teken op groen springt uitermate negatief uit over die - ze spuwen het woord werkelijk uit - vakbondsacties.

Ik begrijp dat niet. Of anders: Natuurlijk begrijp ik waarom die mensen pissig reageren als ze worden gevraagd wat ze ervan vinden dat er geen bus of tram komt en ze het dus wel kunnen vergeten daar te geraken waar ze zo graag willen zijn, maar: Waarom moet dat op de teevee? Waarom worden ons dit soort reacties elke keer opnieuw voorgezet? De enige reden die je eigenlijk kan bedenken is dat de makers van dit soort itempjes niet erg hoog oplopen met vakbonden en een al jarenlang durende verbeten strijd voeren voor een minimale dienstverlening – bij deze verliest de VRT haar stempel als communistisch nest ook meteen, geloof ik. Wat deze journalisten dan blijkbaar over het hoofd zien, is dat dit debat al meermaals en bijzonder uitvoerig is gevoerd. Uit menslievendheid geef ik nog eens de conclusies mee: Stakingsrecht is een fundamenteel recht van elke werknemer en vakbond, het is het ultieme middel om dat te bereiken waar zij denken aanspraak op te hebben. Minimale dienstverlening is nog maar een tijdje geleden bekeken en daarbij was maar weinig animo (enkel bij de liberalen) om dit aan de openbaar vervoerders op te leggen. Het zou de kracht van het stakingsrecht dan ook min of meer compleet onderuit halen.

Soms valt er te discussiëren over of een staking terecht is of niet, maar de gebruikers van dat openbaar vervoer staan wel in de slechtst mogelijke positie om dat uit te maken. Het zou ook compleet uit de lucht gegrepen zijn om dit hele principe op de helling te zetten, enkel en alleen om een nodeloze werkonderbreking (???) te voorkomen. Naast een gebrek aan relevantie, creëren deze items daardoor ook een valselijk gevoel bij die zeurenden mensen dat ze met dat gefoeter en geploeter toch recht in hun schoenen staan. En zo blijft die discussie over stakingsrechten en minimale dienstverlening maar terugkomen, en geef je de aan- (eerste geval) en voor- (tweede geval) -vechters steeds weer een kans om hun gelijk binnen te halen, hoewel daar absoluut geen sprake van is. Als blijkt zelfs hier aan te mogen worden getornd, is het einde wel helemaal zoek.

In oorlog

Geen moeilijke woorden die toch nooit uitkomen.