donderdag 6 augustus 2009

Ik heb altijd gelijk, nog steeds.

ik heb altijd gelijk.

zondag 10 mei 2009

Aan de zijlijn is het gezellig keuvelen

Na twee jaar politieke crisis, lijkt iedereen de boel een beetje beu te raken. Yves Desmet stak daarom eindelijk de handen uit de mouwen en pende een heus essay bij elkaar. Nieuwe regels voor een vastlopend politieke systeem, was de ambitieuze titel. Paul Goossens gaf uiting aan zijn degout door een eigen aanval in te zetten op professor Carl Devos. Erg origineel is dat niet meer nu Hugo Camps diezelfde Devos al wist te parkeren als kermispoliticoloog en zelfs De Standaard een honend toontje voor deze Hardwerkende Vlaming reserveerde. We zijn dan ook echt allemaal al een hele tijd op hem uitgekeken. Terwijl iedereen het politieke spel enkel nog maar met lede ogen kan aanzien, blijft Devos elke keer als hij om uitleg wordt gevraagd energiek opveren. Het dedain dat Goossens uit deze figuur haalt om er verder mee over alle politicologen en andere observatoren te schrijven, oogt dan weer op zijn zachtst gezegd bizar. Het volstaat hier om het politieke essay van een van zijn opvolgers te vergelijken met de rede die politicoloog Arend Lijphart uitsprak toen hij eerder deze week een eredoctoraat aan de Universiteit Gent mocht ontvangen. Deze woorden stonden eveneens gepubliceerd naast die van Goosens in de weekendkrant van De Morgen.

Wat vooral opvalt aan het opstel van Desmet is dat de vlag hoegenaamd de lading niet dekt. Hoewel er nieuwe regels worden aangekondigd, is het wachten tot de laatste kolom vooraleer er van deze voorstellen akte kan worden genomen. In de opbouw hiernaartoe wordt enkel een overzicht gegeven zoals dat de laatste maanden al talloze keren te lezen viel. De hoogdringendheid die deze aanslepende aanloop dient op te roepen, moet ongetwijfeld doen vermoeden dat wie überhaupt aan mogelijke oplossingen toekomt al als een held mag worden ontvangen. De kwaliteit van de ideetjes doet er dan verder niet toe. Yves Desmet weet er drie op te sommen, waarvan hij er eentje al enige tijd geleden lanceerde, en een ander moet welhaast even moe gehoord zijn als de eis om een onverwijlde splitsing.

Het eerste konijn dat uit de hoed wordt getoverd van de politieke commentator (geen redacteurspet meer voor Desmet, zo blijkt) is het afschaffen van de stemplicht. Te hopen valt dat dit een opwarmertje is. Het debat dat hieromtrent al decennialang wordt gevoerd, weet hij enkel te versterken met het argument dat deze ingreep stemmen voor populistische partijen zou wegnemen. Door sommige onderzoeken gestaafd en door anderen bestreden, lijkt dit een bijzonder voorbarige conclusie. Ook een vergelijking met andere landen doet besluiten dat de antipolitiek in Vlaanderen – naar de omstandigheden – niet onevenredig wordt vertegenwoordigd. Ook Arend Lijphart wil in zijn commentaarstuk over België iets kwijt over die stemplicht van ons. Een lichtend voorbeeld noemt hij dit land daarom. Lijphart stelt dat de gelijkheid die enkel en alleen besloten ligt in verkiezingen waarbij stemplicht geldt, verloren gaat door de afschaffing ervan. De ongelijkheid die daaruit volgt treft vooral de minder welgestelde burgers.

Een tweede voorstel dat Desmet uit zijn onderste lade haalt, omvat de samenvallende verkiezingen. Het meest verbazingwekkende aan dit weinig originele voorstel, is de vaststelling dat hij die andere grijsgedraaide maar desalniettemin sterkere plaat van een federale kieskring op geen enkel ogenblik opzet. Wanneer tegen samenvallende verkiezingen enkele steekhoudende argumenten – veeleer van theoretische aard, dat wel – in stelling kunnen worden gebracht, valt er op die alles omvattende kieskring haast niets af te dingen. Broodnodig. Samenvallende verkiezingen zouden enkel het probleem van de eeuwigdurende kieskoorts enigszins kunnen oplossen, maar scheppen vooral praktische problemen. De Vlaamse legislatuurregering onverhoeds koppelen aan de menigmaal instabielere federale regering, oogt op zijn minst onrealistisch. Ook gehandicapten op wachtlijsten zouden nog slechter af zijn, want voor enig communautair geweld moeten zij hoe dan ook de duimen leggen. Handig zou het wel zijn, dat staat buiten kijf. De idee daarbij koesteren dat ook het gerommel rond dubbele mandaten hiermee kan worden opgelost, is dan weer meer illusie dan wat anders. Het staat politici momenteel vrij om plaatsen op meerdere kieslijsten te bezetten wanneer deze zelfs op dezelfde verkiezingsdag worden benut. Dit kan enkel opgelost wanneer de rekrutering van politieke partijen wordt aangepakt. Een heikel punt als niet enkel de kwaliteiten maar ook de achternamen en wat nog meer van nieuwe politici eindeloos onder het licht worden gehouden.

Het laatste voorstel van Desmet – waarmee hij enkele weken geleden al de hort op trok – is dat van een meerderheidsstelsel. Wie denkt zoiets te kunnen uitleggen in een enkele alinea, moet zichzelf wel een verdomd scherpe pen vinden hebben. Laat ons het erop houden dat hij het woord even laat vallen, bij wijze van verassend slot. Lijphart wijdt er daarentegen wel enkele hele gedachten aan. Vooraleerst lijst hij de voordelen op die consensusmodellen hebben tegenover een meerderheidsstelsel. Dat gaat van een groter aantal vrouwen in het parlement tot een meer verantwoord milieubeleid, wat kan worden samengevat als een hogere politieke participatie. De idee al zou het laatste democratischer zijn, is dus fout. Lijphart ziet evenwel het Belgische consensusmodel de laatste twee jaar sputteren, maar adviseert bepaald geen radicale omslag. België blijft een stervoorbeeld van pacificatie- en consensusdemocratie.

Meer dan de bloemen die Lijphart ons toewerpt, delven de praktische beslommeringen het graf van een eventueel Belgisch meerderheidsstelsel. Wie een pacificatiedemocratie daartoe wil ombouwen, zit eerst en vooral met de opgave om enkele breuklijnen te dichten. Anders dreigt conflict en opstand. De onwerkbaarheid van dit systeem te midden van zulke diepgewortelde breuklijnen, wordt het best zichtbaar wanneer de communautaire als voorbeeld wordt genomen. Indien deze niet wordt opgelost, zal de federale regering tot in de eeuwigheid blijven bestaan uit ten minste twee partijen. Wie bedenkt dat bij een meerderheidsstelsel in Wallonië ongetwijfeld het linkse blok zal zegevieren en in Vlaanderen het rechtse de grootste kans maakt, ziet in hoe oneindig veel vaster het land zal lopen wanneer voor dit systeem wordt geopteerd. De Belgische politieke elite is gedoemd tot het sluiten van compromissen, en kan zich daar maar beter zo snel als mogelijk weer naar gaan gedragen.

Wat Desmet wel moet worden nagegeven, is zijn zoektocht naar oplossingen. Wie de opiniestukken bekijkt die de voorbije twee jaar zijn gepubliceerd, weet dat hij hiermee haast de enige is. In deze context verdient Devos dan weer wel een trap voor de kont, moet gezegd. Lijphart verschilt in deze met Desmet en anderen dat hij de hysterie die tegenwoordig over het Belgische model heerst, geheel links laat liggen. Haast het enige wat hij hierover komt te zeggen is dat na een dergelijke crisissituatie vaak bijzonder eerbare akkoorden worden gesloten. Iets om naar uit te kijken dus. Wanneer hij daarmee stelt dat geen fundamentele problemen zichtbaar zijn geworden na de verkiezingen van 2007, is hij inderdaad hopeloos optimistisch. We kunnen niet allen naar een defecte lichtbak blijven staren met enkel in het achterhoofd dat in andere landen om dat defect zou worden gevochten. Hervormingen van het kiesstelsel zijn nodig, en de broodnodige reflectie daaromtrent mag zo zoetjesaan gaan beginnen. De rol van hysterisch toekijkende huisvrouw zit enkel Rik Van Cauwelaert als gegoten.

zondag 19 april 2009

De campagne is begonnen

Daar heb je Jean-Marie Dedecker weer! De ene messias van West-Vlaanderen zit nog na te trappen of de andere staat al klaar om de boel aardig op te spijzen. Moet gezegd dat het deze keer niet helemaal zijn schuld was. Een van de vier ex-voorzitters van LDD Limburg stapte met het laatste schandaaltje rond Dedecker naar de pers. Een voorproefje nog maar van wat we gaan beleven als deze partij na de verkiezingen in de coalitie plaats neemt. Iets om naar uit te kijken, Tommelein.

Een privédetective inschakelen om eventuele vuiligheid op te delven waarmee te gooien valt naar het maatpak van de tegenstander; eerlijk gezegd klinkt dat als een beproefd recept. Recent kwam een woordvoerder van Gorden Brown in opspraak toen die plannen bleek te hebben om een gerucht te lanceren al zou de conservatieve oppositieleider Cameron aan herpes of iets dergelijks lijden. Heeft ontslag moeten nemen, terecht. Ook in de verenigde Staten gaat het er vaak smerig aan toe. Bij Dedecker draait het natuurlijk om wat anders: Het algemeen belang. (Hoed u!) Staatsfinanciën, weetjewel. Dat gesjacher met overheidgebouwen hangt velen al een hele tijd de keel uit, dus het zou enkel handig zijn voor Dedecker om de naam van Karel De Gucht daar aan te kunnen linken. Vagelijk, zolang het maar blijft hangen. Alles welbeschouwd is hem dat bij deze wederom gelukt.

Dedecker mag dan wel blijven beweren dat hij enkel zijn plicht doet en er – god verhoedde ons – meer als hem zouden moeten zijn, maar meer dan een smerige streek is het niet. Als hij zijn dossiers zo goed kent als hij beweert, zou hem bekend moeten zijn dat deze zaak al uitvoerig onderzocht werd door het Rekenhof. Geen vuiltje aan de lucht, concludeerde deze eerbiedwaardige instelling. Daar neemt onze volksheld natuurlijk geen genoegen mee. Hij heeft lak aan dit soort vazallenpaleizen van de heersende elite, en huurt daarom een ex-handbalspeelster in om deze mesthoop eens duchtig uit te spitten. Dedecker bewijst daarmee dat hij niets meer te bieden heeft dan ranzig populisme zoals we dat al decennia gewend zijn te moeten ontvangen uit een welbepaalde hoek. Dedecker nestelt zich daar nu ook in, want alles is makkelijker dan werkelijk aan politiek te moeten doen. Natuurlijk moet er gejuicht worden als de poldernazi´s in juni een fikse nederlaag dienen op te eisen, maar meer dan dezelfde zooi biedt zich niet aan. Populistisch geblaat, want het gaat blijkbaar weer eens slecht.

Wat opvalt – hoewel – is dat De Standaard (met name Tegenbos) deze rotzooi wil verdedigen. Wie vrij van zonden is, heeft geen probleem, gaat daar de redenering. Ook worden we herinnerd aan de taak van parlementsleden om de uitvoerende macht te controleren. Vanzelfsprekend, hoor, maar daarvoor zijn bijzonder degelijke instrumenten binnen het parlement voor handen. Tegenbos heeft blijkbaar ook zijn geloof daarin opgegeven, waarvan akte. Het stoort hem evenmin dat ook de inkomsten van de echtgenote en zoon van De Gucht werden onderzocht. Of ook deze taak de parlementariërs toebehoort, lijkt me kras. Als laatste is het nogal simplistisch te stellen dat wie niets misdaan heeft, ook niets te verliezen heeft bij deze praktijken. Met een volledig fictieve aanleiding, moet er vandaag weer gediscussieerd worden over de fortis-aandelen van De Gucht, de sale and lease back van overheidsgebouwen en het heersende ethos onder politici. Waar rook is, is tenslotte vuur. De gemakzucht waarmee De Standaard deze praktijken goedkeurt, zegt veel over het opportunisme waar deze krant haast uit opgetrokken is. Net als toen het VB sterrenscores haalde of toen Leterme een prachtcampagne voerde, wil De Standaard de nieuwe winning man geen strobreedte in de weg leggen. Ze schurken liever dan tegen ideeën aan tegen winnaars.

Even ter herinnering: Jean-Marie Dedecker beloofde ons ook nog een schandaal rond bouwprojecten in de aanloop naar de verkiezingen. Ja, het wordt weer een onvergetelijke campagne.

dinsdag 31 maart 2009

Het gaat niet goed met links. Een gemeenplaats die al tot allerhande analyses, bespiegelingen, essays en in een enkel geval een PowerPoint presentatie heeft geleid. Waar tot voor kort een boeman kon worden gevonden in het verder ongespecificeerd rechtse spook dat door Europa dwaalt, moet nu ook de economische crisis als excuus gelden. De sociaaldemocraten waren iets te nauw betrokken bij de organisatie ervan, zeg maar. Voor Vlaanderen lijken deze fenomenen echter de aandacht af te leiden van de werkelijke redenen die links al enige tijd in de hoek dringen waar de klappen vallen. Hoewel de Nederlandse samenleving tegenwoordig enkel in twee politieke moorden lijkt te verschillen van de onze – geen hond die zijn stem wijzigt omdat een kiesarrondissement maar niet gesplitst raakt -, was daar bij de laatste verkiezingen voor de tweede kamer (2006) zelfs even sprake van een links kabinet. Het kan dus anders.

Wat opvalt wanneer je politici ter linkerzijde aanhoort, is de defensieve houding waaruit zij nu al jaren spreken. We weten dat we in de minderheid zijn, maar zullen er alles aan doen die minderheid te behouden. Dat sfeertje. Toen de toenmalige SP een hele meute kiezers zag vertrekken naar het Vlaams Blok, leek dat dan ook de enige conclusie die links wilde trekken. Vlaanderen is nu eenmaal van huizen uit rechts. Bart De Wever zegt het zelfs. De partij nam de gelegenheid nooit te baat zichzelf in vraag te stellen. In plaats van zich af te vragen waarom deze mensen hun lot liever in handen legden van populisten dan socialisten, schoven zij steeds nadrukkelijker op naar het centrum in de veronderstelling daar de verloren stemmen te kunnen recupereren. Een van de conclusies die Patrick Janssens trok uit de verkiezingsnederlaag van 2007 was dat de partij eerder haar rechtse dan haar linkse flank moet afdekken, enkel en alleen omdat meer mensen naar LDD dan naar Groen! trokken. De groteske denkfout (al zou iedereen die nu populistisch stemt zonder meer ook dromen van een vlaktaks) die hier wordt gemaakt, doet vermoeden dat de sp.a nooit meer uit het centrum weg zal raken. Een ramp is dat geenszins.

De alles verterende drang tot samenwerking van die partij, stemt dan weer wel tot nadenken. Wederom voortspruitend uit de vooropname dat links maar beter voorzichtig omspringt met de weinige stemmen die het haalt, moet iedereen zich verzamelen in één massief blok. Dat heeft er onder andere voor gezorgd dat Groen! nog steeds meer energie pompt in zich afzetten van de sp.a dan het ontwikkelen van een eigen verhaal binnen deze nieuwe eeuw. Die partij mag dan wel comfortabel boven de kiesdrempel leven, haar potentieel is - zoals haar Waalse tegenhanger dezer dagen in enkele peilingen alvast bewijst - veel groter dan dat. Groen! blijft krampachtig die ene ecologische kaart spelen uit angst om te erg te gaan gelijken op haar enige concurrent op links. Dat levert een trouwe basis op, maar maakt groei haast onmogelijk.

Een tweede opponent die door het gedroomde monopolie van de sp.a uit lijkt te blijven, is een nieuwe socialistische volksbeweging. Een partij die haar visie opbouwt vanuit de laagste en niet de middenklasse. Hoewel er alles behalve een gebrek is aan partijen in de linkse marge, blijft dat ene alternatief dat ook aanvaardbaar is voor een bredere groep dan enkel volbloed communisten uit. Waar PvdA en LSP er niet aan denken hun historische helden te verloochenen en zichzelf zo als marginaal verklaren in het publieke debat, lijkt ook CAP (opgericht door onder andere misnoegde sp.a´ers) in hetzelfde bedje ziek. Een zodanige partij zal anderszins toch nodig zijn om nog maar van een links kabinet te kunnen dromen; in Nederland werd dit pas mogelijk toen de SP openlijk haar banden met het maoïsme wist door te knippen. Zolang extreemlinks daar niet toe aan te porren lijkt, kan er enkel van Eric De Bruyn (misnoegd sp.a´er) enig heil worden verwacht. Ook hij wordt door Caroline Gennez maar wat graag weggezet als communistisch en wat nog meer – de sp.a is er helaas nog steeds van overtuigd het enige socialistische gelijk in pacht te hebben -, en zal zolang hij de sprong in het diepe niet waagt ook door velen zo blijvend worden bekeken. Momenteel ziet het er echter naar uit dat hij liever keet blijft schoppen binnen de sp.a in de hoop die partij naar links te zien verschuiven. Liever blijft hij zich warmen aan het uitdovende vuur van een traditionele partij dan te durven kiezen voor een eigen initiatief. Hoewel hij zeker geen gegarandeerde kans op slagen heeft, lijkt dat laatste hoe dan ook het enige wat hem te doen staat. Anders blijft hij misschien wel degene die links het meeste blijft verdelen, tot spijt van wie hem benijdt.

zaterdag 28 maart 2009

Ter leven veroordeeld

Nadat vorig weekend de familie van Amelie Van Esbeen naar de pers stapte om aandacht te vragen voor haar schrijnende situatie, is het debat nog steeds aan de gang. Iedereen heeft wel wat over haar wens om euthanasie te melden, hoewel eveneens iedereen beweert het specifieke geval niet te kennen.

Mateloos kan je je dan ergeren aan de lieden van de Katholieke zuil – al dan niet met ampersand hier of daar – die dit menselijk leed proberen te recupereren voor eigen gewin. Het is een tweede natuur van hen geworden. Hoewel we steeds beweren deze dogmatici te hebben verslagen, in tegenstelling tot imams en geitenneukers, duikt er altijd wel eentje op die het nodig vindt zijn onbegrip uit te schreeuwen. Het was huiveringwekkend te zien dat de man die het aandurfde kritiek te uiten op de zelfgekozen uitstap van Hugo Claus, nu ook weer om zijn mening werd gevraagd. De publieke omroep houdt nu eenmaal van incompetentie. Wouter Beke, ideoloog van het achtste knoopsgat. Hoewel zijn kinderkopje je eerder aan de geneugten van abortus doet denken, heeft hij ook steeds de mond vol van levensbeëindiging. Hij heeft er zin in, valt te hopen.

De christendemocraten hebben zich er dan wel formeel bij neergelegd dat de ongelovige honden er af en toe eentje mogen neerleggen, enige goedkeurende woorden zullen zij daarrond nooit over hun lippen krijgen. Altijd wordt er krampachtig naar een zijweg gezocht om de discussie helemaal scheef te trekken. Als het maar pijn doet. Beke wist maandag in Ter Zake het debat meteen te kapen, door het woord levensmoe om te buigen tot een vloek in de kerk. Hij voorzag dat als we mevrouw Van Esbeen zouden laten gaan, de linkse meute iedereen een kopje kleiner zou maken die er eens een dagje niet keihard tegenaan wil gaan. Hij gaf het voorbeeld van een twintigjarige die er even allemaal geen zin in had. Volgens Beke zou die er ook hebben gelegen als mevrouw Van Esbeen´s wens zou worden ingewilligd. Allen levensmoe! Het is een argumentatie waarmee hij een eerlijk debat over een menselijk levenseinde haast onmogelijk maakt. Wie plotsklaps een beeld voor zich ziet waarin een jonge adonis afgemaakt wordt omdat hij iets heerlijk melancholisch in de ogen heeft, past wel op. Dit soort fundamentalisten, die in wezen welke zelfgekozen levensbeëindiging dan ook zouden willen voorkomen, worden maar beter geweerd uit het debat. Ze doen nabestaanden nodeloos veel pijn wanneer deze enkel gebaat zijn bij hoop en troost. Inhumaan, heet zoiets.

Ook premier Van Rompuy deed zijn best elke vraag om euthanasie naast zich neer te leggen. Dat deed hij met een meer beproefd recept, de verheerlijking van het lijden. Hij kende iemand die er ontiegelijk slecht aan toe was maar er alsnog het beste van probeerde te maken. Een held, als het ware. Mocht er iemand ijveren voor een verplichte afslachting van al wie getroffen wordt door ziekte en leed, zou dit voorbeeld steek houden als argument. Aan de eis van sommigen om een andere keuze te maken en het leven vaarwel te zeggen, doet dit echter niets af. Dat zullen de christendemocraten helaas nooit willen toegeven. Zij willen iedereen zien vechten voor het leven, hoe waardeloos ook. Zolang dat niet gebeurt zullen ze voorbeelden blijven aandragen in de veronderstelling dat daarmee andere even eerbare mogelijkheden teniet worden gedaan. Minachting voor andersdenkenden, heet zoiets.

En dan was er nog Hilde Kiekeboon. Ook dit vooraanstaand christenmens maakte er een potje van. Zij stelde dat toegeven aan de wens van mevrouw Van Esbeen en anderen gelijk stond aan de ogen sluiten voor de werkelijke problemen. Wat haar een aanleiding gaf om de manier waarop wij met onze bejaarden omgaan aan de kaak te stellen. Weer een slag in het gezicht van nabestaanden, want zij deden blijkbaar niet genoeg hun best. Het lijkt haast kinderachtig hoe deze hoeders van leven en lijden allerlei zaken samentrekken die niets met elkaar te maken hebben. Als iemand wil sterven, is dat heus niet enkel en alleen uit eenzaamheid. Die wens zou overigens nooit worden ingewilligd door wie dan ook. Het klopt dat er vele bejaarden een niet erg benijdenswaardig leven leiden, en het klopt dat daar heel wat aan te doen valt, maar de gesprekken daaromtrent moeten helemaal los gevoerd worden van het debat rond euthanasie. Zij die drogredenen blijven aanhalen om elk gesprek rond een zelfgekozen levenseinde onmogelijk te maken worden maar beter het zwijgen opgelegd. Ongetwijfeld doen ze dit alles uit liefde voor de mens, maar wel met mensonterende situaties als gevolg. Enige schaamte is hier inderdaad op zijn plaats.

maandag 23 maart 2009

Goedemorgen

Vanaf vandaag vallen er op de site van De Morgen stofzuigers te winnen. Wat dat met een open geest te maken heeft, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Vaststaat dat Christian Van Thillo nog steeds zinnens is de volgens hem onnodige journalisten van die krant even bruusk weg te werken zoals enkel een stofzuiger dat kan. Dit najaar werden de ontslagenen al aangekondigd, hoewel ze pas deze maand effectief zouden moeten vertrekken. U merkt het al: Van Thillo is een sfeermaker. Na maanden in onzekerheid te hebben moeten werken, lijkt er nog steeds niets vast te staan over wat er nou precies zal gebeuren. Aangekondigd voor maart, loopt die maand zo langzamerhand op haar einde zonder enig bloedbad te hebben aangericht. Enige barmhartigheid valt daar echter niet in te zien. De man die naar eigen zeggen een voorliefde heeft voor kranten staat nog steeds pal achter zijn meesterplan, en als hij niet de tijd vindt het debat aan te gaan, stuurt hij een van zijn hoofdredacteuren.

Wat mij betreft is dat laatste het meest opmerkelijke aan de hele discussie. Waar hoofdredacteuren vroeger alles leken over te hebben voor hun redactie, zijn ze nu terug gevallen tot vazallen van de commerciële broodheren. Toen Peter Vandermeersch marketeer van het jaar werd, kon daar minachtend om gegniffeld worden. Nu De Standaard haar christelijk richtsnoer kwijt was, diende die krant enkel nog een publicitair belang. Leuk voor hen - het onding ging hipper ogen, maar bleef op hetzelfde niveau rotzooi verspreiden. Wanneer blijkt dat zowat alle kranten deze pil hebben moeten slikken, wordt het zorgelijk. De tegenwoordige hoofdredacteur van De Morgen (Klaus Van Isacker, polyvalente windzak) werd zo tegen de wil van de redactie in aangesteld, en ook Yves Desmet praat enkel na wat Van Thillo hem op de mouw heeft gespeld. De functie welke die laatste bekleedt, is dan ook al langer onduidelijk. Hij loopt er zo een beetje bij, draagt een leesbril, schrijft stukjes over wijn en allerhande en duikt vooral op in ontiegelijk veel andere media. Luc Van der Kelen valt ongeveer in dezelfde categorie. Laatst werd hij nog bejubeld in De Morgen omdat hij het goddomme had aangedurfd een opiniestuk tegen de doodstraf te schrijven in Het Laatste Nieuws. Dat was heel wat, blijkbaar. Voor mij was het vooral een verassing dat er iemand überhaupt nog aandacht had voor wat er precies in die vod te lezen staat. Net als Desmet liet hij zich maar wat graag in een studio van de publieke omroep interviewen over de genialiteit achter het plan om De Morgen te pluimen. Opiniemakers, noemen ze zichzelf, maar nemen meer de functie van dweil waar dan wat anders. Vanzelfsprekend is het voorstel van Paul Goossens om hoofdredacteuren te laten verkiezen door de redactie, meer dan nodig om de boel te redden.

Een ander punt moet ook worden aangestipt. De overname van PCM door De Persgroep, wordt nogal makkelijk weggezet als een geheel andere zaak dan de sanering bij De Morgen. Dat is echter larie en apenkool. Het geld dat Van Thillo uittrekt om zijn kinderdroom waar te maken, heeft hij namelijk onder andere dankzij De Morgen verdiend. Wanneer geld verdiend wordt, incasseert het management. Wanneer geld verloren gaat, moet de redactie (en de lezers) daarvoor opdraaien. Zo blijkt. Deze casus duidt misschien meer dan andere de fundamentele oneerlijkheid van het zuiver kapitalistische systeem. Hoewel de krantensector recht heeft op een meer precaire behandeling, moet gezegd dat het zo in alle bedrijven gaat. Een half jaartje crisis en duizenden mensen verliezen hun baan en inkomen, terwijl de jaren voordien alle winsten aan bonussen voor het management opgingen in plaats van te worden geïnvesteerd in een reserve voor de mindere tijden. Dankzij dit trucje worden vandaag velen de armoedegrens ondergeduwd en lijkt nu ook de degelijke kwaliteitjournalistiek verloren te gaan. Van der Kelen en Desmet maakt het alvast geen ene lor uit.

De Morgen Magazine is gestopt met de rubriek Geld moet Rollen, waar allerlei stukjes reclame in een redactionele opmaak werden gegoten. Nog even doorzetten en we zijn verlost van die hele zooi, of waar de crisis wel niet goed voor kan zijn.

zaterdag 21 maart 2009

Politique de la Belgique

De twee heren die mij de laatste jaren het minst ongemoeid lieten in de Belgische politiek, zijn weer helemaal terug: Guy Verhofstadt en Yves Leterme. De eerste blinkt uit in intellect, de tweede in demagogie. Hoewel ik op de een noch de ander zou kunnen stemmen, maken ze bijzonder veel in mij los. Water en vuur, dat wel. Zo moest ik mezelf woensdag in de Vooruit temperen om het essay van Verhofstadt niet te laten signeren, net als toen ik mezelf gisteren moest inhouden wanneer mijn aversie jegens Leterme zich wel erg nadrukkelijk begon te manifesteren in mijn lichaam.

De ex-premier was te gast in De Keien van de Wetstraat, want een mens kan tenslotte niet enkel van boerenlullenteevee alleen leven. Nadat Tim Pauwels zich – volledig terecht overigens, hoewel De Standaard (AVV-VVK, blijkbaar nog steeds) anders beweerde – druk had gemaakt om de verschijning van Leterme op een West-Vlaamse regionale zender, schoof die ook bij degelijk journaille aan. De rukbaarheid die Pauwels hier zo aan gaf, maakte helaas pijnlijk duidelijk in welke comateuze toestand de journalisten van de publieke omroep tegenwoordig verkeren. Ik heb zijn gemarketeerd interview niet gezien, maar slaapverwekkender dan dat wat Kathleen Cools en Yvan De Vadder eruit wisten te halen, kan het haast niet zijn geweest. Dat lijkt een makkelijke oneliner, maar me dunkt wordt het tijd dat men zich aan de Reyerslaan eens gaat bezinnen over waar men precies mee bezig denkt te zijn. Meer dan zijn ingestudeerde en daarom net nog krommere redeneringen, wist het programma niet te bieden. De enige kritische vraag die deze sterjournalisten wisten te stellen was of Yves Leterme vond dat Guy Verhofstadt ten goede dan wel ten slechte was veranderd. Het ging dan over de nieuwe bril en snit, nadat Leterme daar een toespeling op had gemaakt. Lekker stoute vraag, Yvan, dat vindt Bracke vast erg leuk.

Het belang van een goeie journalistiek is fundamenteel. Wie daar op ingeeft, zet het licht op groen om tuig de boel te laten overnemen. Deze redenering – die blijkbaar nog steeds enkele volgelingen kent – werd aangehaald om Verhofstadt er eveneens van te betichten de serieuzere journalistiek buiten spel te hebben gezet. Hij laat enkel in zijn kaarten kijken als het om wijn en cultuur gaat, vindt het journaille. Nonsens. Verhofstadt - dezer dagen enkel lijsttrekker van de Europese lijst - nam deze week aan twee debatten deel in de Vooruit. Over Europa. Enkele weken geleden publiceerde hij bovendien een lezenswaardig essay bij De Bezige Bij. Over Europa. Hoewel al een hele tijd duidelijk is dat hij daar zijn toekomst denkt te vinden, blijven alle Wetstraatjournalisten gepikeerd achter als hij niet wil antwoorden op vragen over de nationale politiek. Het verschil in bestuursniveaus ontgaat hen kennelijk volledig. Ze pikken het niet dat Verhofstadt zich niet het bad van communautair gezeik en provincialistisch geblèr laat intrekken waar zij zich steeds comfortabeler in beginnen te voelen maar hij zich twee jaar geleden aan wist te onttrekken. Pech voor hen.

Het spel lijkt stilletjes aan weer op de wagen te zitten. Maanden van politieke misère staan ons te wachten, over begroting en beton. Deze week kregen we daar al een aardig voorproefje van te slikken. Een hele week moesten we ons ledig houden met de Fortis-commissie en haar eventuele conclusies, waarna Cools doodleuk vertelde het daar met Yves Leterme niet over te willen hebben. Ze hoopt vast op een tuinprogramma. Desondanks zal ik nog een hele tijd rond blijven lopen met de gedachten die Verhofstadt die woensdag formuleerde in de Vooruit over de onzin van identiteiten en natiestaten. Zeer lovenswaardig. Waar Leterme niet verder raakt dan gevaarlijke onzin, overstijgt Verhofstadt een hele generatie politici die zich vastreden in de dogma´s van enkele hele halve zolen. Of het nu over wijn, literatuur of politiek gaat: Verhofstadt is de grootste, en dat zal hij nog even blijven ook.