Nog voor mijn wekker afging, lag ik al te popelen om op te mogen staan. Deze nacht had ik namelijk een plan bedacht waarvan ikzelf ook in bed gelegen achterover was gevallen. Ik spoedde me naar het postkantoor, waar ik veel vroeger aan kwam dan contractueel vastgelegd zodat ik bij een kop koffie een laatste keer kon opmaken wat me te doen stond. Ook moest er bedacht worden hoe ik dit zaakje het best kon aanpakken, het is tenslotte niet omdat je een geniaal idee hebt dat iedereen dat meteen doorheeft. Hoe kon ik de postmeester overtuigen van de noodzaak van een imagoconsulent?
In tegenstelling tot de andere dagen – waarop ik in T-shirt verscheen – had ik vandaag terug mijn gebruikelijk hemdje/jasje combinatie aangetrokken. Vertrouwen en vakmanschap moest er worden uitgestraald. Thuis had ik zo ook al een bescheiden stappenplan opgesteld waarmee ik over het postkantoor van E. zowel bij de inwoners van E. als bij de directie in Brussel een nieuw, fris en actief beeld wilde doen oproepen. Tussen het tandenpoetsen en de ochtendlijke douche door had ik nog net tijd gezien om deze eerste ruwbouw in een PowerPointje te gieten. Onder het koffiedrinken schreef ik nog enkele notities (en een grapje) neer op onbezorgde enveloppen, woorden die later de sleutel tot mijn succes zouden blijken, wist ik zeker.
Daar was de postmeester. “Kris,” riep ik hem joviaal en gemoedelijk toe, “hoe gaat ie?”
“Goed goed,” bromde hij.
Zonder dat ik nog maar een woord had gelost over mijn spinsels, kwam hij tegenover me zitten in de kantine. Hoewel ik er vanuit ging dat hij zich bereidwillig verklaarde te willen luisteren naar al wat ik te zeggen had, nam hij het woord.
“Je hebt gisteren de eerste keer je ronde alleen moeten doen. Hoe vind je dat dat zelf gegaan is?”
“Euh…euh…,” stotterde ik, niet voorbereid op deze zijsprong, “best wel goed, denk ik.”
“Denk je?”
Het was mij volledig onduidelijk waar hij naartoe wilde. Ik was gisteren toch nog voor zonsondergang terug geraakt met nog maar een klein pakje onbezorgde post nog in mijn handen. Ik lachte zijn gefronste wenkbrauwen weg en begon meteen aan de essentie.
“Kris, ik heb een plan bedacht. Wat wij hier nodig hebben is een imagoconsulent, en wel erg dringend. Zo kunnen we ons uniek positioneren naast alle andere postkantoren en kan Brussel ons niet meer negeren.”
“Wat?”
“We moeten er ook voor zorgen dat onze klanten weer anders tegen ons aan gaan kijken. De postbode moet weer datgene wat hem vroeger zo typeerde uitstralen, maar dan zonder zijn tijd te verdoen aan praatjes en wat nog meer. Een imagoconsulent zou daarvoor een plan kunnen uittekenen. Heb jij toevallig ergens een pc met PowerPoint?”
De postmeester hief zijn armen in de lucht.
“Waar heb jij het in godsnaam over?”
“Wacht, ik zal even een schets maken,” probeerde ik dapper.
Hij ging staan en gebood me op te houden.
“Luister jongen, ik weet niet wat je me duidelijk wil maken, en eigenlijk interesseert me dat ook niet, maar er zijn hier vier klachten over jou binnengekomen. Vier mensen vonden het blijkbaar nodig te klagen over de kwaliteit van hun postlevering. Dat wil iets zeggen. Het is je eerste dag, dus ik geef je nog even, maar zorg dat er iets verandert. Anders kan je imagoconsulent of wat je daar ook zegt gaan spelen, maar niet bij mij.”
Hij draaide zijn rug om en liep de kantine uit, nadat hij vier vellen papier op de tafel had gegooid. Vier keer klaagden mensen in ongeveer dezelfde bewoordingen over dat ze verkeerde post hadden gekregen en in de toekomst liever wat anders zouden krijgen. Ratten, dat waren het. Ooit zullen ze het zich beklagen dat zij de reorganisatie van het postkantoor van E. in de weg stonden.
Mijn tranen verbijtend ging ik aan het werk.
dinsdag 8 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten