zondag 10 mei 2009

Aan de zijlijn is het gezellig keuvelen

Na twee jaar politieke crisis, lijkt iedereen de boel een beetje beu te raken. Yves Desmet stak daarom eindelijk de handen uit de mouwen en pende een heus essay bij elkaar. Nieuwe regels voor een vastlopend politieke systeem, was de ambitieuze titel. Paul Goossens gaf uiting aan zijn degout door een eigen aanval in te zetten op professor Carl Devos. Erg origineel is dat niet meer nu Hugo Camps diezelfde Devos al wist te parkeren als kermispoliticoloog en zelfs De Standaard een honend toontje voor deze Hardwerkende Vlaming reserveerde. We zijn dan ook echt allemaal al een hele tijd op hem uitgekeken. Terwijl iedereen het politieke spel enkel nog maar met lede ogen kan aanzien, blijft Devos elke keer als hij om uitleg wordt gevraagd energiek opveren. Het dedain dat Goossens uit deze figuur haalt om er verder mee over alle politicologen en andere observatoren te schrijven, oogt dan weer op zijn zachtst gezegd bizar. Het volstaat hier om het politieke essay van een van zijn opvolgers te vergelijken met de rede die politicoloog Arend Lijphart uitsprak toen hij eerder deze week een eredoctoraat aan de Universiteit Gent mocht ontvangen. Deze woorden stonden eveneens gepubliceerd naast die van Goosens in de weekendkrant van De Morgen.

Wat vooral opvalt aan het opstel van Desmet is dat de vlag hoegenaamd de lading niet dekt. Hoewel er nieuwe regels worden aangekondigd, is het wachten tot de laatste kolom vooraleer er van deze voorstellen akte kan worden genomen. In de opbouw hiernaartoe wordt enkel een overzicht gegeven zoals dat de laatste maanden al talloze keren te lezen viel. De hoogdringendheid die deze aanslepende aanloop dient op te roepen, moet ongetwijfeld doen vermoeden dat wie überhaupt aan mogelijke oplossingen toekomt al als een held mag worden ontvangen. De kwaliteit van de ideetjes doet er dan verder niet toe. Yves Desmet weet er drie op te sommen, waarvan hij er eentje al enige tijd geleden lanceerde, en een ander moet welhaast even moe gehoord zijn als de eis om een onverwijlde splitsing.

Het eerste konijn dat uit de hoed wordt getoverd van de politieke commentator (geen redacteurspet meer voor Desmet, zo blijkt) is het afschaffen van de stemplicht. Te hopen valt dat dit een opwarmertje is. Het debat dat hieromtrent al decennialang wordt gevoerd, weet hij enkel te versterken met het argument dat deze ingreep stemmen voor populistische partijen zou wegnemen. Door sommige onderzoeken gestaafd en door anderen bestreden, lijkt dit een bijzonder voorbarige conclusie. Ook een vergelijking met andere landen doet besluiten dat de antipolitiek in Vlaanderen – naar de omstandigheden – niet onevenredig wordt vertegenwoordigd. Ook Arend Lijphart wil in zijn commentaarstuk over België iets kwijt over die stemplicht van ons. Een lichtend voorbeeld noemt hij dit land daarom. Lijphart stelt dat de gelijkheid die enkel en alleen besloten ligt in verkiezingen waarbij stemplicht geldt, verloren gaat door de afschaffing ervan. De ongelijkheid die daaruit volgt treft vooral de minder welgestelde burgers.

Een tweede voorstel dat Desmet uit zijn onderste lade haalt, omvat de samenvallende verkiezingen. Het meest verbazingwekkende aan dit weinig originele voorstel, is de vaststelling dat hij die andere grijsgedraaide maar desalniettemin sterkere plaat van een federale kieskring op geen enkel ogenblik opzet. Wanneer tegen samenvallende verkiezingen enkele steekhoudende argumenten – veeleer van theoretische aard, dat wel – in stelling kunnen worden gebracht, valt er op die alles omvattende kieskring haast niets af te dingen. Broodnodig. Samenvallende verkiezingen zouden enkel het probleem van de eeuwigdurende kieskoorts enigszins kunnen oplossen, maar scheppen vooral praktische problemen. De Vlaamse legislatuurregering onverhoeds koppelen aan de menigmaal instabielere federale regering, oogt op zijn minst onrealistisch. Ook gehandicapten op wachtlijsten zouden nog slechter af zijn, want voor enig communautair geweld moeten zij hoe dan ook de duimen leggen. Handig zou het wel zijn, dat staat buiten kijf. De idee daarbij koesteren dat ook het gerommel rond dubbele mandaten hiermee kan worden opgelost, is dan weer meer illusie dan wat anders. Het staat politici momenteel vrij om plaatsen op meerdere kieslijsten te bezetten wanneer deze zelfs op dezelfde verkiezingsdag worden benut. Dit kan enkel opgelost wanneer de rekrutering van politieke partijen wordt aangepakt. Een heikel punt als niet enkel de kwaliteiten maar ook de achternamen en wat nog meer van nieuwe politici eindeloos onder het licht worden gehouden.

Het laatste voorstel van Desmet – waarmee hij enkele weken geleden al de hort op trok – is dat van een meerderheidsstelsel. Wie denkt zoiets te kunnen uitleggen in een enkele alinea, moet zichzelf wel een verdomd scherpe pen vinden hebben. Laat ons het erop houden dat hij het woord even laat vallen, bij wijze van verassend slot. Lijphart wijdt er daarentegen wel enkele hele gedachten aan. Vooraleerst lijst hij de voordelen op die consensusmodellen hebben tegenover een meerderheidsstelsel. Dat gaat van een groter aantal vrouwen in het parlement tot een meer verantwoord milieubeleid, wat kan worden samengevat als een hogere politieke participatie. De idee al zou het laatste democratischer zijn, is dus fout. Lijphart ziet evenwel het Belgische consensusmodel de laatste twee jaar sputteren, maar adviseert bepaald geen radicale omslag. België blijft een stervoorbeeld van pacificatie- en consensusdemocratie.

Meer dan de bloemen die Lijphart ons toewerpt, delven de praktische beslommeringen het graf van een eventueel Belgisch meerderheidsstelsel. Wie een pacificatiedemocratie daartoe wil ombouwen, zit eerst en vooral met de opgave om enkele breuklijnen te dichten. Anders dreigt conflict en opstand. De onwerkbaarheid van dit systeem te midden van zulke diepgewortelde breuklijnen, wordt het best zichtbaar wanneer de communautaire als voorbeeld wordt genomen. Indien deze niet wordt opgelost, zal de federale regering tot in de eeuwigheid blijven bestaan uit ten minste twee partijen. Wie bedenkt dat bij een meerderheidsstelsel in Wallonië ongetwijfeld het linkse blok zal zegevieren en in Vlaanderen het rechtse de grootste kans maakt, ziet in hoe oneindig veel vaster het land zal lopen wanneer voor dit systeem wordt geopteerd. De Belgische politieke elite is gedoemd tot het sluiten van compromissen, en kan zich daar maar beter zo snel als mogelijk weer naar gaan gedragen.

Wat Desmet wel moet worden nagegeven, is zijn zoektocht naar oplossingen. Wie de opiniestukken bekijkt die de voorbije twee jaar zijn gepubliceerd, weet dat hij hiermee haast de enige is. In deze context verdient Devos dan weer wel een trap voor de kont, moet gezegd. Lijphart verschilt in deze met Desmet en anderen dat hij de hysterie die tegenwoordig over het Belgische model heerst, geheel links laat liggen. Haast het enige wat hij hierover komt te zeggen is dat na een dergelijke crisissituatie vaak bijzonder eerbare akkoorden worden gesloten. Iets om naar uit te kijken dus. Wanneer hij daarmee stelt dat geen fundamentele problemen zichtbaar zijn geworden na de verkiezingen van 2007, is hij inderdaad hopeloos optimistisch. We kunnen niet allen naar een defecte lichtbak blijven staren met enkel in het achterhoofd dat in andere landen om dat defect zou worden gevochten. Hervormingen van het kiesstelsel zijn nodig, en de broodnodige reflectie daaromtrent mag zo zoetjesaan gaan beginnen. De rol van hysterisch toekijkende huisvrouw zit enkel Rik Van Cauwelaert als gegoten.

zondag 19 april 2009

De campagne is begonnen

Daar heb je Jean-Marie Dedecker weer! De ene messias van West-Vlaanderen zit nog na te trappen of de andere staat al klaar om de boel aardig op te spijzen. Moet gezegd dat het deze keer niet helemaal zijn schuld was. Een van de vier ex-voorzitters van LDD Limburg stapte met het laatste schandaaltje rond Dedecker naar de pers. Een voorproefje nog maar van wat we gaan beleven als deze partij na de verkiezingen in de coalitie plaats neemt. Iets om naar uit te kijken, Tommelein.

Een privédetective inschakelen om eventuele vuiligheid op te delven waarmee te gooien valt naar het maatpak van de tegenstander; eerlijk gezegd klinkt dat als een beproefd recept. Recent kwam een woordvoerder van Gorden Brown in opspraak toen die plannen bleek te hebben om een gerucht te lanceren al zou de conservatieve oppositieleider Cameron aan herpes of iets dergelijks lijden. Heeft ontslag moeten nemen, terecht. Ook in de verenigde Staten gaat het er vaak smerig aan toe. Bij Dedecker draait het natuurlijk om wat anders: Het algemeen belang. (Hoed u!) Staatsfinanciën, weetjewel. Dat gesjacher met overheidgebouwen hangt velen al een hele tijd de keel uit, dus het zou enkel handig zijn voor Dedecker om de naam van Karel De Gucht daar aan te kunnen linken. Vagelijk, zolang het maar blijft hangen. Alles welbeschouwd is hem dat bij deze wederom gelukt.

Dedecker mag dan wel blijven beweren dat hij enkel zijn plicht doet en er – god verhoedde ons – meer als hem zouden moeten zijn, maar meer dan een smerige streek is het niet. Als hij zijn dossiers zo goed kent als hij beweert, zou hem bekend moeten zijn dat deze zaak al uitvoerig onderzocht werd door het Rekenhof. Geen vuiltje aan de lucht, concludeerde deze eerbiedwaardige instelling. Daar neemt onze volksheld natuurlijk geen genoegen mee. Hij heeft lak aan dit soort vazallenpaleizen van de heersende elite, en huurt daarom een ex-handbalspeelster in om deze mesthoop eens duchtig uit te spitten. Dedecker bewijst daarmee dat hij niets meer te bieden heeft dan ranzig populisme zoals we dat al decennia gewend zijn te moeten ontvangen uit een welbepaalde hoek. Dedecker nestelt zich daar nu ook in, want alles is makkelijker dan werkelijk aan politiek te moeten doen. Natuurlijk moet er gejuicht worden als de poldernazi´s in juni een fikse nederlaag dienen op te eisen, maar meer dan dezelfde zooi biedt zich niet aan. Populistisch geblaat, want het gaat blijkbaar weer eens slecht.

Wat opvalt – hoewel – is dat De Standaard (met name Tegenbos) deze rotzooi wil verdedigen. Wie vrij van zonden is, heeft geen probleem, gaat daar de redenering. Ook worden we herinnerd aan de taak van parlementsleden om de uitvoerende macht te controleren. Vanzelfsprekend, hoor, maar daarvoor zijn bijzonder degelijke instrumenten binnen het parlement voor handen. Tegenbos heeft blijkbaar ook zijn geloof daarin opgegeven, waarvan akte. Het stoort hem evenmin dat ook de inkomsten van de echtgenote en zoon van De Gucht werden onderzocht. Of ook deze taak de parlementariërs toebehoort, lijkt me kras. Als laatste is het nogal simplistisch te stellen dat wie niets misdaan heeft, ook niets te verliezen heeft bij deze praktijken. Met een volledig fictieve aanleiding, moet er vandaag weer gediscussieerd worden over de fortis-aandelen van De Gucht, de sale and lease back van overheidsgebouwen en het heersende ethos onder politici. Waar rook is, is tenslotte vuur. De gemakzucht waarmee De Standaard deze praktijken goedkeurt, zegt veel over het opportunisme waar deze krant haast uit opgetrokken is. Net als toen het VB sterrenscores haalde of toen Leterme een prachtcampagne voerde, wil De Standaard de nieuwe winning man geen strobreedte in de weg leggen. Ze schurken liever dan tegen ideeën aan tegen winnaars.

Even ter herinnering: Jean-Marie Dedecker beloofde ons ook nog een schandaal rond bouwprojecten in de aanloop naar de verkiezingen. Ja, het wordt weer een onvergetelijke campagne.

dinsdag 31 maart 2009

Het gaat niet goed met links. Een gemeenplaats die al tot allerhande analyses, bespiegelingen, essays en in een enkel geval een PowerPoint presentatie heeft geleid. Waar tot voor kort een boeman kon worden gevonden in het verder ongespecificeerd rechtse spook dat door Europa dwaalt, moet nu ook de economische crisis als excuus gelden. De sociaaldemocraten waren iets te nauw betrokken bij de organisatie ervan, zeg maar. Voor Vlaanderen lijken deze fenomenen echter de aandacht af te leiden van de werkelijke redenen die links al enige tijd in de hoek dringen waar de klappen vallen. Hoewel de Nederlandse samenleving tegenwoordig enkel in twee politieke moorden lijkt te verschillen van de onze – geen hond die zijn stem wijzigt omdat een kiesarrondissement maar niet gesplitst raakt -, was daar bij de laatste verkiezingen voor de tweede kamer (2006) zelfs even sprake van een links kabinet. Het kan dus anders.

Wat opvalt wanneer je politici ter linkerzijde aanhoort, is de defensieve houding waaruit zij nu al jaren spreken. We weten dat we in de minderheid zijn, maar zullen er alles aan doen die minderheid te behouden. Dat sfeertje. Toen de toenmalige SP een hele meute kiezers zag vertrekken naar het Vlaams Blok, leek dat dan ook de enige conclusie die links wilde trekken. Vlaanderen is nu eenmaal van huizen uit rechts. Bart De Wever zegt het zelfs. De partij nam de gelegenheid nooit te baat zichzelf in vraag te stellen. In plaats van zich af te vragen waarom deze mensen hun lot liever in handen legden van populisten dan socialisten, schoven zij steeds nadrukkelijker op naar het centrum in de veronderstelling daar de verloren stemmen te kunnen recupereren. Een van de conclusies die Patrick Janssens trok uit de verkiezingsnederlaag van 2007 was dat de partij eerder haar rechtse dan haar linkse flank moet afdekken, enkel en alleen omdat meer mensen naar LDD dan naar Groen! trokken. De groteske denkfout (al zou iedereen die nu populistisch stemt zonder meer ook dromen van een vlaktaks) die hier wordt gemaakt, doet vermoeden dat de sp.a nooit meer uit het centrum weg zal raken. Een ramp is dat geenszins.

De alles verterende drang tot samenwerking van die partij, stemt dan weer wel tot nadenken. Wederom voortspruitend uit de vooropname dat links maar beter voorzichtig omspringt met de weinige stemmen die het haalt, moet iedereen zich verzamelen in één massief blok. Dat heeft er onder andere voor gezorgd dat Groen! nog steeds meer energie pompt in zich afzetten van de sp.a dan het ontwikkelen van een eigen verhaal binnen deze nieuwe eeuw. Die partij mag dan wel comfortabel boven de kiesdrempel leven, haar potentieel is - zoals haar Waalse tegenhanger dezer dagen in enkele peilingen alvast bewijst - veel groter dan dat. Groen! blijft krampachtig die ene ecologische kaart spelen uit angst om te erg te gaan gelijken op haar enige concurrent op links. Dat levert een trouwe basis op, maar maakt groei haast onmogelijk.

Een tweede opponent die door het gedroomde monopolie van de sp.a uit lijkt te blijven, is een nieuwe socialistische volksbeweging. Een partij die haar visie opbouwt vanuit de laagste en niet de middenklasse. Hoewel er alles behalve een gebrek is aan partijen in de linkse marge, blijft dat ene alternatief dat ook aanvaardbaar is voor een bredere groep dan enkel volbloed communisten uit. Waar PvdA en LSP er niet aan denken hun historische helden te verloochenen en zichzelf zo als marginaal verklaren in het publieke debat, lijkt ook CAP (opgericht door onder andere misnoegde sp.a´ers) in hetzelfde bedje ziek. Een zodanige partij zal anderszins toch nodig zijn om nog maar van een links kabinet te kunnen dromen; in Nederland werd dit pas mogelijk toen de SP openlijk haar banden met het maoïsme wist door te knippen. Zolang extreemlinks daar niet toe aan te porren lijkt, kan er enkel van Eric De Bruyn (misnoegd sp.a´er) enig heil worden verwacht. Ook hij wordt door Caroline Gennez maar wat graag weggezet als communistisch en wat nog meer – de sp.a is er helaas nog steeds van overtuigd het enige socialistische gelijk in pacht te hebben -, en zal zolang hij de sprong in het diepe niet waagt ook door velen zo blijvend worden bekeken. Momenteel ziet het er echter naar uit dat hij liever keet blijft schoppen binnen de sp.a in de hoop die partij naar links te zien verschuiven. Liever blijft hij zich warmen aan het uitdovende vuur van een traditionele partij dan te durven kiezen voor een eigen initiatief. Hoewel hij zeker geen gegarandeerde kans op slagen heeft, lijkt dat laatste hoe dan ook het enige wat hem te doen staat. Anders blijft hij misschien wel degene die links het meeste blijft verdelen, tot spijt van wie hem benijdt.

zaterdag 28 maart 2009

Ter leven veroordeeld

Nadat vorig weekend de familie van Amelie Van Esbeen naar de pers stapte om aandacht te vragen voor haar schrijnende situatie, is het debat nog steeds aan de gang. Iedereen heeft wel wat over haar wens om euthanasie te melden, hoewel eveneens iedereen beweert het specifieke geval niet te kennen.

Mateloos kan je je dan ergeren aan de lieden van de Katholieke zuil – al dan niet met ampersand hier of daar – die dit menselijk leed proberen te recupereren voor eigen gewin. Het is een tweede natuur van hen geworden. Hoewel we steeds beweren deze dogmatici te hebben verslagen, in tegenstelling tot imams en geitenneukers, duikt er altijd wel eentje op die het nodig vindt zijn onbegrip uit te schreeuwen. Het was huiveringwekkend te zien dat de man die het aandurfde kritiek te uiten op de zelfgekozen uitstap van Hugo Claus, nu ook weer om zijn mening werd gevraagd. De publieke omroep houdt nu eenmaal van incompetentie. Wouter Beke, ideoloog van het achtste knoopsgat. Hoewel zijn kinderkopje je eerder aan de geneugten van abortus doet denken, heeft hij ook steeds de mond vol van levensbeëindiging. Hij heeft er zin in, valt te hopen.

De christendemocraten hebben zich er dan wel formeel bij neergelegd dat de ongelovige honden er af en toe eentje mogen neerleggen, enige goedkeurende woorden zullen zij daarrond nooit over hun lippen krijgen. Altijd wordt er krampachtig naar een zijweg gezocht om de discussie helemaal scheef te trekken. Als het maar pijn doet. Beke wist maandag in Ter Zake het debat meteen te kapen, door het woord levensmoe om te buigen tot een vloek in de kerk. Hij voorzag dat als we mevrouw Van Esbeen zouden laten gaan, de linkse meute iedereen een kopje kleiner zou maken die er eens een dagje niet keihard tegenaan wil gaan. Hij gaf het voorbeeld van een twintigjarige die er even allemaal geen zin in had. Volgens Beke zou die er ook hebben gelegen als mevrouw Van Esbeen´s wens zou worden ingewilligd. Allen levensmoe! Het is een argumentatie waarmee hij een eerlijk debat over een menselijk levenseinde haast onmogelijk maakt. Wie plotsklaps een beeld voor zich ziet waarin een jonge adonis afgemaakt wordt omdat hij iets heerlijk melancholisch in de ogen heeft, past wel op. Dit soort fundamentalisten, die in wezen welke zelfgekozen levensbeëindiging dan ook zouden willen voorkomen, worden maar beter geweerd uit het debat. Ze doen nabestaanden nodeloos veel pijn wanneer deze enkel gebaat zijn bij hoop en troost. Inhumaan, heet zoiets.

Ook premier Van Rompuy deed zijn best elke vraag om euthanasie naast zich neer te leggen. Dat deed hij met een meer beproefd recept, de verheerlijking van het lijden. Hij kende iemand die er ontiegelijk slecht aan toe was maar er alsnog het beste van probeerde te maken. Een held, als het ware. Mocht er iemand ijveren voor een verplichte afslachting van al wie getroffen wordt door ziekte en leed, zou dit voorbeeld steek houden als argument. Aan de eis van sommigen om een andere keuze te maken en het leven vaarwel te zeggen, doet dit echter niets af. Dat zullen de christendemocraten helaas nooit willen toegeven. Zij willen iedereen zien vechten voor het leven, hoe waardeloos ook. Zolang dat niet gebeurt zullen ze voorbeelden blijven aandragen in de veronderstelling dat daarmee andere even eerbare mogelijkheden teniet worden gedaan. Minachting voor andersdenkenden, heet zoiets.

En dan was er nog Hilde Kiekeboon. Ook dit vooraanstaand christenmens maakte er een potje van. Zij stelde dat toegeven aan de wens van mevrouw Van Esbeen en anderen gelijk stond aan de ogen sluiten voor de werkelijke problemen. Wat haar een aanleiding gaf om de manier waarop wij met onze bejaarden omgaan aan de kaak te stellen. Weer een slag in het gezicht van nabestaanden, want zij deden blijkbaar niet genoeg hun best. Het lijkt haast kinderachtig hoe deze hoeders van leven en lijden allerlei zaken samentrekken die niets met elkaar te maken hebben. Als iemand wil sterven, is dat heus niet enkel en alleen uit eenzaamheid. Die wens zou overigens nooit worden ingewilligd door wie dan ook. Het klopt dat er vele bejaarden een niet erg benijdenswaardig leven leiden, en het klopt dat daar heel wat aan te doen valt, maar de gesprekken daaromtrent moeten helemaal los gevoerd worden van het debat rond euthanasie. Zij die drogredenen blijven aanhalen om elk gesprek rond een zelfgekozen levenseinde onmogelijk te maken worden maar beter het zwijgen opgelegd. Ongetwijfeld doen ze dit alles uit liefde voor de mens, maar wel met mensonterende situaties als gevolg. Enige schaamte is hier inderdaad op zijn plaats.

maandag 23 maart 2009

Goedemorgen

Vanaf vandaag vallen er op de site van De Morgen stofzuigers te winnen. Wat dat met een open geest te maken heeft, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Vaststaat dat Christian Van Thillo nog steeds zinnens is de volgens hem onnodige journalisten van die krant even bruusk weg te werken zoals enkel een stofzuiger dat kan. Dit najaar werden de ontslagenen al aangekondigd, hoewel ze pas deze maand effectief zouden moeten vertrekken. U merkt het al: Van Thillo is een sfeermaker. Na maanden in onzekerheid te hebben moeten werken, lijkt er nog steeds niets vast te staan over wat er nou precies zal gebeuren. Aangekondigd voor maart, loopt die maand zo langzamerhand op haar einde zonder enig bloedbad te hebben aangericht. Enige barmhartigheid valt daar echter niet in te zien. De man die naar eigen zeggen een voorliefde heeft voor kranten staat nog steeds pal achter zijn meesterplan, en als hij niet de tijd vindt het debat aan te gaan, stuurt hij een van zijn hoofdredacteuren.

Wat mij betreft is dat laatste het meest opmerkelijke aan de hele discussie. Waar hoofdredacteuren vroeger alles leken over te hebben voor hun redactie, zijn ze nu terug gevallen tot vazallen van de commerciële broodheren. Toen Peter Vandermeersch marketeer van het jaar werd, kon daar minachtend om gegniffeld worden. Nu De Standaard haar christelijk richtsnoer kwijt was, diende die krant enkel nog een publicitair belang. Leuk voor hen - het onding ging hipper ogen, maar bleef op hetzelfde niveau rotzooi verspreiden. Wanneer blijkt dat zowat alle kranten deze pil hebben moeten slikken, wordt het zorgelijk. De tegenwoordige hoofdredacteur van De Morgen (Klaus Van Isacker, polyvalente windzak) werd zo tegen de wil van de redactie in aangesteld, en ook Yves Desmet praat enkel na wat Van Thillo hem op de mouw heeft gespeld. De functie welke die laatste bekleedt, is dan ook al langer onduidelijk. Hij loopt er zo een beetje bij, draagt een leesbril, schrijft stukjes over wijn en allerhande en duikt vooral op in ontiegelijk veel andere media. Luc Van der Kelen valt ongeveer in dezelfde categorie. Laatst werd hij nog bejubeld in De Morgen omdat hij het goddomme had aangedurfd een opiniestuk tegen de doodstraf te schrijven in Het Laatste Nieuws. Dat was heel wat, blijkbaar. Voor mij was het vooral een verassing dat er iemand überhaupt nog aandacht had voor wat er precies in die vod te lezen staat. Net als Desmet liet hij zich maar wat graag in een studio van de publieke omroep interviewen over de genialiteit achter het plan om De Morgen te pluimen. Opiniemakers, noemen ze zichzelf, maar nemen meer de functie van dweil waar dan wat anders. Vanzelfsprekend is het voorstel van Paul Goossens om hoofdredacteuren te laten verkiezen door de redactie, meer dan nodig om de boel te redden.

Een ander punt moet ook worden aangestipt. De overname van PCM door De Persgroep, wordt nogal makkelijk weggezet als een geheel andere zaak dan de sanering bij De Morgen. Dat is echter larie en apenkool. Het geld dat Van Thillo uittrekt om zijn kinderdroom waar te maken, heeft hij namelijk onder andere dankzij De Morgen verdiend. Wanneer geld verdiend wordt, incasseert het management. Wanneer geld verloren gaat, moet de redactie (en de lezers) daarvoor opdraaien. Zo blijkt. Deze casus duidt misschien meer dan andere de fundamentele oneerlijkheid van het zuiver kapitalistische systeem. Hoewel de krantensector recht heeft op een meer precaire behandeling, moet gezegd dat het zo in alle bedrijven gaat. Een half jaartje crisis en duizenden mensen verliezen hun baan en inkomen, terwijl de jaren voordien alle winsten aan bonussen voor het management opgingen in plaats van te worden geïnvesteerd in een reserve voor de mindere tijden. Dankzij dit trucje worden vandaag velen de armoedegrens ondergeduwd en lijkt nu ook de degelijke kwaliteitjournalistiek verloren te gaan. Van der Kelen en Desmet maakt het alvast geen ene lor uit.

De Morgen Magazine is gestopt met de rubriek Geld moet Rollen, waar allerlei stukjes reclame in een redactionele opmaak werden gegoten. Nog even doorzetten en we zijn verlost van die hele zooi, of waar de crisis wel niet goed voor kan zijn.

zaterdag 21 maart 2009

Politique de la Belgique

De twee heren die mij de laatste jaren het minst ongemoeid lieten in de Belgische politiek, zijn weer helemaal terug: Guy Verhofstadt en Yves Leterme. De eerste blinkt uit in intellect, de tweede in demagogie. Hoewel ik op de een noch de ander zou kunnen stemmen, maken ze bijzonder veel in mij los. Water en vuur, dat wel. Zo moest ik mezelf woensdag in de Vooruit temperen om het essay van Verhofstadt niet te laten signeren, net als toen ik mezelf gisteren moest inhouden wanneer mijn aversie jegens Leterme zich wel erg nadrukkelijk begon te manifesteren in mijn lichaam.

De ex-premier was te gast in De Keien van de Wetstraat, want een mens kan tenslotte niet enkel van boerenlullenteevee alleen leven. Nadat Tim Pauwels zich – volledig terecht overigens, hoewel De Standaard (AVV-VVK, blijkbaar nog steeds) anders beweerde – druk had gemaakt om de verschijning van Leterme op een West-Vlaamse regionale zender, schoof die ook bij degelijk journaille aan. De rukbaarheid die Pauwels hier zo aan gaf, maakte helaas pijnlijk duidelijk in welke comateuze toestand de journalisten van de publieke omroep tegenwoordig verkeren. Ik heb zijn gemarketeerd interview niet gezien, maar slaapverwekkender dan dat wat Kathleen Cools en Yvan De Vadder eruit wisten te halen, kan het haast niet zijn geweest. Dat lijkt een makkelijke oneliner, maar me dunkt wordt het tijd dat men zich aan de Reyerslaan eens gaat bezinnen over waar men precies mee bezig denkt te zijn. Meer dan zijn ingestudeerde en daarom net nog krommere redeneringen, wist het programma niet te bieden. De enige kritische vraag die deze sterjournalisten wisten te stellen was of Yves Leterme vond dat Guy Verhofstadt ten goede dan wel ten slechte was veranderd. Het ging dan over de nieuwe bril en snit, nadat Leterme daar een toespeling op had gemaakt. Lekker stoute vraag, Yvan, dat vindt Bracke vast erg leuk.

Het belang van een goeie journalistiek is fundamenteel. Wie daar op ingeeft, zet het licht op groen om tuig de boel te laten overnemen. Deze redenering – die blijkbaar nog steeds enkele volgelingen kent – werd aangehaald om Verhofstadt er eveneens van te betichten de serieuzere journalistiek buiten spel te hebben gezet. Hij laat enkel in zijn kaarten kijken als het om wijn en cultuur gaat, vindt het journaille. Nonsens. Verhofstadt - dezer dagen enkel lijsttrekker van de Europese lijst - nam deze week aan twee debatten deel in de Vooruit. Over Europa. Enkele weken geleden publiceerde hij bovendien een lezenswaardig essay bij De Bezige Bij. Over Europa. Hoewel al een hele tijd duidelijk is dat hij daar zijn toekomst denkt te vinden, blijven alle Wetstraatjournalisten gepikeerd achter als hij niet wil antwoorden op vragen over de nationale politiek. Het verschil in bestuursniveaus ontgaat hen kennelijk volledig. Ze pikken het niet dat Verhofstadt zich niet het bad van communautair gezeik en provincialistisch geblèr laat intrekken waar zij zich steeds comfortabeler in beginnen te voelen maar hij zich twee jaar geleden aan wist te onttrekken. Pech voor hen.

Het spel lijkt stilletjes aan weer op de wagen te zitten. Maanden van politieke misère staan ons te wachten, over begroting en beton. Deze week kregen we daar al een aardig voorproefje van te slikken. Een hele week moesten we ons ledig houden met de Fortis-commissie en haar eventuele conclusies, waarna Cools doodleuk vertelde het daar met Yves Leterme niet over te willen hebben. Ze hoopt vast op een tuinprogramma. Desondanks zal ik nog een hele tijd rond blijven lopen met de gedachten die Verhofstadt die woensdag formuleerde in de Vooruit over de onzin van identiteiten en natiestaten. Zeer lovenswaardig. Waar Leterme niet verder raakt dan gevaarlijke onzin, overstijgt Verhofstadt een hele generatie politici die zich vastreden in de dogma´s van enkele hele halve zolen. Of het nu over wijn, literatuur of politiek gaat: Verhofstadt is de grootste, en dat zal hij nog even blijven ook.

vrijdag 20 maart 2009

Foute boel

Het gaat hard in Nederland. Terwijl iedereen druk doende is over een politieke crisis – het kabinet wil het maar niet eens raken over de te nemen crisismaatregelen – blijft er maar één politicus over die het nog gegund is zorgeloos door het politieke landschap heen te fietsen. Hoewel Geert Wilders de meest beveiligde man in Nederland lijkt, gaat alles hem vooralsnog voor de wind. In de eindeloze stroom opiniepeilingen wordt zijn Partij voor de Vrijheid tegenwoordig als grootste getipt, en ook de media raken maar niet op hem uitgekeken. Hij hoeft maar een keertje te kuchen om een hele horde journalisten achter zich te krijgen die vragen of er wat scheelt. Hij begint wel erg veel weg te krijgen van een publiekslieveling.

Hoe Wilders daar in slaagt, is mij volkomen onduidelijk. Jarenlang heeft Nederland met enig misprijzen neergekeken op een Vlaanderen dat te kampen had met hardnekkige extreemrechtse aanslag. Dat was terecht, eigenlijk. Nu echter lijkt datzelfde Nederland een man die enkel en alleen bekend staat om zijn haat jegens een andere bevolkingsgroep te omarmen. Als de politieke elite – waar hij zelf maar wat graag op afgeeft – iets te verwijten valt, is het wel de luchtige manier waarop ze met zijn persoon omgaan. Het betreft hier een man die er zijn heilige missie van heeft gemaakt een hele wereldgodsdienst tot zondebok te maken, een man die bezig is een klimaat te scheppen waarin gruwelijke dingen niet langer ondenkbaar blijven. Hoewel het van Joost Zwagerman niet mag, licht de vergelijking met hoe in de aanloop naar de tweede wereldoorlog over Joden werd gesproken voor de hand. Het is allemaal tuig, volgens Wilders, en we moeten er maar zo snel als mogelijk vanaf zien te raken. Die man speelt met vuur.

Met enig afgrijzen zie ik mensen die hun stem royaal laten gelden in het publieke debat, drummen om hun respect voor Wilders uit te spreken. De lijst is ellenlang, maar deze week wilden alvast Hans Wiegel (VVD, erelid) en Felix Rottenberg (PvdA, geen erelid) eerst en vooral aanstippen hoe sterk ze Wilders als politicus vonden. Dat werd niet verkondigd als een waarschuwing om maar goed met dat verdachte sujet op te passen, maar klonk enkel als een bloemetje dat ze hem al een hele tijd wilde toe werpen. Wiegel ging nog een stap verder door in Pauw&Witteman luidop te dromen van een coalitie tussen VVD, CDA, D66 en PVV. Ze waren het dan misschien niet op alle punten eens met elkaar, maar de PVV lag in iedere geval meer voor de hand dan pakweg de PvdA. Van een erelid verwacht je toch beter dan dit soort schaamteloos opportunisme.

Jack Van Gelder, een guitige voetbaljournalist waar zelfs ik af en toe bij blijft hangen, maakt het echter nog bonter. Die vertrouwde Het Parool toe dat als hij überhaupt nog een stem zou uitbrengen, die naar Wilders zou gaan. Zo vies hebben wij het nooit moeten eten. Bij mijn weten heeft er zich in Vlaanderen nooit iemand zo openlijk tot het Vlaams Belang bekeerd. Enkel De Strangers waren even verdacht, maar dat is hen later rigoureus vergeven. Hoewel Zwagerman erg zijn best doet om verschillen te zien tussen het VB en Wilders, blijf ik me afvragen waar die dan in wezen schuilen. Het VB gaat zeker op meer punten uit de bocht dan Wilders, maar ze houden er over het meest precaire vraagstuk dat dezer tijden loopt – hoe om te gaan met migratie – quasi hetzelfde standpunt op na. De islam zal nooit te rijmen zijn met onze westerse levensopvattingen. Gevaarlijk spul. Wij hebben overigens steeds de hoop kunnen koesteren Philip Dewinter te kunnen verslaan in debatten. Iets wat ons overigens tegenwoordig lijkt te lukken. Wilders daarentegen wil zich enkel in de tweede kamer verdedigen, waar hij ondanks de dappere pogingen van Pechtold op de keper beschouwd maar weinig weerstand ondervindt. Zolang Wilders zichzelf beschouwt als anders dan alle andere (democratische) politici, lijkt me het bijzonder dom om daar zelf tegen beter weten in wel vanuit te gaan.

Als in de Efteling

Het gaat Rita Verdonk niet voor de wind. Waar ze enkele tijd geleden nog drieëntwintig zetels leek te zullen halen, wordt haar nu nog maar een zeteltje toegeschreven. Hoewel die ene voldoende lijkt voor haar persoon, valt hij maar moeilijk te rijmen met haar persoonlijke ambities. Donderdag kwam ze dan ook in De Wereld Draait Door tekst en uitleg geven over die jongste ontwikkeling, want in tegenstelling tot Wilders laat zij zich de aandacht van linksige media welgevallen. In die drang naar aandacht stoort het haar al lang niet meer om op ernstige toon over fictieve zaken te moeten spreken. Trots Op Nederland heeft namelijk nog nooit deelgenomen aan verkiezingen. De laatste keer (najaar 2006) voerde Verdonk weliswaar campagne onder eigen naam, maar stond zij nog wel op een lijst van de VVD. Daarna werd ze pas de tent uitgemikt. Alle voorspellingen die omtrent haar partij de ronde doen, zijn gebaseerd op peilingen.

In Vlaanderen wordt wel eens gemord over het belang dat gehecht wordt aan deze steekproeven. Steeds valt er wel wat op af te dingen, en zelden worden ze onderworpen aan een wetenschappelijke keurproef. Hier blijft het echter beperkt tot enkele bescheiden items in de actualiteitenrubrieken en artikels in kranten die het geld op tafel hadden gelegd voor een dergelijke rondvraag. De reden daarvoor is misschien wel makkelijk te vinden. Als we mazzel hebben, mogen we zo goed als elk jaar al-le-maal onze stem uitbrengen; Wie te kampen heeft met een overvloed aan echte verkiezingen, zou wel gek zou om geld neer te tellen voor een surrogaat. Op de gesneuvelde Stemmenkampioen na, waar we alles wel beschouwd bijzonder veel plezier aan hebben beleefd, blijft de misère die Vlaanderen met deze speeltjes al heeft gehad nogal beperkt.

In Nederland daarentegen lijkt het steeds vaker een heuse leidraad te vormen voor het politieke debat. Het was even schrikken toen het overigens Vlaamse radiojournaal een hoofdpunt maakte van een peiling die had aangetoond dat Wilders´ PVV de grootste partij in Nederland zou worden. Het enige wat daarvoor aan te stippen viel was de reis die hij naar Engeland had ondernomen enkel en alleen om afgewezen te worden, een topic waar al eerder buitensporig veel aandacht aan werd besteed. Wat voor ons een kleinigheidje bleef, was in Nederland echter bittere ernst. Daar werd plotseling bloedserieus gebikkeld over Wilders en zijn Grootste Partij van Nederland.

Het maakt een wezenlijk debat over problemen en mogelijke oplossingen steeds onmogelijker. Elke stelling of argument dat wordt geponeerd kan, nog voor het tot een diepgaand debat heeft kunnen leiden, afgemeten worden aan de procenten die het op de polls doet verschuiven. Het onwetenschappelijke karakter van deze gegevens wordt daarbij niet meer aangehaald in gesprekken waarin men politici dwingt te reageren op de laatste veranderingen in het politieke landschap. Malaise troef. Spektakel levert het daarentegen wel op. Geert Wilders en Alexander Pechtold – twee politieke leiders die in de tweede kamer een relatief bescheiden fractie voorzitten – krijgen daarenboven veel meer aandacht dan ze eigenlijk verdienen, enkel en alleen omdat ze het in die opiniepeilingen zo goed doen. Daarmee wordt het een selffulfilling prophecy, waarbij niet een argumentatie maar betwistbare resultaten beslissen wie aan de winnende hand is. Niet meer wordt er geredeneerd in termen van ideologieën en ideeën, maar wel over op welke manier die peilingen te bespelen vallen en te winnen. In dat kader is het logisch dat mensen die simpele oplossingen lijken te hebben, de beste resultaten boeken. Diepgang is bovendien onnodig want elke week biedt er zich wel weer een andere zaak aan waar de bevolking en dus ook de politici zich ledig mee dienen te houden. Wie faits divers negeert, valt af. Meer dan de ivoren torens waar de politieke elite volgens sommigen in placht te vertoeven, zou dit wel eens de populistische partijen dat laatste zetje kunnen geven waarmee ze het hele systeem onderuit kunnen halen. Maar leuk zijn ze wel, die peilingen.

vrijdag 6 maart 2009

Commie, homo-loving sons-of-guns

Nu Bart De Wever alomtegenwoordig is in de media, is hij misschien tot inkeer gekomen, maar er is een tijd geweest dat hij niet te spreken was over deze sector. Het gaat nou niet over de eerdere beslissing van zijn partij om niet dienst te doen als entertainment, die hij welhaast dagelijks met voeten treedt, maar om zijn analyse dat het publieke debat veel te links georiënteerd is. Zoals de meeste van zijn opmerkingen, klinkt dat bijzonder aannemelijk, maar overstijgt het bij nader inzien de waarde niet van goed geproduceerd entertainment;

Deze week las ik De Gedroomde Samenleving van Willem Schinkel. Ik hou er niet zo van om persoonsnamen en titels zo prominent aan bod te laten komen, maar met deze vermelding heb ik niets anders dan de bedoeling hem door zoveel mogelijk mensen gelezen te krijgen. Schinkel is theoretisch socioloog en beschrijft in deze wetenschappelijke publicatie die leest als een pamflet, hoe het integratiediscours de voorbije jaren in Nederland is geëvolueerd. Nou, vrolijk word je er alvast niet van. De jaren waarop wij collectief terugkijken als wanneer links tot inkeer kwam, legt hij uit als momenten waarop rechts wat jargon betreft de boel definitief over nam. Wie enkel een rechts jargon voor handen heeft om zijn visie in uit te drukken, kan ook enkel tot rechtse oplossingen komen, betoogt hij. Ik schets zijn conclusies kort (door de bocht), want voorzie dat jullie allen het boekje (160 paginaatjes, daarvoor kan je het niet laten) zullen lezen. Over deze kwalijke veranderingen zwijgt De Wever vanzelfsprekend zedig als hij weer eens afgeeft op die alles verterende linkse elite.

Wat mij vooral frappeert als ik naar het publieke debat kijk – en daar gaat het nou om -, is de regelmaat waarmee steeds weer dezelfde mensen terug keren. Zonder aan complottheorieën te willen gaan, lijkt er wel een poel van pakweg vijftig mensen die door iedereen voor intelligent worden aanzien te zijn waar elke talkshow of krantenbijlage uit dient te putten. Velen zijn zelf journalist, en van anderen is de herkomst steeds onduidelijker geworden. Rik Torfs is daar een mooi voorbeeld van. Hoewel enkel gepromoveerd op het kerkelijk recht, klinkt zijn stem in het debat over welk onderwerp dan ook even luid als eender welke. Er valt inderdaad niet te ontkennen dat quasi al deze mensen van oudsher min of meer links georiënteerd zijn. Op enkele gedoogde eenzaten na, passen ze allemaal in het paars-groene keurslijf. Een ramp is dat allerminst, maar je kan je voorstellen dat Bart De Wever zich er dood aan ergert.

Over deze groep mensen die de hele Vlaamse bevolking elke dag weer een opinie poogt aan te smeren, vallen daarentegen interessantere dingen te zeggen. De schandelijke ondervertegenwoordiging van de academische wereld hierin, bijvoorbeeld. Hierbij grijp ik mijn kans om Willem Schinkel nogmaals de revue te laten passeren. Over de aandacht die hij kreeg omtrent zijn publicatie, kan hij werkelijk niet klagen. Hij kreeg zowaar een eigen Zomergasten waarin hij zijn theorie haarfijn mocht uitleggen. Op die manier werd hij weliswaar gehoord, maar ook meteen weer vergeten. Wie in het integratiedebat op zoek gaat naar restanten van wat hij ons heeft geleerd, zal onherroepelijk van een kale reis weer moeten keren. Niemand lijkt na akte te hebben genomen van zijn denken, over te zijn gegaan tot een broodnodige reflectie. Ook die poel intellectuelen is onderhevig aan een (rechtse) onderstroom in de samenleving waar nu eenmaal niet aan te ontkomen valt als je dagelijks analyses en opiniestukken aan moet leveren. Ook zij staan niet los van een algemeen wel- of onbehagen dat leeft, ongeacht op wat deze gebaseerd zijn. Door de afwezigheid van academici wordt niemand er ook op gewezen en kan de trein rustig verder razen, hoe dicht hij het ravijn ook nadert. Een ander voorbeeld in deze is Bea Cantillon. Hoewel zij professor in de sociologie – en barones! – is, en in die hoedanigheid onderzoek heeft verricht naar de organisatie van de welvaartstaat in België, worden haar conclusies amper gehoord als men deze helemaal om wil gooien. Ook toen het communautaire debat deze onderwerpen aandeed, werd zij maar zelden geraadpleegd. Deze mensen, die geacht worden fundamenteel onderzoek te verrichten, wars van alle perceptie en vooringenomenheid, zijn schijnbaar vervangen door anderen, die enkel beschikken over de informatie die tot zowat iedereen komt. Zij staan midden in de wereld en declameren hun gelijk alsof ze daarentegen de boel van bovenuit gadeslaan. Zo gaat de consensus die in het publieke debat wordt bereikt, steeds meer lijken op een afkooksel van wat rechts – waaronder Bart De Wever – ons zo halsstarrig probeert op te dringen.

Een ander punt dat de laatste tijd opvalt als je het debat volgt, gaat mijns inziens ook in tegen de hypothese van De Wever. Het lijkt er op dat de term socialisme helemaal hetzelfde lot beschoren is als dewelke het woord communisme enkele tijd geleden is ondergaan. Waar die in de slipstream van de val van de muur werd verwezen naar de prullenbak, wordt ook het socialisme steeds meer en meer gemeden. Voor alle duidelijkheid gaat het nu om de woorden. Hoewel de praktijk anders leert, hoeft er niet per se een verband te zijn met de ideologie an sich. Als Obama uitgescholden wordt voor socialist, lachen we nog wel meewarrig als vanouds, maar wanneer Bert Anciaux het woord niet over zijn lippen krijgt, hoewel hij in een partij zit die er naar is vernoemd, maakt niemand daar een probleem van. De partijleiding, die sowieso al een tijdje geleden dezelfde toer opging, al helemaal niet. Ook dit strookt absoluut niet met het debat dat in de academische wereld gevoerd wordt, waar deze twee woorden door iedereen worden aanzien als volwaardige ideologieën. Steeds vaker wordt een gehele discussie – van links tot rechts – beheerst door populistisch discours, waar enkel rechts haar slag mee kan slaan. De aanname dat het debat aangevoerd wordt door halve communisten, is niets anders dan hier een voorbeeld van.

dinsdag 3 maart 2009

Voor u alvast gekozen

Eindelijk blijkt er ook een vrolijke kant aan het ritueel der lijstvorming te zitten: Bert Anciaux raakt hoogstwaarschijnlijk niet meer verkozen. De plek van lijstduwer bij de effectieven die hij op de Europese lijst zal bezetten, is volgens velen zelfs hem te hoog gegrepen. De zelfgenoegzaamheid waarmee hij deze opmerkelijke ontwikkeling in zijn politieke carrière kwam toelichten in Ter zake, doet vermoeden dat het een zelfgekozen beslissing is. Bert Anciaux stapt – zoals enkele geruchten al eerder tierden – uit de politiek, of zet in elk geval een stapje terug. We kunnen er maar wel bij varen.

De redenering die hij aanhaalde om zijn keuze voor Europa – hoewel hij eveneens benadrukte dat Vlaanderen zijn core business blijft – te staven, is interessant. Niet omdat zo weer een doodlopende kronkel in het denken van Anciaux wordt blootgelegd, maar omdat zij tekenend is voor een grotere groep politici. Niet gaat hij dus op de lijst staan omdat het Europese parlement zijn hart heeft gestolen, maar wel omdat hij een referendum over zichzelf wil organiseren. Wanneer hij op een Vlaamse of Brusselse lijst zou gaan staan, zouden enkel mensen uit zijn kiesdistrict hem te kennen kunnen geven hoe tof ze hem nog wel vinden. En dat is Anciaux te min. Hij wil weten wat het gehele Vlaamse volk van hem denkt – over Walen werd er vooralsnog in alle landstalen gezwegen – en dat kan enkel op de Europese lijst. Kort gezegd is Anciaux zo´n beetje enkel en alleen in zichzelf geïnteresseerd, zeg maar.

Ook Steven Vanackere – een christendemocraat die wij geacht worden op handen te dragen – hanteerde ongeveer dezelfde argumentatie. Hij zal straks op de Brusselse lijst van zijn partij postvatten, hoewel hij er niet aan denkt zijn federale kabinet op te doeken. De reden waarom hij in die Brusselse verkiezingen wil figureren, is omdat ook Vanackere wil kijken hoeveel hij nog waard is. Naar eigen zeggen vindt hij het noodzakelijk de kiezer nu om zijn mening te vragen rond de persoon Vanackere. De vorige keer – tijdens de Vlaamse verkiezingen in 2004 – ligt daarvoor te ver achter ons. Aangezien Vanackere nog niet de kans kreeg wat noemenswaardigs uit te vreten op het nationale niveau, zou je kunnen stellen dat hij op een Brusselse lijst staat om te vragen wat men van hem vond als Vlaams minister, om vervolgens verder een federaal ambt te bekleden. Wie hem de komende maanden in een debat hoort zeggen dat we het niet over het communautaire mogen hebben omdat dat een ander beleidsniveau betreft, mag hem hebben.

Partijen stellen lijsten samen waarmee ze het best denken te kunnen scoren, en kijken daarna wel wie precies waar moet gaan zetelen. Dat is onkies ten opzichte van de kiezer, omdat die door de bomen het bos niet meer dreigt te zien, maar ook ten aanzien van het beleid. Nu parlementsleden door de band enkel nog maar dienen om de partijlijn uit te dragen, maakt het inderdaad niet zoveel meer uit wie waar zit. Ministers daarentegen – waar even ontnuchterd mee wordt gegoocheld – hebben baat bij enige expertise. Expertise die verloren gaat als iedereen zich bij elke verkiezingen schrap moet zetten en maar best alvast een verhuisfirma contacteert.

Jo Vandeurzen maakt het nog iets bonter en probeert ook de rechterlijke macht buiten spel te zetten. Hoewel in theorie een mogelijke veroordeling hem nog steeds boven het hoofd hangt, besliste hij het lijsttrekkerschap voor de Limburgse lijst te aanvaarden. Vandeurzen is er namelijk van overtuigd dat uiteindelijk de kiezer (en dus niet het gerecht of een onderzoekscommissie) over zijn lot moet kunnen beslissen. Hij meent het waarschijnlijk goed, maar spreekt daarmee ongeveer dezelfde formuleringen uit als die de kopstukken van het toenmalige Vlaams Blok hanteerden na hun veroordeling voor discriminatie en racisme. Wel is Vandeurzen van plan effectief te zetelen, wat wij in deze context als een toegift moeten beschouwen.

Als laatste – over de keuze van Groen! zwijg ik want ik zou werkelijk niet weten wat we daarmee moeten aanvangen – vonden ook de liberalen het nodig de campagne met enig vuurwerk op gang te trekken. Als de wijze waarop de partijtop de eigen interne en felbegeerde burgerdemocratie aan de kant schoof een voorsmaakje is van hoe zij het zaakje de komende vijf jaar willen aanpakken, breken spannende tijden aan.

zondag 1 maart 2009

Van hetzelfde bevlekte laken een pak (essay, °essayer)

Nu in Vlaanderen de eerste zwarte zondag bijna twintig jaar geleden een prille burgerdemocratie op haar grondvesten deed daveren, is het misschien tijd om de rekening op te maken. Het Vlaams Blok (de naam die nog steeds het best de lading dekt) mag dan geen enkel wetsvoorstel of decreet hebben kunnen realiseren, niemand zal ontkennen dat deze partij de samenleving een definitief ander aanschijn gaf. De vergelijking met de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders ligt voor de hand, hoewel zij niet in een en dezelfde adem mogen worden genoemd. Parallellen zijn er wel, en die ogen als steeds zinvol. Nu er Europese verkiezingen op til zijn waarbij de PVV veel kans maakt een grote sprong voorwaarts te maken, en het VB wel eens een terugslag zou kunnen kennen, moeten die ook maar eens getrokken worden. Trots op Vlaanderen, misschien.

Waarbij Wilders zich echter lijkt te beperken tot het demoniseren van de islam en verder zijn mosterd blijft halen bij zijn liberale voorgeschiedenis, ziet het Vlaams Blok toch eerder elders de klepel hangen. Ontsproten uit de Vlaams-nationalistische volksbeweging en openlijk neonazistische organisaties, houdt deze partij er een over de gehele lijn oerconservatief maatschappijbeeld op na. Het valt moeilijk te zeggen aangezien dit soort politici veeleer met de wind mee praten dan wat anders, maar onder andere de vrouwen en homoseksuelen, de bevolkingsgroepen voor wie Wilders zegt te strijden, zouden dekking moeten zoeken in de samenleving waar het VB voor staat. Nog niet zo gek lang geleden pleitten zij in hun programma voor een vrouw aan de spreekwoordelijke haard, en holebi´s moeten nog steeds niet rekenen op gelijke rechten. Hoewel de PVV deze bevolkingsgroepen totnogtoe ongemoeid laat, ijveren zij wel allebei voor een even schrikbarend en discriminerend beleid als het op moslims aankomt. Wilders minder gevaarlijk omschrijven als Dewinter omdat hij enkel op een geloofsgroep inbeukt en verder andere doorgaans verdachte sujetten met rust laat, zou hypocriet zijn. Van hetzelfde bevlekte laken een pak, dus. Ook de toon die zij aanslaan in het publieke debat en de plek die zij met veel bravoure bekleden in het partijlandschap, is identiek. De manieren waarop wij met hen omgaan, zijn daarentegen fundamenteel verschillend.

Het Vlaams Blok werd in de jaren negentig met weerzin en afschuw onthaald. Hoewel deze partij al geruime tijd aan het oppervlak sluimerde, werd zij toen pas echt een onafwendbaar probleem. Het sfeertje waar het VB in groot werd en de mensen waar zij een stem aan verleende, maakte bang. Dit noopte de democratische partijen tot het sluiten van het alom bekende cordon sanitaire. Twee eerste pogingen waren nodig om dit beginsel op 19 november 1992 uiteindelijk omgezet te krijgen in een werkelijke resolutie. De doorbraak van het VB in ´91 – waarbij zij in het federale parlement van twee naar twaalf zetels sprongen -, die betreurde eerste zwarte zondag, lag nog vers in het geheugen en de schrik zat er danig in. Hoewel enkele partijvoorzitters (van N-VA en LDD, niet toevallig beide ter rechterzijde) tegenwoordig maar wat graag verkondigen dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen samenwerking met deze ondertussen noodgedwongen van naam veranderende partij, en daarmee het pact opbliezen, is het tot op heden nog tot geen enkele beleidsovereenkomst gekomen. Die naamswijziging kwam er na een veroordeling voor discriminatie en racisme – Geert Wilders legt maar best al een lijstje nieuwe roepnamen aan. Ook de media hebben er een soortgelijke relatie opzitten met het VB. Waar zij vroeger haast werd dood gezwegen, wordt ze nu door velen gezien als een partij als alle andere. De publieke omroep hield er een hele tijd dezelfde omgangsvormen op na (volgens sommigen om de partij klein te krijgen) maar is nu weer bij af. Het VB wordt enkel op het scherm getolereerd als het – nou ja – niet anders kan.

Deze strikte manier om met een partij om te gaan die toch een aanzienlijk deel van de stemmen haalt, wekte vaak opzien in het buitenland. We waren al verdacht omdat we überhaupt te maken hadden met zo´n gruwel, en maakten ons dat nog meer door blijkbaar niet met zuivere beleidsdaden af te kunnen rekenen met hen. Misschien is dat terecht. Je kan niet verwachten dat elke buitenstaander zich zo verdiept in je samenleving dat hij ook oog krijgt voor de nuance die sommige leden ervan weldegelijk eigen is. In the end telt enkel de stem van de meerderheid, en we kunnen er niet omheen dat die in Vlaanderen bij momenten een erg gore bijklank heeft. Toch was dat geen reden om deze tactiek, die uiteindelijk enkel stoelt op ethische uitgangspunten, zomaar bij het vuilnis te zetten. Je mag het kind niet met het badwater weggooien. Hoewel het cordon sanitaire vaak wordt aangeduid als een ondemocratisch instrument, was het niet meer dan een overeenkomst tussen alle politieke partijen om niet met het VB samen te werken. Je zou kunnen zeggen dat zij er allemaal toevallig hetzelfde over dachten. Daar was overigens alle reden toe, want het programma van die partij is bepaald geen lolletje. Het zou misschien zelfs oneerlijker zijn geweest voor te wenden dat er wel mogelijkheden waren tot samenwerking.

Een andere reden waarom dat verdomde cordon sanitaire zinvol blijft, is veel minder omslachtig. Het heeft zijn effectiviteit namelijk bewezen. Dat heeft – toegegeven – even geduurd, maar de vruchten zijn ernaar. Bij de laatste federale verkiezingen verloor het VB alvast een zetel, en in 2006 ging zij significant achteruit in – pakweg – Antwerpen toen er voor de gemeenteraden mocht worden gekozen. Die laatste resultaten zijn belangwekkender dan de eerste omdat er toen nog geen sprake was van een andere populistisch alternatief. De lijst Dedecker moest nog worden opgericht toen het Vlaas Belang eindelijk in haar schijnbaar eeuwigdurende opmars werd gestopt. Ook de vermeende problemen lijken momenteel groter dan ooit, dus beleidsmensen hoeven zich eveneens niet op de borst te kloppen. De hoofdreden – er zijn er vele – ligt daarentegen bij dat cordon. De uitzichtloze situatie waar het VB zo in werd gedrongen, deed kiezers overstag gaan. Hoe diep je ongenoegen ook gaat, het VB zal daar op geen enkele manier iets aan kunnen veranderen. De partijleiding kan nog zo trots zijn op haar onverzettelijkheid, het verandert geen sikkepit aan de situatie van haar kiezers. Dat doet de moraal wel eens kelderen.

Hoewel nu ook Nederland ten prooi lijkt te vallen aan dergelijke praktijken, blijven de twee samenlevingen in wezen erg verschillend. In Nederland is er nooit iets aanwezig geweest als wat ik de communautaire bonus zou willen noemen, waar populistische politici op zouden kunnen teren. Het VB heeft steeds de mazzel gehad om elk probleem dat rond financiën draaide af te kunnen serveren met een verwijzing naar de gigantische bedragen die zij bezuiden de taalgrens zouden gaan halen, als ze eraan mochten. Binnen de Randstad valt er enkel te foeteren op onverstaanbare Friezen, maar van kwaadwilligheid kan je die niet verdenken. Het was dus wachten op een Rotterdamse relnicht om de bom ook in het gezicht van de Nederlandse elite te doen ontploffen. Daar ging die wereldberoemde tolerantie, en er zou bloed om vloeien ook. Het ging plots hard boven de moerdijk, en wat overbleef was een ontwrichte samenleving die maar met moeite twee politieke moorden verwerkt kreeg. Ook dat beeld werd met stijgende regelmaat in de alles verterende buitenlanden opgehangen. Het gat dat na de dood van Fortuyn gaapte, schreeuwde om opgevuld te raken. Je kan er toeval in zien dat Geert Wilders daar met zijn gebetonneerd kapsel in lijkt te slagen. Voor hetzelfde geld was er een kleine dikke met een snor in die beerput gesprongen. Rita Verdonk scharrelt met wisselende gretigheid in zijn zog, hoewel zij nooit de ranzigheid zal kunnen uitdragen waar het kokette burgervrouwtje soms van droomt. Wie er ook de dis uitmaakt in het extreemrechtse kamp, Nederland hinkt willens nillens bij wat het populisme aangaat en daar lijkt vooralsnog maar weinig aan te veranderen.

Enkele kanttekeningen zijn hier weliswaar meer dan nodig. De kans is bijvoorbeeld bijzonder groot dat Nederland nooit de klappen zal krijgen die Vlaanderen ooit te verduren kreeg. Dat draait in de eerste plaats niet om de communautaire donderwolken die op gezette tijden samenpakken boven het Vlaamse landschap, maar om het voordeel dat Nederland haalt uit de SP. Zonder daarvoor in te moeten gaan op politieke voorkeuren van wie dan ook, behoeft het maar weinig inzicht om te beseffen dat een samenleving met die partij beter af is dan met populistisch rechts aan zet. Hoewel ook zij deze kwaal af en toe (onterecht) wordt verweten, staat deze partij voor een programma waar niemand zich om hoeft te schamen. De radicale keuzes die zij daarvoor maakt, spreken bovendien een deel van de bevolking aan dat in Vlaanderen hoegenaamd niet bediend wordt. Waar er in Nederland een volwaardig links alternatief is voor wie Wouter Bos een lulletje rozenwater vindt, blijft de Vlaamse kiezer die het op zijn heupen krijgt van het nietszeggende gekreun van Caroline Gennez verweesd achter. Ter linker zijde alleszins. Het Vlaams Belang en sinds kort dus ook de lijst Dedecker staan te popelen om deze (terecht) misnoegde mensen in te lijven. Dat die partijen allesbehalve oog hebben voor het lot van deze doorgaans kleine man, lijkt kiezer noch politicus te kunnen deren.

Verder vallen vooral gelijkenissen op. Hoewel het Vlaams Belang uit pure armoede claimt resultaten te kunnen voorleggen in de vorm van een mentaliteitswijziging bij de andere partijen, lijkt daar eigenlijk maar weinig van aan. De ommezwaai in het publieke debat kwam er mijns inziens zo goed als tezelfdertijd toen die zich bij de noorderburen voltrok. Daar heet de katalysator in het debat Pim Fortuyn te zijn. De ware reden lijkt mij echter elders te liggen. Deze wordt in Nederland bijzonder duidelijk als Pim Fortuyn op 25 november 2001 lijsttrekker wordt voor Leefbaar Nederland. Met deze timing komt hij pal in de slipstream van de historische aanslagen in de Verenigde Staten te zitten. Wie beseft welke invloed deze gebeurtenissen nog steeds op het leven en welzijn van een Leon De Winter hebben, hoedt zich voor het effect waar Jan Modaal tot op de dag van vandaag onderhevig aan is. Alle moslims waren plots verdacht. Fortuyn kreeg de beste omstandigheden om zijn stellingen daaromtrent te poneren en het Vlaams Blok om haar gelijk op te eisen. Beide gaat het plots wel erg voor de wind. De traditionele partijen konden niet achter blijven, en ook zij verhardden het gebezigde jargon. Aan eigen oplossingen wordt nog steeds maar met mondjesmaat gedacht.

Een groter verschil tussen beide samenlevingen dan de manier waarop er rond maatschappelijke problemen wordt gehandeld, lijkt de wijze waarop men met de partijen die deze onderwerpen bezetten omgaat. Zoals eerder vermeld koos Vlaanderen voor een ietwat radicaal aandoende strategie. We probeerden ze te verzwijgen, en ontkenden ze waar nodig. In Nederland lijkt daarentegen net het tegenovergestelde aan de hand. Politici staan te trappelen om met Geert Wilders het debat aan te gaan, en media zien hem als een geschenk uit de hemel. Soms moet je wel blij wezen om zijn beslissing om niet naar linksige actualiteitenrubrieken te komen, of de kans zat erin dat we elke avond naar Wilders´ praatjes zouden moeten luisteren. Vlaanderen heeft daarentegen tot nader orde nog steeds een krant die principieel geen interviews publiceert met extreemrechtse kopstukken. De tegenstelling was laatst het hevigst toen Wilders Groot-Brittannië niet in mocht. Waar de politieke leiders van Groen-Links, VVD en SP in Buitenhof voor de meest groteske formuleringen vochten om deze schanddaad aan de kaak te stellen, leek er in Vlaanderen een compromis heersend dat die weigering maar goed was zo. Tuig hou je het beste buiten. Ook toen Wilders een proces werd aangespannen, reageerde men zowat geheel tegengesteld als toen Vlaanderen eindelijk het hare mocht voeren tegen het VB. Wanneer Jan Mulder dan in De Wereld Draait Door beweert dat Wilders eigenlijk au fond gelijk heeft – al is het maar omdat die man alles doet om de lachers op zijn hand te krijgen -, behoort hij wel zeker tot het meubilair van elke Nederlandse huiskamer.

Vrijblijvend vitten op een collega-politicus zonder daar enige consequentie aan te willen verbinden, maakt hem tot gelijke. Dat beeld is funest voor een democratie die overeind probeert te blijven. Zo creëert de Nederlandse elite een probleem dat Vlaanderen schijnbaar heeft kunnen afslaan. Na decennialang geroep en getier, werd duidelijk dat het Vlaams Belang niets verwezenlijken kon. Hoe hard je ook wilde protesteren door op die partij te stemmen, er veranderde toch niets. Dat deed kiezers de voorbije jaren terugkeren naar nette partijen, en nu naar LDD, die weliswaar ook een populistisch discours hanteert maar evenwel wenselijker blijft dan het VB. Wilders of Verdonk, dat is het zo een beetje. Wat niet gelijk staat aan de pest of de cholera. Wie daarentegen die eerste blijft behandelen als eender welke, loopt kans nog vele jaren een publiek debat te moeten voeren dat al bij voorbaat gewonnen is door iemand die erg hard schreeuwt maar niets zegt. En daar schiet niemand wat mee op.

dinsdag 24 februari 2009

Objectief debat

U bent voor kernenergie want u hebt werkelijk een pesthekel aan uw kleinkinderen.

U bent tegen kernenergie want u denkt dat die drieogige vissen uit The Simpsons ook ons te beurt kunnen vallen.

U bent voor kernenergie want de folklore rond (wind)molens hangt u al jaren de keel uit.

U bent tegen kernenergie want dat zou ervoor zorgen dat de inwoners van Doel gedwongen worden te verhuizen.

U bent voor kernenergie want de preventieve medicatie die u krijgt als u in de buurt van een centrale woont, vindt u best te smaken.

U bent tegen kernenergie want die Irakezen zijn nog steeds voor geen haar te vertrouwen.

Gepoppollder

Ik plande eerst een beschouwend sentimenteel stukje te schrijven over ik die me vast hecht aan allerhande dingen en vooral over andere mensen die dat nog veel erger doen, maar dat laten we maar zo.

Ik hou van HUMO, kan ik er wat aan doen. Helaas wordt het elk jaar een beetje pijnlijker om hun pop polls te zien worden uitgereikt. Je zou het blad kunnen vergelijken met de andere socialistische partij, maar dan omgekeerd. Bij de sp.a is de top naar het centrum opgeschoven en is de basis achtergebleven. Bij HUMO is de redactie ongeveer blijven zitten op de plek waar ze al decennialang zaten, maar is hun lezerspubliek een groter deel van het centrum gaan bezetten. Dat levert schrijnende taferelen op als er onder de noemer van het blad prijsjes worden uitgereikt die enkel en alleen door de lezers worden bepaald.

Vorig jaar was het al hevig schrikken toen Yves Leterme de medaille kreeg voor – terecht dreigend klinkend tromgeroffel – bekwaamst politicus van het jaar. Deze prestatie deed hij merkwaardig genoeg dit jaar, na geen enkele noemenswaardige verwezenlijking en een vermeende schending van de scheiding der machten, nog eens over. De vanzelfsprekendheid waarmee hij deze twee opeenvolgende jaar eveneens tot lul en nu ook tot ergerlijkste politicus werd gekroond, maakt dat niet goed. Tenzij Leterme de bussen bejaarden waar Bob Cools vroeger mee aan de haal ging naar een cybercafé heeft gereden, moeten er dus lezers van mijn lijfblad zijn die het onding nog steeds enige capaciteiten toedichten. Een mens vraagt zich af waar ze dat dan precies menen te lezen. Niet uitgesloten kan worden dat een hele sociale klasse die net onder degene zit waar het courant is HUMO te lezen, zich het blaadje aanschaft enkel en alleen om een opstapje te vinden op de sociale ladder maar er verder geen jota van begrijpt. Begrip is hier gepast, maar het frustreert wel. Nog droeviger word ik als quasi elk jaar de trofee voor vrouw van het jaar naar eentje uit de sport gaat. Alsof vrouwen elders nog steeds niets voorstellen. Het werd Tia Hellebout, maar ik zat met Hillary Clinton in mijn hoofd. Ook de komende vier jaar moet zij onder een president werken in plaats van zelf de plak te mogen zwaaien, maar haar prestaties blijven groots. Man van het jaar: Obama. Daar kon zelfs het doodgeverfde lulletje rozenwater Eric Van Looy vreemd genoeg niet omheen.

Verder schuiven de winnaars steeds meer op naar een nietszeggende mainstream waar absoluut niet interessants te halen valt. Beste boek (mijn stokpaardje) ging zo naar het enige maar daarom niet minder vervelende boek dat gratis bij HUMO had gezeten: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Nou ja. Als het om muziek gaat, wil ik wel mijn mond houden, maar daar valt het zelfs mij op dat elk jaar weer plus minus dezelfde met de prijzen gaan lopen. Verder: Canvas, Studio Brussel, Kamagurka, Paul De Leeuw,…niets nieuws onder de zon.

De categorieën waar altijd wel wat mee te lachen valt omdat ze daarom ook zo bedoeld zijn, bleken dit jaar ook een treurige aangelegenheid. De bekroning voor meest ergerlijke teeveepresentator bleek te zijn afgeschaft (enkele tijd geleden al) omdat sommige mensen daar te erg onder leden. Ben Crabbé was naar het schijnt bijzonder pissig om zijn terechte overwinning in deze categorie, waarmee hij de laatste (en voor mij eeuwige) winnaar werd. Dan maar wat anders: Wie zou u het liefst niet uit de kleren zien gaan? Een onderscheiding die wel bedacht leek te zijn voor de winnaar van dit jaar – Bart De Wever -, zodat hij eindelijk ook eens genodigd naar de uitreiking kon komen. Voor kans te maken op lul van het jaar wordt hij nou eenmaal tegen wil en dank steeds te licht bevonden. De aanwezigheid van Bart De Wever is helaas al een hele tijd niet meer om te lachen. Te pas en te pas duikt hij al een hele tijd overal op met zijn gestileerd cynisch smoelwerk, om toch maar gangbaar te worden bij het volkje dat zijn naam doorgaans in conversaties uitspuwde. Het lijkt hem wonderwel te lukken. Als dan blijkt dat de tegenwoordige HUMO-lezer het liefst van al de belastingen wil zien afgeschaft, is de malaise totaal. Populisme troef, blijkbaar.

Enkel Miet Smet en Wilfried Martens als meest romantische koppel van het jaar waren meer dan terecht. Al is het maar omdat dan zeker is dat Martens nooit meer terugkeert naar de nationale politiek.

donderdag 19 februari 2009

Rood zonder watdanook

Wat was het gisteren gezellig in de Vooruit! Die was haast helemaal volgelopen ter gelegenheid van de presentatie van Rood zonder roest, het boek dat een einde moet stellen aan het vacuüm waar het socialisme en meer bepaald de andere socialistische partij zich momenteel in bevindt. De mensen in de zaal waren allemaal netjes gekleed en roken erg fris, wat toch meteen een pak scheelt op narigheid als het over het socialisme gaat. Ook Kathleen Cools was van de partij.

Het boek bestaat uit zevenentwintig teksten, waarin door telkens andere academici een blauwdruk wordt gegeven van een andere deel van de sociaaldemocratische samenleving. Daar valt ongetwijfeld wel wat op af te dingen, maar geen zaken die momenteel aan de orde zijn. De drie teksten (over sociale zekerheid, armoede en waarden en normen) die gisteren alvast onder de loep werden genomen, vielen erg te pruimen. Ook aan het engagement van de auteurs viel niet te twijfelen. (Eentje sprak ons toe als Kameraden! De melancholie!) Enkel de tekst van de hand van onder andere John Crombez werd zodanig technisch dat die wel erg veel op het programma van de sp.a daaromtrent ging lijken. Toen het idee van het boek ontstond was hij dan ook nog volledig academicus, nu volledig politicus. Maar goed, het mocht plots weer over armoede gaan, wat toch een thema is dat door de sp.a de laatste tijd werd genegeerd. Een mooi wederzien was dat. Een avond, met andere woorden, om nooit meer te vergeten. Met op de achtergrond heel zachtjes De Internationale spelend.

Een hoofdreden waarom iedereen zo in zijn socialistische sas de zaal verliet, was omwille van de zogenaamde tegensprekers, uitgenodigd om de boel een beetje op te leuken. Zij moesten voor tegengewicht zorgen, sprak Kathleen. Koert Debeuf mocht die taak als eerste tot een goed einde proberen te brengen, door te stellen dat de liberalen en socialisten grosso mode hetzelfde dachten wat de organisatie van de sociale zekerheid betrof. Dat vonden we al geestig. Hij voegde er ook nog enig gewauwel aan toe over nieuwe inzichten en oplossingen, wat de eveneens voor de vrolijke noot ingehuurde Marc Reynebeau deed besluiten dat er toch een verschil in prioriteiten is. Ze willen het allebei, alleen wil de ene het wat harder dan de andere. Nou, die was afgeserveerd. Maar de pret begon pas echt toen Luc Rochtus van LDD een woordje kwijt wilde over het armoedebeleid. Na enkele omslachtige dankbetuigingen en plichtplegingen, concludeerde hij dat enkel de vlaktaks redding kon brengen en – als toetje – dat het soms interessanter is om van op een berg naar het bos te kijken dan er midden in te staan. Jawel, dat ging nog steeds over het armoedebeleid van de LDD. Te hopen valt dat Jean-Marie Dedecker dit nooit te weten komt, want harder kan je niet ingaan tegen de stelling van hem als dat die partij er een is die de gewone man terug een stem wil geven. Anders vliegt hij, neem ik aan. Hij kon gisterenavond daarentegen nog rekenen op lachsalvo´s vanuit de zaal – waar hij waarschijnlijk van genoot. De boeman was gevonden. Zo werd het ons wel erg makkelijk gemaakt te vergeten dat Gennez in een debat met Dedecker haast steeds het onderspit moet delven. Als laatste kwam Wouter Beke aan het woord. Hoewel die het lef had Hugo Claus aan te vallen in zijn keuze voor euthanasie, denkt hij er blijkbaar nog steeds niet aan zijn mond te houden over normen en waarden. Nou, goed. Verder dan enkele wolligheden en halve waarheden raakte hij niet, waardoor ook dat varkentje erg makkelijk gewassen was.

Iedereen verkeerde zo naderhand in een roes al was het socialisme weer de superieure ideologie, toen Jan Callebaut en Steve Stevaert een slotwoord mochten uitspreken. De eerste kwam aanzetten met een powerpoint waaruit bleek dat tegenwoordig enkel nog mensen op de sp.a stemmen die – nou ja - het best vallen te omschrijven als kaviaarsocialisten. Hoewel merkbaar minder, ging ook daar een lachbui overheen. Sommigen hebben het blijkbaar nog steeds niet begrepen. Als toegift mocht Stevaert, die nog steeds spreekt alsof hij vijfentwintig procent van de stemmen haalt, nog een laatste keer komen pleiten voor progressieve samenwerking. Ook dat is blijkbaar nog steeds het devies, hoewel de vaagheid die dit oplevert de partij in 2007 enkel nog een verpletterende verkiezingsnederlaag opleverde. Hij stal met zijn daverende speech de avond. De hoop die de andere sprekers terug wisten te brengen, lijkt zo misschien achteraf toch nog ijdel. Caroline Gennez bleek er vanavond in Ter Zake alvast niets van te hebben begrepen en is vast besloten verder te doen op haar fantastische elan.

zaterdag 14 februari 2009

Red De Morgen, maar dan echt

Eind vorig jaar raakte bekend dat vele kwaliteitsmedia de komende maanden journalisten aan de deur zouden zetten. Een storm ging hier over heen, Kris Peeters probeerde er een slag uit te slaan, maar ook dit item werd naarmate de uren vorderde verdrongen door andere gespreksonderwerpen. In een samenleving waar iedereen zijn eigen hoogst persoonlijk crisis lijkt door te maken, is er weinig kans op doorpakken.

De Morgen, de krant die ik sinds jaar en dag lees en waar ik net als vele andere lezers erg gehecht ben aan geraakt, kreeg de meest rake klappen. Ook bij de snobs van De Standaard vielen spaanders, maar bij De Morgen zouden bijna een op de vier journalisten moeten vertrekken. De verkoopcijfers van deze krant stegen de laatste tijd het sterkst, maar dat is blijkbaar volgens sommigen een andere zaak. Je moet een aardige dogmaticus zijn om te geloven dat het gat dat hiermee onvermijdelijk zal worden geslagen opgevuld kan raken met andere initiatieven die genomen worden onder de hoede van de vrije markt. Deze afslanking zou een ramp betekenen voor het publieke debat in Vlaanderen, dat er sowieso al enige tijd beroerd aan toe is.

Wie de zaken nuchter bekijkt, ziet bij het lot van de medewerkers van De Morgen een aardige parallel lopen met dat van arbeiders uit pakweg de auto-industrie. Allemaal bedreigd door diezelfde alles verterende economische crisis, wordt dat geduid. Net als die sector, vroeg dus ook de geschreven pers om steun aan de (Vlaamse) overheid. Die is nodig om jobs die nu op de tocht staan even uit de wind te zetten, tot de crisis is gaan liggen. Tot daar volgt iedereen hetzelfde parcours dat dezer dagen nou eenmaal gevolg moet worden, wil je overeind blijven. Daarna echter slaan de journalisten van De Morgen wel een erg eigenaardige weg in. In de eerste plaats vinden zij het blijkbaar onnodig syndicale acties te ondernemen. Een enkele keer hebben ze heel even het werk neer gelegd, wat van een zodanig korte duur was dat daar enkel maar een symbolische waarde kan achter worden gezocht. Verder zijn ze, nu hun onafhankelijk voortbestaan in het gedrang komt, enkel druk met het schrijven van kritische stukjes (niet in de krant, hoor, maar op blogs) en het organiseren van een heus lezersfeest. Daarvoor hebben ze alle artiesten die overgevoelig zijn aan de term Goed Doel weten te strikken, en worden de lezers – ik citeer – uitgenodigd om ter behoud van de kwaliteitsjournalistiek mee te dansen op het protestfeest. Noem mij een cynische lul en al wat je wil, maar zo gaat het niet lukken. Ook de petitie die hiermee onvermijdelijk gepaard gaat en door krek dezelfde mensen zal worden ondertekend als altijd (waaronder ik) zal geen enkel commercieel directeur overstag doen gaan.

Ik weet niet wat ik er van moet denken. Zijn hier mensen aan het werk die zelfs hun eigen idealen en geloof niet meer serieus nemen? Mensen die, geheel volgens de leer der loftsocialisme, zich zo krampachtig willen verzetten tegen een werknemersbeweging waarin ze niet meer willen geloven, hoe efficiënt ze in het verleden ook is gebleken. Het doet pijn te zien dat een krant die de laatste jaren al een loopje nam met van alles en nog wat (zie PressForMore) nu ook haar eigen toekomst zo luchtig opvat dat er enkel hippe events overheen mogen gaan. Hoewel ze hun linkse inborst daarvoor weigeren op te geven, heeft het syndicalisme voor hen blijkbaar afgedaan. De werknemer wordt sinds lang niet meer zo erg in de hoek gedrongen waar de klappen vallen, maar enige concrete actie mogen we daar tegen niet meer ondernemen. Als dan ook de kwaliteitsjournalistiek erbij betrokken wordt, zou het hek eigenlijk helemaal van de dam moeten zijn. Waar vroeger daarover gazetten werden volgeschreven, zwijgt men nu in alle betekenisvolle talen. Nog liever dragen zij die idealen ten grave waar wij ons allen in dachten te kunnen vinden. Al dansend.

donderdag 12 februari 2009

Ja, ik vind hem nogal geslaagd

De grootste fout die mensen kunnen maken is te denken dat anderen wel gelukkig zijn.

Hoe kunnen we U helpen?

Wie vandaag nog twijfelde aan het engagement van Bert Anciaux tegenover zijn nieuwe socialistische werkgever, moet vandaag zijn kar wel keren. Waar hij zich tot voor kort links-liberaal liet noemen, pleit hij vandaag openlijk voor een staatsbank. Die vrijmaking van de markt waar men hem vroeger abusievelijk mee kon associëren, is er al helemaal uit. Op naar de eerste mei! Nu ook die kortgebroekte illusie een mening denkt te moeten hebben over Fortis, kan natuurlijk ook ik niet achterblijven. In tegenstelling tot hem zal ik niet a priori melding maken van mijn onkunde ter zake, hoewel wij in deze wel eens akelig gelijk zouden kunnen oplopen. Dat neemt niet weg dat we danig verschillen in zelfbeeld, of wat we daarvoor laten doorgaan.

Alleszins hoef ik geen adviezen meer uit te keren. De aandeelhouders stemden vandaag op de Heizel alle voorstellen van de huidige Fortis-top aan flarden, geheel volgens de verwachtingen. Het enige wat daarbij kon opvallen was (naast de malle petjes die mannen die in het dagelijkse leven ongetwijfeld beweren heel wat van financiën af te weten blijkbaar dragen) de kleine meerderheid waarmee dit gebeurde. Minder dan een percent van de stemmen maakte het verschil wanneer er beslist moest worden over de eventuele nationalisering van de bank, die uiteindelijk zou hebben moeten leiden tot een overname door BNP Paribas. De stemmingmakerij die de Belgische regeringen en anderen die zich daartoe geroepen voelden, pleegden in de aanloop naar deze historische dag voor Fortis, zou zo wel eens een contraproductieve weerslag kunnen hebben gehad. Misschien stonden de zaken er helemaal anders voor als degenen die tegen stemden omdat ze het misplaatste dictaat van Didier Reynders spuugzat waren, de rede hadden kunnen bewaren. Enkel de deal met Nederland werd met een ruime meerderheid terug gefloten. Daar zouden de uitspraken die Wouter Bos eerder maakte dan weer eens voor iets kunnen tussenzitten, of hoe ook de financiële wereld onderhevig is aan de vloek van de proteststem.

Wat na die hysterie overblijft, is de vaststelling dat er niet zo gek veel veranderd. Dat was althans de conclusie van Paul D´Hoore, die er steeds grimmiger gaat uitzien. De onderhandelingen met Nederland zijn al enkele maanden geleden beklonken, en zullen enkel met veel moeite kunnen worden herroepen. Hoe hard het protest ook klonk, er kan hooguit gerekend worden op enkele schrale kastanjes die nog uit het vuur te halen zijn. Zo ook wat de aandelen betreft die uiteindelijk naar Frankrijk moesten worden verscheept. Hoewel dat feest waarschijnlijk niet doorgaat, blijven ze in handen van de Belgische staat, waar Yves Leterme zaliger ze al wist te krijgen. Op die manier krijgt Bert Anciaux, en velen met hem, zijn zin en is Herman Van Rompuy* nu al even zeer tegen zijn zin als premier, bankier. Het kan misschien een handige uitweg wezen om Didier Reynders eindelijk weg te zetten.

Naast dat te bedenken valt hoe de overheid deze nieuwe zorg wel kan missen als kiespijn, vielen de argumenten waarom er voor de plannen moest worden gestemd, eerder mager uit. Vooral toen de kaart van het personeel en jobbehoud werd getrokken, leek mij de redenering bijzonder mank te lopen. Die ging namelijk dat de werknemers van deze getergde bank meer kans hebben hun baan te behouden als ze onder de leiding staan van een Franse privébank dan onder de Belgische overheid. Dit argument, dat ervoor zorgde dat vele werknemers/aandeelhouders voor de akkoorden stemden, lijkt mij bijzonder bij de haren getrokken. Waar een privé onderneming er enkel en alleen een winstoogmerk op nahoudt, dient een regering ook haar burgers tevreden te houden. Hoe rendabel een afgeslankte bank ook mag zijn, degenen die daarvoor moesten oprotten kan je wel vaarwel wuiven als potentiële kiezers. De grote mate waarmee deze stelling desalniettemin ingang vond, verbaasde mij Verder moet ik er mij toe beperken dat alle andere argumenten die aan werden gehaald, eveneens werden neergesabeld door een of andere onafhankelijke expert naar keuze.

Ter conclusie – want zo gaat dat bij consulting bureaus – moet de kleinschaligheid van deze gebeurtenissen toch maar eens worden aangehaald. Hoewel de extra journaals en krantenpagina´s niet van de poes waren, gaat het hier om een onderneming waar maar weinigen uitstaans mee hebben. Als klant hoeft niemand nog steeds iets te vrezen, en ook voor het personeel lijkt het uiteindelijk maar weinig uit te maken onder wie ze precies en de bons kunnen krijgen. Het grotere plaatje – een crisis van de vrije markt – gaat nog maar eens verloren in wat eigenlijk een goedkope maar erg vermakelijke vaudeville is.

* Zijn zoon Peter heeft overigens sinds deze week een column in Knack. Hoewel hij pretendeert de leefwereld van jongeren te beheersen, laat hij ons met zijn eerste stuk een weeïg gevoel na. Van de speechschrijver van defensie, waar ze tegenwoordig uitblinken in krachttermen, had ik toch iets meer inhoud verwacht dan het wollig gedoe waarmee we het nu moeten stellen.

donderdag 5 februari 2009

Directeur

Ik kan veel hebben. Krankzinnig tolerant als ik ben, heb ik me nog geen enkele keer aangesproken gevoeld als iemand weer eens het woord moest nemen om melding te maken van de ongelovige honden die de wereld verzieken of al zou ik een nare ziekte hebben die best zo snel als mogelijk uitgeroeid werd. Dat soort waanbeelden is steeds zonder moeite van me afgegleden, want veel schiet je er tenslotte niet mee op. De laatste tijd heb ik daarentegen wel een uiterste gevoeligheid ontwikkeld voor de meningen die ene Rik Van Cauwelaert elke week weer met ons wil delen. Tegenwoordig laat dit heerschap zich directeur noemen van Knack, ongetwijfeld omdat de titel van hoofdredacteur in zijn oren te weinig gezag en morele superioriteit doet vermoeden. Zijn stukken zijn daarentegen steeds van een even bedenkelijk allooi gebleven.

Op dit punt veren ze bij Knack natuurlijk al glimmend recht. De beleidslijn is daar sowieso al een tijdje dat het niet per se zinvol of interessant moet zijn, maar vooral tegen de stroom in en onmodieus. Daar zijn ze namelijk als de dood voor om op te gaan in het ongetwijfeld volgens hen extreemlinks ogend medialandschap. Idealen en basisprincipes worden daarvoor wekelijks met de vuilkar meegegeven, voor zover ze zich daar überhaupt nog bewust van zijn. Ook een eventuele redactionele onafhankelijkheid halen ze zelf maar wat graag neer door zoveel mogelijk paginaatjes te vullen met aan hun magazine gerelateerde producten en wat hebben we zo nog meer in de stock liggen. Maar daar gaat het allemaal niet om. Hoewel het inderdaad goed zou zijn voor Vlaanderen als deze verzuurde vod uit de markt verdween, zodat er plek vrij kwam voor een zinniger alternatief dat zich nog niet heeft vast gereden in allerhande dogma´s moeten we het dus hier maar even mee stellen. Mijn commentaar beperkt zich tot het editoriaal van Van Cauwelaert, dat hoewel het elke week wel een keertje uit de bocht gaat de afgelopen twee weken wel erg gortig aan deed.

Vorige week moest dat stuk natuurlijk over Kim De Gelder gaan. Moeilijk over een onderwerp waar iedereen zich zo verenigd in ziet, iets te schrijven dat niet onmenselijk aandoet maar toch weer gezellig tegendraads oogt. Er moet tenslotte een fanbasis behouden. Van Cau presteerde het zo op pagina drie van een Knack waarvan de cover zo goed als geheel gewijd was aan de gruweldaden, te schrijven dat hij die zaak hopeloos overschat vond. De media had er weer eens een spektakel van gemaakt, hoewel geheel onnodig. Bij de aanvang van zijn stuk maakte hij zich zo al onsterfelijk belachelijk met een inconsequentie van heb ik jou daar. Geheel ongehinderd daardoor stoomde hij vanzelfsprekend verder. Plotseling werden de mensen die hadden meegelopen in de betoging naar aanleiding van de extreemrechtse moorden van Hans Van Themsche, onverschilligheid verweten. Wij (want ik liep daarin mee) hadden volgens hem nogmaals drie uur door de regen moeten marcheren toen bleek dat de familie Oulematou geen schadevergoeding zou krijgen. Dat was de loftsocialisten te veel gevraagd, insinueerde hij. Nou heb ik er natuurlijk alleen maar het raden naar hoe het er in het hoofd van Van Cau aan toegaat, maar een regeling voor schadevergoeding weegt in het mijne toch iets minder door dan het aan flarden schieten van onschuldige mensen. Als het aan hem lag, moeten we blijkbaar voor elk fout berekend loonbriefje de straat op. Hij staat daar overigens sowieso boven, als directeur zijnde, dus enige politieke actie tout court moeten we van hem niet verwachten. Het pathetische hoogtepunt dat zijn stukje bereikt toen hij het bij wijze van slot probeert op te nemen voor een vergeten moordzaak, laat ik uit respect voor het slachtoffer onbesproken.

Hoe dan ook was die onzin van hem Van Cau goed bevallen, want deze week steekt hij nog een tandje bij. Ander onderwerp weliswaar, maar de redenering blijft even krom. Deze week laat hij zijn gevreesde licht schijnen over het relletje dat sommige joden dit weekend zo nodig moesten uitlokken. Omdat iedereen het er de laatste dagen wel over eens leek dat zij daarmee aanzienlijk overdreven, moest de directeur natuurlijk even naarstig zoeken naar een tegenzet. Begrijpelijk voor een geest die zo erg op de dool is, maar de grenzen van het fatsoen lijken mij toch interessant om in het achterhoofd te houden. Ons weerbarstig pubertje had daar klaarblijkelijk geen enkel probleem mee. De hoofdprijs leek hij al af te schieten toen hij zowat iedereen die recent commentaar had geuit op de kritiek die sommige joden hadden op de VRT, af te doen als quasi antisemitisch. Daar ga je dan. Waar de joodse gemeenschap zich zelf niet wilde verliezen in schabouwelijke beschuldigingen, pakt Van Cau iedereen op snelheid. In zijn simplistisch denken valt natuurlijk elke zaak waarbij joden betrokken zijn terug te brengen tot het antisemitisme. Lekker makkelijk. De gevolgen die aan deze uitspraak gekoppeld moeten worden, zullen Van Cau verder worst wezen. Doorgaand op ditzelfde elan, dat hij ongetwijfeld van zichzelf erg goed bedacht vond, moest ook het conflict in het Midden-Oosten eraan geloven. Kritiek op de aanpak van Israel? Antisemiet! Wat moet dat opgelucht hebben voor de directeur, even te kunnen zeggen waar het werkelijk op staat. De zeldzame lezers die zijn stukjes nog min of meer oplettend weten door te komen, liet hij met zoveel waanzin verweesd achter. Ook dat maakt hem geen ene moer uit, want Van Cau heeft het spektakel waar hij op uit was weer mooi te pakken. Opdracht volbracht, moet hij hebben gedacht.

Twee achtereenvolgende weken op rij werd ik (en vele anderen met mij) koud gepakt door een man die zelf alle fatsoen en redelijkheid achter zich heeft gelaten. Het was al niet hufterig genoeg dat hij paars mee de vernieling in moest schrijven, om de CD&V de kans te geven de succestory te schrijven waar ze nu mee bezig zijn. Als hij nu ook integere mensen op een zodanig laag niveau persoonlijk gaat proberen te pakken, enkel en alleen om zijn verroeste achterban te plezieren, moeten de enkele redacteuren van Knack die hun zelfrespect door de jaren heen wisten te behouden, hem misschien toch maar eens naar de uitgang begeleiden.

dinsdag 3 februari 2009

Joden weer wat boos

Wij, verlichte Europeanen, kijken altijd een beetje vreemd op als een correspondent vanuit de Verenigde Staten bericht doet over de macht van de joodse lobby aldaar. Gekke Amerikanen, denken we dan maar weer, en iemand turft het voorval weg. Een gevolg daarvan is helaas wel de daadkracht die Israël zich al decennia lang denkt te kunnen aanmeten, en dat levert dan weer talloze kinderlijkjes op. Dan is het hier beter toeven. Hoewel Europa niet voluit wil of kan gaan wat dit aanslepende conflict in het Midden-Oosten betreft, werd er parallel met de laatste schanddaad die Israël stelde hevig geprotesteerd en lieten onze politici zich evenmin onberoerd. Hammas bedient zich van onaanvaardbaar terrorisme, maar ook Israël hadden we graag even aan de mensenrechten herinnerd.

Die joodse lobby, waar ook Vlaanderen tot voor kort van gespaard leek te blijven, blijkt nu de laatste maanden ongezien te zijn opgeklommen tot een controlemacht over de media. Dat maakten ze zelf kenbaar door op te lijsten hoeveel aanvaringen de joodse gemeenschap recent had beklonken met de publieke omroep. Een eerste kanttekening is hier al meteen nodig om duidelijk te maken dat zij die doorgaans zeggen te spreken in naam van de joodse gemeenschap dat vaak niet doen. Joden leven door de band haast geïsoleerd van de Vlaamse gemeenschap, en het is dus vreemd te denken dat degenen die zich daarvan distantiëren en wel deelnemen aan het publieke debat per definitie die hele gemeenschap vertegenwoordigen. Wat vele opiniemakers de laatste dagen hebben gedaan, is dus de rekening opmaken van enkele individuen, zonder een uitspraak te doen over een collectieve bevolkingsgroep. Ik zeg het er maar even bij, want je weet nooit. De VRT komt er natuurlijk niet zo makkelijk vanaf. Volgens de joodse afgezanten kan het geen toeval zijn dat er zoveel incidenten op een zo korte tijd voorvielen. Er wordt zo goed als gefluisterd dat ze ook bij de publieke alle joden aan het gas willen.

Wat de cases zelf betreft, is iedereen er snel uit. Zowel de filmpjes in Man Bijt Hond, de grappen van Geubels, als een Tomas De Soete die in nazistisch stijl werd geanimeerd, kan je bezwaarlijk aanstootgevend noemen. Allemaal lauwe zooi, die zelfs moet onderdoen voor de sowieso al flauwe Zweedse cartoons over Mohammed, om maar wat te noemen. Enkel de eerste kritiek, waarbij Jeroen Meus de geprefereerde plat van Adolf Hitler wilde gaan kokkerellen, werd gedragen door meer dan joodse enkelingen. Die uitzending was beter niet gemaakt. Geen enkele twijfel heerst er dan ook over de lange tenen waar deze mensen aan gekluisterd zitten, die bij alle voorvalletjes moord en brand schreeuwden. Altijd maar gezeur en geblaat, dat gaat vermoeien. Vandaar de sterke reactie bij sommige publicisten die volgde op dit laatste dispuut.

Daarvoor echter rees er al meer ongenoegen over die gemeenschap die Filip Dewinter nu al jaren vruchteloos tegen zijn boezem probeert te drukken. Wederom gaat het dan enkel over de stemmen die daar uit opstijgen. (Zij die zwijgen, leven in vrede.) Die stemmen schoten bijvoorbeeld de laatste weken in een kramp om de Israëlische zaak te bepleiten. Dat deden zij niet door het organiseren van betogingen (dat deden ze wel, maar ook binnen de gemeenschap werd daar bijzonder weinig gehoor aan gegeven), maar voornamelijk door de Vlaamse pers te bestoken met allerhande opiniestukken en gastoptredens in actualiteitenrubrieken die de gruwel moesten vergoelijken. Meer dan de gebroken ruiten die sommige auto´s over hielden aan pro Palestijnse betogingen, was het schokkend te zien hoe zij zich weerden als een duivel in een wijwatervat. De argumenten die Michael Freilich in Phara aanhaalde om Ramsey Nasr van repliek te kunnen dienen, waren van een onbeschaamdheid waar geen enkel zinvol mens verantwoording voor wenst af te leggen. Vast geroest in het eigen onmenselijke gelijk, denken zij ook nog eens anderen de les te moeten spellen over ironie en humor. Die pretentie valt zwaar.

Deze zondag schreef de joodse gemeenschap, als het collectief waar sommigen van hen graag voor worden gehouden, nog een andere aankondiging op hun conto. Deze eigenlijke reden van mijn schrijven, ging maandag helaas verloren in de heisa die werd gemaakt over een onschuldig grapje. Enkele rabbijnen schreven nieuwe Belgen met een joodse achtergrond sinds kort voor de inburgeringscursussen die door deze mensen gevolgd dienen te worden, te negeren. Vooral de epistels over abortus en homoseksualiteit zouden de gevoelige zieltjes niet aankunnen. Que? Hoewel Joods Actueel haar best deed de boel te nuanceren, moet de impact van deze boodschap niet worden ontkend. Het gaat dan niet om de werkelijke inhoud van wat deze mensen denken te moeten dicteren, maar om het gigantische verschil dat hiermee duidelijk wordt tussen de behandeling van Joden en moslims. Niet enkel de Israëlische staat lijkt moslims als zieke honden te behandelen in vergelijking met hun eigen staatsburgers, maar ook de Vlaamse samenleving lust er blijkbaar pap van. Men moet zich enkel maar de gevolgen proberen voor te stellen die deze uitspraak te weeg zou hebben gebracht indien ze uit de mond van een Imam kwam. Het spreekwoordelijke kot zou weer eens te klein zijn geweest. Het lijstje publicisten dat het nodig zou hebben gevonden deze uitspraak uit de context te trekken waar het nu in mag vertoeven, zou aanzienlijk verder reiken dan degenen die zich nu buigen over het joodse gezeur. Het zou weer allemaal onaanvaardbaar zijn en drama en sancties en waarschijnlijk ook wel weer terugsturen, hoewel niet iedereen zich daar achter zou scharen. Alle politici, van progressief tot extreemrechts, zouden over straat rollen, kwestie van om ter duidelijkst geformuleerd te krijgen hoe schandalig ze dit wel niet vinden. En nu: Niets. Zelfs geen kattebelletje. Caroline Gennez fluit nog liever een (gloednieuw) partijgenoot terug dan hier een punt van te maken.

Die dubbele standaard die wordt gehanteerd, is beschamend. De macht waarover de joodse lobby blijkbaar ook in Vlaanderen beschikt, noopt tot nadenken. Enkele stemmen binnen de joodse gemeenschap bezitten het recht programma´s van de publieke omroep weg te stemmen, terwijl een moslim die zich roert over enkele onkiese cartoons meteen bekrompen en achterlijk heet. Maar ook de algemene kijk die wij hebben op beide gemeenschappen, is fundamenteel verkeerd. Terwijl moslims zich volgens iedereen moeten aanpassen en volgens sommigen ook moeten assimileren, is er geen haan die kraait naar het zelfgekozen isolement waar de joodse gemeenschap zich in bevindt. Dat mag dan niet meteen tot verhoogde criminaliteitscijfers leiden, maar wel tot het onaangepast gedrag zoals zij het de laatste maanden tonen. Net als tegenover moslims, moet ook tegenover Joden duidelijk gemaakt worden waarvoor onze samenleving staat en waar niet aan getornd kan worden. Zolang Joden geen enkele geste dienen te maken naar het gastland, kan het moslims amper kwalijk worden genomen dat ook zij blijven hechten aan hun oorspronkelijke cultuur. Deze scheeftrekking kan dan ook niet anders dan gevaarlijke gevolgen hebben. Joost Zwagerman moest het weten!

zondag 1 februari 2009

Teevee

Ik mag graag naar de teevee kijken. De treurbuis. De lichtbak. Des te meer de mensen waarmee ik noodgedwongen om dien te gaan beweren niets aan het onding te vinden, des te leuker ik het vind dit medium de hemel in te prijzen. Venster op de wereld. Aanvoerder van het publieke debat. Vanzelfsprekend laat ik daarmee de vooroordelen al zou ik daarom geen leven hebben bepaald niet over me heen komen. Die haal ik neer door met een dedain van heb ik jou daar te verkondigen dat ik toch vooral naar de Nederlandse omroepen kijk. De rotzooi mag daar nog zoveel schaamtelozer zijn dan in Vlaanderen, voor sommigen lijkt dat alvast heel wat.

Die rommel laat ik me natuurlijk niet zomaar welgevallen. Meestal blijft het bij actualiteitenrubrieken waar wel meer Vlamingen die op een onbewaakt moment in de Grachtengordel zouden willen resideren mee lopen te pronken. Veel snedigere en doortastendere journalistiek, heet dat dan. Pauw&Witteman, De Wereld Draait Door, Nova en daar heb je ze al zowat. Allemaal heerlijk links, ook. Daar kan je natuurlijk geen hele conversatie aan wijden – dat zou te protserig zijn -, maar je laat die namen best af en toe vallen. Liefst in de context van een geheel onbekende gast. Begin dit jaar ging er echter een programma van start dat in de eerste plaats het kijken maar daarna ook het vermelden waard is. Heerlijk Eerlijk Heertje (VPRO) is een in se interviewprogramma dat beeldvorming en alles daaromtrent onder de loep neemt. Ik zag enkel nog maar de versie van zaterdagnacht waarin de interviews worden heruitgezonden, maar op vrijdagavond worden die versneden met stukjes over de voorbereidingen en nabeschouwingen. Het lijkt allemaal heel hip en snel – wat mij meestal doet afhaken – maar de presentator, Raoul Heertje, is zo ontzettend goed dat je blijft hangen.

Die jongen zat nou vrijdag bij De Wereld Draait Door. Daar nemen ze elke maand wat er in die voorbije tijdseenheid op de teevee passeerde door, en hij mocht daarbij komen praten over zijn nieuwe programma. Daarvoor schuiven ook steeds Jan Mulder (vroeger de heerlijke Marc-Marie Huybrechts) en Joost Zwagerman aan om de gespreksonderwerpen van enige zwaarwichtigheid te voorzien. Venster op de wereld, aanvoerder van het publieke debat, weet u wel. Als de beurt aan Heertje is, probeert die omstandig uit te leggen waar zijn programma over gaat. Makkelijk is dat niet omdat het een erg brede waaier bestrijkt, en als hij er even niet zelf uit raakt, gaat Matthijs Van Nieuwkerke (de presentator) er doorheen praten om hem een handje op weg te helpen. Als Heertje te kennen geeft daar niet van gediend te zijn, wat uitloopt in een erg pijnlijk moment voor Van Nieuwkerke, springen de twee anderen hem plots wel erg hevig bij. Ze hebben ondertussen wel door dat het nieuwe programma ook over teevee gaat (beeldvorming), en denken daarbij als experts te kunnen optreden. Hoewel zowel Mulder als Zwagerman duidelijk nog geen enkele aflevering hebben gezien, vormt de aanval op een van hun vriendjes het doorslaggevende argument om loos te gaan. Wat volgt is een scene zoals ik ze tijdens mijn middelbare schooltijd wel eens meemaakte, waarbij een nieuwkomer wordt afgekraakt door de oude garde. Zwagerman meent te weten dat Heertje een therapeutisch effect beoogt met zijn programma, en grapt daarbij dat Van Nieuwkerke zich per uur moet laten betalen. Mulder – die zich tegenwoordig voltijds op teeveeschnabbels en ander onbestemds heeft toegelegd – beweert ondertussen dat naar twee eenden kijken interessanter is dan het programma van Heertje. Het publiek gaat plat van het lachen, maar dat gaat het nou eenmaal altijd. Van Nieuwkerke likt ondertussen zijn wonden. Overigens zat ook Henk Haggort aan, een windzak van de EO (en dat druipt er vanaf) die tegenwoordig de gehele publieke omroep mag leiden. Toen hij er ook wat doorheen begon te haspelen, waarschijnlijk omdat hij zijn kans schoon zag om zich makkelijk populair te maken bij mensen waardoor hij meestal uitgespuwd wordt, was het hek wel helemaal van de dam.

Erg pijnlijk allemaal. Zielig ook, hoe vier oude mannen het plots gemunt hadden op een jonkie dat verder niets had misdaan. De Wereld Draait Door, een programma dat er doorgaans erg leuk en interessant en tof uitziet, leek plots een slachtbank voor mensen die even buiten de hun vooropgelegde rol van gast vallen. De spontaniteit die er anders vanaf lijkt te spattten, bleek even niets meer dan vooraf strikt uitgeschreven regels. Erg sneu natuurlijk voor Raoul Heertje, die enkel een erg fijn programma maakte en verder vooral geen doorgewinterd mediamannetje wil zijn. (Over dit soort toneeltjes gebracht als interviews gaat zijn programma ook net.) Aren Jan Boekestijn (VVD) werd enkele maanden geleden ook al eens zo afgemaakt door ongeveer dezelfde club. Hij wilde op Mccain stemmen, en kon maar niet ophouden met zeuren over hoe slecht Obama het wel niet zou doen. Terecht, dus. Bij Heertje was het enkel omdat hij zich ergerde aan de nodeloze tussenkomsten van Van Nieuwkerke, wat niet meer dan begrijpelijk is.

Nou lijk ik een oude zeurkous door me hier meer dan een A4´tje mee bezig te houden. Ik vind het echter wel zinvol omdat Raoul Heertje werkelijk – en dat moet zomaar geloofd worden, hoor – een uitzonderlijk goeie presentator is. Het verschil tussen hem en pakweg Matthijs Van Nieuwkerke wordt zonneklaar bij een interview dat ze beiden afnamen van Ronald Sørensen, een populist van Leefbaar Rotterdam die een eigen omroep wil beginnen. Van Nieuwkerke, die wederom in de rug gesteund werd door Jan Mulder, raakte niet verder dan Sørensen te laten zeggen waar hij voor gekomen was. Mulder – die werkelijk eens een ander tijdverdrijf moet zoeken dan maar de hele dag gevat en bij de hand te lopen wezen om niets – riep er af en toe wel wat tussen, dat Sørensen klinkklare onzin verkondigde en zo, maar veel schoot dat niet op. Heertje daarentegen pakte hem met fluwelen handschoenen aan, ging mee in zijn redeneringen en liet hem ze ter plekke verder uitdiepen. Toen bleek dat de omroep van Sørensen enkel op rancune jegens de hele grachtengordel gestoeld zou zijn, maakte hij zich onwezenlijk belachelijk. Heertje kreeg hem zover achtereenvolgens over een tiental journalisten en politici te zeggen wat hem daar nou zo aan stoorde. Hij raakte niet verder dan altijd maar diezelfde holle klaagzang, wat hem niet verhinderde pas na de tiende ingezetene van de linkse kerk door te hebben dat hij compleet verkeerd bezig was en maar beter zo snel mogelijk ophield. Een kunde van de interviewer die tegenwoordig bijzonder zeldzaam is op zowel de Nederlandse als de Vlaamse omroepen. Mulder daarentegen is alomtegenwoordig, en daarmee stik vervelend.