zondag 10 mei 2009

Aan de zijlijn is het gezellig keuvelen

Na twee jaar politieke crisis, lijkt iedereen de boel een beetje beu te raken. Yves Desmet stak daarom eindelijk de handen uit de mouwen en pende een heus essay bij elkaar. Nieuwe regels voor een vastlopend politieke systeem, was de ambitieuze titel. Paul Goossens gaf uiting aan zijn degout door een eigen aanval in te zetten op professor Carl Devos. Erg origineel is dat niet meer nu Hugo Camps diezelfde Devos al wist te parkeren als kermispoliticoloog en zelfs De Standaard een honend toontje voor deze Hardwerkende Vlaming reserveerde. We zijn dan ook echt allemaal al een hele tijd op hem uitgekeken. Terwijl iedereen het politieke spel enkel nog maar met lede ogen kan aanzien, blijft Devos elke keer als hij om uitleg wordt gevraagd energiek opveren. Het dedain dat Goossens uit deze figuur haalt om er verder mee over alle politicologen en andere observatoren te schrijven, oogt dan weer op zijn zachtst gezegd bizar. Het volstaat hier om het politieke essay van een van zijn opvolgers te vergelijken met de rede die politicoloog Arend Lijphart uitsprak toen hij eerder deze week een eredoctoraat aan de Universiteit Gent mocht ontvangen. Deze woorden stonden eveneens gepubliceerd naast die van Goosens in de weekendkrant van De Morgen.

Wat vooral opvalt aan het opstel van Desmet is dat de vlag hoegenaamd de lading niet dekt. Hoewel er nieuwe regels worden aangekondigd, is het wachten tot de laatste kolom vooraleer er van deze voorstellen akte kan worden genomen. In de opbouw hiernaartoe wordt enkel een overzicht gegeven zoals dat de laatste maanden al talloze keren te lezen viel. De hoogdringendheid die deze aanslepende aanloop dient op te roepen, moet ongetwijfeld doen vermoeden dat wie überhaupt aan mogelijke oplossingen toekomt al als een held mag worden ontvangen. De kwaliteit van de ideetjes doet er dan verder niet toe. Yves Desmet weet er drie op te sommen, waarvan hij er eentje al enige tijd geleden lanceerde, en een ander moet welhaast even moe gehoord zijn als de eis om een onverwijlde splitsing.

Het eerste konijn dat uit de hoed wordt getoverd van de politieke commentator (geen redacteurspet meer voor Desmet, zo blijkt) is het afschaffen van de stemplicht. Te hopen valt dat dit een opwarmertje is. Het debat dat hieromtrent al decennialang wordt gevoerd, weet hij enkel te versterken met het argument dat deze ingreep stemmen voor populistische partijen zou wegnemen. Door sommige onderzoeken gestaafd en door anderen bestreden, lijkt dit een bijzonder voorbarige conclusie. Ook een vergelijking met andere landen doet besluiten dat de antipolitiek in Vlaanderen – naar de omstandigheden – niet onevenredig wordt vertegenwoordigd. Ook Arend Lijphart wil in zijn commentaarstuk over België iets kwijt over die stemplicht van ons. Een lichtend voorbeeld noemt hij dit land daarom. Lijphart stelt dat de gelijkheid die enkel en alleen besloten ligt in verkiezingen waarbij stemplicht geldt, verloren gaat door de afschaffing ervan. De ongelijkheid die daaruit volgt treft vooral de minder welgestelde burgers.

Een tweede voorstel dat Desmet uit zijn onderste lade haalt, omvat de samenvallende verkiezingen. Het meest verbazingwekkende aan dit weinig originele voorstel, is de vaststelling dat hij die andere grijsgedraaide maar desalniettemin sterkere plaat van een federale kieskring op geen enkel ogenblik opzet. Wanneer tegen samenvallende verkiezingen enkele steekhoudende argumenten – veeleer van theoretische aard, dat wel – in stelling kunnen worden gebracht, valt er op die alles omvattende kieskring haast niets af te dingen. Broodnodig. Samenvallende verkiezingen zouden enkel het probleem van de eeuwigdurende kieskoorts enigszins kunnen oplossen, maar scheppen vooral praktische problemen. De Vlaamse legislatuurregering onverhoeds koppelen aan de menigmaal instabielere federale regering, oogt op zijn minst onrealistisch. Ook gehandicapten op wachtlijsten zouden nog slechter af zijn, want voor enig communautair geweld moeten zij hoe dan ook de duimen leggen. Handig zou het wel zijn, dat staat buiten kijf. De idee daarbij koesteren dat ook het gerommel rond dubbele mandaten hiermee kan worden opgelost, is dan weer meer illusie dan wat anders. Het staat politici momenteel vrij om plaatsen op meerdere kieslijsten te bezetten wanneer deze zelfs op dezelfde verkiezingsdag worden benut. Dit kan enkel opgelost wanneer de rekrutering van politieke partijen wordt aangepakt. Een heikel punt als niet enkel de kwaliteiten maar ook de achternamen en wat nog meer van nieuwe politici eindeloos onder het licht worden gehouden.

Het laatste voorstel van Desmet – waarmee hij enkele weken geleden al de hort op trok – is dat van een meerderheidsstelsel. Wie denkt zoiets te kunnen uitleggen in een enkele alinea, moet zichzelf wel een verdomd scherpe pen vinden hebben. Laat ons het erop houden dat hij het woord even laat vallen, bij wijze van verassend slot. Lijphart wijdt er daarentegen wel enkele hele gedachten aan. Vooraleerst lijst hij de voordelen op die consensusmodellen hebben tegenover een meerderheidsstelsel. Dat gaat van een groter aantal vrouwen in het parlement tot een meer verantwoord milieubeleid, wat kan worden samengevat als een hogere politieke participatie. De idee al zou het laatste democratischer zijn, is dus fout. Lijphart ziet evenwel het Belgische consensusmodel de laatste twee jaar sputteren, maar adviseert bepaald geen radicale omslag. België blijft een stervoorbeeld van pacificatie- en consensusdemocratie.

Meer dan de bloemen die Lijphart ons toewerpt, delven de praktische beslommeringen het graf van een eventueel Belgisch meerderheidsstelsel. Wie een pacificatiedemocratie daartoe wil ombouwen, zit eerst en vooral met de opgave om enkele breuklijnen te dichten. Anders dreigt conflict en opstand. De onwerkbaarheid van dit systeem te midden van zulke diepgewortelde breuklijnen, wordt het best zichtbaar wanneer de communautaire als voorbeeld wordt genomen. Indien deze niet wordt opgelost, zal de federale regering tot in de eeuwigheid blijven bestaan uit ten minste twee partijen. Wie bedenkt dat bij een meerderheidsstelsel in Wallonië ongetwijfeld het linkse blok zal zegevieren en in Vlaanderen het rechtse de grootste kans maakt, ziet in hoe oneindig veel vaster het land zal lopen wanneer voor dit systeem wordt geopteerd. De Belgische politieke elite is gedoemd tot het sluiten van compromissen, en kan zich daar maar beter zo snel als mogelijk weer naar gaan gedragen.

Wat Desmet wel moet worden nagegeven, is zijn zoektocht naar oplossingen. Wie de opiniestukken bekijkt die de voorbije twee jaar zijn gepubliceerd, weet dat hij hiermee haast de enige is. In deze context verdient Devos dan weer wel een trap voor de kont, moet gezegd. Lijphart verschilt in deze met Desmet en anderen dat hij de hysterie die tegenwoordig over het Belgische model heerst, geheel links laat liggen. Haast het enige wat hij hierover komt te zeggen is dat na een dergelijke crisissituatie vaak bijzonder eerbare akkoorden worden gesloten. Iets om naar uit te kijken dus. Wanneer hij daarmee stelt dat geen fundamentele problemen zichtbaar zijn geworden na de verkiezingen van 2007, is hij inderdaad hopeloos optimistisch. We kunnen niet allen naar een defecte lichtbak blijven staren met enkel in het achterhoofd dat in andere landen om dat defect zou worden gevochten. Hervormingen van het kiesstelsel zijn nodig, en de broodnodige reflectie daaromtrent mag zo zoetjesaan gaan beginnen. De rol van hysterisch toekijkende huisvrouw zit enkel Rik Van Cauwelaert als gegoten.

Geen opmerkingen: