Hoewel al jaren het einde van de briefwisseling wordt voorspeld, doen de christendemocraten hun uiterste best om deze traditie nieuw leven in te blazen. Helaas schrijven ze niet zozeer naar elkaar als wel over elkaar.
De karavaan heeft echter wel meer nodig dan dat om stil te vallen. Met Herman Van Rompuy op kop trok hij zich weer op gang, vast besloten om door te gaan tot 2011. De roep van zowat het hele parlement om vervroegde verkiezingen enkele weken geleden, is helemaal vergeten. Veel zou dat dan ook niet hebben opgeleverd voor de zelfverklaarde democratische partijen, maar je gaat je wel afvragen hoe lang zij de realiteit kunnen ontlopen. Zij die een stembusgang eisen doen dat niet enkel met de hoop op spektakel in het achterhoofd, maar vooral omdat deze situatie op termijn uit de hand dreigt te lopen. Ik wil geen drukte maken maar in Griekenland zat het er laatst ook nog bovenhands op vanwege een uitblijvend beleid. Grote hervormingen dringen zich op, en daar lijkt ook deze ploeg niet meteen toe in staat. Los van het vertrouwen dat sommigen uit de ogen van nieuwe premier Herman Van Rompuy zien schitteren, zou deze regering wel eens op lossere schroeven staan dan de vorige.
Bewijze daarvan de brief die Inge Vervotte vandaag de wereld in zond. Hoewel de politieke implicaties niet mals zijn, was het aangenaam nog eens iets te horen van de vakminister. Ik dacht eerlijk gezegd dat ze in een serieuze winterdip zat, maar wie de kracht van woorden onderschrijft is nog lang niet moe gevochten. Na zich maanden aan alle media te hebben onttrokken, wegens een compleet gebrek aan welke beleidsdaad dan ook, kondigt ze nu aan geen deel meer te willen maken van deze regering. Niet omdat ze aan herbronning wil doen, niet omdat ze meer tijd vrij wil maken voor haar familie, maar wel omdat ze het – reteketet – onverantwoord vindt om nu aan een regering deel te nemen. Grote woorden van een kleine kwezel. De open-vld heeft dit gedaan, de magistratuur heeft dat gedaan en nu doet de CD&V ook nog eens iets gedaan dat haar tegen zit. Wie dacht dat Vervotte een gedachteloos vrouwmens was, moe vandaag zijn mening maar eens herzien.
Wel nee. Zo´n vaart zal het wel niet lopen. In haar brief neemt ze het vooral op voor Vandeurzen en Leterme. De kans is dan ook niet miniem dat die laatste de brief heeft geschreven die ze vandaag zelf ondertekend liet verspreiden onder de persmeute. Zij (vanaf nu spreken we over een collectief) zijn het er niet mee eens dat de partij de man van achthonderdduizend stemmen opoffert om door te kunnen gaan met een federale regering. Als Leterme zelfs het perspectief op de zestien wordt ontnomen, moet de stekker er maar zo snel mogelijk uit. Om dat duidelijk te maken, gooit Vervotte, een medestander van Leterme, alvast de handdoek in de ring.
Veel lijkt daar niet aan verloren. Ze wordt vervangen door een van de weinige christendemocraten die nog een min of meer goeie band onderhoudt met de Waalse zusterpartij. Hiermee is echter wel een evenwicht binnen de partij verstoord. Een niet onbelangrijke vleugel – degene die de verkiezingen heeft gewonnen – verdwijnt helemaal uit de regering en wordt vervangen door een conservatieve en:of oudere garde. De strijd die zich daardoor zal ontketenen binnen de CD&V zal ontegensprekelijk een weerslag hebben op het functioneren van de nieuwe regering. De enige zekerheid die deze ploeg tot voor kort nog had, dat de CD&V alles over heeft voor deelname aan een regering, ligt daarmee aan diggelen. De kans wordt daarmee terug reëel dat deze regering juni niet haalt. Leterme mag dan wel in puin liggen, hij is niet al zijn macht kwijt. Zo krijgen de voorstanders toch nog vervroegde verkiezingen, maar geen daadkrachtige noodregering waar nu werkelijk iedereen behoefte aan heeft.
dinsdag 30 december 2008
Geen peil
Ik ben nogal conservatief op sommige vlakken. Mijn informatie haal ik nog steeds uit geschreven dagbladen en nieuwsuitzendingen. Ik heb zelfs nooit begrepen hoe blogs of wat dan ook daar verandering in kunnen brengen. Bovendien kan je die dingen ook niet quasi nonchalant laten rond slingeren in huis. De enige reden waarom mijn stukjes hier staan, is omdat er niemand zit te wachten op een geprinte versie. Vandaag viel dan ook de eerste keer dat ik de site GeenStijl bezocht. Die ene jongen die Ella Vogelaar murw wist te slaan, was voldoende om mijn aversie buit te maken. Behoren tot de cluster rond De Telegraaf helpt de zaak er natuurlijk ook niet op vooruit. Nu ze een omroepvereniging uit de grond proberen te stampen, valt er binnenkort misschien niet meer naast te kijken. Dan ga je beter eerst zelf even polshoogte nemen.
Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend, typeren ze zichzelf. Dat wordt lachen, schoot de paniek me door het hoofd. Wat volgt is een opeenstapeling van populistische platitudes eveneens als kwinkslagen aan de man gebracht. Type teksten waarvan je blij bent als je er als elitaire lul uit komt. Het niveau kon – zoals verwacht – wedijveren met de lezersreacties op de site van Het laatste Nieuws. Ach ja. Iemand moet die verloren mensen bedienen, en ik ben al lang blij als ik er niet mee gemoeid ben. Nu het eindejaar zienderogen nadert, heb ook ik geen zin meer om manieren te bedenken waarmee ze alsnog aan boord kunnen worden gehesen. Als de jongens (en meisjes?) zich over deze sociale laag willen bekommeren, heb ik daar eigenlijk best vrede mee.
Nou staan er ook filmpjes op. Nadat Geert Wilders er eentje klaar wist te krijgen, weten we allemaal dat dat absoluut niets meer voorstelt. In tegenstelling tot de vod van Wilders deden zij wel hun best enige schijn van professionaliteit aan de dag te leggen. Die jongen die Ella in de haren vloog, was er blijkbaar nog steeds niet in geslaagd promotie te maken bij een betekenisvol medium en moest dus met de kerst als vanouds de hort op om zichzelf aan God weet wie te bewijzen. In diezelfde geest had hij zowaar zijn kerstavond opgeofferd om naar Uruzgan af te reizen van waar uit hij ons trakteerde op een sfeerverslag. Als ik hem in beeld zie verschijnen, heb ik het moeilijk me een andere vraag te stellen dan of het nou wel of niet een nicht zou zijn. Omdat ik bij een positief antwoord in overweging moeten nemen of ik wat met hem zou willen, laat ik het meestal uiteindelijk bij de laatste keuze. Als twijfelgeval zat hij daar dus tussen de militairen. Omdat ik de voorbije dagen (28/12/´08) bijzonder gevoelig geraakt ben aan deze beroepscategorie, deed ik mijn uiterste best de hele rit uit te zitten.
Zoals gezegd heb ik maar weinig tegen het stijltje van die verslaggevers. Ze kunnen je van je stoel doen vallen van verontwaardiging, maar ze vertegenwoordigen nou eenmaal een proportioneel deel van de bevolking. Een offer ten gunste van de democratie, als het ware. Het holle gekanker, de terloopse maar daarom niet minder valse beweringen en de foute uitgangspunten, het is een maatje te groot voor een eerlijk debat. De terechte vraag is echter wel of je daar de jongens in Afghanistan mee moet lastig vallen. Hebben die er wat aan als die ene jongen hen een roze microfoon onder de neus duwt om hen te vragen of ze met kerst niet liever thuis waren geweest? Ik vrees ervoor. Ook zijn toespelingen op de bevoegde minister, zal hun volgens mij eerder worst wezen dan als uniek relevante journalistiek in de oren klinken. Hij passeert even voor een reportage waarmee hij in Nederland goed kan scoren bij mensen waar nou eenmaal makkelijk bij te scoren valt, om dan weer gauw naar zijn homobar te verkassen, terwijl die soldaten daar even goed nog maanden vast zitten. Een huppelende nicht die zich druk maakt om een saaie minister, helpt die jongens geen ene lor vooruit. Ze worden er enkel nog eens pijnlijk hard op gewezen in welk noodlot zij zich wel bevinden.
Het was hem overigens geen enkel moment om de militairen te doen. Eerlijk gezegd: We hadden er het raden naar wat zijn bedoeling was. Van de VARA weet je: Zinloze oorlog. Daarentegen was er niet de minste kritiek op de missie in Afghanistan te horen uit de mond van die jongen. Als hij niet bezig was met soldaten nog zinlozere tranen te ontlokken, maakte hij zich druk over de slaapkledij van de minister waarmee hij straks een hut zou moeten delen. Inhoudelijk stelde hij even weinig voor als de politieke lieden die hij zegt te bekampen. Zijn enige doel was een leuk filmpje waarmee hij kan uitpakken bij zijn vrienden uit de Randstad. Op de kap van onschuldige militairen. Dit soort afschuwelijke schouwspelen hoef ik werkelijk niet elke dag op de teevee.
En zo heb ik net als iedereen een vreselijk hekel aan die site.
Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend, typeren ze zichzelf. Dat wordt lachen, schoot de paniek me door het hoofd. Wat volgt is een opeenstapeling van populistische platitudes eveneens als kwinkslagen aan de man gebracht. Type teksten waarvan je blij bent als je er als elitaire lul uit komt. Het niveau kon – zoals verwacht – wedijveren met de lezersreacties op de site van Het laatste Nieuws. Ach ja. Iemand moet die verloren mensen bedienen, en ik ben al lang blij als ik er niet mee gemoeid ben. Nu het eindejaar zienderogen nadert, heb ook ik geen zin meer om manieren te bedenken waarmee ze alsnog aan boord kunnen worden gehesen. Als de jongens (en meisjes?) zich over deze sociale laag willen bekommeren, heb ik daar eigenlijk best vrede mee.
Nou staan er ook filmpjes op. Nadat Geert Wilders er eentje klaar wist te krijgen, weten we allemaal dat dat absoluut niets meer voorstelt. In tegenstelling tot de vod van Wilders deden zij wel hun best enige schijn van professionaliteit aan de dag te leggen. Die jongen die Ella in de haren vloog, was er blijkbaar nog steeds niet in geslaagd promotie te maken bij een betekenisvol medium en moest dus met de kerst als vanouds de hort op om zichzelf aan God weet wie te bewijzen. In diezelfde geest had hij zowaar zijn kerstavond opgeofferd om naar Uruzgan af te reizen van waar uit hij ons trakteerde op een sfeerverslag. Als ik hem in beeld zie verschijnen, heb ik het moeilijk me een andere vraag te stellen dan of het nou wel of niet een nicht zou zijn. Omdat ik bij een positief antwoord in overweging moeten nemen of ik wat met hem zou willen, laat ik het meestal uiteindelijk bij de laatste keuze. Als twijfelgeval zat hij daar dus tussen de militairen. Omdat ik de voorbije dagen (28/12/´08) bijzonder gevoelig geraakt ben aan deze beroepscategorie, deed ik mijn uiterste best de hele rit uit te zitten.
Zoals gezegd heb ik maar weinig tegen het stijltje van die verslaggevers. Ze kunnen je van je stoel doen vallen van verontwaardiging, maar ze vertegenwoordigen nou eenmaal een proportioneel deel van de bevolking. Een offer ten gunste van de democratie, als het ware. Het holle gekanker, de terloopse maar daarom niet minder valse beweringen en de foute uitgangspunten, het is een maatje te groot voor een eerlijk debat. De terechte vraag is echter wel of je daar de jongens in Afghanistan mee moet lastig vallen. Hebben die er wat aan als die ene jongen hen een roze microfoon onder de neus duwt om hen te vragen of ze met kerst niet liever thuis waren geweest? Ik vrees ervoor. Ook zijn toespelingen op de bevoegde minister, zal hun volgens mij eerder worst wezen dan als uniek relevante journalistiek in de oren klinken. Hij passeert even voor een reportage waarmee hij in Nederland goed kan scoren bij mensen waar nou eenmaal makkelijk bij te scoren valt, om dan weer gauw naar zijn homobar te verkassen, terwijl die soldaten daar even goed nog maanden vast zitten. Een huppelende nicht die zich druk maakt om een saaie minister, helpt die jongens geen ene lor vooruit. Ze worden er enkel nog eens pijnlijk hard op gewezen in welk noodlot zij zich wel bevinden.
Het was hem overigens geen enkel moment om de militairen te doen. Eerlijk gezegd: We hadden er het raden naar wat zijn bedoeling was. Van de VARA weet je: Zinloze oorlog. Daarentegen was er niet de minste kritiek op de missie in Afghanistan te horen uit de mond van die jongen. Als hij niet bezig was met soldaten nog zinlozere tranen te ontlokken, maakte hij zich druk over de slaapkledij van de minister waarmee hij straks een hut zou moeten delen. Inhoudelijk stelde hij even weinig voor als de politieke lieden die hij zegt te bekampen. Zijn enige doel was een leuk filmpje waarmee hij kan uitpakken bij zijn vrienden uit de Randstad. Op de kap van onschuldige militairen. Dit soort afschuwelijke schouwspelen hoef ik werkelijk niet elke dag op de teevee.
En zo heb ik net als iedereen een vreselijk hekel aan die site.
maandag 29 december 2008
Beminde wetenschappelijken – Urbi et orbi
In tijden van kerstterreur en opgelegde vrolijkheden, is de diepgang vaak ver te zoeken. Net als zo vele andere kwalen, valt ook deze het effectiefst te bestrijden met het lezen van een boek. Ik koos deze avond voor een boekje, Beminde Ongelovigen, een essay van de hand van Anne Provoost over atheïsme en de strijd die daarom geleverd moet. Zoals zij inderdaad stelt, schrijft Provoost dit essay in een maatschappij waar elke religiositeit (of het gebrek eraan) vooral gekenmerkt wordt door een alles verterende onverschilligheid. In die omstandigheid komt zij met een tekst waarin ze het in de meest klare bewoordingen opneemt voor haar atheïstische overtuiging. Wanneer ook het maatschappelijk debat tout court lam geslagen lijkt, kan iedereen daar enkel maar het hoofd voor buigen. Hoewel ik haar schrijven als een lichtpunt in de steeds enger ogende duisternis las, maakte ik enkele kanttekeningen. Binnen mijn mogelijkheden, noteer ik hier een wederwoord.
Na enkele felle gevechten omtrent de staat van het geloof in West-Europa (en dan meer bepaald die van de Katholieke Kerk), en een daarop volgende en niets ontzienende secularisering, hult iedereen zich op het versleten continent in een oorverdovende stilte omtrent het geloof. Zij ziet deze als eentje voor de storm. De strijd die wij als geleverd beschouwen zou binnenkort wel eens heviger dan ooit kunnen woekeren. Ik ben het daar niet geheel mee eens. Provoost voorspelt een terugkerend belang van wereldgodsdiensten die uiteindelijk zal leiden tot een clash tussen zij die in God geloven en zij die zich er tegen afzetten. Een schaal van 1 tot 10 helpt haar erin te bepalen wie in deze strijd aan welke kant zal staan. In de eerste plaats ziet Prvoost de Christelijke fundamentalisten die ons vanuit de Verenigde Staten steeds frequenter bestoken met allerlei moderne snufjes als Intelligent Ontwerp. Europeanen met een gelijklopende inborst nemen deze denkbeelden maar wat graag over en confronteren ons met een geëvolueerde maar daarom niet minder hardnekkige inbreuk op wetenschappelijke aannames. Daarnaast lijkt de noodzaak van de schrijfster om haar atheïsme een laatste keer scherp te stellen alvorens de definitieve discussie aan te gaan, te monden uit een opkomst van de Islam in onze contreien en de daarmee gepaard gaande radicalisering. Ze heeft de tijdsgeest daarin danig mee. Er komen steeds meer mensen hierheen die vooreerst in een land woonden waar de Islam de dis uitmaakte. Dat maakt hen allen moslim en bindt hen ook meteen met de wereldberoemde fundamentalistische vleugel van deze religie. Daaruit wordt opgemaakt dat deze inwijkelingen ons denken fanatieker dan wie ook op de proef zullen stellen. Zij ondertekent daarmee de clash tussen (kort samengevat) het Westen en de Islam. Een onontkoombare rel die nu al bij sommigen geboekstaafd staat als de meest dramatische gebeurtenis uit de net aangevatte eeuw.
Hoewel haast algemeen aangenomen, valt er heel wat af te pingelen op deze stelling. De uitgangspunten die hiervoor moeten worden aangevoerd, zijn bijvoorbeeld verre van zekerheden. Moslims zouden zo op een totaal andere manier moeten reageren op een geseculariseerde samenleving als de Christenen die hen hierin voorgingen. Waar die laatste zich uiteindelijk inschikkelijk gingen opstellen tegen een overheersende religieneutrale moraal, zouden moslims (of wat daar voor door moet gaan) de vijzen willen aandraaien. Christenen zagen de vorige eeuw met lede ogen maar daarom niet minder geweldloos aan hoe een scheiding tussen kerk en staat zich eindelijk effectief voltrok. Zij zagen hen de macht uit handen gegrepen ten baten van een goddeloze samenleving waar betekenisloos genot steeds weer de bovenhand lijkt te halen. Ik maakte die evolutie amper bewust mee, maar dat lijkt allemaal – zeker de laatste etappe – vrij vlot te zijn verlopen. Uiteraard ging daar een eeuwenlange strijd aan vooraf waar beetje bij beetje werd getornd aan de fundamenten waar de Katholieke kerk steeds op dacht te kunnen terug vallen. Wij plukken daar nu nogal moeiteloos de vruchten van. Moslims echter worden veel hardnekkiger geschetst dan Katholieken door wie wij zo lang onder de knoet werden gehouden. Er wordt ons voorspeld (niet enkel door Provoost) dat zij in tegenstelling tot hen wel zullen kunnen weerstaan aan de verleidingen die de westerse samenleving nu eenmaal te bieden heeft. Waar de overgrote meerderheid van mensen die tot voor relatief kort nog wekelijks een mis bij woonden, nu thuis blijft om een zeventiende net aangekocht mobieltje uit te proberen of wezenloos voor de teevee te hangen, zouden moslims hun geloof geheel en al trouw blijven. Dat lijkt mij kras.
De idee dat moslims in staat zijn tot nog maar de minste vorm van integratie wordt daarmee van de hand gedaan. Zij zullen zich tot Sint-Juttenis blijven vasthouden aan de geloofsregels die hen ooit van thuis uit werden meegegeven. Die zullen wij dus wel met het blanke zwaard moeten bestrijden. Als argumentatie wordt daarbij betrokken dat de situatie die moslims in hun oorspronkelijke thuishaven kende, te fundamenteel verschilt van de onze om ooit tot een compromis te kunnen komen. Hier wordt echter iets te vluchtig over de evolutie die de Westerse samenleving de afgelopen decennia doormaakte gefietst. Vijftig jaar geleden werden hier inderdaad vrouwen noch homo´s gestenigd, maar daaraan voorbijgaand vertoonde onze heimat toentertijd teleurstellend veel gelijkenissen met deze waar vele moslimlanden zich nu in bevinden. Vrouwen gingen maar zelden uit werken en homoseksualiteit bestond voor velen simpelweg niet. De druk die nu vanuit de maatschappelijk consensus rust op mensen woonachtig in Islamlanden, moet niet onderdoen voor degenen waar mensen hier vijftig jaar geleden onderhevig aan waren.
Toon de poorten in het vrije westen werden opengezet voor een definitieve doorbraak van de consumptiemaatschappij, bleef er echter al snel niet veel meer over van het dictaat van de priester. Massamedia namen het in een ijl tempo van hem over en verlegden het belang van een wekelijks kerkbezoek naar dat van een wekelijks afschuimen van minstens één winkelstraat. De massa – waar het toch steeds om gaat – viel voor deze nieuwe wereld, en hooguit enkele uitzonderingen bleven achter in de greep van de paus en zijn trawanten. Los van de foutieve conclusie dat nu alles kan en mag wat vroeger niet kon, hebben wij aan deze verschuiving talloze geïnstitutionaliseerde vrijheden en rechten te danken.
Moslims die hier stranden, krijgen echter te maken met een geheel andere samenleving als waar wij ons in wanen. Door een effectief gebrek aan integratie, hebben zij doorgaans nog steeds de kans niet om zich te laven aan nodeloze prullaria nodig om de ook voor hen verstikkende wereldgodsdienst aan de deur te kunnen zetten. Zij leven in een Westerse samenleving die gekenmerkt wordt door een gebrek aan kansen, doorgroeimogelijkheden en wat nog meer. Waar wij perspectief zien, staat er voor hen enkel een blinde muur klaar. In die omstandigheden is het niet meer dan logisch dat men terug plooit op aloude bekenden als daar zijn de Koran en de Sharia. De idee al zouden zij deze aan hangen uit een kwade wil of iets anders onverenigbaars met onze waarden en normen, is fout en bovendien behoorlijk gevaarlijk. Helemaal ridicuul is het gedrag dat sommige allochtonen stellen als voorbeeld aan te halen voor twee onverenigbare werelden. De uitgangspunten zijn fundamenteel verschillend op economische gronden, en niet zozeer op religieuze. In plaats van te investeren in een degelijk integratiebeleid, zouden wij met deze tegenstellingen wel eens conflicten kunnen uitlokken die oorspronkelijk geen voedingsbodem bezaten. Een uiteindelijk economische ongelijkheid, wordt hier door sommigen maar wat graag uitgelegd als een onoverkomelijke kloof tussen normen en waarden. Ook mondiaal lijkt deze stelling op te gaan. Fundamentalisten worden gesprokkeld in milieus die zich late kennen door een uitzichtloze situatie. Daarbij is in eerste instantie een ontbrekend toekomstperspectief van belang dan wel een eventueel behaald diploma. Zij die zich in de WTC-torens boorden, hadden misschien de graad van ingenieur maar daarom nog niet het vooruitzicht op een leven zoals ingenieurs alhier dat gewend zijn te leven.
Daarom lijkt het me zinvoller als atheïst standpunten in te nemen in deze discussies als wel aan navelstaarderij te doen wat het eigen geloof betreft. Dat laatste stelt namelijk helemaal niets voor. Ook hier sta ik niet helemaal op dezelfde lijn als Provoost, die in allerijl een atheïsme gedefinieerd wil zien dat wel akelig veel doet denken aan een willekeurige wereldgodsdienst.
Zij probeert de normen en waarden die doorgaans met het Christendom worden geassocieerd, ook zichzelf en haar overtuiging eigen te maken. Ook ongelovigen kunnen barmhartig en naastelievend zijn. Dat is mooi. Zij die ons uitmaakten voor ketters en beesten enkel en alleen omdat wij niet de mogelijkheid van een opperwezen onderschrijven, dwalen. Dat kan je voor algemeen aanvaard beschouwen. Bovendien is het bijzonder gevaarlijk om dat soort etiketjes te willen plakken op een groep mensen die enkel verbonden is door ongeloof. Op het naleven van de wet na, verbinden wij ons namelijk tot niets. Heilig zijn enkel wij en de keuzes die wij zelf maken als het om ethische en levensbeschouwelijke kwesties gaat. Respect voor anderen en de weg die zij verkiezen, spreekt daarbij voor zich.
Een nagel waar daarentegen veel harder op moet geklopt (en wat naar mijn gevoel te weinig gebeurt in het essay van Provoost) is die van de wetenschap. Je zou er ook de kunsten bij kunnen betrekken, maar dat is een pad dat uiteindelijk nergens heen leid. Als het atheïsme zich al ergens in zou kunnen verliezen, is het in een blind geloof in de wetenschap. De enige verifieerbare waarheid. In tegenstelling tot alle soorten gelovigen, vormen enkel degenen die de autoriteit van wetenschap ontkennen, een werkelijk gevaar. Inderdaad komt daarbij in de eerste plaats het zogeheten intelligent Ontwerp opdoemen. Een gereïncarneerde beschrijving van het creationisme en daarmee een directe aanfluiting van de conclusies die Darwin in eer en geweten uit wetenschappelijk onderzoek trok. Het staat buiten kijf dat deze theorie met de zwaarst mogelijke middelen moet worden bestreden. De strijd die wij om deze waarheid opnieuw lijken te moeten leveren, is nog maar net begonnen. Ik geloof in deze echter eerder in de effectiviteit van rationele argumenten dan in het vluchten in bijkomstigheden. Wij hebben gelijk, en dat kunnen we bewijzen ook. Het is niet omdat een tijdsgeest ons even in het defensief duwt dat we daarom meteen moeten inpakken. Het debat blijven aangaan met zij die beweren de waarheid in pacht te hebben, is de enig mogelijke remedie. Het Darwinjaar dat de volgende kalender mag sieren, is hiermee een uitgelezen moment om de wetenschappelijke kijk in deze nogmaals door te drukken.
Een verschijnsel dat daarentegen eveneens sterk ons geloof in wetenschap bekampt en geheel onvermeld blijft in Beminde Ongelovigen zijn de pseudowetenschappen. Hoewel ook Intelligent Ontwerp zich in deze hoek bevindt, heeft deze moderne ziekte ook op plaatsen waar je het niet meteen verwacht uitzaaiingen. Een Nederlandse minister van onderwijs die oppert het Bijbelverhaal te willen onderwijzen, is zo veel onschuldiger dan – pakweg – homeopathische middelen die nu al ingeburgerd zijn in alle geledingen van onze maatschappij. Deze hebben desondanks evenveel bewijskracht al zou een opperwezen dit oord des verderf in een weekje hebben geschapen. Hoewel zij enkel hun toevallig effect te danken hebben aan het bekende placebo-effect, worden sommige van deze productjes reeds terugbetaald door de overheid. Al betreft het hier een geneesmiddel. Geïnstitutionaliseerde kwakzalverij. (Voor verdere details verwijs ik graag door naar de site van SKEPP) Naast het deficit dat een overheid voorlegt door klakkeloos mee te stappen in deze schadelijke trend, wordt de deur ook open gezet voor een algemeen wantrouwen in de wetenschap. Door haar op een zodanig abrupte manier buiten spel te zetten, loopt ze ook het gevaar op andere domeinen te moeten inleveren in slagkracht. Een sprookje als het creationisme kan dan wel ook voor atheïsten veel meer tot de verbeelding spreken, aanvaardde kwakzalverij is het werkelijke gevaar waar wij de komende tijd voor komen te staan.
De vraag hoe dit ooit zover is kunnen komen, is wat geloofsbelijdenis betreft die enige die echt aan de orde zou mogen zijn. Het antwoord daarop ligt besloten in de onverschilligheid die Provoost al eerder aanhaalde. Deze heeft een bijzonder bedrieglijk karakter. Na de ontkerkelijking van onze samenleving keerde iedereen de rug toe naar Rome, maar dat verzekert absoluut geen stap voorwaarts wat persoonlijke inzichten betreft. Qua leefregels liep iedereen recht in de armen van de ongebreidelde vrije markt; alles moest in het werk gesteld van een eeuwig groeiden economie. Daarmee voldoe je helaas niet aan alle noden eigen aan de menselijke geest. De meesten bleven zitten met een hang naar iets meer – wat dan ook – waar naast alle nieuwe huishoudtoestellen enig geloof in kon gesteld. Het Christendom had afgedaan – want te opdringerig – en dus beleefde de westerse samenleving een wildgroei aan allerlei religieuze ditjes en datjes. Ook geloof werd overgeleverd aan de consumptiemaatschappij, waarin iedereen zelf maar moest zien uit te zoeken wat het beste bij hem paste. Daar zitten we nu volop in. Allen zijn we zoekende, want voor maar enkelingen volstaat de wetenschap en de kunsten. In een klimaat waar elk spiritueel product uitgebreid getest wordt, kunnen eveneens kwakzalvers een slag slaan. Als er iets moet zijn in het heelal (ietsisme), zou er evengoed wel eens wat meer in een emmer water kunnen zitten dan oorspronkelijk. Wie dat procedé ook nog eens kan voorzien van een jargon dat niet onder moet doen voor de termen aangehaald om het Intelligent Ontwerp uit te leggen, en mag teren op een placebo-effect, kan op zijn lauweren rusten. De wetenschap wordt geruisloos buiten spel gezet, in naam van zogezegd hogere machten.
Het is niet meer dan wetenschappelijk populisme. Wat je de massa aan kan smeren, krijg je ook door de strot van overheden en andere instanties geramd. Net als in talloze andere debatten staat de intellectuele eerlijkheid machteloos. Een vergelijking dringt zich dan ook op. Het is niet toevallig dat deze evolutie parallel loopt met een heropstanding van politiek populisme. Enkel simpele antwoorden lijken te volstaan, waarvan de zin hooguit tijdelijk moet zien te kunnen verdedigen. Dit bezorgt ons niet enkel een normenvervaging in het wetenschappelijke debat, maar ook de hele maatschappij lijkt er onder te lijden. Fundamentele vrijheden die nog maar net waren verworven, worden nu alweer in vraag gesteld of afgeschaft. Hier hoeft niet het hele proces te worden gemaakt van de heersende moraal op het versleten continent, maar ook zij lijkt onderhevig aan de strapatsen van een tijdsgewricht. De gevaren die hierin schuilen zijn te groots om ons nu blind te staren op een groep moslims die eigenlijk enkel net hetzelfde willen als ons.
Na enkele felle gevechten omtrent de staat van het geloof in West-Europa (en dan meer bepaald die van de Katholieke Kerk), en een daarop volgende en niets ontzienende secularisering, hult iedereen zich op het versleten continent in een oorverdovende stilte omtrent het geloof. Zij ziet deze als eentje voor de storm. De strijd die wij als geleverd beschouwen zou binnenkort wel eens heviger dan ooit kunnen woekeren. Ik ben het daar niet geheel mee eens. Provoost voorspelt een terugkerend belang van wereldgodsdiensten die uiteindelijk zal leiden tot een clash tussen zij die in God geloven en zij die zich er tegen afzetten. Een schaal van 1 tot 10 helpt haar erin te bepalen wie in deze strijd aan welke kant zal staan. In de eerste plaats ziet Prvoost de Christelijke fundamentalisten die ons vanuit de Verenigde Staten steeds frequenter bestoken met allerlei moderne snufjes als Intelligent Ontwerp. Europeanen met een gelijklopende inborst nemen deze denkbeelden maar wat graag over en confronteren ons met een geëvolueerde maar daarom niet minder hardnekkige inbreuk op wetenschappelijke aannames. Daarnaast lijkt de noodzaak van de schrijfster om haar atheïsme een laatste keer scherp te stellen alvorens de definitieve discussie aan te gaan, te monden uit een opkomst van de Islam in onze contreien en de daarmee gepaard gaande radicalisering. Ze heeft de tijdsgeest daarin danig mee. Er komen steeds meer mensen hierheen die vooreerst in een land woonden waar de Islam de dis uitmaakte. Dat maakt hen allen moslim en bindt hen ook meteen met de wereldberoemde fundamentalistische vleugel van deze religie. Daaruit wordt opgemaakt dat deze inwijkelingen ons denken fanatieker dan wie ook op de proef zullen stellen. Zij ondertekent daarmee de clash tussen (kort samengevat) het Westen en de Islam. Een onontkoombare rel die nu al bij sommigen geboekstaafd staat als de meest dramatische gebeurtenis uit de net aangevatte eeuw.
Hoewel haast algemeen aangenomen, valt er heel wat af te pingelen op deze stelling. De uitgangspunten die hiervoor moeten worden aangevoerd, zijn bijvoorbeeld verre van zekerheden. Moslims zouden zo op een totaal andere manier moeten reageren op een geseculariseerde samenleving als de Christenen die hen hierin voorgingen. Waar die laatste zich uiteindelijk inschikkelijk gingen opstellen tegen een overheersende religieneutrale moraal, zouden moslims (of wat daar voor door moet gaan) de vijzen willen aandraaien. Christenen zagen de vorige eeuw met lede ogen maar daarom niet minder geweldloos aan hoe een scheiding tussen kerk en staat zich eindelijk effectief voltrok. Zij zagen hen de macht uit handen gegrepen ten baten van een goddeloze samenleving waar betekenisloos genot steeds weer de bovenhand lijkt te halen. Ik maakte die evolutie amper bewust mee, maar dat lijkt allemaal – zeker de laatste etappe – vrij vlot te zijn verlopen. Uiteraard ging daar een eeuwenlange strijd aan vooraf waar beetje bij beetje werd getornd aan de fundamenten waar de Katholieke kerk steeds op dacht te kunnen terug vallen. Wij plukken daar nu nogal moeiteloos de vruchten van. Moslims echter worden veel hardnekkiger geschetst dan Katholieken door wie wij zo lang onder de knoet werden gehouden. Er wordt ons voorspeld (niet enkel door Provoost) dat zij in tegenstelling tot hen wel zullen kunnen weerstaan aan de verleidingen die de westerse samenleving nu eenmaal te bieden heeft. Waar de overgrote meerderheid van mensen die tot voor relatief kort nog wekelijks een mis bij woonden, nu thuis blijft om een zeventiende net aangekocht mobieltje uit te proberen of wezenloos voor de teevee te hangen, zouden moslims hun geloof geheel en al trouw blijven. Dat lijkt mij kras.
De idee dat moslims in staat zijn tot nog maar de minste vorm van integratie wordt daarmee van de hand gedaan. Zij zullen zich tot Sint-Juttenis blijven vasthouden aan de geloofsregels die hen ooit van thuis uit werden meegegeven. Die zullen wij dus wel met het blanke zwaard moeten bestrijden. Als argumentatie wordt daarbij betrokken dat de situatie die moslims in hun oorspronkelijke thuishaven kende, te fundamenteel verschilt van de onze om ooit tot een compromis te kunnen komen. Hier wordt echter iets te vluchtig over de evolutie die de Westerse samenleving de afgelopen decennia doormaakte gefietst. Vijftig jaar geleden werden hier inderdaad vrouwen noch homo´s gestenigd, maar daaraan voorbijgaand vertoonde onze heimat toentertijd teleurstellend veel gelijkenissen met deze waar vele moslimlanden zich nu in bevinden. Vrouwen gingen maar zelden uit werken en homoseksualiteit bestond voor velen simpelweg niet. De druk die nu vanuit de maatschappelijk consensus rust op mensen woonachtig in Islamlanden, moet niet onderdoen voor degenen waar mensen hier vijftig jaar geleden onderhevig aan waren.
Toon de poorten in het vrije westen werden opengezet voor een definitieve doorbraak van de consumptiemaatschappij, bleef er echter al snel niet veel meer over van het dictaat van de priester. Massamedia namen het in een ijl tempo van hem over en verlegden het belang van een wekelijks kerkbezoek naar dat van een wekelijks afschuimen van minstens één winkelstraat. De massa – waar het toch steeds om gaat – viel voor deze nieuwe wereld, en hooguit enkele uitzonderingen bleven achter in de greep van de paus en zijn trawanten. Los van de foutieve conclusie dat nu alles kan en mag wat vroeger niet kon, hebben wij aan deze verschuiving talloze geïnstitutionaliseerde vrijheden en rechten te danken.
Moslims die hier stranden, krijgen echter te maken met een geheel andere samenleving als waar wij ons in wanen. Door een effectief gebrek aan integratie, hebben zij doorgaans nog steeds de kans niet om zich te laven aan nodeloze prullaria nodig om de ook voor hen verstikkende wereldgodsdienst aan de deur te kunnen zetten. Zij leven in een Westerse samenleving die gekenmerkt wordt door een gebrek aan kansen, doorgroeimogelijkheden en wat nog meer. Waar wij perspectief zien, staat er voor hen enkel een blinde muur klaar. In die omstandigheden is het niet meer dan logisch dat men terug plooit op aloude bekenden als daar zijn de Koran en de Sharia. De idee al zouden zij deze aan hangen uit een kwade wil of iets anders onverenigbaars met onze waarden en normen, is fout en bovendien behoorlijk gevaarlijk. Helemaal ridicuul is het gedrag dat sommige allochtonen stellen als voorbeeld aan te halen voor twee onverenigbare werelden. De uitgangspunten zijn fundamenteel verschillend op economische gronden, en niet zozeer op religieuze. In plaats van te investeren in een degelijk integratiebeleid, zouden wij met deze tegenstellingen wel eens conflicten kunnen uitlokken die oorspronkelijk geen voedingsbodem bezaten. Een uiteindelijk economische ongelijkheid, wordt hier door sommigen maar wat graag uitgelegd als een onoverkomelijke kloof tussen normen en waarden. Ook mondiaal lijkt deze stelling op te gaan. Fundamentalisten worden gesprokkeld in milieus die zich late kennen door een uitzichtloze situatie. Daarbij is in eerste instantie een ontbrekend toekomstperspectief van belang dan wel een eventueel behaald diploma. Zij die zich in de WTC-torens boorden, hadden misschien de graad van ingenieur maar daarom nog niet het vooruitzicht op een leven zoals ingenieurs alhier dat gewend zijn te leven.
Daarom lijkt het me zinvoller als atheïst standpunten in te nemen in deze discussies als wel aan navelstaarderij te doen wat het eigen geloof betreft. Dat laatste stelt namelijk helemaal niets voor. Ook hier sta ik niet helemaal op dezelfde lijn als Provoost, die in allerijl een atheïsme gedefinieerd wil zien dat wel akelig veel doet denken aan een willekeurige wereldgodsdienst.
Zij probeert de normen en waarden die doorgaans met het Christendom worden geassocieerd, ook zichzelf en haar overtuiging eigen te maken. Ook ongelovigen kunnen barmhartig en naastelievend zijn. Dat is mooi. Zij die ons uitmaakten voor ketters en beesten enkel en alleen omdat wij niet de mogelijkheid van een opperwezen onderschrijven, dwalen. Dat kan je voor algemeen aanvaard beschouwen. Bovendien is het bijzonder gevaarlijk om dat soort etiketjes te willen plakken op een groep mensen die enkel verbonden is door ongeloof. Op het naleven van de wet na, verbinden wij ons namelijk tot niets. Heilig zijn enkel wij en de keuzes die wij zelf maken als het om ethische en levensbeschouwelijke kwesties gaat. Respect voor anderen en de weg die zij verkiezen, spreekt daarbij voor zich.
Een nagel waar daarentegen veel harder op moet geklopt (en wat naar mijn gevoel te weinig gebeurt in het essay van Provoost) is die van de wetenschap. Je zou er ook de kunsten bij kunnen betrekken, maar dat is een pad dat uiteindelijk nergens heen leid. Als het atheïsme zich al ergens in zou kunnen verliezen, is het in een blind geloof in de wetenschap. De enige verifieerbare waarheid. In tegenstelling tot alle soorten gelovigen, vormen enkel degenen die de autoriteit van wetenschap ontkennen, een werkelijk gevaar. Inderdaad komt daarbij in de eerste plaats het zogeheten intelligent Ontwerp opdoemen. Een gereïncarneerde beschrijving van het creationisme en daarmee een directe aanfluiting van de conclusies die Darwin in eer en geweten uit wetenschappelijk onderzoek trok. Het staat buiten kijf dat deze theorie met de zwaarst mogelijke middelen moet worden bestreden. De strijd die wij om deze waarheid opnieuw lijken te moeten leveren, is nog maar net begonnen. Ik geloof in deze echter eerder in de effectiviteit van rationele argumenten dan in het vluchten in bijkomstigheden. Wij hebben gelijk, en dat kunnen we bewijzen ook. Het is niet omdat een tijdsgeest ons even in het defensief duwt dat we daarom meteen moeten inpakken. Het debat blijven aangaan met zij die beweren de waarheid in pacht te hebben, is de enig mogelijke remedie. Het Darwinjaar dat de volgende kalender mag sieren, is hiermee een uitgelezen moment om de wetenschappelijke kijk in deze nogmaals door te drukken.
Een verschijnsel dat daarentegen eveneens sterk ons geloof in wetenschap bekampt en geheel onvermeld blijft in Beminde Ongelovigen zijn de pseudowetenschappen. Hoewel ook Intelligent Ontwerp zich in deze hoek bevindt, heeft deze moderne ziekte ook op plaatsen waar je het niet meteen verwacht uitzaaiingen. Een Nederlandse minister van onderwijs die oppert het Bijbelverhaal te willen onderwijzen, is zo veel onschuldiger dan – pakweg – homeopathische middelen die nu al ingeburgerd zijn in alle geledingen van onze maatschappij. Deze hebben desondanks evenveel bewijskracht al zou een opperwezen dit oord des verderf in een weekje hebben geschapen. Hoewel zij enkel hun toevallig effect te danken hebben aan het bekende placebo-effect, worden sommige van deze productjes reeds terugbetaald door de overheid. Al betreft het hier een geneesmiddel. Geïnstitutionaliseerde kwakzalverij. (Voor verdere details verwijs ik graag door naar de site van SKEPP) Naast het deficit dat een overheid voorlegt door klakkeloos mee te stappen in deze schadelijke trend, wordt de deur ook open gezet voor een algemeen wantrouwen in de wetenschap. Door haar op een zodanig abrupte manier buiten spel te zetten, loopt ze ook het gevaar op andere domeinen te moeten inleveren in slagkracht. Een sprookje als het creationisme kan dan wel ook voor atheïsten veel meer tot de verbeelding spreken, aanvaardde kwakzalverij is het werkelijke gevaar waar wij de komende tijd voor komen te staan.
De vraag hoe dit ooit zover is kunnen komen, is wat geloofsbelijdenis betreft die enige die echt aan de orde zou mogen zijn. Het antwoord daarop ligt besloten in de onverschilligheid die Provoost al eerder aanhaalde. Deze heeft een bijzonder bedrieglijk karakter. Na de ontkerkelijking van onze samenleving keerde iedereen de rug toe naar Rome, maar dat verzekert absoluut geen stap voorwaarts wat persoonlijke inzichten betreft. Qua leefregels liep iedereen recht in de armen van de ongebreidelde vrije markt; alles moest in het werk gesteld van een eeuwig groeiden economie. Daarmee voldoe je helaas niet aan alle noden eigen aan de menselijke geest. De meesten bleven zitten met een hang naar iets meer – wat dan ook – waar naast alle nieuwe huishoudtoestellen enig geloof in kon gesteld. Het Christendom had afgedaan – want te opdringerig – en dus beleefde de westerse samenleving een wildgroei aan allerlei religieuze ditjes en datjes. Ook geloof werd overgeleverd aan de consumptiemaatschappij, waarin iedereen zelf maar moest zien uit te zoeken wat het beste bij hem paste. Daar zitten we nu volop in. Allen zijn we zoekende, want voor maar enkelingen volstaat de wetenschap en de kunsten. In een klimaat waar elk spiritueel product uitgebreid getest wordt, kunnen eveneens kwakzalvers een slag slaan. Als er iets moet zijn in het heelal (ietsisme), zou er evengoed wel eens wat meer in een emmer water kunnen zitten dan oorspronkelijk. Wie dat procedé ook nog eens kan voorzien van een jargon dat niet onder moet doen voor de termen aangehaald om het Intelligent Ontwerp uit te leggen, en mag teren op een placebo-effect, kan op zijn lauweren rusten. De wetenschap wordt geruisloos buiten spel gezet, in naam van zogezegd hogere machten.
Het is niet meer dan wetenschappelijk populisme. Wat je de massa aan kan smeren, krijg je ook door de strot van overheden en andere instanties geramd. Net als in talloze andere debatten staat de intellectuele eerlijkheid machteloos. Een vergelijking dringt zich dan ook op. Het is niet toevallig dat deze evolutie parallel loopt met een heropstanding van politiek populisme. Enkel simpele antwoorden lijken te volstaan, waarvan de zin hooguit tijdelijk moet zien te kunnen verdedigen. Dit bezorgt ons niet enkel een normenvervaging in het wetenschappelijke debat, maar ook de hele maatschappij lijkt er onder te lijden. Fundamentele vrijheden die nog maar net waren verworven, worden nu alweer in vraag gesteld of afgeschaft. Hier hoeft niet het hele proces te worden gemaakt van de heersende moraal op het versleten continent, maar ook zij lijkt onderhevig aan de strapatsen van een tijdsgewricht. De gevaren die hierin schuilen zijn te groots om ons nu blind te staren op een groep moslims die eigenlijk enkel net hetzelfde willen als ons.
zondag 28 december 2008
Het TV-moment van het Jaar
De VARA is er naar op zoek, en hoewel mij dat soort aangelegenheden meestal koud laten, heb ook ik er eentje te geef. Net op de valreep stuitte ik gisteren op het meest aangrijpende wat er wat mij betreft dit jaar op de teevee te rapen viel. Niet gaat het over vluchtende moeders of noodlijdende kinderen, en ook Barack Obama moet het helaas even afleggen. Gisterennacht kwam ik na het beste van mijn richtnicht Graham Norton te hebben gezien op de grote vriendelijke BBC, terecht bij omroep MAX. Een omroep waarvan enkel de geheugentrainer voor oude mensen later bewaard zullen blijven. Dacht ik. De zender voor gepensioneerden en andere trageren van geest, blijkt ook met Missie MAX boodschappen uit te zenden van thuisblijvers voor hun soldaten aan het front.
Simpeler kan je opzet niet zijn. Je bouwt een krakkemikkig ogend studiootje op enkel plekken buiten de Grachtengordel en geeft mensen de kans hun geliefden, vrienden en kennissen die in een oorlogssituatie verkeren te groeten. Je moet tegen veel bestand zijn om die kans rond de kersttijd te laten liggen. Dieper kan de anti-oorlog propaganda eveneens niet gaan. Ik weet niet of het de huilende vrouwen met baby op de arm waren, of de witte confetti die ze kregen om de boel toch een feestelijke tint te geven, maar zoiets grijpt onverbiddelijk naar de keel. Passeerden de revue: Zonen en zussen met kerstmutsen en elandgeweien op het hoofd, echtgenotes die zichzelf verloren in voorbereide tekstjes maar volhardden in uitgeschreven gemis, achtergebleven kinderen die opgelegd werden de leegte die het vertrek van vader sloeg te kanaliseren naar derderangs poëzie, een vrouw die zich vast reed in excuses om de vergeten hond. Allen verenigd in het onvermogen om gemis uit te drukken in afgelijnde woorden. Taal als enige weg om iemand te bereiken die je niets te zeggen hebt. Het onbereikbare toch willen omarmen. Ook de vastbeslotenheid waarmee ze de boel vrolijk wilden houden, was aandoenlijk. Zij weten: Wat wij ook te lijden hebben, stelt niets voor bij wat hij doormaakt. Iedereen verliest
Zelden kwam ter sprake waar de soldaat om wie het ging zich precies bevond. De plek waar een geliefde zich bevindt is dan ook geheel en al bijkomstig als hij niet bij jou is. Een enkele keer viel toch de naam van een staat: Afghanistan. Elke keer opnieuw. Allen leken zij hondstrouw aan hun land en leiders, maar het geloof in deze oorlog stelde hier niets meer voor dan een opgelegde mantra. Zelfs wie vroeger hemeltergend naïef de regeringsleiders achterna liep – niet uit kwade wil maar uit een onbestemd maar broodnodig vertrouwen in autoriteit -, ging dit jaar twijfelen aan de zin van de oorlog die wij uit vechten in Afghanistan. Je moet al over enkele verdomd goeie voorlichters beschikken om door de kranten te raken zonder een stuk aan te treffen waar de vloer wordt aangeveegd met deze zinloze oorlog. Een roeping vinden in het leger is één ding, sneuvelen om enkel en alleen trans-Atlantische relaties optimaal te houden, nog wat anders. Jeroen Pauw en Paul Witteman kunnen zich daarvoor nog zo definitief vestigen in Uruzgan en al wat je wil, de doodsbange blik in de ogen van een geliefde aan het thuisfront walst er zo overheen.
Jan-Peter Balkenende moet naast zijn gestolde christelijke moraal beschikken over een haast wel legendarisch vermogen tot cynisme, om deze boodschappen van een minuut zomaar naast zich neer te leggen. Deze maand nog gaf hij aan enkele journalisten te kennen zelfs niet de overweging te maken om excuses te maken vanwege die andere zinloze oorlog. Irak, weet u wel, want ook daar lopen militairen nog steeds nodeloos gevaar. Hij herleidde het recht dat achtergebleven familie van al dan niet gesneuvelden heeft tot een spelletje met het journaille. Dat gaat het cynisme voorbij, maar draagt ook iets monsterlijks mee. Een onderzoek naar hoe de vork in de steel zit aangaande die laatste invasie, wijst hij sowieso al jaar en dag van de hand. Daarmee neemt hij niet enkel een loopje met de gevoelens van mensen die waarschijnlijk nog op hem gestemd hebben ook, maar zet hij ook enkele democratische fundamenten buiten spel. Hoewel in België de aankomende miserie even lijkt te zijn gestagneerd dankzij een omvallende regering, staat ook Pieter De Crem nog steeds te popelen om extra manschappen naar Afghanistan te sturen. Hij handelt net als Balkenende uit christendemocratische idealen. Dit is geen politiek spel, dit gaat niet over meerderheid tegen oppositie. Het gaat om gewone mensen die pijn wordt gedaan, om een gelukkig leven dat hen uit handen wordt gerukt om een onbenullig doel te dienen ver van huis. Hoewel dit in linke kringen nog steeds maar zelden bon ton is, kan je enkel een eindeloos respect hebben voor onze militairen. Wij beseffen maar al te weinig hoe groots hun heldendaden zijn.
(Het gaat je ook het ene en het ander in een ander perspectief zien. Momenteel worden we allemaal bang gemaakt om de leidersrol van het Westen die ons steeds stelliger uit handen wordt genomen. Ik wil geen malafide regimes en dictaturen goed praten, maar de vergelijking die wij daarmee met glans zouden moeten doorstaan, gaat al een hele tijd niet meer op. Als de westerse wereldleiders het morele gezag binnenkort aan zich voorbij zien gaan, hebben ze dat niet in de laatste plaats aan zichzelf te danken.)
Simpeler kan je opzet niet zijn. Je bouwt een krakkemikkig ogend studiootje op enkel plekken buiten de Grachtengordel en geeft mensen de kans hun geliefden, vrienden en kennissen die in een oorlogssituatie verkeren te groeten. Je moet tegen veel bestand zijn om die kans rond de kersttijd te laten liggen. Dieper kan de anti-oorlog propaganda eveneens niet gaan. Ik weet niet of het de huilende vrouwen met baby op de arm waren, of de witte confetti die ze kregen om de boel toch een feestelijke tint te geven, maar zoiets grijpt onverbiddelijk naar de keel. Passeerden de revue: Zonen en zussen met kerstmutsen en elandgeweien op het hoofd, echtgenotes die zichzelf verloren in voorbereide tekstjes maar volhardden in uitgeschreven gemis, achtergebleven kinderen die opgelegd werden de leegte die het vertrek van vader sloeg te kanaliseren naar derderangs poëzie, een vrouw die zich vast reed in excuses om de vergeten hond. Allen verenigd in het onvermogen om gemis uit te drukken in afgelijnde woorden. Taal als enige weg om iemand te bereiken die je niets te zeggen hebt. Het onbereikbare toch willen omarmen. Ook de vastbeslotenheid waarmee ze de boel vrolijk wilden houden, was aandoenlijk. Zij weten: Wat wij ook te lijden hebben, stelt niets voor bij wat hij doormaakt. Iedereen verliest
Zelden kwam ter sprake waar de soldaat om wie het ging zich precies bevond. De plek waar een geliefde zich bevindt is dan ook geheel en al bijkomstig als hij niet bij jou is. Een enkele keer viel toch de naam van een staat: Afghanistan. Elke keer opnieuw. Allen leken zij hondstrouw aan hun land en leiders, maar het geloof in deze oorlog stelde hier niets meer voor dan een opgelegde mantra. Zelfs wie vroeger hemeltergend naïef de regeringsleiders achterna liep – niet uit kwade wil maar uit een onbestemd maar broodnodig vertrouwen in autoriteit -, ging dit jaar twijfelen aan de zin van de oorlog die wij uit vechten in Afghanistan. Je moet al over enkele verdomd goeie voorlichters beschikken om door de kranten te raken zonder een stuk aan te treffen waar de vloer wordt aangeveegd met deze zinloze oorlog. Een roeping vinden in het leger is één ding, sneuvelen om enkel en alleen trans-Atlantische relaties optimaal te houden, nog wat anders. Jeroen Pauw en Paul Witteman kunnen zich daarvoor nog zo definitief vestigen in Uruzgan en al wat je wil, de doodsbange blik in de ogen van een geliefde aan het thuisfront walst er zo overheen.
Jan-Peter Balkenende moet naast zijn gestolde christelijke moraal beschikken over een haast wel legendarisch vermogen tot cynisme, om deze boodschappen van een minuut zomaar naast zich neer te leggen. Deze maand nog gaf hij aan enkele journalisten te kennen zelfs niet de overweging te maken om excuses te maken vanwege die andere zinloze oorlog. Irak, weet u wel, want ook daar lopen militairen nog steeds nodeloos gevaar. Hij herleidde het recht dat achtergebleven familie van al dan niet gesneuvelden heeft tot een spelletje met het journaille. Dat gaat het cynisme voorbij, maar draagt ook iets monsterlijks mee. Een onderzoek naar hoe de vork in de steel zit aangaande die laatste invasie, wijst hij sowieso al jaar en dag van de hand. Daarmee neemt hij niet enkel een loopje met de gevoelens van mensen die waarschijnlijk nog op hem gestemd hebben ook, maar zet hij ook enkele democratische fundamenten buiten spel. Hoewel in België de aankomende miserie even lijkt te zijn gestagneerd dankzij een omvallende regering, staat ook Pieter De Crem nog steeds te popelen om extra manschappen naar Afghanistan te sturen. Hij handelt net als Balkenende uit christendemocratische idealen. Dit is geen politiek spel, dit gaat niet over meerderheid tegen oppositie. Het gaat om gewone mensen die pijn wordt gedaan, om een gelukkig leven dat hen uit handen wordt gerukt om een onbenullig doel te dienen ver van huis. Hoewel dit in linke kringen nog steeds maar zelden bon ton is, kan je enkel een eindeloos respect hebben voor onze militairen. Wij beseffen maar al te weinig hoe groots hun heldendaden zijn.
(Het gaat je ook het ene en het ander in een ander perspectief zien. Momenteel worden we allemaal bang gemaakt om de leidersrol van het Westen die ons steeds stelliger uit handen wordt genomen. Ik wil geen malafide regimes en dictaturen goed praten, maar de vergelijking die wij daarmee met glans zouden moeten doorstaan, gaat al een hele tijd niet meer op. Als de westerse wereldleiders het morele gezag binnenkort aan zich voorbij zien gaan, hebben ze dat niet in de laatste plaats aan zichzelf te danken.)
zaterdag 27 december 2008
Freek
(Na een hele dag te zijn ondergedoken in de dromen die Barack Obama voor ons vangt, is de zieke Wetstraat even helemaal vergeten en kan er weer over wat anders geschreven.)
Gisteren was Freek De jonge op de teevee. Hoewel alweer 64 geworden in augustus (leeftijd is de meest banale wetenswaardigheid als het over echt talent gaat), maakte hij ook dit jaar weer twee voorstellingen. De ene ging over sport en liet ik vorige week met een onbestemd jammerlijk gevoel passeren wegen een geheel gebrek aan voorkennis, de andere was gisteren te zien bij de VPRO. De laatste lach. Een voorstelling die – hoewel de naam anders doet vermoeden – het begin vorm van een heuse cyclus. Freek De Jonge (enkel zijn achternaam klinkt te streng, enkel zijn voornaam durf ik nog niet) probeerde hiermee weer greep te krijgen op de kleinere zalen. Hij speelde ermee enkel in Amsterdam, ik ga door de band – uit luiheid, weet ik ook wel – enkel kijken in Gent en Antwerpen. Wederom hulde aan de VPRO, dus.
Over zijn meer dan twee uur durende voorstelling valt maar weinig te zeggen. Net als alle anderen die ik mocht zien, was ze weer geweldig. Freek op zijn best, zoals gewoonlijk. Hoewel ik hem in interviews niet steeds kan volgen (Waarom wil hij nou in godsnaam nog gitaar leren spelen en dat dan gaan demonstreren bij Matthijs Van Nieuwkerke?), is hij op scene steeds weer onklopbaar. Veel hoogdravends valt daar ongetwijfeld over te vertellen, maar in de eerste plaats blijft hij gewoon ontzettend geestig. Hij blijft zichzelf (en zijn onderwerpen) ook vernieuwen, waardoor hij nooit vervelend wordt. Spelend valt er geen leeftijd te plakken op de man, en als dat al zou moeten is hij alleszins jonger dan ik. Eveneens staat hij na al die jaren nog steeds zijn mannetje in het publieke debat, waar hij één van de weinigen is die niet geruisloos opgaat in het veilige centrumdenken. Kostbaar goed.
Nou schrijf ik niet zo erg vaak dit soort lofbetuigingen. Het gaat me ook niet zo erg goed af. Zonder afbreuk te willen doen aan het kunnen van Freek De Jonge, lijken het ook meer ergernissen te zijn die mij drijven naar dit schrijven. Alweer, waarvoor mijn excuses. Zolang ik deze zin neer schrijf, twijfel ik overigens waar ik het dan wel precies over wil hebben. En plein public, dan wel. Twee verschijnselen komen in aanmerking, en halen dan ook maar meteen de eindstreep. Het eerst gaat makkelijk. Vlaamse stand-up comedy. Ik zag een tijdje geleden een gesprek waarin Patrick De Witte zichzelf de prestatie aanmat nieuw talent in deze sector naar boven te hebben gespit. Ik vroeg me af over wie hij het had. Nog voor comedy casino opende, had Wim Helsen zijn broodjes al in Nederland gebakken. Op enkele losse flodders na, lijkt me dat voldoende wat het Vlaamse landschap betreft. Dat ligt misschien wel aan het compleet irrelevante gegeven dat ik geen hoge pet op heb van comedy. Grappen om te grappen, ik hou er meestal enkel een wrang gevoel aan over. Taal wordt herleid tot een zuivere technische aangelegenheid – want dat is stand-up comedy – en enig maatschappelijk engagement wordt meestal ontlopen ten baten van een lekker bekkende punchline. Maar daar gaat het niet om. Even goed ben ik enkel vreselijk jaloers op zij die dat talent wel hebben. Het gaat me om de manier waarop ze met taal omspringen. Aangezien inderdaad maar weinigen het zuivere talent gegeven is, vluchten velen in een taaltje wat zij gemakshalve voor Nederlands aanzien. De rotzooi waarvan men zich in reclamespots maar al te vaak bedient, blijft nog ruime lengtes achter liggen, hoewel er soms iemand nadert. (Ik heb het nu niet over Philippe Geubels, mocht iemand dat denken.) De idee dat er humor schuilt in het fout gebruik van Nederlands, viert steeds vaker hoogtij bij komieken die algemeen beschouwd een meerwaarde met zich mee dragen. Armoeiig. Een eerste vergelijking met Freek De Jonge dringt zich op. Zijn grappen zijn in de eerste plaats meer onderlegd, maar ze worden bovendien uitgesproken in een foutloos algemeen Nederlands. Alleen staat hij daarmee bovendien helemaal niet. De meeste cabaretiers boven de Moerdijk brengen hun materiaal door de band nog steeds in een bekende AN waar wij in Vlaanderen steeds vaker een puntje aan kunnen zuigen. Mocht er geen succes mee te oogsten zijn, zou het niet opvallen. Een simpel gebrek aan talent blijft echter steeds vaker overeind door een loopje te nemen met de Nederlandse taal.
Een tweede struikelbok waar men tegenwoordig over moet wil men aan amusement toe komen, is musical. Maakte ik me zonet bij sommige leeftijdsgenoten hopeloos impopulair, probeer ik het goed te maken door enkele rake klappen uit te delen aan deze sector. Is anders een moeilijke zaak voor mij. Ik ben een nicht en dus ligt het haast in mijn genen besloten dat ik hou van dansende en zingende mannen in nog steeds al te strakke pakjes. Ik kan me hopeloos verliezen in een goed uitgevoerde maar daarom niet minder goedkope choreografie. En ook eerlijkheidshalve heb ik het wel eens opgenomen voor de musical. Het blijft een medium, net als een boek of compositie, waar iedereen naar eigen goeddunken zijn zin mee kan doen. Hoe dan ook kan iedereen zich wel wat voorstellen bij het soort musical waar ik maar al te graag komaf mee zou maken. Op tweede kerstdag weidde de AVRO er meer dan anderhalf uur aan in de kerstuitzending van hun zoektochten naar ene Joseph en een Evita. Sfeer zou er zijn, had iedereen zich duidelijk vooraleer de opnames begonnen voorgenomen. Dat wel. Omdat ook ik me niet de volle drie minuten ledig kan houden met gewiekste danspasjes die ik enkel net voor een dodelijk accident gemaakt zou kunnen krijgen, was er ruim tijd om te kokhalzen vanwege de fake die er overal vanaf druipt. Ook van Freek – degene die nu voor Joseph doorgaat, eveneens zonder achternaam – geloof ik geen ene moer als hij zingt over hoe kil en koud het wel niet is zonder Brigitte a.k.a. Evita. (De naamgenoot van De Jonge leek de wedstrijd op het eerste zicht nou eenmaal gewonnen te hebben omdat hij het lekkerste ding was. Daar ga je dan met al je voorgewend talent.) Ik kreeg tijd om zowaar twee theorieën te ontwikkelen omtrent het maken van een gemiddelde musical. Enerzijds raakte ik er van overtuigd dat de blik die de musicalsterren aan het begin van een nummer op hun gezicht hebben staan, en meestal ook voor de hele duur aanhouden, er al in de coulissen wordt in geboetseerd. Keuze daarbij, vervolgt de redenering, heb je uit ongeveer vier standen. Blij, droevig, kwaad en verliefd. Tot die vier emotietjes kan je het hele wereldje terug brengen. Meer is er niet aan. De attributen en hoogst indrukwekkende decors doen de rest.
Zoals gezegd ben ik daar best gek op. Als ze alle vier maar met genoeg panache worden gebracht, zijn musicals om duimen en vingers bij af te likken. Entertainment van de bovenste plank, zoals vaker dan nodig geafficheerd. Meer is het ook niet. Net als Vlaamse comedians ontlopen ook zij geheel en al een maatschappelijk engagement. Hoewel ruimte genoeg, ontbreekt het zowat elke musical aan een noemenswaardige inhoud. Het medium raakt meestal niet verder dan het bevestigen van eeuwige stereotypes waar op andere fronten hartstochtelijk tegen gevochten wordt. Het is bedroevend te zien dat een wereld die draait op nichten er haar missie van lijkt te hebben gemaakt om – pakweg – het huwelijk tussen man en vrouw als preferabel in de markt te zetten. Ik klink misschien als een ouwe tante, maar dat doet soms een beetje pijn, hoor. Aandachtsgeile jongens gooien hun eigen ruiten in om toch maar dat ene rolletje te mogen spelen. Los daarvan vind ook ik het heerlijk mij te verliezen in prinsen, slechte heksen en kandelaars, maar vanaf je met iets op een scene gaat staan mag er toch wel een minimum aan effectief engagement wat de inhoud betreft worden verwacht. Ook daarin verschilt Freek De Jonge haast legendarisch. Als hij een voorstelling speelt, geloof je hem tot op het laatste woord. Tegen de noodzaak waarmee hij zijn teksten brengt is niemand gewapend. Hij dwingt je na te denken, hij dwingt je zekerheden terug in overweging te nemen enkel en alleen door de overtuigingskracht waarmee hij ze uitspreekt. Nog grootser wordt dat als je hem vergelijkt met de hapklare brokjes musical die niet de minste moeite doen wat dan ook in vraag te stellen.
Ook in het gesubsidieerde circuit, viel er dit seizoen overigens nog niet veel opzienbarends te zien (God, wat doe ik graag de pedante lul!), maar ik sta er nog steeds pal achter. Uit noodzaak.
Gisteren was Freek De jonge op de teevee. Hoewel alweer 64 geworden in augustus (leeftijd is de meest banale wetenswaardigheid als het over echt talent gaat), maakte hij ook dit jaar weer twee voorstellingen. De ene ging over sport en liet ik vorige week met een onbestemd jammerlijk gevoel passeren wegen een geheel gebrek aan voorkennis, de andere was gisteren te zien bij de VPRO. De laatste lach. Een voorstelling die – hoewel de naam anders doet vermoeden – het begin vorm van een heuse cyclus. Freek De Jonge (enkel zijn achternaam klinkt te streng, enkel zijn voornaam durf ik nog niet) probeerde hiermee weer greep te krijgen op de kleinere zalen. Hij speelde ermee enkel in Amsterdam, ik ga door de band – uit luiheid, weet ik ook wel – enkel kijken in Gent en Antwerpen. Wederom hulde aan de VPRO, dus.
Over zijn meer dan twee uur durende voorstelling valt maar weinig te zeggen. Net als alle anderen die ik mocht zien, was ze weer geweldig. Freek op zijn best, zoals gewoonlijk. Hoewel ik hem in interviews niet steeds kan volgen (Waarom wil hij nou in godsnaam nog gitaar leren spelen en dat dan gaan demonstreren bij Matthijs Van Nieuwkerke?), is hij op scene steeds weer onklopbaar. Veel hoogdravends valt daar ongetwijfeld over te vertellen, maar in de eerste plaats blijft hij gewoon ontzettend geestig. Hij blijft zichzelf (en zijn onderwerpen) ook vernieuwen, waardoor hij nooit vervelend wordt. Spelend valt er geen leeftijd te plakken op de man, en als dat al zou moeten is hij alleszins jonger dan ik. Eveneens staat hij na al die jaren nog steeds zijn mannetje in het publieke debat, waar hij één van de weinigen is die niet geruisloos opgaat in het veilige centrumdenken. Kostbaar goed.
Nou schrijf ik niet zo erg vaak dit soort lofbetuigingen. Het gaat me ook niet zo erg goed af. Zonder afbreuk te willen doen aan het kunnen van Freek De Jonge, lijken het ook meer ergernissen te zijn die mij drijven naar dit schrijven. Alweer, waarvoor mijn excuses. Zolang ik deze zin neer schrijf, twijfel ik overigens waar ik het dan wel precies over wil hebben. En plein public, dan wel. Twee verschijnselen komen in aanmerking, en halen dan ook maar meteen de eindstreep. Het eerst gaat makkelijk. Vlaamse stand-up comedy. Ik zag een tijdje geleden een gesprek waarin Patrick De Witte zichzelf de prestatie aanmat nieuw talent in deze sector naar boven te hebben gespit. Ik vroeg me af over wie hij het had. Nog voor comedy casino opende, had Wim Helsen zijn broodjes al in Nederland gebakken. Op enkele losse flodders na, lijkt me dat voldoende wat het Vlaamse landschap betreft. Dat ligt misschien wel aan het compleet irrelevante gegeven dat ik geen hoge pet op heb van comedy. Grappen om te grappen, ik hou er meestal enkel een wrang gevoel aan over. Taal wordt herleid tot een zuivere technische aangelegenheid – want dat is stand-up comedy – en enig maatschappelijk engagement wordt meestal ontlopen ten baten van een lekker bekkende punchline. Maar daar gaat het niet om. Even goed ben ik enkel vreselijk jaloers op zij die dat talent wel hebben. Het gaat me om de manier waarop ze met taal omspringen. Aangezien inderdaad maar weinigen het zuivere talent gegeven is, vluchten velen in een taaltje wat zij gemakshalve voor Nederlands aanzien. De rotzooi waarvan men zich in reclamespots maar al te vaak bedient, blijft nog ruime lengtes achter liggen, hoewel er soms iemand nadert. (Ik heb het nu niet over Philippe Geubels, mocht iemand dat denken.) De idee dat er humor schuilt in het fout gebruik van Nederlands, viert steeds vaker hoogtij bij komieken die algemeen beschouwd een meerwaarde met zich mee dragen. Armoeiig. Een eerste vergelijking met Freek De Jonge dringt zich op. Zijn grappen zijn in de eerste plaats meer onderlegd, maar ze worden bovendien uitgesproken in een foutloos algemeen Nederlands. Alleen staat hij daarmee bovendien helemaal niet. De meeste cabaretiers boven de Moerdijk brengen hun materiaal door de band nog steeds in een bekende AN waar wij in Vlaanderen steeds vaker een puntje aan kunnen zuigen. Mocht er geen succes mee te oogsten zijn, zou het niet opvallen. Een simpel gebrek aan talent blijft echter steeds vaker overeind door een loopje te nemen met de Nederlandse taal.
Een tweede struikelbok waar men tegenwoordig over moet wil men aan amusement toe komen, is musical. Maakte ik me zonet bij sommige leeftijdsgenoten hopeloos impopulair, probeer ik het goed te maken door enkele rake klappen uit te delen aan deze sector. Is anders een moeilijke zaak voor mij. Ik ben een nicht en dus ligt het haast in mijn genen besloten dat ik hou van dansende en zingende mannen in nog steeds al te strakke pakjes. Ik kan me hopeloos verliezen in een goed uitgevoerde maar daarom niet minder goedkope choreografie. En ook eerlijkheidshalve heb ik het wel eens opgenomen voor de musical. Het blijft een medium, net als een boek of compositie, waar iedereen naar eigen goeddunken zijn zin mee kan doen. Hoe dan ook kan iedereen zich wel wat voorstellen bij het soort musical waar ik maar al te graag komaf mee zou maken. Op tweede kerstdag weidde de AVRO er meer dan anderhalf uur aan in de kerstuitzending van hun zoektochten naar ene Joseph en een Evita. Sfeer zou er zijn, had iedereen zich duidelijk vooraleer de opnames begonnen voorgenomen. Dat wel. Omdat ook ik me niet de volle drie minuten ledig kan houden met gewiekste danspasjes die ik enkel net voor een dodelijk accident gemaakt zou kunnen krijgen, was er ruim tijd om te kokhalzen vanwege de fake die er overal vanaf druipt. Ook van Freek – degene die nu voor Joseph doorgaat, eveneens zonder achternaam – geloof ik geen ene moer als hij zingt over hoe kil en koud het wel niet is zonder Brigitte a.k.a. Evita. (De naamgenoot van De Jonge leek de wedstrijd op het eerste zicht nou eenmaal gewonnen te hebben omdat hij het lekkerste ding was. Daar ga je dan met al je voorgewend talent.) Ik kreeg tijd om zowaar twee theorieën te ontwikkelen omtrent het maken van een gemiddelde musical. Enerzijds raakte ik er van overtuigd dat de blik die de musicalsterren aan het begin van een nummer op hun gezicht hebben staan, en meestal ook voor de hele duur aanhouden, er al in de coulissen wordt in geboetseerd. Keuze daarbij, vervolgt de redenering, heb je uit ongeveer vier standen. Blij, droevig, kwaad en verliefd. Tot die vier emotietjes kan je het hele wereldje terug brengen. Meer is er niet aan. De attributen en hoogst indrukwekkende decors doen de rest.
Zoals gezegd ben ik daar best gek op. Als ze alle vier maar met genoeg panache worden gebracht, zijn musicals om duimen en vingers bij af te likken. Entertainment van de bovenste plank, zoals vaker dan nodig geafficheerd. Meer is het ook niet. Net als Vlaamse comedians ontlopen ook zij geheel en al een maatschappelijk engagement. Hoewel ruimte genoeg, ontbreekt het zowat elke musical aan een noemenswaardige inhoud. Het medium raakt meestal niet verder dan het bevestigen van eeuwige stereotypes waar op andere fronten hartstochtelijk tegen gevochten wordt. Het is bedroevend te zien dat een wereld die draait op nichten er haar missie van lijkt te hebben gemaakt om – pakweg – het huwelijk tussen man en vrouw als preferabel in de markt te zetten. Ik klink misschien als een ouwe tante, maar dat doet soms een beetje pijn, hoor. Aandachtsgeile jongens gooien hun eigen ruiten in om toch maar dat ene rolletje te mogen spelen. Los daarvan vind ook ik het heerlijk mij te verliezen in prinsen, slechte heksen en kandelaars, maar vanaf je met iets op een scene gaat staan mag er toch wel een minimum aan effectief engagement wat de inhoud betreft worden verwacht. Ook daarin verschilt Freek De Jonge haast legendarisch. Als hij een voorstelling speelt, geloof je hem tot op het laatste woord. Tegen de noodzaak waarmee hij zijn teksten brengt is niemand gewapend. Hij dwingt je na te denken, hij dwingt je zekerheden terug in overweging te nemen enkel en alleen door de overtuigingskracht waarmee hij ze uitspreekt. Nog grootser wordt dat als je hem vergelijkt met de hapklare brokjes musical die niet de minste moeite doen wat dan ook in vraag te stellen.
Ook in het gesubsidieerde circuit, viel er dit seizoen overigens nog niet veel opzienbarends te zien (God, wat doe ik graag de pedante lul!), maar ik sta er nog steeds pal achter. Uit noodzaak.
vrijdag 26 december 2008
Wil is er. Naar de rest blijft het zoeken.
Nu de crisis de kerst over getild is, kan hij weer met horten en stoten verder hobbelen. De idee al zou de institutionele crisis nou wel echt echt echt fundamenteel zijn, heeft iedereen samen met de restjes kalkoen achter gelaten en partijpolitieke spelletjes maken weer de dis uit. Misselijkmakend is dat.
Een regering die collectief ontslag neemt nadat twee of drie ministers door de hoogste magistraat worden beticht van het niet respecteren van de scheiding der machten. In West-Europa zou je het niet meer verwachten. Marianne Thyssen laat zich daar echter niet door uit haar lood slaan en maakt tot in den treuren gewag van een daad van goed bestuur. Wel, in een moment van bezinning onder de kerstboom kon ik daar plots in komen. Hoewel niets werkelijk correct gestaafd werd, was de CD&V bereid in naam van de rechtsstaat een hele regering op te doeken. Ze leggen hun lot in handen van de kiezer. Mooi is dat. Het zouden natuurlijk geen tsjeven zijn als er geen addertje onder het gras zat. Samen met de PS, MR en CDH werkt de CD&V nu aan een doorstart van de huidige regering die de voorziene termijn helemaal uit zou moeten doen. Enkel Jo Vandeurzen zou concreet verdwijnen, net als Yves Leterme, die echter na zuivering van zijn naam wil terugkeren. Het plan van deze vier regeringspartijen is dus om verder te doen zoals ze bezig waren, na Jo Vandeurzen onderweg te hebben gedumpt. Of nee. Ook Christine Schurmans – de zieke rechter, zoals ze tegenwoordig door het leven moet – lijkt te worden geofferd in naam van het algemeen belang.
De ochtend voor kerstavond werd er een voorstel voor parlementair onderzoek weggestemd in de kamer. Hoewel ook hij tegen stemde, gaf Bart Tommelein aan dat er zo snel mogelijk een commissie moet komen. Vreemde redenering. Alle parlementsleden van de huidige meerderheid stemden zo negatief, hoewel ook zij amper twee weken geleden een onderzoek eisten. De grens tussen gezonde kritiek en platvloers populisme is hier bijzonder dun, maar dit begint nu al te lijken op de voorbereiding van een doofpot. Je ontslaat een rechter, een minister houdt de eer aan zichzelf – uit onbeduidend zelfrespect – en we kunnen weer even verder. Enkel de liberalen pleiten binnen de meerderheid nog voor federale verkiezingen in 2009. Een nobel standpunt, ook al wordt het enkel geuit omdat het risico anders te groot wordt dat ze hun kopman Guy Verhofstadt niet volop zullen kunnen uitspelen. In die lijn ligt ook hun stilzwijgend veto tegen de travaillist – ja hoor, alle schaamte is nu wel weg getrokken - Jean-Luc Dehaene. Ondanks dat scoort het scenario al zou hij het premierschap waarnemen tot Leterme gezuiverd is van alle blaam het hoogst. Ik raak niet verder dan: Onvoorstelbaar. Enkel een Dehaene die zich voor deze smeerlapperij te goed voelt, kan de zaken nog enigszins recht trekken. Lijkt het wel. Een regering die nul verwezenlijkingen op de teller heeft staan en ten val wordt gebracht door de voorzitter van het Hof van Cassatie, doet verder alsof er nooit wat werkelijks aan de hand is geweest. Wie de moed heeft de jaaroverzichten vol van economisch leed door te nemen, weet dat deze situatie nog schrijnender is dan ze op het eerste zicht lijkt.
Het alternatief is uiteraard ook niet erg aanlokkelijk. Hoe vulgair de christendemocraten de laatste jaren ook weer te werk zijn gegaan, de resultaten die hierop logischerwijs volgende verkiezingen zouden brengen zijn eveneens moordend. Een ongeziene winst voor (Vlaams) populisme die de tegenstellingen enkel nog scherper zal stellen. De voorspelling al zou links hier een slag uit kunnen slaan is – gezien de uiterst zwakke oppositie van die kant – redelijk naïef. Het zal Yves Leterme zijn, of het zal nog erger zijn. Dat lijkt wel de conclusie van een jaar Belgische politiek.
Bidden voor beterschap, er zal niets anders op zitten.
Een regering die collectief ontslag neemt nadat twee of drie ministers door de hoogste magistraat worden beticht van het niet respecteren van de scheiding der machten. In West-Europa zou je het niet meer verwachten. Marianne Thyssen laat zich daar echter niet door uit haar lood slaan en maakt tot in den treuren gewag van een daad van goed bestuur. Wel, in een moment van bezinning onder de kerstboom kon ik daar plots in komen. Hoewel niets werkelijk correct gestaafd werd, was de CD&V bereid in naam van de rechtsstaat een hele regering op te doeken. Ze leggen hun lot in handen van de kiezer. Mooi is dat. Het zouden natuurlijk geen tsjeven zijn als er geen addertje onder het gras zat. Samen met de PS, MR en CDH werkt de CD&V nu aan een doorstart van de huidige regering die de voorziene termijn helemaal uit zou moeten doen. Enkel Jo Vandeurzen zou concreet verdwijnen, net als Yves Leterme, die echter na zuivering van zijn naam wil terugkeren. Het plan van deze vier regeringspartijen is dus om verder te doen zoals ze bezig waren, na Jo Vandeurzen onderweg te hebben gedumpt. Of nee. Ook Christine Schurmans – de zieke rechter, zoals ze tegenwoordig door het leven moet – lijkt te worden geofferd in naam van het algemeen belang.
De ochtend voor kerstavond werd er een voorstel voor parlementair onderzoek weggestemd in de kamer. Hoewel ook hij tegen stemde, gaf Bart Tommelein aan dat er zo snel mogelijk een commissie moet komen. Vreemde redenering. Alle parlementsleden van de huidige meerderheid stemden zo negatief, hoewel ook zij amper twee weken geleden een onderzoek eisten. De grens tussen gezonde kritiek en platvloers populisme is hier bijzonder dun, maar dit begint nu al te lijken op de voorbereiding van een doofpot. Je ontslaat een rechter, een minister houdt de eer aan zichzelf – uit onbeduidend zelfrespect – en we kunnen weer even verder. Enkel de liberalen pleiten binnen de meerderheid nog voor federale verkiezingen in 2009. Een nobel standpunt, ook al wordt het enkel geuit omdat het risico anders te groot wordt dat ze hun kopman Guy Verhofstadt niet volop zullen kunnen uitspelen. In die lijn ligt ook hun stilzwijgend veto tegen de travaillist – ja hoor, alle schaamte is nu wel weg getrokken - Jean-Luc Dehaene. Ondanks dat scoort het scenario al zou hij het premierschap waarnemen tot Leterme gezuiverd is van alle blaam het hoogst. Ik raak niet verder dan: Onvoorstelbaar. Enkel een Dehaene die zich voor deze smeerlapperij te goed voelt, kan de zaken nog enigszins recht trekken. Lijkt het wel. Een regering die nul verwezenlijkingen op de teller heeft staan en ten val wordt gebracht door de voorzitter van het Hof van Cassatie, doet verder alsof er nooit wat werkelijks aan de hand is geweest. Wie de moed heeft de jaaroverzichten vol van economisch leed door te nemen, weet dat deze situatie nog schrijnender is dan ze op het eerste zicht lijkt.
Het alternatief is uiteraard ook niet erg aanlokkelijk. Hoe vulgair de christendemocraten de laatste jaren ook weer te werk zijn gegaan, de resultaten die hierop logischerwijs volgende verkiezingen zouden brengen zijn eveneens moordend. Een ongeziene winst voor (Vlaams) populisme die de tegenstellingen enkel nog scherper zal stellen. De voorspelling al zou links hier een slag uit kunnen slaan is – gezien de uiterst zwakke oppositie van die kant – redelijk naïef. Het zal Yves Leterme zijn, of het zal nog erger zijn. Dat lijkt wel de conclusie van een jaar Belgische politiek.
Bidden voor beterschap, er zal niets anders op zitten.
dinsdag 23 december 2008
Puin ruimen
Ook vandaag liet Yves Leterme zich niet leiden door waarheden en inzichten. Yves Leterme bepaalt zelf wel wat het verschil is tussen feit en fictie. In een mededeling, waarover deze ochtend in de kranten werd bericht, doet Leterme een poging de schuld wederom in de schoenen van de media te schuiven. Zij gaven hem de kans niet zich te verdedigen voor het parlement – Linda De Win stond ongetwijfeld in de weg. Ook vond hij het nodig het aardige palmares aan te stippen dat hij en zijn regering konden voorleggen. Hier spreekt een politicus op de dool. Als je er niet van op aan zou kunnen dat hij met deze strapatsen weg zal raken, zou hij amusanter entertainment bieden dan de kerstfilms die dezer dagen de teevee halen. Nu enkel grote kopzorgen.
Deze avond mochten Carl De Vos en Herman Van Rompuy de neergang van Leterme en met hem de hele Belgische politieke analyseren bij Ter Zake. Ik geloof dat deze uitzending onder de eindejaarssnoepjes viel. Wat begon als een hulde aan Van Rompuy als premier, eindigde in een bits meningsverschil. De ene (de professor) probeerde toch enkele fouten aan de ex-premier toe te schrijven, de andere (de partijgenoot) wilde daar niet van weten. Van Rompuy stelde teleur toen hij niet van de eerlijke analyse bleek te zijn. De man die algemeen beschouwd wordt als een groots staatsman – zijn hele carrière heeft hij doelbewust in de luwte geopereerd -, was te kleinzerig om toe te geven dat zijn partij specifiek een bepaalde schuld trof. Hij raakte niet verder dan een algemene verzuring van het politiek klimaat. De vraag wie daar dan verantwoordelijk voor was, beantwoordde hij met de vaststelling dat het Vlaams Belang onder paars bijna 25 procent van de stemmen haalde. Verhofstadt had het gedaan, alsnog.
Het gesprekje werd ingezet met de stelling dat Yves Leterme eigenlijk de Vlaamse Barack Obama kan geheten. Hoewel die door elke gesprekspartner met variërende overtuiging werd bekrachtigd, is ze pertinent onjuist. Obama heeft de presidentsverkiezingen gewonnen met een positief verhaal van hoop en verandering. Het ging hem niet om een teleurstellend verleden maar om een veelbelovende toekomst. Leterme zijn hele campagne draaide om het tegenovergestelde. Enerzijds wilde hij koste wat kost paars breken, want Guy Verhofstadt en de zijnen hadden er zogezegd danig een boeltje van gemaakt. De puinhopen van paars moesten opgeruimd, maar hebben ze ooit al bestaan, zijn ze enkel ondergesneeuwd geraakt door een veel imposantere schoothoop. In deze werd hij overigens gesteund door zowat alle Vlaamse opiniemakers. Zijn mantra dat de media hem ten gronde hebben gericht, is dan ook een flagrante leugen. Hij heeft krediet gekregen, al vanaf het begin te veel. Anderzijds zette hij Vlamingen tegen Walen op, wat hem in dit pervers kiesstelsel de meest makkelijke weg naar een overwinning leek. Dit alles ging gepaard met een compleet gebrek aan ideeën en realistisch toekomstperspectief. Ook enige elementaire kunde was geheel afwezig. De vergelijking met Barack Obama gaat dus op geen enkele manier op. Hem vergelijken met de West-Vlaamse geitenboer waarmee wij het moesten stellen, is de meest onjuiste conclusie die je uit dit politiek jaar kan trekken.
Verder begon vandaag Wilfried Marten aan zijn verkenningsronde. Naast Miet Smet werd daarbij ook de idee al zouden de hedendaagse politici het niet aan kunnen, opgewarmd. Om beiden was ik verheugd. Het is heerlijk te zien dat Smet ongetwijfeld de mooiste tijd van haar leven doormaakt, het is belangrijk te weten dat er wat schort aan de generatie die momenteel de dis uitmaakt in de Wetstraat. De twee analisten redeneerden dat die incompetentie niet aan de politici zelf lag, maar aan het huidige klimaat. Zij zijn simpelweg nooit geleerd een netwerk op te bouwen aan beide kanten van de taalgrens, laat staan het zinvol te gebruiken. Dat klopt ten dele. Gesprekken tussen politici van een verschillende taalgroep zijn niet meer zo vanzelfsprekend als ze pakweg waren toen er nog enkel sprake was van nationale partijen. Langs de andere kant is de vraag of je wat kan aanvangen met personen die de noodzaak niet in zien van een degelijk uitgebouwd netwerk. Als zij op die manier geen zinvol werk meer kunnen verzetten op dit niveau, is de kans bijzonder klein dat ze ooit nog wat zullen voorstellen op Europees niveau waar enkel en alleen op die manier aan politiek kan worden gedaan. Wederom een somber beeld waarmee wij deze kerstperiode moeten zien door te komen.
Deze avond mochten Carl De Vos en Herman Van Rompuy de neergang van Leterme en met hem de hele Belgische politieke analyseren bij Ter Zake. Ik geloof dat deze uitzending onder de eindejaarssnoepjes viel. Wat begon als een hulde aan Van Rompuy als premier, eindigde in een bits meningsverschil. De ene (de professor) probeerde toch enkele fouten aan de ex-premier toe te schrijven, de andere (de partijgenoot) wilde daar niet van weten. Van Rompuy stelde teleur toen hij niet van de eerlijke analyse bleek te zijn. De man die algemeen beschouwd wordt als een groots staatsman – zijn hele carrière heeft hij doelbewust in de luwte geopereerd -, was te kleinzerig om toe te geven dat zijn partij specifiek een bepaalde schuld trof. Hij raakte niet verder dan een algemene verzuring van het politiek klimaat. De vraag wie daar dan verantwoordelijk voor was, beantwoordde hij met de vaststelling dat het Vlaams Belang onder paars bijna 25 procent van de stemmen haalde. Verhofstadt had het gedaan, alsnog.
Het gesprekje werd ingezet met de stelling dat Yves Leterme eigenlijk de Vlaamse Barack Obama kan geheten. Hoewel die door elke gesprekspartner met variërende overtuiging werd bekrachtigd, is ze pertinent onjuist. Obama heeft de presidentsverkiezingen gewonnen met een positief verhaal van hoop en verandering. Het ging hem niet om een teleurstellend verleden maar om een veelbelovende toekomst. Leterme zijn hele campagne draaide om het tegenovergestelde. Enerzijds wilde hij koste wat kost paars breken, want Guy Verhofstadt en de zijnen hadden er zogezegd danig een boeltje van gemaakt. De puinhopen van paars moesten opgeruimd, maar hebben ze ooit al bestaan, zijn ze enkel ondergesneeuwd geraakt door een veel imposantere schoothoop. In deze werd hij overigens gesteund door zowat alle Vlaamse opiniemakers. Zijn mantra dat de media hem ten gronde hebben gericht, is dan ook een flagrante leugen. Hij heeft krediet gekregen, al vanaf het begin te veel. Anderzijds zette hij Vlamingen tegen Walen op, wat hem in dit pervers kiesstelsel de meest makkelijke weg naar een overwinning leek. Dit alles ging gepaard met een compleet gebrek aan ideeën en realistisch toekomstperspectief. Ook enige elementaire kunde was geheel afwezig. De vergelijking met Barack Obama gaat dus op geen enkele manier op. Hem vergelijken met de West-Vlaamse geitenboer waarmee wij het moesten stellen, is de meest onjuiste conclusie die je uit dit politiek jaar kan trekken.
Verder begon vandaag Wilfried Marten aan zijn verkenningsronde. Naast Miet Smet werd daarbij ook de idee al zouden de hedendaagse politici het niet aan kunnen, opgewarmd. Om beiden was ik verheugd. Het is heerlijk te zien dat Smet ongetwijfeld de mooiste tijd van haar leven doormaakt, het is belangrijk te weten dat er wat schort aan de generatie die momenteel de dis uitmaakt in de Wetstraat. De twee analisten redeneerden dat die incompetentie niet aan de politici zelf lag, maar aan het huidige klimaat. Zij zijn simpelweg nooit geleerd een netwerk op te bouwen aan beide kanten van de taalgrens, laat staan het zinvol te gebruiken. Dat klopt ten dele. Gesprekken tussen politici van een verschillende taalgroep zijn niet meer zo vanzelfsprekend als ze pakweg waren toen er nog enkel sprake was van nationale partijen. Langs de andere kant is de vraag of je wat kan aanvangen met personen die de noodzaak niet in zien van een degelijk uitgebouwd netwerk. Als zij op die manier geen zinvol werk meer kunnen verzetten op dit niveau, is de kans bijzonder klein dat ze ooit nog wat zullen voorstellen op Europees niveau waar enkel en alleen op die manier aan politiek kan worden gedaan. Wederom een somber beeld waarmee wij deze kerstperiode moeten zien door te komen.
maandag 22 december 2008
Stratego
De warme lijken in de Wetstraat waarvan gisteren sprake, hebben vandaag alweer bijzonder veel noten op hun zang. Het ene lijk werd vandaag zelfs bejubeld in Ter Zake en mocht daarna zelf komen uitleggen waarom die voorzitter van het Hof van Cassatie de bal mis had geslagen. De (heldhaftige) politieke consequenties die hij eruit had getrokken, leken vanzelfsprekender dan de verdenkingen op zich. Een parlementaire onderzoekscommissie zal in deze uitsluitsel brengen. Het lijk Vandeurzen, dat er overigens teleurstellend vrolijk bij zat, gaf wel te kennen niet meteen aan een terugkeer in de politiek te werken. Vriendelijk van hem. Dat andere lijk zag op ongeveer hetzelfde moment het ontslag van zijn regering aanvaard door de koning. Dat werd tijd. Wilfried Martens mag als verkenner werk maken van een spoedige oplossing. (Verzint u hier zelf maar een grapje of verwijzing naar Miet Smet.) Yves Leterme benadrukte de verwezenlijkingen van zijn regering en wilde ook de noeste arbeid door hem persoonlijk verzet met enkel het algemeen belang indachtig niet onvermeld laten. Mieke Vogels zei gisteren daarover: “Ook als ik dag en nacht werk aan een schilderij, zal het nog steeds op niets trekken.” Dat moet volstaan. Ook Leterme gaf vandaag aan even in de luwte te willen verdwijnen. Een godsgeschenk voor dit land, het is tenslotte bijna kerst.
Hoewel de open-vld er nog niet officieel over werd geconsulteerd, lijkt Jean-Luc Dehaene het gouden haantje dat de federale regering naar verkiezingen in juni moet loodsen. Met alle respect voor de verbolgen liberalen, neem ook ik deze kandidatuur even door. Daar gaat de woordkeuze evenwel al de mist in. Nadat Herman Van Rompuy niet tot de minste beweging aan te zetten bleek – hij bleef de naam van zijn broer maar suggereren -, kwam men pas bij Dehaene terecht. Arme man. Zijn onvermurwbare loyauteit en verantwoordelijkheidszin brengen hem ertoe de man die hem al tot twee keer toe meer dan onheus bejegende, alsnog uit de brand te helpen. Helemaal aan het begin van de formatieronde, nog voor Hertoginnendal, moest Dehaene al eens te hulp schieten om het zootje te deblokkeren. Dat kon Leterme echter niet aanzien en stuurde hem huiswaarts. De idee dat iemand nog maar met één pluim zou kunnen gaan lopen waar hij eigenlijk eigenhandig zou moeten gloriëren, werd hem te veel. Ook toen de koning enkele ministers van staat ontving nadat premier Leterme voor de eerste keer richting Albert II trok, kon de meest incompetente naoorlogse premier het niet laten zich minachtend over deze heren uit te laten. Hij had tenslotte achthonderdduizend malloten kunnen overtuigen op hem te stemmen, weet u wel.
Dat weerhield Dehaene, schat van een man, er hoe dan ook niet van ook dit najaar Leterme nogmaals bij te springen. Hij moest de eerste viool gaan spelen bij Dexia, een van de vele noodlijdende banken waar de federale regering toen mee te kampen kreeg. Loodgieter werd hij vaak genoemd, het bankierschap werd hem daarentegen ontzegd. Om maar te zeggen: Daar heeft hij niet per se kaas van gegeten. Ook in Nederland viel dat op, een commercieel bedrijf is nog wat anders dan de Belgische overheid. Zijn naam droeg daarentegen wel een onvoorwaardelijk vertrouwen waar de hele banksector meer dan nood aan heeft om dezer dagen overeind te blijven. Dehaene, die als geen ander gruwelt van de tegenwoordige mediacultuur, leende zijn imago uit om een van de vele problemen van de man met achthonderdduizend voorkeurstemmen maar zonder nog maar het minste idee of inzicht, tijdelijk als opgelost te laten doorgaan. Groots staatsman.
Hoewel ze bij open-vld weinig animo voelen voor de figuur van Dehaene, zal hij waarschijnlijk toch het premierschap mogen waarnemen tot juni volgend jaar. Dat is om verschillende redenen een aangename wending. Dehaene zal zijn partij als geen ander weten te overtuigen van de noodzaak van tussentijdse verkiezingen voor het federale niveau, wat ons meteen een hele hoop gedoe bespaart. Daarnaast heeft hij inderdaad ook de kwaliteiten om eender welke regering te leiden. Hoewel ze qua stijl opmerkelijk weinig verschillen, is Dehaene bestuurlijk zowat het tegenovergestelde van Leterme. Waar alles wat die laatste aanraakte in schroot veranderde, zou Dehaene de boel wel eens aardig kunnen oppoetsen. Ondanks dat alles zou het toch fout zijn te fixeren op zijn figuur. Hij mag dan wel bereid zijn deze regering tot juni te depanneren, daarna verdwijnt hij weer naar Europa en moet de huidige politieke generatie – hoe onbekwaam ook – alsnog een compromis zien te bereiken. Die Europese verkiezingen zijn overigens een terechte bezorgdheid waar de Vlaamse liberalen mee zitten. De kredieten die Dehaene de komende maanden vermoedelijk zal opbouwen, zouden het pleit tussen hem en Guy Verhofstadt, wel eens vroegtijdig kunnen beslechten. Dehaene mag dan wel een prima vent zijn, hij blijft van schuwlelijke christendemocratische komaf, en alles moet in het werk worden gesteld om hen een verkiezingsnederlaag van heb je me daar te bezorgen. Het beeld van een noest werkende Dehaene en een in Toscane verblijvende Verhofstadt, zou de Vlaamse publieke opinie wel eens kunnen doen kiezen voor de partij van de eerste, ondanks alles wat zij ook op hun geweten hebben. Dit zijn echter zuiver politieke overwegingen, en daar leent het huidige klimaat zich werkelijk niet toe.
Hoewel de open-vld er nog niet officieel over werd geconsulteerd, lijkt Jean-Luc Dehaene het gouden haantje dat de federale regering naar verkiezingen in juni moet loodsen. Met alle respect voor de verbolgen liberalen, neem ook ik deze kandidatuur even door. Daar gaat de woordkeuze evenwel al de mist in. Nadat Herman Van Rompuy niet tot de minste beweging aan te zetten bleek – hij bleef de naam van zijn broer maar suggereren -, kwam men pas bij Dehaene terecht. Arme man. Zijn onvermurwbare loyauteit en verantwoordelijkheidszin brengen hem ertoe de man die hem al tot twee keer toe meer dan onheus bejegende, alsnog uit de brand te helpen. Helemaal aan het begin van de formatieronde, nog voor Hertoginnendal, moest Dehaene al eens te hulp schieten om het zootje te deblokkeren. Dat kon Leterme echter niet aanzien en stuurde hem huiswaarts. De idee dat iemand nog maar met één pluim zou kunnen gaan lopen waar hij eigenlijk eigenhandig zou moeten gloriëren, werd hem te veel. Ook toen de koning enkele ministers van staat ontving nadat premier Leterme voor de eerste keer richting Albert II trok, kon de meest incompetente naoorlogse premier het niet laten zich minachtend over deze heren uit te laten. Hij had tenslotte achthonderdduizend malloten kunnen overtuigen op hem te stemmen, weet u wel.
Dat weerhield Dehaene, schat van een man, er hoe dan ook niet van ook dit najaar Leterme nogmaals bij te springen. Hij moest de eerste viool gaan spelen bij Dexia, een van de vele noodlijdende banken waar de federale regering toen mee te kampen kreeg. Loodgieter werd hij vaak genoemd, het bankierschap werd hem daarentegen ontzegd. Om maar te zeggen: Daar heeft hij niet per se kaas van gegeten. Ook in Nederland viel dat op, een commercieel bedrijf is nog wat anders dan de Belgische overheid. Zijn naam droeg daarentegen wel een onvoorwaardelijk vertrouwen waar de hele banksector meer dan nood aan heeft om dezer dagen overeind te blijven. Dehaene, die als geen ander gruwelt van de tegenwoordige mediacultuur, leende zijn imago uit om een van de vele problemen van de man met achthonderdduizend voorkeurstemmen maar zonder nog maar het minste idee of inzicht, tijdelijk als opgelost te laten doorgaan. Groots staatsman.
Hoewel ze bij open-vld weinig animo voelen voor de figuur van Dehaene, zal hij waarschijnlijk toch het premierschap mogen waarnemen tot juni volgend jaar. Dat is om verschillende redenen een aangename wending. Dehaene zal zijn partij als geen ander weten te overtuigen van de noodzaak van tussentijdse verkiezingen voor het federale niveau, wat ons meteen een hele hoop gedoe bespaart. Daarnaast heeft hij inderdaad ook de kwaliteiten om eender welke regering te leiden. Hoewel ze qua stijl opmerkelijk weinig verschillen, is Dehaene bestuurlijk zowat het tegenovergestelde van Leterme. Waar alles wat die laatste aanraakte in schroot veranderde, zou Dehaene de boel wel eens aardig kunnen oppoetsen. Ondanks dat alles zou het toch fout zijn te fixeren op zijn figuur. Hij mag dan wel bereid zijn deze regering tot juni te depanneren, daarna verdwijnt hij weer naar Europa en moet de huidige politieke generatie – hoe onbekwaam ook – alsnog een compromis zien te bereiken. Die Europese verkiezingen zijn overigens een terechte bezorgdheid waar de Vlaamse liberalen mee zitten. De kredieten die Dehaene de komende maanden vermoedelijk zal opbouwen, zouden het pleit tussen hem en Guy Verhofstadt, wel eens vroegtijdig kunnen beslechten. Dehaene mag dan wel een prima vent zijn, hij blijft van schuwlelijke christendemocratische komaf, en alles moet in het werk worden gesteld om hen een verkiezingsnederlaag van heb je me daar te bezorgen. Het beeld van een noest werkende Dehaene en een in Toscane verblijvende Verhofstadt, zou de Vlaamse publieke opinie wel eens kunnen doen kiezen voor de partij van de eerste, ondanks alles wat zij ook op hun geweten hebben. Dit zijn echter zuiver politieke overwegingen, en daar leent het huidige klimaat zich werkelijk niet toe.
zondag 21 december 2008
Mijn excuses: Goed bestuur!
Ik ben dezer dagen verslaafd aan nieuwsrubrieken. Therapeutisch kijken, heet zoiets. Ik wil me er van vergewissen dat Yves Leterme weldegelijk voor onbepaalde duur van het politieke toneel verdwenen is en we hem nu wel zeker éven niet meer zullen hoeven aan te zien. Als burger van dit land, is dat een geruststelling. Garanties kreeg ik helaas nog niet te horen, de kans dat de meest onbekwame naoorlogse premier nog terugkeert is nog steeds niet uitgesloten. Zolang hij een rol blijft vervullen, zal ik erover blijven schrijven. Enkel de functie van gouverneur van West-Vlaanderen of eventueel minister van landbouw, gun ik hem. Weliswaar met pijn in het hart, maar aan achthonderdduizend voorkeurstemmen kan nou eenmaal niemand voorbij. Deze ochtend viel ons twee uur De Zevende Dag over de politieke crisis te beurt. Dat was even wennen, ik bleef me maar afvragen waar Alain Coninx met zijn streekbieren, -wijnen of –jenevers bleef. Het decor was al in ontbinding en het studiopubliek gaf niet thuis – wat een zegen is voor een politiek programma – omdat De Zevende Dag normaal op dit moment aan het vernieuwen zou moeten zijn. Dit programma moet meer brunch-tv worden, u bent gewaarschuwd. Maar genoeg gepalaverd, het is tenslotte crisis.
Marianne Thyssen kreeg de kans nogmaals te benadrukken hoe trots ze op haar mensen was. Het mens gaat er dag na dag slechter uitzien, het enige wat nog voor haar pleit. Nadat Leo Stoops aan de hand van een schoolbord (ik verslikte me in de brunch) had duidelijk gemaakt waar de christendemocraten de scheiding der machten met voeten hadden getreden, paste Marianne die feiten met een uitgestreken gezicht in haar kraam van goed bestuur. Als we haar zouden moeten geloven, zwelgt dit land momenteel in een overdaad van goed bestuur. De mensen geloven haar op haar woord. Drie ploegen van de VRT mochten ondertussen reacties gaan sprokkelen in de mateloos overschatte dorpstraat en kwamen allen met dezelfde onthutsende conclusie terug dat ook degenen die zij voor gewone mensen houden er geen moment aan denken de schuld te leggen bij de christendemocraten van de eenentwintigste eeuw. Een vrouw vond dat Yves Leterme vergruisd was door zijn politieke tegenstanders, ga daar maar eens tegen in.
Maar er is meer mis dan Thyssen die beweert dat we om de oren worde geslagen met goed bestuur of een van de pot gerukte publieke opinie. De politieke verslaggeving bericht nou al dagen over een crisis, en enkel en alleen over die crisis. Dat is een fundamenteel foute voorstelling van de feiten. Die crisis is enkel een gevolg van bijzonder gegronde verdenkingen rond twee (Vandeurzen, Leterme) of misschien drie (Reynders) ministers. De beschuldigingen die de voorzitter van het Hof van Cassatie uitte zijn zo gegrond dat ze de hele regering op de knieën kregen. Kan je nagaan. De schendingen waar zij zich aan schuldig maakten worden wel terloops gemeld, maar veel en veel dieper wordt er ingezoomd op de gevolgen. Zo wordt er een opening gecreëerd voor de CD&V om weer als vanouds op de proppen te komen met hun gekende mantra´s. Een partij waarvan twee ministers moeten opstappen wegen een verdenking van de hoogste magistraat, zou als een geslagen hond in een hoekje moeten kruipen van schaamte. Doordat zij echter de hele regering wisten mee te slepen in hun val, kan de christendemocratie verder boeren alsof er amper wat aan de hand is. Kris Peeters vond zo gisteren in Ter Zake dat het communautaire luik maar heronderhandeld moest worden op federaal niveau. De pretentie kent bij de dames en heren van christelijke komaf geen grenzen meer. De dag waarop de CD&V terug uit de oppositie werd gehaald, kan dan ook enkel maar beschreven worden als rampzalig. Hier zullen wij nogmaals voor jaren en jaren de gevolgen van kunnen dragen, met speciale dank aan de gewone man in de straat.
Overigens zijn enkel niet de huidige generatie christendemocraten die zich van tsjeventrukken bedienen om het grote gelijk binnen te halen. Hoewel Mark Eyskens een bijzonder groot staatsman is, ging hij deze vrijdag in De Keien van de Wetstraat stevig uit de bocht. Net als al zijn andere partijgenoten, moest hij van de voorzitster eerst en vooral onderstrepen dat die brief van Londers niets hard maakt. Terecht, hoewel ook de politieke gevolgtrekkingen daaruit dat ook meer dan wat anders zijn. Daarna vond hij het wel nodig om tussen neus en lippen even te vermelden dat ook Guy Verhofstadt zich schuldig had gemaakt aan een dergelijke fout in het Sabena-dossier. Zonder enig bewijs. Om door de grond te zakken van schaamte. Ook andere prominenten van zijn partij brachten dit al aan en een dag later had Lieven Verstraete het al in een vraagstelling verwerkt als objectief feit. Grote journalistiek, hoor.
Het was al een hele tijd duidelijk, maar de laatste dagen wordt schrijnend kenbaar hoe de Vlaamse christendemocraten na acht jaar gedwongen oppositie geen haar zijn veranderd. Ze klampen zich vast aan postjes en zijn bereid over lijken te gaan om die te behouden, niet gehinderd door een compleet gebrek aan inzichten en ideeën. Ook partijgenoten worden daar niet bij gespaard, au contraire. Sommigen zijn daar uiteraard iets hardnekkiger in dan anderen. Bewijze daarvan Jan De Groof. Hij is degene die wat zijn echtgenote en rechter bij het hof van beroep hem vertelde, doorbelde naar de kabinetschef van de premier. Dat geeft hij allemaal zonder verpinken toe, wat op zich al tot opgetrokken wenkbrauwen zou moeten leiden, omdat hij naar eigen zeggen wel iets moest doen aangezien de dramatische wending die in het Fortis-dossier leek te worden genomen het land ernstige schade zou berokkenen. Maar gortig wordt het pas echt als Meneer De Groof aan diezelfde kabinetschef om een politieke benoeming vraagt voor zijn vrouw. Zij kon nou eenmaal niet meer functioneren in de door hem gecreëerde situatie.
We kunnen enkel maar hopen dat de onderzoekscommissie die in het parlement wordt gestart, hem schuldig krijgt bevonden en in het beste geval achter de tralies. Dat is echter niet nodig om de gebeurtenissen tot een feest te maken voor de populistische oppositie. Het is nu eenmaal voor iedereen moeilijk te blijven geloven in de integriteit van de politieke klasse. Het laatste wat we daarom kunnen gebruiken – en daar bezondigde Caroline Gennez zich deze ochtend aan – is nodeloze stemmingmakerij. Hoewel de hele regering is opgestapt, vond zij het nodig ook Patrick Dewael nogmaals te noemen als rotte appel. (Hij kreeg geen brief, was de overigens niet erg overtuigende tegenargumentatie van de liberalen.) Hij is zijn crisismoment doorgekomen en moet nu maar kwijt worden gescholden van alle mogelijke schuld. Anders dreigt er inderdaad een moment waarop door de aangetaste bomen het prachtige bos niet meer valt te zien. In die zin zou het goed zijn een doorstart van de regering te maken met enkele nieuwelingen. Niemand zal het geloven, maar de gebleven functionarissen treffen geen schuld en verdienen een tweede kans. Hoe dan ook is de werkbaarheid van deze formule nihil, en kunnen federale verkiezingen op korte termijn (juni) niet worden omzeild. Marianne Thyssen zegt van wel, maar u weet ondertussen wat ik denk van wat zij allemaal zegt.
Even tussendoor: Over populisme gesproken. In Ter Zake gisteren zat enkel en alleen een interview met Gerolf Annemans als stem van de oppositie. Waarom, vraag ik mij af. Op de VRT is er geen spoor meer te vinden van het voornemen om voorzichtig om te springen met het Vlaams Belang. Zij geven hem – en LDD, maar kom – zo een nog betere kans om garen te spinnen uit deze crisis. Wat is er mis met Meyrem Almaci, fractievoorzitster van Groen! in het federaal parlement. Ik zou het niet weten, ik heb er op gestemd. Door een weloverwogen keuze van gasten in duidingprogramma´s zou de VRT de zaak al aardig op weg kunnen helpen. Moeten ze misschien wel inleveren op spektakel, de broodnodige nuance krijgen ze er zo bij.
Hoewel ik de link eerst weigerde te zien, dwingt overigens ook deze crisis ons na te denken over de vraag waar we met dit land eigenlijk heen willen. Als Bart De Wever zegt dat de instellingen momenteel onwerkbaar zijn, kan je niet anders dan hem gelijk geven. De tweede stap in zijn redenering, die niet per se volgt uit de eerste maar uit zijn ideologie, moet daarentegen niet zomaar worden aangenomen. Een splitsing van het land is niet noodzakelijk zolang er andere mogelijkheden zijn. Die moet iedereen dan wel bereid zijn te nemen. Eyskens pleitte bijvoorbeeld vrijdag alvast voor een nationale kieskring. Tegen de partijlijn in. Wederom belanden zo weer aan bij de CD&V. Zolang deze partij geen duidelijke standpunt durft innemen inzake waar we met dit land heen moeten, blijft de boel geblokkeerd. Wie de huidige situatie bekijkt, ziet meteen dat een nationale kieskring meer dan noodzakelijk is voor het voortbestaan van deze democratie. Daarmee zal eindelijk een eerlijk politiek debat kunnen worden gevoerd over de taalgrenzen heen. Tot het zover is, kan iedereen zich wentelen in zijn eigen gelijk zonder het ooit werkelijk hard te moeten maken. Dat deze patstelling enkel en alleen kan worden doorbroken door de CD&V, stemt niet vrolijk. Maar dat zat er de laatste dagen toch al niet echt in.
Ondertussen werkt de koning. De koning werkt.
Marianne Thyssen kreeg de kans nogmaals te benadrukken hoe trots ze op haar mensen was. Het mens gaat er dag na dag slechter uitzien, het enige wat nog voor haar pleit. Nadat Leo Stoops aan de hand van een schoolbord (ik verslikte me in de brunch) had duidelijk gemaakt waar de christendemocraten de scheiding der machten met voeten hadden getreden, paste Marianne die feiten met een uitgestreken gezicht in haar kraam van goed bestuur. Als we haar zouden moeten geloven, zwelgt dit land momenteel in een overdaad van goed bestuur. De mensen geloven haar op haar woord. Drie ploegen van de VRT mochten ondertussen reacties gaan sprokkelen in de mateloos overschatte dorpstraat en kwamen allen met dezelfde onthutsende conclusie terug dat ook degenen die zij voor gewone mensen houden er geen moment aan denken de schuld te leggen bij de christendemocraten van de eenentwintigste eeuw. Een vrouw vond dat Yves Leterme vergruisd was door zijn politieke tegenstanders, ga daar maar eens tegen in.
Maar er is meer mis dan Thyssen die beweert dat we om de oren worde geslagen met goed bestuur of een van de pot gerukte publieke opinie. De politieke verslaggeving bericht nou al dagen over een crisis, en enkel en alleen over die crisis. Dat is een fundamenteel foute voorstelling van de feiten. Die crisis is enkel een gevolg van bijzonder gegronde verdenkingen rond twee (Vandeurzen, Leterme) of misschien drie (Reynders) ministers. De beschuldigingen die de voorzitter van het Hof van Cassatie uitte zijn zo gegrond dat ze de hele regering op de knieën kregen. Kan je nagaan. De schendingen waar zij zich aan schuldig maakten worden wel terloops gemeld, maar veel en veel dieper wordt er ingezoomd op de gevolgen. Zo wordt er een opening gecreëerd voor de CD&V om weer als vanouds op de proppen te komen met hun gekende mantra´s. Een partij waarvan twee ministers moeten opstappen wegen een verdenking van de hoogste magistraat, zou als een geslagen hond in een hoekje moeten kruipen van schaamte. Doordat zij echter de hele regering wisten mee te slepen in hun val, kan de christendemocratie verder boeren alsof er amper wat aan de hand is. Kris Peeters vond zo gisteren in Ter Zake dat het communautaire luik maar heronderhandeld moest worden op federaal niveau. De pretentie kent bij de dames en heren van christelijke komaf geen grenzen meer. De dag waarop de CD&V terug uit de oppositie werd gehaald, kan dan ook enkel maar beschreven worden als rampzalig. Hier zullen wij nogmaals voor jaren en jaren de gevolgen van kunnen dragen, met speciale dank aan de gewone man in de straat.
Overigens zijn enkel niet de huidige generatie christendemocraten die zich van tsjeventrukken bedienen om het grote gelijk binnen te halen. Hoewel Mark Eyskens een bijzonder groot staatsman is, ging hij deze vrijdag in De Keien van de Wetstraat stevig uit de bocht. Net als al zijn andere partijgenoten, moest hij van de voorzitster eerst en vooral onderstrepen dat die brief van Londers niets hard maakt. Terecht, hoewel ook de politieke gevolgtrekkingen daaruit dat ook meer dan wat anders zijn. Daarna vond hij het wel nodig om tussen neus en lippen even te vermelden dat ook Guy Verhofstadt zich schuldig had gemaakt aan een dergelijke fout in het Sabena-dossier. Zonder enig bewijs. Om door de grond te zakken van schaamte. Ook andere prominenten van zijn partij brachten dit al aan en een dag later had Lieven Verstraete het al in een vraagstelling verwerkt als objectief feit. Grote journalistiek, hoor.
Het was al een hele tijd duidelijk, maar de laatste dagen wordt schrijnend kenbaar hoe de Vlaamse christendemocraten na acht jaar gedwongen oppositie geen haar zijn veranderd. Ze klampen zich vast aan postjes en zijn bereid over lijken te gaan om die te behouden, niet gehinderd door een compleet gebrek aan inzichten en ideeën. Ook partijgenoten worden daar niet bij gespaard, au contraire. Sommigen zijn daar uiteraard iets hardnekkiger in dan anderen. Bewijze daarvan Jan De Groof. Hij is degene die wat zijn echtgenote en rechter bij het hof van beroep hem vertelde, doorbelde naar de kabinetschef van de premier. Dat geeft hij allemaal zonder verpinken toe, wat op zich al tot opgetrokken wenkbrauwen zou moeten leiden, omdat hij naar eigen zeggen wel iets moest doen aangezien de dramatische wending die in het Fortis-dossier leek te worden genomen het land ernstige schade zou berokkenen. Maar gortig wordt het pas echt als Meneer De Groof aan diezelfde kabinetschef om een politieke benoeming vraagt voor zijn vrouw. Zij kon nou eenmaal niet meer functioneren in de door hem gecreëerde situatie.
We kunnen enkel maar hopen dat de onderzoekscommissie die in het parlement wordt gestart, hem schuldig krijgt bevonden en in het beste geval achter de tralies. Dat is echter niet nodig om de gebeurtenissen tot een feest te maken voor de populistische oppositie. Het is nu eenmaal voor iedereen moeilijk te blijven geloven in de integriteit van de politieke klasse. Het laatste wat we daarom kunnen gebruiken – en daar bezondigde Caroline Gennez zich deze ochtend aan – is nodeloze stemmingmakerij. Hoewel de hele regering is opgestapt, vond zij het nodig ook Patrick Dewael nogmaals te noemen als rotte appel. (Hij kreeg geen brief, was de overigens niet erg overtuigende tegenargumentatie van de liberalen.) Hij is zijn crisismoment doorgekomen en moet nu maar kwijt worden gescholden van alle mogelijke schuld. Anders dreigt er inderdaad een moment waarop door de aangetaste bomen het prachtige bos niet meer valt te zien. In die zin zou het goed zijn een doorstart van de regering te maken met enkele nieuwelingen. Niemand zal het geloven, maar de gebleven functionarissen treffen geen schuld en verdienen een tweede kans. Hoe dan ook is de werkbaarheid van deze formule nihil, en kunnen federale verkiezingen op korte termijn (juni) niet worden omzeild. Marianne Thyssen zegt van wel, maar u weet ondertussen wat ik denk van wat zij allemaal zegt.
Even tussendoor: Over populisme gesproken. In Ter Zake gisteren zat enkel en alleen een interview met Gerolf Annemans als stem van de oppositie. Waarom, vraag ik mij af. Op de VRT is er geen spoor meer te vinden van het voornemen om voorzichtig om te springen met het Vlaams Belang. Zij geven hem – en LDD, maar kom – zo een nog betere kans om garen te spinnen uit deze crisis. Wat is er mis met Meyrem Almaci, fractievoorzitster van Groen! in het federaal parlement. Ik zou het niet weten, ik heb er op gestemd. Door een weloverwogen keuze van gasten in duidingprogramma´s zou de VRT de zaak al aardig op weg kunnen helpen. Moeten ze misschien wel inleveren op spektakel, de broodnodige nuance krijgen ze er zo bij.
Hoewel ik de link eerst weigerde te zien, dwingt overigens ook deze crisis ons na te denken over de vraag waar we met dit land eigenlijk heen willen. Als Bart De Wever zegt dat de instellingen momenteel onwerkbaar zijn, kan je niet anders dan hem gelijk geven. De tweede stap in zijn redenering, die niet per se volgt uit de eerste maar uit zijn ideologie, moet daarentegen niet zomaar worden aangenomen. Een splitsing van het land is niet noodzakelijk zolang er andere mogelijkheden zijn. Die moet iedereen dan wel bereid zijn te nemen. Eyskens pleitte bijvoorbeeld vrijdag alvast voor een nationale kieskring. Tegen de partijlijn in. Wederom belanden zo weer aan bij de CD&V. Zolang deze partij geen duidelijke standpunt durft innemen inzake waar we met dit land heen moeten, blijft de boel geblokkeerd. Wie de huidige situatie bekijkt, ziet meteen dat een nationale kieskring meer dan noodzakelijk is voor het voortbestaan van deze democratie. Daarmee zal eindelijk een eerlijk politiek debat kunnen worden gevoerd over de taalgrenzen heen. Tot het zover is, kan iedereen zich wentelen in zijn eigen gelijk zonder het ooit werkelijk hard te moeten maken. Dat deze patstelling enkel en alleen kan worden doorbroken door de CD&V, stemt niet vrolijk. Maar dat zat er de laatste dagen toch al niet echt in.
Ondertussen werkt de koning. De koning werkt.
zaterdag 20 december 2008
Ziek bestuur
Ik heb ooit een, voor mijn doen althans, erg mooi stukje geschreven over Marianne Thyssen. Ze werd gedwongen voorzitter te worden van een partij waar ze naar mijn mening al een hele tijd vervreemd van was. Loyaal, heet zoiets in het jargon, ik zag enkel de persoonlijke tragiek van Marianne. Een zelfstandig opgeklommen vrouw, in de regionen van Europa, die nu terug gefloten werd om een zwijnenstal te leiden. Niet dus. In minder dan een jaar heeft ze zich opgewerkt tot koningin der tsjeven. De verklaringen die ze gisteren aflegde, deden mij – en dat mag u gerust weten – huilen. Gevraagd nar haar reactie op de aftredende regering, had ze enkel goeie woordjes klaar voor Yves Leterme. Trots was ze op die man, harde werker, altijd het beste voorgehad met dit land. Ook: Daad van goed bestuur dat hij gisteren naar de koning trok. Haar eerste minister moet aftreden wegen schending der scheiding der machten, en zij kan haar pret niet op. Wie had gehoopt op iets van spijt te zien in haar ogen, was er aan voor de moeite. Over fouten werd er niet gesproken, enkel hard en noest werk. Denkt ze dat we gek zijn? Ik weet dat het Jean-Marie Dedecker is – opletten, dus -, maar hij sprak in termen van strafrechtelijke beschuldigingen toen hij het dossier dat gisteren door de voorzitter van het Hof van Cassatie werd verspreid, doornam. Zij geeft daarmee haar gehele geloof in democratie in instellingen op. De CD&V trekt zich geen ene lor aan van wat de rechterlijke macht uitslaat. 800 000 voorkeursstemmen, weet u wel. Misselijk, maakt het mij. Na acht jaar oppositie zijn ze teruggekeerd in een vorm die niemand ooit nog voor mogelijk had gehouden. De christendemocratie als tussenstap naar een dictatuur, ik geef toe dat ook ik het nooit eerder zo had bekeken. Overigens. We kunnen nou wel allemaal in de bres springen voor Jo Vandeurzen, het eerste zoenoffer van Leterme, maar ook hij heeft – om de terminologie rond zijn persoon van gisteren voort te zetten – stront aan de knikker. Hij zat daar dan misschien een beetje te huilen, maar en passant gaf ook hij aan niets te geloven van wat die knotsgekke (CD&v signatuur, maar dat terzijde) voorzitter van het Hof van Cassatie de afgelopen dagen bekend maakte. De geschiedenis zou de schuldigen wel aanwijzen, dat soort dingetjes. Ik zeg: Complot geregisseerd door Guy Verhofstadt.
Marianne helpt de boel danig naar de kloten, schoot mij gisteren door het hoofd. Breng dat mens zo gauw als mogelijk naar de galg voor ze nog meerdere miserie kan aanrichten, bedacht ik stijlfiguurlijk. Een CD&V die nu geen fouten toegeeft, drijft het laatste geloof in politiek de mensen uit. Niet dus. Daarnet hield ik me even ledig met het doorlezen van de site van Luc Van Der Kelen (hln.be), iets wat ik doorgaans pleeg te vermijden omdat zoveel troep en derrie bij elkaar niet goed is voor een jongen van negentien. Laat het mij zo stellen: Marianne haar geloof in de democratie ging eraan, het mijne in de mensen. Ze mogen het komen halen. Het merendeel van de reacties pleit voor Yves Leterme en voert de meest absurde argumenten aan om hem kwijt te schelden van enige schuld. De brave man werd tegengewerkt door liberalen, walen, loge, socialisten, anti-Vlamingen, en wie weet ook leger. Hem kon volgens velen niets verweten worden, hij was het slachtoffer van een duivels netwerk. Een pleidooi voor Vlaams Belang – Lijst DeDecker – N-VA was het enige teken van een geloof in politiek (!) dat er nog te rapen viel. Opiniemakers zetten deze openbare riolen maar wat graag weg als irrelevant – hoewel ook vaak door henzelf georganiseerd -, maar al deze mensen staan binnenkort aan onze zijde in het kieshokje. Het land is ziek, de uitweg onvindbaar.
Misschien ligt het wel aan mij, ik weet het niet. Ik kan geen nieuwsuitzending meer zien of gevoelens spelen op die ik vroeger wel eens aan proteststemmers toeschreef. Negentien jaar en hopeloos verzuurd. Barack Obama als enige strohalm om mijn liefde voor politiek staande te houden. In België valt er alvast niets meer te rapen. Met steeds stijgende verbazing stel ik geen muiterij vast. Wie mijn cynisme tevens verzuurd, en in deze zeker niet onvermeld mag blijven: Pers. Het was Bart Verhulst die Marianne Thyssen voor Ter Zake mocht interviewen; Een opdondertje, weet ik ook wel, maar een publiek opdondertje. Hij registreerde wat Madame te zeggen had, stelde enkel vragen die haar konden begeleiden in haar waanzin. De kritische vragen leken hem nooit aangeleerd. ‘Naar het kapblok!,’ riep ik haar van achter mijn teevee toe. Ook: Dwaze ogen, die jongen. Enkel in het late journaal zat een Chris Denys die merkelijk moeite had zijn woede in toom te houden. Hij begon steeds harder te roepen, de schat. Nooit promotie gemaakt, eeuwige interventies vanuit de kou. Het colbertje van Yvan De Vadder gaat nu eenmaal beter met het meubilair.
Kan u geloven dat ik mij deze week enkel getroost voelde door de botergeile blik van Liesbeth Imbo?
Marianne helpt de boel danig naar de kloten, schoot mij gisteren door het hoofd. Breng dat mens zo gauw als mogelijk naar de galg voor ze nog meerdere miserie kan aanrichten, bedacht ik stijlfiguurlijk. Een CD&V die nu geen fouten toegeeft, drijft het laatste geloof in politiek de mensen uit. Niet dus. Daarnet hield ik me even ledig met het doorlezen van de site van Luc Van Der Kelen (hln.be), iets wat ik doorgaans pleeg te vermijden omdat zoveel troep en derrie bij elkaar niet goed is voor een jongen van negentien. Laat het mij zo stellen: Marianne haar geloof in de democratie ging eraan, het mijne in de mensen. Ze mogen het komen halen. Het merendeel van de reacties pleit voor Yves Leterme en voert de meest absurde argumenten aan om hem kwijt te schelden van enige schuld. De brave man werd tegengewerkt door liberalen, walen, loge, socialisten, anti-Vlamingen, en wie weet ook leger. Hem kon volgens velen niets verweten worden, hij was het slachtoffer van een duivels netwerk. Een pleidooi voor Vlaams Belang – Lijst DeDecker – N-VA was het enige teken van een geloof in politiek (!) dat er nog te rapen viel. Opiniemakers zetten deze openbare riolen maar wat graag weg als irrelevant – hoewel ook vaak door henzelf georganiseerd -, maar al deze mensen staan binnenkort aan onze zijde in het kieshokje. Het land is ziek, de uitweg onvindbaar.
Misschien ligt het wel aan mij, ik weet het niet. Ik kan geen nieuwsuitzending meer zien of gevoelens spelen op die ik vroeger wel eens aan proteststemmers toeschreef. Negentien jaar en hopeloos verzuurd. Barack Obama als enige strohalm om mijn liefde voor politiek staande te houden. In België valt er alvast niets meer te rapen. Met steeds stijgende verbazing stel ik geen muiterij vast. Wie mijn cynisme tevens verzuurd, en in deze zeker niet onvermeld mag blijven: Pers. Het was Bart Verhulst die Marianne Thyssen voor Ter Zake mocht interviewen; Een opdondertje, weet ik ook wel, maar een publiek opdondertje. Hij registreerde wat Madame te zeggen had, stelde enkel vragen die haar konden begeleiden in haar waanzin. De kritische vragen leken hem nooit aangeleerd. ‘Naar het kapblok!,’ riep ik haar van achter mijn teevee toe. Ook: Dwaze ogen, die jongen. Enkel in het late journaal zat een Chris Denys die merkelijk moeite had zijn woede in toom te houden. Hij begon steeds harder te roepen, de schat. Nooit promotie gemaakt, eeuwige interventies vanuit de kou. Het colbertje van Yvan De Vadder gaat nu eenmaal beter met het meubilair.
Kan u geloven dat ik mij deze week enkel getroost voelde door de botergeile blik van Liesbeth Imbo?
vrijdag 19 december 2008
Fin
Eindelijk. Zo voelt het dezer uren wel. Vandaag gaat het beginnen. Die tegenwoordige tijd valt ook mij tegen van mezelf – afstand houden wordt steeds vaker een zeldzaam goed – maar er is nu eenmaal even een rustig moment in de zoveelste politieke storm waar we door moeten. Momenteel wacht iedereen op het vervolg dat de voorzitter van het Hof van Cassatie geacht wordt te breien aan de brief die hij gisteren richtte aan de Kamervoorzitter. Toen Martine Tanghe deze ochtend aan kondigde na haar extra journaal van zeven uur, er nog enkele te maken met de regelmaat van het half uur, ontging me de zin daarvan een beetje. Arme schat, dacht ik, ga toch lekker terug naar bed. Later bleken deze journaals nodig voor Martine om in een nieuw jasje te kunnen verschijnen. Van sterreporter Yvan De Vadder was overigens geen spoor te bekennen, wat best begrijpelijk valt gezien zijn fysieke wantoestand.
Het enige nieuws dat deze ochtend nog te rapen viel, was een Didier Reynders die voorspelde dat er geen enkele minister opstapt vandaag. De roep van oppositie en verzameld journaille om collectief aftreden zal hij er niet mee temperen, maar hij zou wel eens akelig dicht op de feiten kunnen zitten. De regering blijft aan, enkel en alleen om de simpele reden dat de regering niet weg wil. Ongeziene omstandigheden, heet dat in het jargon, gebezigd door de uitvoerende macht maar waar wij allen ondertussen vervreemd van raakten. Het was choquerend econoom Geert Noels gisteren te horen beweren in Phara dat het choquerend was hoe de politieke klasse de gehele economie zou gijzelen. Een inbreuk op de scheiding der machten werd herleid tot een peulschil in vergelijking met de schade die een omgevallen regering zou brengen aan de socio-economische toestand. De economie als reden om de politieke op te heffen. Het ligt er misschien aan dat mijn liefde geheel bij het tweede ligt, maar daar pas ik feestelijk voor. We hebben politiek een tijdje geleden overigens al opgeheven voor een communautaire logica waar niemand om had gevraagd. Ook dat liep desastreus af.
Overigens moet Noels de feiten maar eens beter bekijken. Als Leterme een loopje heeft genomen met het meest fundamentele wat ons onderscheidt van dictaturen en ander naars, is dat niet om te economie aan gezwengeld te krijgen. Hij moest zo nodig een verdict naar zijn hand proberen te zetten, omdat een negatieve uitkomst, zoals het uiteindelijk gelopen is, hoewel alweer betwist, het enige voorval dat hij als verwezenlijking zou kunnen slijten, teniet zou doen. Zoals Wouter Bos in Nederland plots weer een groot politiek talent heet, hoopte Leterme daarmee op rehabilitatie bij de publieke opinie. Zag hij mooi aan zijn neus voorbij gaan, dus dan maar geknoeid met de rechtsstaat. Overigens stelde die prestatie waarvoor hij zo graag had getekend, bitter weinig voor. Hoewel de tijdsdruk waaronder ook de Belgisch regering stond toen er met banken werd gespeeld, best kan dienen als verzachtende omstandigheid, kan niemand zich toch van de indruk ontdoen dat Leterme het veel slechter heeft aangepakt dan zijn naburige collega´s. De rol die Didier Reynders in deze speelde – zijn ideologie liet het niet toe te nationaliseren – mag evenwel niet onvermeld blijven. Yves Leterme had zo alles vijl in een desperate poging zijn eigen hachje te redden. Hij ging over de schreef en moet dus weg. Over enkele andere ministers die eventueel ook betrokken zijn bij deze schanddaad (ja, hoor) kan er deze middag nog geborreld worden.
Is het een ramp dat het hoofd van de premier op het kapblok moet. Nou, ik kijk er al jaren naar uit, eerlijk gezegd. En velen samen met mij. Maar ook vanuit het heilige socio-economische standpunt, is er maar weinig reden tot gezanik. Niemand heeft momenteel baat bij verkiezingen. Die komen er dan ook hoogstwaarschijnlijk niet. Daar kan je een vuil potje opportunisme in zien, maar de resultaten zouden een affront zijn voor onze hele democratie, voor ons allemaal. Daar moet dus simpelweg met een grote boog omheen worden gewandeld. Wat er wel moet komen, is een nieuw kabinet. Nieuwe mensen, van dezelfde partijen weliswaar, die de ziekmakende spiraal waar dit land al maandenlang in verkeerd, kunnen doorbreken. Namen zijn daarvoor al in omloop. Noels hoeft dus niet bang te zijn voor een socio-economisch gebeuren zonder regering, daar wordt voor gezorgd.
Uiteraard moet het zittende kabinet daarvoor wel een stap opzij willen doen. Dat ligt moeilijker. De tragische figuur die Yves Leterme in deze slaat, kan niet onderschat. Hij klampt zich nu al bijna een jaar vast aan de zestien, hoewel daartegenover geen enkele verwezenlijking staat. Zo raakte de premier de voorbije maanden los van zijn kiezers, zijn partij en nu ook de gehele wereld. Een gevaar voor dit land, meer is hij niet meer. Alleen wordt hij in zijn ministerraad bijgestaan door Didier Reynders. De minister van financiën die waarschijnlijk enkel wil opstappen uit die functie op voorwaarde dat hij als premier mag terug keren. Deze twee heren leverde gisteren een bijzonder zielig schouwspel. Hoewel op gezond verstand gestoeld, ben ik dezer dagen blijer dan ooit niet tot centrum-rechts te behoren in Vlaanderen. Wie links zit, zal bij Groen! altijd een mooie uitwijkmogelijkheid vinden. Bij rechts is die niet meer te vinden. Een stem voor Jean-Marie Dedecker kan vanaf volgende verkiezingen zo ook het resultaat zijn van pragmatisch denken binnen het rechtse kader.
Dat laatste krijg ik enkel met pijn in het hart neergeschreven. Een eerste gedachte die ik deze ochtend had, was dan ook dat het niet meer leuk is om politiek nog wel een blik waardig te gunnen. Het geloof in de kracht van politiek, kan in België nog maar erg moeilijk beleden. Maar we moeten eerlijk blijven met onszelf. Hoewel ik ook voor de verkiezingen nooit op de CD&V heb kunnen stemmen, zou dat nu voor haast iedereen onmogelijk moeten zijn. Was het maar matig bestuur, was het maar non-bestuur, was het maar geen bestuur. Alles zou beter zijn dan dit misselijkmakende bestuur. Om Van Pieter De Crem nog maar te zwijgen. De schuld van open-vld kan echter niet zomaar kwijt gescholden. Hoewel deze partij in juni hartelijk hoopt op een nieuwe start met Guy Verhofstadt, zijn ook zij ziek. Op Vlaams niveau – waar volgend jaar uiteindelijk voor zal moeten worden gestemd – moest minister Moerman aftreden wegens fraude. Zij keert misschien terug als lijsttrekker, wat ook meteen een schrijnend tekort aan geschoold talent bloot legt. Maar de fouten die de federale ministers Dewael en De Gucht maakten, kan je ook niet met de mantel der liefde blijven bedekken. De eerste zou al weg moeten zijn, de tweede toonde in een diplomatieke incompetentie van heb je me daar bij de betrekkingen met Congo. Als je liever als vrijdenker dan als politicus staat geboekstaafd, is dat meer dan je volste recht. Moet je wel de juiste functie uit kiezen. Ook de open-vld valt hiermee af, me dunkt. Overigens: Ben ik de enige die de gretigheid opvalt waarmee Bart Tommelein voor de camera´s verschijnt? De nieuwe wacht loopt zich warm. Tommelein als licht in de duisternis, dat is wennen.
De oppositie van de sp.a blijft bijzonder zwak. Niemand hecht nog belang aan de woorden van Gennez en de club van jongens en meisjes die ze niet aan de straatstenen kwijt raakt, en hoewel Johan Van De Lanotte over aanwezig is bij de VRT, slaagt ook hij er niet meer in een doorslaggevend argument te bedenken waarom voor zijn partij moet worden gestemd. Deloyaal, oogt hij, naast deskundig en nauwgezet overigens. Dan blijft de LDD algauw als enige alternatief over voor wie zich in het centrum bevindt. Jammer maar helaas.
Nou nou, dat zullen mijn Vlaams-nationalistische vrienden me niet gauw vergeven. Speciale vermelding is dan ook nodig voor Bart De Wever en de zijnen. Hoe zij het in de komende verkiezingen zullen doen, kan niemand voorspellen. Tot voor kort als compagnon van al het tuig dat nu de Wetstraat onleefbaar maakt, kunnen ook zij moeilijk vrijuit gaan. Hoe de kiezer dat ziet, ligt natuurlijk anders dan de ratio ingeeft. De Wever heeft zich hoe dan ook bijzonder efficiënt omgeschoold tot begenadigd oppositieleider. Hij is de beste, dat moet gezegd. Hoe ongemerkt deze dagen misschien ook voorbij zullen gaan als de gehele regering blijft zitten, de woorden die hij gisteren in Ter zake sprak, zullen mij nog lang bijblijven: “Vaak denk je nu wel op de bodem te zitten, om dan iemand een schop te zien vinden die er toch nog in slaagt dieper te graven.” Daar moet ik erg wrang om lachen, maar dat heb ik altijd enkel kunnen doen met De Wever.
Een laatste vermelding hoort echter toe aan Jo Vandeurzen. Hij zat er deze week al aardig door, en werd met verve verdedigd door bovenvernoemde Bart De Wever. Hoewel ik het ook allemaal heel zielig vond hoe hij daar zondag zat, heeft ook hij wat op zijn kerfstok. Dutroux die er vandoor gaat op eigen kracht, brengt twee ministers ten val. Hassan Iasir staat op straat dankzij een procedurefout, wat Vandeurzen enkel een belletje doet plegen met een gevangenis van hem. Daar ging de scheiding der machten eigenlijk al een eerste keer voor de bijl deze week. Een minister van justitie behoort niet rechtstreeks per zaak de prioriteiten te dicteren van politioneel personeel. Hij zei zelf nagedacht te hebben over ontslag, hoewel door niemand geëist. Daarmee leg Vandeurzen beter dan wie ook het probleem bloot waar deze regering mee kampt. Ze stelt zo weinig voor dat niemand het de moeite vindt er politieke verantwoordelijkheid voor op te nemen. Iedereen doet maar wat, en we zien wel waar we uitkomen. De miserie is zonder meer al maanden totaal. Dat daarmee grenzen worden overschrijden, ligt niet meer dan voor de hand. (Annemie Turtelboom zou wel gek zijn om effectief werk te maken van een asielbeleid. Eer valt er sowieso niet mee te halen.) Vandeurzen wilde maandag weg, maar hij mocht niet. Hij mocht zijn integriteit niet laten primeren op zijn postje. Tot gisteren. Nu Yves Leterme een kans zag Jo Vandeurzen te offeren in de hoop niet helemaal alleen de schuld te moeten dragen, moet ook hij vallen voor de waanbeelden van Leterme. Hij gijzelt het hele land, maar de man die voor hem door de stront is gegaan, misschien nog wel het meest.
Het enige nieuws dat deze ochtend nog te rapen viel, was een Didier Reynders die voorspelde dat er geen enkele minister opstapt vandaag. De roep van oppositie en verzameld journaille om collectief aftreden zal hij er niet mee temperen, maar hij zou wel eens akelig dicht op de feiten kunnen zitten. De regering blijft aan, enkel en alleen om de simpele reden dat de regering niet weg wil. Ongeziene omstandigheden, heet dat in het jargon, gebezigd door de uitvoerende macht maar waar wij allen ondertussen vervreemd van raakten. Het was choquerend econoom Geert Noels gisteren te horen beweren in Phara dat het choquerend was hoe de politieke klasse de gehele economie zou gijzelen. Een inbreuk op de scheiding der machten werd herleid tot een peulschil in vergelijking met de schade die een omgevallen regering zou brengen aan de socio-economische toestand. De economie als reden om de politieke op te heffen. Het ligt er misschien aan dat mijn liefde geheel bij het tweede ligt, maar daar pas ik feestelijk voor. We hebben politiek een tijdje geleden overigens al opgeheven voor een communautaire logica waar niemand om had gevraagd. Ook dat liep desastreus af.
Overigens moet Noels de feiten maar eens beter bekijken. Als Leterme een loopje heeft genomen met het meest fundamentele wat ons onderscheidt van dictaturen en ander naars, is dat niet om te economie aan gezwengeld te krijgen. Hij moest zo nodig een verdict naar zijn hand proberen te zetten, omdat een negatieve uitkomst, zoals het uiteindelijk gelopen is, hoewel alweer betwist, het enige voorval dat hij als verwezenlijking zou kunnen slijten, teniet zou doen. Zoals Wouter Bos in Nederland plots weer een groot politiek talent heet, hoopte Leterme daarmee op rehabilitatie bij de publieke opinie. Zag hij mooi aan zijn neus voorbij gaan, dus dan maar geknoeid met de rechtsstaat. Overigens stelde die prestatie waarvoor hij zo graag had getekend, bitter weinig voor. Hoewel de tijdsdruk waaronder ook de Belgisch regering stond toen er met banken werd gespeeld, best kan dienen als verzachtende omstandigheid, kan niemand zich toch van de indruk ontdoen dat Leterme het veel slechter heeft aangepakt dan zijn naburige collega´s. De rol die Didier Reynders in deze speelde – zijn ideologie liet het niet toe te nationaliseren – mag evenwel niet onvermeld blijven. Yves Leterme had zo alles vijl in een desperate poging zijn eigen hachje te redden. Hij ging over de schreef en moet dus weg. Over enkele andere ministers die eventueel ook betrokken zijn bij deze schanddaad (ja, hoor) kan er deze middag nog geborreld worden.
Is het een ramp dat het hoofd van de premier op het kapblok moet. Nou, ik kijk er al jaren naar uit, eerlijk gezegd. En velen samen met mij. Maar ook vanuit het heilige socio-economische standpunt, is er maar weinig reden tot gezanik. Niemand heeft momenteel baat bij verkiezingen. Die komen er dan ook hoogstwaarschijnlijk niet. Daar kan je een vuil potje opportunisme in zien, maar de resultaten zouden een affront zijn voor onze hele democratie, voor ons allemaal. Daar moet dus simpelweg met een grote boog omheen worden gewandeld. Wat er wel moet komen, is een nieuw kabinet. Nieuwe mensen, van dezelfde partijen weliswaar, die de ziekmakende spiraal waar dit land al maandenlang in verkeerd, kunnen doorbreken. Namen zijn daarvoor al in omloop. Noels hoeft dus niet bang te zijn voor een socio-economisch gebeuren zonder regering, daar wordt voor gezorgd.
Uiteraard moet het zittende kabinet daarvoor wel een stap opzij willen doen. Dat ligt moeilijker. De tragische figuur die Yves Leterme in deze slaat, kan niet onderschat. Hij klampt zich nu al bijna een jaar vast aan de zestien, hoewel daartegenover geen enkele verwezenlijking staat. Zo raakte de premier de voorbije maanden los van zijn kiezers, zijn partij en nu ook de gehele wereld. Een gevaar voor dit land, meer is hij niet meer. Alleen wordt hij in zijn ministerraad bijgestaan door Didier Reynders. De minister van financiën die waarschijnlijk enkel wil opstappen uit die functie op voorwaarde dat hij als premier mag terug keren. Deze twee heren leverde gisteren een bijzonder zielig schouwspel. Hoewel op gezond verstand gestoeld, ben ik dezer dagen blijer dan ooit niet tot centrum-rechts te behoren in Vlaanderen. Wie links zit, zal bij Groen! altijd een mooie uitwijkmogelijkheid vinden. Bij rechts is die niet meer te vinden. Een stem voor Jean-Marie Dedecker kan vanaf volgende verkiezingen zo ook het resultaat zijn van pragmatisch denken binnen het rechtse kader.
Dat laatste krijg ik enkel met pijn in het hart neergeschreven. Een eerste gedachte die ik deze ochtend had, was dan ook dat het niet meer leuk is om politiek nog wel een blik waardig te gunnen. Het geloof in de kracht van politiek, kan in België nog maar erg moeilijk beleden. Maar we moeten eerlijk blijven met onszelf. Hoewel ik ook voor de verkiezingen nooit op de CD&V heb kunnen stemmen, zou dat nu voor haast iedereen onmogelijk moeten zijn. Was het maar matig bestuur, was het maar non-bestuur, was het maar geen bestuur. Alles zou beter zijn dan dit misselijkmakende bestuur. Om Van Pieter De Crem nog maar te zwijgen. De schuld van open-vld kan echter niet zomaar kwijt gescholden. Hoewel deze partij in juni hartelijk hoopt op een nieuwe start met Guy Verhofstadt, zijn ook zij ziek. Op Vlaams niveau – waar volgend jaar uiteindelijk voor zal moeten worden gestemd – moest minister Moerman aftreden wegens fraude. Zij keert misschien terug als lijsttrekker, wat ook meteen een schrijnend tekort aan geschoold talent bloot legt. Maar de fouten die de federale ministers Dewael en De Gucht maakten, kan je ook niet met de mantel der liefde blijven bedekken. De eerste zou al weg moeten zijn, de tweede toonde in een diplomatieke incompetentie van heb je me daar bij de betrekkingen met Congo. Als je liever als vrijdenker dan als politicus staat geboekstaafd, is dat meer dan je volste recht. Moet je wel de juiste functie uit kiezen. Ook de open-vld valt hiermee af, me dunkt. Overigens: Ben ik de enige die de gretigheid opvalt waarmee Bart Tommelein voor de camera´s verschijnt? De nieuwe wacht loopt zich warm. Tommelein als licht in de duisternis, dat is wennen.
De oppositie van de sp.a blijft bijzonder zwak. Niemand hecht nog belang aan de woorden van Gennez en de club van jongens en meisjes die ze niet aan de straatstenen kwijt raakt, en hoewel Johan Van De Lanotte over aanwezig is bij de VRT, slaagt ook hij er niet meer in een doorslaggevend argument te bedenken waarom voor zijn partij moet worden gestemd. Deloyaal, oogt hij, naast deskundig en nauwgezet overigens. Dan blijft de LDD algauw als enige alternatief over voor wie zich in het centrum bevindt. Jammer maar helaas.
Nou nou, dat zullen mijn Vlaams-nationalistische vrienden me niet gauw vergeven. Speciale vermelding is dan ook nodig voor Bart De Wever en de zijnen. Hoe zij het in de komende verkiezingen zullen doen, kan niemand voorspellen. Tot voor kort als compagnon van al het tuig dat nu de Wetstraat onleefbaar maakt, kunnen ook zij moeilijk vrijuit gaan. Hoe de kiezer dat ziet, ligt natuurlijk anders dan de ratio ingeeft. De Wever heeft zich hoe dan ook bijzonder efficiënt omgeschoold tot begenadigd oppositieleider. Hij is de beste, dat moet gezegd. Hoe ongemerkt deze dagen misschien ook voorbij zullen gaan als de gehele regering blijft zitten, de woorden die hij gisteren in Ter zake sprak, zullen mij nog lang bijblijven: “Vaak denk je nu wel op de bodem te zitten, om dan iemand een schop te zien vinden die er toch nog in slaagt dieper te graven.” Daar moet ik erg wrang om lachen, maar dat heb ik altijd enkel kunnen doen met De Wever.
Een laatste vermelding hoort echter toe aan Jo Vandeurzen. Hij zat er deze week al aardig door, en werd met verve verdedigd door bovenvernoemde Bart De Wever. Hoewel ik het ook allemaal heel zielig vond hoe hij daar zondag zat, heeft ook hij wat op zijn kerfstok. Dutroux die er vandoor gaat op eigen kracht, brengt twee ministers ten val. Hassan Iasir staat op straat dankzij een procedurefout, wat Vandeurzen enkel een belletje doet plegen met een gevangenis van hem. Daar ging de scheiding der machten eigenlijk al een eerste keer voor de bijl deze week. Een minister van justitie behoort niet rechtstreeks per zaak de prioriteiten te dicteren van politioneel personeel. Hij zei zelf nagedacht te hebben over ontslag, hoewel door niemand geëist. Daarmee leg Vandeurzen beter dan wie ook het probleem bloot waar deze regering mee kampt. Ze stelt zo weinig voor dat niemand het de moeite vindt er politieke verantwoordelijkheid voor op te nemen. Iedereen doet maar wat, en we zien wel waar we uitkomen. De miserie is zonder meer al maanden totaal. Dat daarmee grenzen worden overschrijden, ligt niet meer dan voor de hand. (Annemie Turtelboom zou wel gek zijn om effectief werk te maken van een asielbeleid. Eer valt er sowieso niet mee te halen.) Vandeurzen wilde maandag weg, maar hij mocht niet. Hij mocht zijn integriteit niet laten primeren op zijn postje. Tot gisteren. Nu Yves Leterme een kans zag Jo Vandeurzen te offeren in de hoop niet helemaal alleen de schuld te moeten dragen, moet ook hij vallen voor de waanbeelden van Leterme. Hij gijzelt het hele land, maar de man die voor hem door de stront is gegaan, misschien nog wel het meest.
dinsdag 16 december 2008
Een blok aan mijn been
Gisteren viel de laatste les die dit semester telt. Statistiek, eeuwige formaliteit. Daarmee is ook de aftrap gegeven van de met dat semester gepaard gaande examenperiode. De kersthysterie heeft er een aardige concurrent bij. Waar mijn dagen rond deze tijd tot vorig jaar nog werden beheerst door onverbiddelijke festiviteiten, lijkt het echt leven nu ook hier een hypotheek op te nemen. Moet er wat gemist worden, vraagt een mens zich dan af. Natuurlijk wel. Ook het gezeur om vooral géén kerstboom, kan van op afstand bijzonder knus ogen. De fantasieën over het vernielen van naburige sfeerverlichting zijn zo ook een en al mooie herinnering, zonder vervaldatum. Een nakend eindejaar biedt dan weer de verwarmende illusie dat er toch iets of wat structuur zit in het leven alhier. Waanzin, natuurlijk, maar de liters glühwein zorgen nou eenmaal voor een omkadering waarin ook deze theorie kan gedijen. Eeuwig zonder zorgen, min of meer. Deze keer zal er van die idylle dus geen sprake zijn. Als alles volgens plan verloopt – het zesentwintigste alweer – gaat het jaarlijkse feestgedruis aan mij voorbij al is het een zuchtje wind in een glas water.
Mooi niet, dus. Het lijkt me kras dat het aan de academische sfeer is waar ik de laatste maanden willens nillens in werd ondergedompeld, maar plots lijkt dat kerstgebeuren zo slecht nog niet. Wat is er nou fijner dan een feestje te bouwen met de mensen die je het nauwst aan het hart liggen? Samen de donkere dagen van december doorkomen, aan een rijkelijk gevulde tafel. Om van de sociale cohesie nog maar te zwijgen. Het cynisme gaat voor de bijl als de kerstboom waar ik nu meer dan ooit naar verlang. De versieringen kunnen niet uitbundig genoeg zijn, de vanzelfsprekende kalkoen evenmin. Een hele dag zou ik liefst uittrekken om kerstkaarten uit te kiezen. De volgende om ze te schrijven. Iedereen zijn eigen wensen en rijmpje, daar wordt de wereld pas echt beter van. Ik zou wel gek zijn om deze feestelijkheden zomaar aan me voorbij te laten gaan. Een diploma levert je later misschien wel een mooie baan op en een tweede garage, de vergelijking met een besneeuwd winterlandschap doorstaat het niet. Ook niet de idee eraan, kwestie van de praktijk de pret niet te laten drukken.
De komende weken zal ik dus moeten vechten tegen een gevoel dat mij verder meer dan vreemd is. Ik waan me een Duitser die op kantoor mee een opsporingsplan moet uit werken, hoewel hij zelf helemaal geen hekel heeft aan welke minderheid dan ook. Het is dat of studeren. Het enige waar ik me dezer dagen eveneens maar wat graag mee ledig hou, is het bedenken van schema´s. Schema´s om te studeren, schema´s om te ontspannen, schema´s om te slapen. Hoe meer er zijn, hoe groter de kans op slagen, gaat mijn theorie. Levensnoodzakelijk, heet dat dus. Als ik me er mee bezig hou, voel ik me een vooruitziend en succesvol student. Wat ik zaai bij het maken van die plannen, zal ik binnen afzienbare tijd dubbel en dik kunnen oogsten. Dat komt dus wel goed. Voordeel: Het schuldgevoel blijft uit. Als ik me probeer over te geven aan de kerstsfeer, die zich aandient als onvermijdelijk, wil zoiets zich wel eens meester van me maken. Stemmen in mijn hoofd die me vertellen dat ik me beter over mijn cursussen buig dan het zoveelste kerststukje, dat gedoe. Dan bieden schema´s soelaas. Ontspannend doch ook bijzonder nodig.
Zo zit ik dus met pen en papier onder de kerstboom. (Het schema loopt al tot midden november 2009.) Angstig gedachten vermijdend die herinneren aan de werkelijke betekenis van al de onderstrepingen en uitroeptekens. De echte blok is nog niet begonnen, en ik lijk de wanhoop al nabij.
Mooi niet, dus. Het lijkt me kras dat het aan de academische sfeer is waar ik de laatste maanden willens nillens in werd ondergedompeld, maar plots lijkt dat kerstgebeuren zo slecht nog niet. Wat is er nou fijner dan een feestje te bouwen met de mensen die je het nauwst aan het hart liggen? Samen de donkere dagen van december doorkomen, aan een rijkelijk gevulde tafel. Om van de sociale cohesie nog maar te zwijgen. Het cynisme gaat voor de bijl als de kerstboom waar ik nu meer dan ooit naar verlang. De versieringen kunnen niet uitbundig genoeg zijn, de vanzelfsprekende kalkoen evenmin. Een hele dag zou ik liefst uittrekken om kerstkaarten uit te kiezen. De volgende om ze te schrijven. Iedereen zijn eigen wensen en rijmpje, daar wordt de wereld pas echt beter van. Ik zou wel gek zijn om deze feestelijkheden zomaar aan me voorbij te laten gaan. Een diploma levert je later misschien wel een mooie baan op en een tweede garage, de vergelijking met een besneeuwd winterlandschap doorstaat het niet. Ook niet de idee eraan, kwestie van de praktijk de pret niet te laten drukken.
De komende weken zal ik dus moeten vechten tegen een gevoel dat mij verder meer dan vreemd is. Ik waan me een Duitser die op kantoor mee een opsporingsplan moet uit werken, hoewel hij zelf helemaal geen hekel heeft aan welke minderheid dan ook. Het is dat of studeren. Het enige waar ik me dezer dagen eveneens maar wat graag mee ledig hou, is het bedenken van schema´s. Schema´s om te studeren, schema´s om te ontspannen, schema´s om te slapen. Hoe meer er zijn, hoe groter de kans op slagen, gaat mijn theorie. Levensnoodzakelijk, heet dat dus. Als ik me er mee bezig hou, voel ik me een vooruitziend en succesvol student. Wat ik zaai bij het maken van die plannen, zal ik binnen afzienbare tijd dubbel en dik kunnen oogsten. Dat komt dus wel goed. Voordeel: Het schuldgevoel blijft uit. Als ik me probeer over te geven aan de kerstsfeer, die zich aandient als onvermijdelijk, wil zoiets zich wel eens meester van me maken. Stemmen in mijn hoofd die me vertellen dat ik me beter over mijn cursussen buig dan het zoveelste kerststukje, dat gedoe. Dan bieden schema´s soelaas. Ontspannend doch ook bijzonder nodig.
Zo zit ik dus met pen en papier onder de kerstboom. (Het schema loopt al tot midden november 2009.) Angstig gedachten vermijdend die herinneren aan de werkelijke betekenis van al de onderstrepingen en uitroeptekens. De echte blok is nog niet begonnen, en ik lijk de wanhoop al nabij.
zaterdag 13 december 2008
Wie schrijft, die blijft
Lieve kameraden van De Morgen,
net als alle briefschrijvers die vandaag uw lezersrubriek vol penden, hou ook ik (min of meer) van De Morgen. Nooit schreef ik een lezersbrief, omdat ik het geluk had het door de band steeds eens te zijn met de lijn die jullie volgden. Hoewel ook De Morgen niet gespaard bleef van kwalijke trends als daar zijn Lifestyle, Fashion en andere als journalistiek gepresenteerde publiciteit, bleef de onafhankelijke berichtgeving steeds prominent aanwezig. Agnes Goyvarts nemen we er dan wel bij. Mensen die De Morgen maar wat graag afschrijven als kwaliteitsmedium, heb ik steeds - hopsakee - met het blanke zwaard bestreden. Jullie mogen tegenwoordig dan wel eerder de loftsocialisten bedienen dan wat anders, voor links in Vlaanderen is De Morgen sowieso nog steeds van bijzonder groot belang.
Als die krant dan een vijfde van hun journalisten moet laten gaan, doet dat pijn. Het enige echte onafhankelijke dagblad zal zo geen onafhankelijk dagblad meer zijn. Dat maakt kwaad. Jullie leerden mij echter dat dat niet moet betekenen dat de zaak verloren is. Als enige krant zijn jullie bijvoorbeeld steeds consequent blijven omgaan met het Vlaams Belang, een strategie waar nu de hele samenleving de vruchten van plukt. Als enige Vlaamse krant staan jullie nu ook nog onafhankelijk in de communautaire strijd. (Ik ben te jong om me andere voorbeelden te herinneren.) Echter: Als de job van zestien redacteurs op de tocht staat, wordt de berichtgeving daarover verwezen naar de cultuurpagina´s. Journalisten bleken te hebben geweigerd bij Phara te komen en verdere actie moet komen van lezersbrieven doe jullie publiceren. Denken jullie misschien te mogen blijven van De Persgroep omdat er - nou nou nou - wel érg veel brieven waren binnengekomen als reactie om hun besluit. (Deze hoeft alvast niet gepubliceerd te worden; is hij ook te lang en te dralerig voor.) Een krant is naast medium voor het publieke debat ook een commercieel product, hoor ik al jullie journalisten toegeven. Wel, zo werkt de commerce niet.
Ik zag tussen de massale reclameboodschappen door in jullie verjaardagsbijlage een cover staan waarop De Morgen door De Moord was veranderd. Vanwege een reorganisatie. Dat mocht in het overzicht, dat is iets om trots op te zijn. Nu haalt een dramatische afslanking de cover tout court niet meer. Zijn jullie zo bang? Hebben alle journalisten van De Morgen plots geen ruggegraat meer, of is de toestand ernstig én hopeloos? Dan ben ik ook bang. Als het enige progressieve medium (den HUMO, ach ja, den HUMO) haar allure als zodanig zal verliezen, heeft deze samenleving een gigantisch probleem. Wie gaat de stukken van Douglas De Coninck over de benoeming van de Franstalige burgemeesters of de vijf reden waarom Yves Desmet niet op Leterme stemde publiceren? Dan kunnen we de boel hier wel beter opheffen en allemaal naar Nederland verkassen. Des te meer redenen om nu te strijden voor jobbehoud en te kijken wat er nog uit de brand te slepen valt, lijkt me. Vooral ook omdat de argumenten die jullie broodheren aanhalen om redacteurs aan de deur te zetten, drogredenen zijn en enkel een goedkope winstmaximalisatie moeten verhullen. Larie en apekool. Net als toen werd aangekondigd dat de redactie uit Brussel weg moest en diende aan te schuiven bij het klootjesvolk (sfeerschepping is alles) van Het Laatste Nieuws en de cultuurberichtgeving moest verminderen. Mensen die beweren dat De Morgen überhaupt nog minder cultuur kan brengen, geven te kennen de krant niet te lezen en hebben zo geen recht van spreken.
Het enige wat te hopen valt is dat de eindeloze stroom van berichten waarin sprake van het grote succes waar De Morgen al een hele tijd onder te lijden heeft, hiermee stopt. Het stijgende aantal lezers loopt sowieso al een tijdje parallel met het uithollen van dit kwaliteitsmedium. Een kers op de taart zoals aangekondigd, kan er echt niet meer bij. Vandaag staat er in de krant een eigen advertentie: De Morgen, de krant die constant vernieuwt. Het zelfrespect van de redactie lijkt hiermee alvast ook gesneuveld.
Mogelijke Oplossing: Vamos, Wax en DM Magazine bij het groot vuil. Daar zal geen haan naar kraaien, en hebben de lezers meteen een pak minder pump door te bladeren.
Mama bracht ooit het geld bij elkaar om een van de reddende aandelen voor jullie te kunnen kopen. Zoals een van de briefschrijvers oppert, moet De Morgen misschien maar terug een onafhankelijke koers gaan varen. Lezers zullen vast en zeker bereid zijn om daarbij te helpen, maar of ook de redactie daar nog veel voor voelt, is wat anders. Terecht, misschien ook wel.
Lieve groeten.
net als alle briefschrijvers die vandaag uw lezersrubriek vol penden, hou ook ik (min of meer) van De Morgen. Nooit schreef ik een lezersbrief, omdat ik het geluk had het door de band steeds eens te zijn met de lijn die jullie volgden. Hoewel ook De Morgen niet gespaard bleef van kwalijke trends als daar zijn Lifestyle, Fashion en andere als journalistiek gepresenteerde publiciteit, bleef de onafhankelijke berichtgeving steeds prominent aanwezig. Agnes Goyvarts nemen we er dan wel bij. Mensen die De Morgen maar wat graag afschrijven als kwaliteitsmedium, heb ik steeds - hopsakee - met het blanke zwaard bestreden. Jullie mogen tegenwoordig dan wel eerder de loftsocialisten bedienen dan wat anders, voor links in Vlaanderen is De Morgen sowieso nog steeds van bijzonder groot belang.
Als die krant dan een vijfde van hun journalisten moet laten gaan, doet dat pijn. Het enige echte onafhankelijke dagblad zal zo geen onafhankelijk dagblad meer zijn. Dat maakt kwaad. Jullie leerden mij echter dat dat niet moet betekenen dat de zaak verloren is. Als enige krant zijn jullie bijvoorbeeld steeds consequent blijven omgaan met het Vlaams Belang, een strategie waar nu de hele samenleving de vruchten van plukt. Als enige Vlaamse krant staan jullie nu ook nog onafhankelijk in de communautaire strijd. (Ik ben te jong om me andere voorbeelden te herinneren.) Echter: Als de job van zestien redacteurs op de tocht staat, wordt de berichtgeving daarover verwezen naar de cultuurpagina´s. Journalisten bleken te hebben geweigerd bij Phara te komen en verdere actie moet komen van lezersbrieven doe jullie publiceren. Denken jullie misschien te mogen blijven van De Persgroep omdat er - nou nou nou - wel érg veel brieven waren binnengekomen als reactie om hun besluit. (Deze hoeft alvast niet gepubliceerd te worden; is hij ook te lang en te dralerig voor.) Een krant is naast medium voor het publieke debat ook een commercieel product, hoor ik al jullie journalisten toegeven. Wel, zo werkt de commerce niet.
Ik zag tussen de massale reclameboodschappen door in jullie verjaardagsbijlage een cover staan waarop De Morgen door De Moord was veranderd. Vanwege een reorganisatie. Dat mocht in het overzicht, dat is iets om trots op te zijn. Nu haalt een dramatische afslanking de cover tout court niet meer. Zijn jullie zo bang? Hebben alle journalisten van De Morgen plots geen ruggegraat meer, of is de toestand ernstig én hopeloos? Dan ben ik ook bang. Als het enige progressieve medium (den HUMO, ach ja, den HUMO) haar allure als zodanig zal verliezen, heeft deze samenleving een gigantisch probleem. Wie gaat de stukken van Douglas De Coninck over de benoeming van de Franstalige burgemeesters of de vijf reden waarom Yves Desmet niet op Leterme stemde publiceren? Dan kunnen we de boel hier wel beter opheffen en allemaal naar Nederland verkassen. Des te meer redenen om nu te strijden voor jobbehoud en te kijken wat er nog uit de brand te slepen valt, lijkt me. Vooral ook omdat de argumenten die jullie broodheren aanhalen om redacteurs aan de deur te zetten, drogredenen zijn en enkel een goedkope winstmaximalisatie moeten verhullen. Larie en apekool. Net als toen werd aangekondigd dat de redactie uit Brussel weg moest en diende aan te schuiven bij het klootjesvolk (sfeerschepping is alles) van Het Laatste Nieuws en de cultuurberichtgeving moest verminderen. Mensen die beweren dat De Morgen überhaupt nog minder cultuur kan brengen, geven te kennen de krant niet te lezen en hebben zo geen recht van spreken.
Het enige wat te hopen valt is dat de eindeloze stroom van berichten waarin sprake van het grote succes waar De Morgen al een hele tijd onder te lijden heeft, hiermee stopt. Het stijgende aantal lezers loopt sowieso al een tijdje parallel met het uithollen van dit kwaliteitsmedium. Een kers op de taart zoals aangekondigd, kan er echt niet meer bij. Vandaag staat er in de krant een eigen advertentie: De Morgen, de krant die constant vernieuwt. Het zelfrespect van de redactie lijkt hiermee alvast ook gesneuveld.
Mogelijke Oplossing: Vamos, Wax en DM Magazine bij het groot vuil. Daar zal geen haan naar kraaien, en hebben de lezers meteen een pak minder pump door te bladeren.
Mama bracht ooit het geld bij elkaar om een van de reddende aandelen voor jullie te kunnen kopen. Zoals een van de briefschrijvers oppert, moet De Morgen misschien maar terug een onafhankelijke koers gaan varen. Lezers zullen vast en zeker bereid zijn om daarbij te helpen, maar of ook de redactie daar nog veel voor voelt, is wat anders. Terecht, misschien ook wel.
Lieve groeten.
zaterdag 6 december 2008
Vijf minuten intellectuele eerlijkheid
Bart De Wever heeft er een drukke week op zitten. Maandag was hij te gast bij Phara, woensdag zat hij bij Volt en vrijdag schoof hij samen met Herman Van Rompuy aan bij De Keien van de Wetstraat. Voor de voorzitter van een partij die ooit wetgeving dacht te moeten schrijven aangaande de aanwezigheid van politici op de teevee, moet je wel een erg goeie reden hebben om je drie keer in vijf dagen op te dringen aan de openbare kijker. Bart heeft die – zoals hij er voor alles eentje oogt te hebben – natuurlijk wel: Vrijdag werd een bundeling van zijn eerder in De Morgen en De Standaard gepubliceerde columns gepresenteerd. Aangezien iedere Vlaming die door zichzelf en/of een uitgeverij bekend wordt bevonden tegenwoordig een boek uitstoot, moet daar dus wel promotie voor worden gemaakt. Bart dus op de teevee. Of hij daarom ook binnenkort voor een tweede keer deelneemt aan De Slimste Mens ter Wereld, is niet duidelijk. Het boek lag deze week nog niet in de boekhandel, dus lezen deed ik het nog niet. Wel staat de titel zeker en vast op een of ander kerstlijstje, maar ook ik besef dat dat ruim onvoldoende is, wil je er nu al wat over schrijven. Toch doe ik dat. De kans dat iemand ooit de moeite neemt me lastig te vallen met commentaar op dit stukje, is minimaal. Valt het toch voor, ben ik enkel vereerd te worden gelezen. (Tenzij als het een geringbaarde werkloze flamingant betreft natuurlijk.)
Een eerste punt dat me al langer dwars zit aan zijn denken, en waarvoor hij speciaal in Volt opdook, zijn De Wevers waarschuwingen voor het normenverval. De vaststellingen die hij maakt, zijn ondertussen gemeen goed. Nadat we collectief de Katholieke kerk bij het grof vuil hebben gezet, is er niets in de plaats gekomen om ons het rechte pad te wijzen. Het gevolg daarvan is een maatschappij waarin alles mag en alles kan. Ook de hip hopscene moest er weer aan geloven. Bart De Wever heeft daar – zoals wel vaker, hoor – een punt. Tussen wat hij vertelt, valt misschien wel geen ene speld te krijgen. Er wordt te veel geneukt volgens De Wever, zou je hem op een lacherig toontje kunnen proberen pareren, maar het zit veel dieper dan dat. Aantal zelfmoorden blijft toenemen, net als de hoeveelheden antidepressiva die we samen slikken en de plastisch chirurgische ingrepen die daar vaak nog aan vooraf gaan. Er zit iets loos aan deze samenleving. Dat heeft De Wever goed gezien, maar alleen is hij de enige niet. Je moet haast onder een boerkha (als ik het woord typ, corrigeer mijn spellingchecker me met de suggestie boterham) leven om niet te zien dat kwalijke evoluties zich voordoen in de maatschappij heden ten dage.
Het is echt niet omdat een politicus een probleem vaststelt, dat hij er wat aan kan doen. Tot vreugd en euforie van zowat iedereen hebben wij de laatste decennia ongeziene vrijheden verworven, waardoor wij nu eenmaal niet enkelen kunnen zeggen wat we willen, maar ook neuken en slikken. De Wever raakt, gevraagd naar een oplossing, dan ook nooit verder dan een algemeen denken dat moet veranderen. Hij wil niets verplichten, want dat kan hij ook niet, maar iedereen moet meewerken, de media op kop. Daar heb je je sociaal progressief project, zou je haast denken. Hoewel De Wever maar wat graag doorgaat voor integer intellectueel, lijkt hij hiermee toch vooral een welbepaald kiezerscorps te willen aanspreken. Zonder enige politieke consequentie te moeten dragen – er valt nou eenmaal niets aan te doen – wil hij toch scoren bij het conservatieve deel van de bevolking. Dit effect versterkt hij daarnaast ook bijzonder goed door zichzelf op te stellen als de underdog van het publieke debat. Hij moet als enige (Wat is er plots mis met Boudewijn Bouckaert?) vechten tegen de heersende linkse consensus. Al dat slonzig schorriemorrie neukt, snuift en slikt er uiteraard zelf op los, terwijl hij als enige staat voor een deugdelijke moraal. Vanzelfsprekende nonsens, maar – deels ook door de kinderachtige reactie van links om het probleem zelfs te ontkennen – hij weet hij er wel mee te scoren.
Laat ons hopen dat ze de selectie niet hebben gehaald, maar vele stukken van De Wever gaan, uiteraard, over de Vlaamse zaak. België is onbestuurbaar geworden, herhaalt hij in deze steeds als een matter klinkend mantra. Best kras om die conclusie met steeds hetzelfde uitgestreken gezicht te komen melden na de boel anderhalf jaar feestelijk en op alle mogelijke manieren te hebben verziekt. Wat er werkelijk te zeggen valt: De Wever heeft een sfeertje gecreëerd waarin besturen onmogelijk is. Een slim politicus ben je dan, maar dan moet je niet denken die boel ook nog eens als alwetend denker verkocht te krijgen. Moeilijk was zoiets niet in een land als het onze. Een land waar je verkozen kan raken zonder rekenschap te moeten afleggen aan de halve bevolking, schept gouden kansen als je op zoekt bent naar een zondebok. De walen hebben het gedaan, heerst hier sinds 2007. Zij zijn noodzakelijkerwijs gevolgen, hoe zou je zelf zijn? Hoe contraire zij zich ook opstellen, de Vlamingen gaan er desalniettemin toch weer steeds over heen. Douglas De Coninck schreef er deze week een column over. Het noopte Walter Zinzen bij Phara tot een vraag aan Kris Peeters waar die laatste het best moeilijk mee kreeg. (Nu ze bij de VRT blijkbaar toegeven dat ze geen deftige vragen meer gesteld krijgen, halen ze er maar gepensioneerde journalisten bij om die klus te klaren.) Misschien had Zinzen zich de realiteit net als ik toch iets minder gortig voorgesteld, tot De Coninck zijn stuk publiceerde. Kort gezegd: Franstalige burgemeesters die Franstalige kiesbrieven sturen naar Franstaligen en Nederlandse naar Nederlandstaligen, worden niet benoemd, terwijl Vlaamse burgemeester die (uit protest tegen de verwijlde splitsing van BHV) geen enkele kiesbrief stuurden daar geen enkel probleem mee hadden. De gekte ver voorbij, lijkt mij. (Ik ging er dus tot voor kort vanuit dat die vuile Walen hun Franse rommel naar iedereen stuurden.) De discussie gaat in Vlaanderen echter op geen enkel moment hierover – daar is de gehele Vlaamse regering (CD&V, sp.a en open-vld) het over eens – maar over hoe we het precies moeten aanbrengen. Een Europese commissie die zich daar desondanks toch vragen bij stelt, is van de wereld af. Met dank aan Bart De Wever. De idee is namelijk ontstaan dat de politicus die niet mee strijdt voor de titel Beste Vlaming, het bij de volgende verkiezingsslag wel kan schudden. Vooraleerst vallen daar grote vraagtekens bij te stellen – nou hou je de Vlaming wel voor érg achterlijk – maar boven alles blijft deze situatie niet erg kies. Politici die met deze ingesteldheid in een federale regering zitten, zijn inderdaad onwerkbaar. Onbestuurbaar! Failliet van het systeem! Fundamentele crisis! Fin de régime! Zolang ministers in die regering kunnen zitten met enkel als bedoeling de Beste Vlaming te zijn, kan je er maar beter mee ophouden. Eerder dan het geruzie over Brussel-Hallve-Vilvoorde of die malle burgemeesters is het de patstelling die de partijen (CD&V en ps) maken door een nationale kieskring telkenmale af te schieten die dit land gijzelt. Pas wanneer die kieskring er is, wordt Bart De Wever gestopt bij het verzieken van dit (PRACHTIGE!!!) land.
Zoals hij zelf toegeeft, is er een tekort aan intellectueel talent bij rechts. In Vlaanderen dan toch. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom het De Wever is die bij elk akkefietje een televisiestudio moet opvullen. Met Geert Bourgeois valt tegenwoordig amper nog te praten. Desalniettemin moeten er misschien toch maar quota komen voor het verschijnen van Bart De Wever op de VRT, net als die er van de vorige mediaminister voor die gruwelijke schlagers moesten komen. Een keertje om de twee weken, lijkt me meer dan voldoende. We kunnen natuurlijk ook simpelweg wachten tot de volgende verkiezingen, wanneer hij samen met zijn partij tot de werkelijke proporties zal worden herleid. Interessant maar irrelevant, sprak Kamervoorzitter van Rompuy alvast. Over enkele maanden kan Bart De Wever enkel nog hopen op een post als minister van staat.
Wie toch geen genoeg kan krijgen van N-VA voorzitter Bart De Wever, woensdag is hij te gast bij Rik Torfs in Nooitgedacht op CANVAS.
Een eerste punt dat me al langer dwars zit aan zijn denken, en waarvoor hij speciaal in Volt opdook, zijn De Wevers waarschuwingen voor het normenverval. De vaststellingen die hij maakt, zijn ondertussen gemeen goed. Nadat we collectief de Katholieke kerk bij het grof vuil hebben gezet, is er niets in de plaats gekomen om ons het rechte pad te wijzen. Het gevolg daarvan is een maatschappij waarin alles mag en alles kan. Ook de hip hopscene moest er weer aan geloven. Bart De Wever heeft daar – zoals wel vaker, hoor – een punt. Tussen wat hij vertelt, valt misschien wel geen ene speld te krijgen. Er wordt te veel geneukt volgens De Wever, zou je hem op een lacherig toontje kunnen proberen pareren, maar het zit veel dieper dan dat. Aantal zelfmoorden blijft toenemen, net als de hoeveelheden antidepressiva die we samen slikken en de plastisch chirurgische ingrepen die daar vaak nog aan vooraf gaan. Er zit iets loos aan deze samenleving. Dat heeft De Wever goed gezien, maar alleen is hij de enige niet. Je moet haast onder een boerkha (als ik het woord typ, corrigeer mijn spellingchecker me met de suggestie boterham) leven om niet te zien dat kwalijke evoluties zich voordoen in de maatschappij heden ten dage.
Het is echt niet omdat een politicus een probleem vaststelt, dat hij er wat aan kan doen. Tot vreugd en euforie van zowat iedereen hebben wij de laatste decennia ongeziene vrijheden verworven, waardoor wij nu eenmaal niet enkelen kunnen zeggen wat we willen, maar ook neuken en slikken. De Wever raakt, gevraagd naar een oplossing, dan ook nooit verder dan een algemeen denken dat moet veranderen. Hij wil niets verplichten, want dat kan hij ook niet, maar iedereen moet meewerken, de media op kop. Daar heb je je sociaal progressief project, zou je haast denken. Hoewel De Wever maar wat graag doorgaat voor integer intellectueel, lijkt hij hiermee toch vooral een welbepaald kiezerscorps te willen aanspreken. Zonder enige politieke consequentie te moeten dragen – er valt nou eenmaal niets aan te doen – wil hij toch scoren bij het conservatieve deel van de bevolking. Dit effect versterkt hij daarnaast ook bijzonder goed door zichzelf op te stellen als de underdog van het publieke debat. Hij moet als enige (Wat is er plots mis met Boudewijn Bouckaert?) vechten tegen de heersende linkse consensus. Al dat slonzig schorriemorrie neukt, snuift en slikt er uiteraard zelf op los, terwijl hij als enige staat voor een deugdelijke moraal. Vanzelfsprekende nonsens, maar – deels ook door de kinderachtige reactie van links om het probleem zelfs te ontkennen – hij weet hij er wel mee te scoren.
Laat ons hopen dat ze de selectie niet hebben gehaald, maar vele stukken van De Wever gaan, uiteraard, over de Vlaamse zaak. België is onbestuurbaar geworden, herhaalt hij in deze steeds als een matter klinkend mantra. Best kras om die conclusie met steeds hetzelfde uitgestreken gezicht te komen melden na de boel anderhalf jaar feestelijk en op alle mogelijke manieren te hebben verziekt. Wat er werkelijk te zeggen valt: De Wever heeft een sfeertje gecreëerd waarin besturen onmogelijk is. Een slim politicus ben je dan, maar dan moet je niet denken die boel ook nog eens als alwetend denker verkocht te krijgen. Moeilijk was zoiets niet in een land als het onze. Een land waar je verkozen kan raken zonder rekenschap te moeten afleggen aan de halve bevolking, schept gouden kansen als je op zoekt bent naar een zondebok. De walen hebben het gedaan, heerst hier sinds 2007. Zij zijn noodzakelijkerwijs gevolgen, hoe zou je zelf zijn? Hoe contraire zij zich ook opstellen, de Vlamingen gaan er desalniettemin toch weer steeds over heen. Douglas De Coninck schreef er deze week een column over. Het noopte Walter Zinzen bij Phara tot een vraag aan Kris Peeters waar die laatste het best moeilijk mee kreeg. (Nu ze bij de VRT blijkbaar toegeven dat ze geen deftige vragen meer gesteld krijgen, halen ze er maar gepensioneerde journalisten bij om die klus te klaren.) Misschien had Zinzen zich de realiteit net als ik toch iets minder gortig voorgesteld, tot De Coninck zijn stuk publiceerde. Kort gezegd: Franstalige burgemeesters die Franstalige kiesbrieven sturen naar Franstaligen en Nederlandse naar Nederlandstaligen, worden niet benoemd, terwijl Vlaamse burgemeester die (uit protest tegen de verwijlde splitsing van BHV) geen enkele kiesbrief stuurden daar geen enkel probleem mee hadden. De gekte ver voorbij, lijkt mij. (Ik ging er dus tot voor kort vanuit dat die vuile Walen hun Franse rommel naar iedereen stuurden.) De discussie gaat in Vlaanderen echter op geen enkel moment hierover – daar is de gehele Vlaamse regering (CD&V, sp.a en open-vld) het over eens – maar over hoe we het precies moeten aanbrengen. Een Europese commissie die zich daar desondanks toch vragen bij stelt, is van de wereld af. Met dank aan Bart De Wever. De idee is namelijk ontstaan dat de politicus die niet mee strijdt voor de titel Beste Vlaming, het bij de volgende verkiezingsslag wel kan schudden. Vooraleerst vallen daar grote vraagtekens bij te stellen – nou hou je de Vlaming wel voor érg achterlijk – maar boven alles blijft deze situatie niet erg kies. Politici die met deze ingesteldheid in een federale regering zitten, zijn inderdaad onwerkbaar. Onbestuurbaar! Failliet van het systeem! Fundamentele crisis! Fin de régime! Zolang ministers in die regering kunnen zitten met enkel als bedoeling de Beste Vlaming te zijn, kan je er maar beter mee ophouden. Eerder dan het geruzie over Brussel-Hallve-Vilvoorde of die malle burgemeesters is het de patstelling die de partijen (CD&V en ps) maken door een nationale kieskring telkenmale af te schieten die dit land gijzelt. Pas wanneer die kieskring er is, wordt Bart De Wever gestopt bij het verzieken van dit (PRACHTIGE!!!) land.
Zoals hij zelf toegeeft, is er een tekort aan intellectueel talent bij rechts. In Vlaanderen dan toch. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom het De Wever is die bij elk akkefietje een televisiestudio moet opvullen. Met Geert Bourgeois valt tegenwoordig amper nog te praten. Desalniettemin moeten er misschien toch maar quota komen voor het verschijnen van Bart De Wever op de VRT, net als die er van de vorige mediaminister voor die gruwelijke schlagers moesten komen. Een keertje om de twee weken, lijkt me meer dan voldoende. We kunnen natuurlijk ook simpelweg wachten tot de volgende verkiezingen, wanneer hij samen met zijn partij tot de werkelijke proporties zal worden herleid. Interessant maar irrelevant, sprak Kamervoorzitter van Rompuy alvast. Over enkele maanden kan Bart De Wever enkel nog hopen op een post als minister van staat.
Wie toch geen genoeg kan krijgen van N-VA voorzitter Bart De Wever, woensdag is hij te gast bij Rik Torfs in Nooitgedacht op CANVAS.
donderdag 4 december 2008
Velcro
Vreemd is het te zien hoe een partij waarvan iedereen aannam dat ze amper leden had, toch kan leeglopen. Een hele week lang nu al. In een partij met een zodanig klein ledenbestand, is elk lid natuurlijk een beetje kopstuk. Wie dan opstapt, haalt zonder veel moeite de krant. Dat neemt niet weg dat vandaag zowat de hele fractie uit het Vlaamse parlement eieren voor haar geld kiest en ervandoor gaat. Deze aftocht werd al voorafgegaan door het vertrek van Stijn Bex (de homo), Koen T'Sijen (het nieuwe talent) en Fouad Ahidar (de Marokkaan). Bert Anciaux – de enige die onafhankelijk overeind zou kunnen blijven – houdt zijn beslissing nog in beraad. Voor hem zou het niet verstandig zijn over één nacht ijs te gaan. Dit weekend noemde hij als reden om niet over te stappen naar sp.a dat hij zelf niet socialistisch is. Blijkbaar is het Anciaux ontgaan dat ook daar nog maar bitter weinig socialisten te rapen vallen. (Nou ja.)
Vreemde club verder, die VLaamse PROgressieven. Ik heb me net als 94,4 procent van de Vlaamse bevolking nooit echt verdiept in waar ze voor stonden. Uit hun optredens in de media kon je alleen maar afleiden dat ze enkel met losse flodders en ideetjes aan elkaar hingen. Daarnaast: Nelly Maes. Die was er ook altijd bij. Ook Paul Van Grembergen en Hugo Schiltz waren lid. Met een naam als SPIRIT kies je natuurlijk voor de onbestemde vaagheid. Wie een van de letters aan een kernwoord kon koppelen, mocht zich al goed geïnformeerd noemen. Toen kwam Bettina Geysen. De vrouw die zich nu als doel heeft gesteld te bewijzen dat ze kan schrijven, wilde een tijdje geleden nog een sterk merk maken van de linkse afsplitsing van de Volksunie. We moesten allemaal weten dat ze Vlaams en progressief waren, ook al ging dat ten koste van een goed bekkende naam. Ook het links-liberale gedachte goed lag hen na aan het hart. Daar kan je wat mee.
Niet dus. Bettina zet een stap opzij en plotseling blijkt de halve partij maar weinig te voelen voor die kernwaarden en ideologie. Ze blijken allemaal bij de Vl.Pro. te zitten om aan progressieve frontvorming te doen. Dat is natuurlijk heel wat anders. Meer zijn ze geïnteresseerd in het kartel met de sp.a dan in het eigen gedachtegoed. Het links-liberale denken is uiteraard niet iedereen gegeven. Nee, dan progressieve frontvorming! Ook meteen een veel makkelijkere manier om aan een postje te geraken. Ook Bert Anciaux lijkt er dezer dagen wel uit opgetrokken. Samen met de andere partijen ter linker zijde vechten tegen rechts, dat tegenwoordig enkel maar een eng Vlaams-nationalistisch jargon hanteert. Over de eigen partijnaam was iedereen het gelukkig toch oneens.
Al die meester-strategen gaan uiteraard voorbij aan de vaststelling dat die frontvorming enkel nog bij hen leeft. Niemand anders spreekt er nog van. Nu Groen! sterk genoeg staat om verder te gaan op eigen kracht, zouden ze wel gek zijn om een sociaal-progressief dan wel een links-liberaal blok aan hun been te gespen. Ook sp.a heeft na de verkiezingsnederlaag van 2007 door dat ze zo snel mogelijk af moeten zien te raken van die malle club. Omtrent het programma van sp.a bestaat de laatste jaren al zoveel discussie en onenigheid binnen de partij zelf dat ze – nu haar kartelpartner toch geen winst meer opbrengt – de band maar beter zo snel als mogelijk doorknipt.
Overigens blijkt het ledenkorps de ruk naar rechts van de top van sp.a al vlotjes te hebben verwerkt. Wie dacht dat Patrick Janssen helemaal van de wereld af was met zijn centrum-rechts beleid, moet het ledenonderzoek eens bekijken. Naast het anti-migranten standpunt dat bij een aanzienlijk deel van de bevraagde leden leeft, springt ook het hoge aantal (veertig procent) dat zich gelovig noemt in het oog. Echt merkwaardig is dat eigenlijk niet te noemen, een partij die in een zodanige crisis verkeert als sp.a, moet ergens steun vinden.
Vreemde club verder, die VLaamse PROgressieven. Ik heb me net als 94,4 procent van de Vlaamse bevolking nooit echt verdiept in waar ze voor stonden. Uit hun optredens in de media kon je alleen maar afleiden dat ze enkel met losse flodders en ideetjes aan elkaar hingen. Daarnaast: Nelly Maes. Die was er ook altijd bij. Ook Paul Van Grembergen en Hugo Schiltz waren lid. Met een naam als SPIRIT kies je natuurlijk voor de onbestemde vaagheid. Wie een van de letters aan een kernwoord kon koppelen, mocht zich al goed geïnformeerd noemen. Toen kwam Bettina Geysen. De vrouw die zich nu als doel heeft gesteld te bewijzen dat ze kan schrijven, wilde een tijdje geleden nog een sterk merk maken van de linkse afsplitsing van de Volksunie. We moesten allemaal weten dat ze Vlaams en progressief waren, ook al ging dat ten koste van een goed bekkende naam. Ook het links-liberale gedachte goed lag hen na aan het hart. Daar kan je wat mee.
Niet dus. Bettina zet een stap opzij en plotseling blijkt de halve partij maar weinig te voelen voor die kernwaarden en ideologie. Ze blijken allemaal bij de Vl.Pro. te zitten om aan progressieve frontvorming te doen. Dat is natuurlijk heel wat anders. Meer zijn ze geïnteresseerd in het kartel met de sp.a dan in het eigen gedachtegoed. Het links-liberale denken is uiteraard niet iedereen gegeven. Nee, dan progressieve frontvorming! Ook meteen een veel makkelijkere manier om aan een postje te geraken. Ook Bert Anciaux lijkt er dezer dagen wel uit opgetrokken. Samen met de andere partijen ter linker zijde vechten tegen rechts, dat tegenwoordig enkel maar een eng Vlaams-nationalistisch jargon hanteert. Over de eigen partijnaam was iedereen het gelukkig toch oneens.
Al die meester-strategen gaan uiteraard voorbij aan de vaststelling dat die frontvorming enkel nog bij hen leeft. Niemand anders spreekt er nog van. Nu Groen! sterk genoeg staat om verder te gaan op eigen kracht, zouden ze wel gek zijn om een sociaal-progressief dan wel een links-liberaal blok aan hun been te gespen. Ook sp.a heeft na de verkiezingsnederlaag van 2007 door dat ze zo snel mogelijk af moeten zien te raken van die malle club. Omtrent het programma van sp.a bestaat de laatste jaren al zoveel discussie en onenigheid binnen de partij zelf dat ze – nu haar kartelpartner toch geen winst meer opbrengt – de band maar beter zo snel als mogelijk doorknipt.
Overigens blijkt het ledenkorps de ruk naar rechts van de top van sp.a al vlotjes te hebben verwerkt. Wie dacht dat Patrick Janssen helemaal van de wereld af was met zijn centrum-rechts beleid, moet het ledenonderzoek eens bekijken. Naast het anti-migranten standpunt dat bij een aanzienlijk deel van de bevraagde leden leeft, springt ook het hoge aantal (veertig procent) dat zich gelovig noemt in het oog. Echt merkwaardig is dat eigenlijk niet te noemen, een partij die in een zodanige crisis verkeert als sp.a, moet ergens steun vinden.
maandag 1 december 2008
Geknackt
Ik speel altijd de linkse rakker. Niets liever doe ik dan te zwaaien met mijn chocoladerepen van OXFAM en mijn overtuiging dat het Vlaams Belang weldegelijk nog steeds een verzameling poldernazi´s is. Ook Tom Lanoye doet het altijd goed bij mij. Daar trek ik helaas nogal wat jongens mee aan die dan voor het tegenovergestelde gaan staan. Hoort ook altijd een ronde blaadjes bij. HUMO vinden ze altijd rommel, want platvloers en riool. Daar valt wat voor te zeggen. Het hangt van mijn stemming af of ik daarin mee ga of weerstand biedt, hoewel ik mij een leven zonder elke week de HUMO toch niet kan voorstellen. Daarbij moet ook altijd gezegd hoe interessant Knack wel niet is. Het enige kwaliteitsblaadje, heet dat dan. Sommige proberen mij dan ook meteen een complex aan te praten omdat ik het amper lees, en dat gezeur ben ik hartsvochtig beu.
Ik herinnerde me een artikel dat Paul Goossens schreef over dit weekblad naar aanleiding van de artikels die zij publiceerden over het diploma van toenmalig vicepremier Freya van Den Bossche. Dankzij het ter zielen gaan van het archief van De Morgen, om vooralsnog onverklaarbare redenen, kan ik de wat en waar en wanneer enkel met enige onzekerheid stellen. Een extract uit het stuk van Goossens dat op internet dwaalt, is getiteld Een blad zonder ziel, en vat gelukkig goed samen hoe het artikel mij voor de geest stond. De sfeer die Knack uitasemt (het gaat dan om de politieke berichtgeving) is er een van pessimisme en cynisme, parafraseer ik hem.
Gesteund in de rug door een vroegere hoofdredacteur van De Morgen, waag ik me ook aan een analyse van het blad. Doorgaans heb ik er niet zoveel last van – hoewel de snor van Van Cauwelaert wel erg vaak duiding mag komen geven in een televisiestudio – maar de laatste tijd bakten ze het wel erg bruin. Plots moest zo bijvoorbeeld Wendy Van Wanten op de cover. Niet omdat Knack sensatiebelust was geraakt, werd er door de hoofdredacteur geredeneerd, maar omdat zij een primeur hadden. Wendy had aan Knack verteld dat ze ging procederen tegen Dag Allemaal. Dat bleek genoeg voor de redactie om haar zowat de hele cover te gunnen. De idee dat het niemand wat kan schelen hoe Van Wanten haar dag invult, werd zo wel erg resoluut naar de achtergrond verdwenen. Wat de primeur rond Morel en Van Hecke betreft, kan Knack nog op enig krediet rekenen. Op voorwaarde dat zij kunnen hard maken dat die mails weldegelijk geen fictie zijn uit de koker van Jean-Marie Dedecker of een lid van zijn entourage. Vooraanstaande Vlaams Belangers die ondertekenen met een verwijzing naar Hitler, hebben nieuwswaarde. Of ze elkaar daarbij ook naaien, zou geen hond mogen interesseren. Dit artikel werd overigens net als dat tegen Van Den Bossche geschreven door de zelfverklaarde bioloog Dirk Draulans. Ligt het aan mij of ben ik niet de enige die de link mist tussen zijn vakgebied en deze riooljournalistiek?
Hoe dan ook. Ik kocht deze week een Knack. Dat was vroeger enkel een voorrecht voor ziekenhuizen en luchthavens, maar nu viel dus ook mijn krantenboer deze gebeurtenis te eer. De foto van Guy Verhofstadt heeft me uiteindelijk wel over de streep moeten trekken, het is dat hij zo goed staat met die nieuwe bril. Het artikel daaraan verbonden, over de terugkeer van de ex-premier, las ik als eerste. Een mooie opsomming van wat open-vld de laatste weken te verduren kreeg, die naast niets nieuw toevoegde ook al eerder te lezen was in de kranten. Ook het interview met Jo Vandeurzen leek niet meteen noodzakelijke lectuur. Hoewel hij tot voor enkele maanden een van de protagonisten was in de tragedie rond de staatshervorming, mocht Vandeurzen nu op een wel erg vrijblijvend toontje commentaar geven bij de politieke actualiteit. Het halve artikel was gewijd aan wat de minister allemaal op stapel heeft staan op zijn departement. Hoewel die plannen maar weinig interesse wegdragen aangezien deze regering elke week nog wel zeker een keertje dreigt te vallen, werd er toch al vanuit gegaan dat zijn hervormingen in tegenstelling tot die van zijn voorgangers zullen slagen. Vreemde boel. Verder het allegaartje aan ditjes en datjes uit de actualiteit die je ook in andere actualiteitenbladen vindt.
Het editoriaal, voor wie wil het vlaggenschip van een opinieblad, moet iedereen natuurlijk ook door. Wanneer Goossens in 2007 schrijft dat die politieke commentaar systematisch het geloof in de politiek onderuithaalt, heeft hij ook nu nog gelijk. Deze week wordt het systeem gehekeld dat dicteert dat partijen in België voornamelijk door de overheid en op basis van het aantal behaalde stemmen wordt gefinancierd. Niet omdat het links-liberale gedachtegoed zo wel eens genekt zou kunnen worden, maar omdat partijen daardoor veel te populistisch redeneren. Wat wil Van Cauwelaert dan? Partijen die hun geld gaan halen bij grote ondernemingen, in ruil voor de vanzelfsprekende politieke steun. Ach ja. Een discussie die een hele tijd geleden al werd beslecht en afgesloten, nam ik aan. Ook de insinuatie al zouden partijen zichzelf mateloos verrijken op kap van de hardwerkende belastingbetaler, leek mij een kwaliteitsblad onwaardig.
Gelukkig hebben ze ook bij Knack weet van de malaise. De oplossing die zij daarvoor bedachten, schiet echter tekort. Het ene katern dat je er gratis en voor niks bij krijgt – Weekend Knack – kan voor iedere zichzelf respecterend mens meteen op de stapel van het oud papier. Dan nog liever de Libelle. Ook Focus Knack is enkel interessant om eens vluchtig door te bladeren. Dat katern zorgde overigens voor een bijzonder opdeling. Knack lijkt daarmee het enige medium dat hogere cultuur nog weet te scheiden van lagere. Waar de literatuurrecensies en theaterartikels in de reguliere Knack worden afgeprint, worden de artikels over popmuziek en teeveereeksen verscheept naar Focus. Ik ging er blijkbaar onterecht vanuit dat we dat station al waren gepasseerd. Ook het dossiertje binnenin Knack waarin multimediale kerstcadeaus werden getest, deed wel erg aan als een commerciele boodschap of een gestolen stukjes Test Aankoop. Mij ontging het algemeen nut alleszins compleet.
Koen Meulenaere las ik nog niet. Toen bleek dat die door de redactie werd gebruikt om halve waarheden te testen, leek hij mij een beetje verbrand. Geestig blijft hij wel.
Vandaag wordt de communistische vod met zestien lifestyle katernen dertig jaar, en dat mag zeker en vast gevierd.
Ik herinnerde me een artikel dat Paul Goossens schreef over dit weekblad naar aanleiding van de artikels die zij publiceerden over het diploma van toenmalig vicepremier Freya van Den Bossche. Dankzij het ter zielen gaan van het archief van De Morgen, om vooralsnog onverklaarbare redenen, kan ik de wat en waar en wanneer enkel met enige onzekerheid stellen. Een extract uit het stuk van Goossens dat op internet dwaalt, is getiteld Een blad zonder ziel, en vat gelukkig goed samen hoe het artikel mij voor de geest stond. De sfeer die Knack uitasemt (het gaat dan om de politieke berichtgeving) is er een van pessimisme en cynisme, parafraseer ik hem.
Gesteund in de rug door een vroegere hoofdredacteur van De Morgen, waag ik me ook aan een analyse van het blad. Doorgaans heb ik er niet zoveel last van – hoewel de snor van Van Cauwelaert wel erg vaak duiding mag komen geven in een televisiestudio – maar de laatste tijd bakten ze het wel erg bruin. Plots moest zo bijvoorbeeld Wendy Van Wanten op de cover. Niet omdat Knack sensatiebelust was geraakt, werd er door de hoofdredacteur geredeneerd, maar omdat zij een primeur hadden. Wendy had aan Knack verteld dat ze ging procederen tegen Dag Allemaal. Dat bleek genoeg voor de redactie om haar zowat de hele cover te gunnen. De idee dat het niemand wat kan schelen hoe Van Wanten haar dag invult, werd zo wel erg resoluut naar de achtergrond verdwenen. Wat de primeur rond Morel en Van Hecke betreft, kan Knack nog op enig krediet rekenen. Op voorwaarde dat zij kunnen hard maken dat die mails weldegelijk geen fictie zijn uit de koker van Jean-Marie Dedecker of een lid van zijn entourage. Vooraanstaande Vlaams Belangers die ondertekenen met een verwijzing naar Hitler, hebben nieuwswaarde. Of ze elkaar daarbij ook naaien, zou geen hond mogen interesseren. Dit artikel werd overigens net als dat tegen Van Den Bossche geschreven door de zelfverklaarde bioloog Dirk Draulans. Ligt het aan mij of ben ik niet de enige die de link mist tussen zijn vakgebied en deze riooljournalistiek?
Hoe dan ook. Ik kocht deze week een Knack. Dat was vroeger enkel een voorrecht voor ziekenhuizen en luchthavens, maar nu viel dus ook mijn krantenboer deze gebeurtenis te eer. De foto van Guy Verhofstadt heeft me uiteindelijk wel over de streep moeten trekken, het is dat hij zo goed staat met die nieuwe bril. Het artikel daaraan verbonden, over de terugkeer van de ex-premier, las ik als eerste. Een mooie opsomming van wat open-vld de laatste weken te verduren kreeg, die naast niets nieuw toevoegde ook al eerder te lezen was in de kranten. Ook het interview met Jo Vandeurzen leek niet meteen noodzakelijke lectuur. Hoewel hij tot voor enkele maanden een van de protagonisten was in de tragedie rond de staatshervorming, mocht Vandeurzen nu op een wel erg vrijblijvend toontje commentaar geven bij de politieke actualiteit. Het halve artikel was gewijd aan wat de minister allemaal op stapel heeft staan op zijn departement. Hoewel die plannen maar weinig interesse wegdragen aangezien deze regering elke week nog wel zeker een keertje dreigt te vallen, werd er toch al vanuit gegaan dat zijn hervormingen in tegenstelling tot die van zijn voorgangers zullen slagen. Vreemde boel. Verder het allegaartje aan ditjes en datjes uit de actualiteit die je ook in andere actualiteitenbladen vindt.
Het editoriaal, voor wie wil het vlaggenschip van een opinieblad, moet iedereen natuurlijk ook door. Wanneer Goossens in 2007 schrijft dat die politieke commentaar systematisch het geloof in de politiek onderuithaalt, heeft hij ook nu nog gelijk. Deze week wordt het systeem gehekeld dat dicteert dat partijen in België voornamelijk door de overheid en op basis van het aantal behaalde stemmen wordt gefinancierd. Niet omdat het links-liberale gedachtegoed zo wel eens genekt zou kunnen worden, maar omdat partijen daardoor veel te populistisch redeneren. Wat wil Van Cauwelaert dan? Partijen die hun geld gaan halen bij grote ondernemingen, in ruil voor de vanzelfsprekende politieke steun. Ach ja. Een discussie die een hele tijd geleden al werd beslecht en afgesloten, nam ik aan. Ook de insinuatie al zouden partijen zichzelf mateloos verrijken op kap van de hardwerkende belastingbetaler, leek mij een kwaliteitsblad onwaardig.
Gelukkig hebben ze ook bij Knack weet van de malaise. De oplossing die zij daarvoor bedachten, schiet echter tekort. Het ene katern dat je er gratis en voor niks bij krijgt – Weekend Knack – kan voor iedere zichzelf respecterend mens meteen op de stapel van het oud papier. Dan nog liever de Libelle. Ook Focus Knack is enkel interessant om eens vluchtig door te bladeren. Dat katern zorgde overigens voor een bijzonder opdeling. Knack lijkt daarmee het enige medium dat hogere cultuur nog weet te scheiden van lagere. Waar de literatuurrecensies en theaterartikels in de reguliere Knack worden afgeprint, worden de artikels over popmuziek en teeveereeksen verscheept naar Focus. Ik ging er blijkbaar onterecht vanuit dat we dat station al waren gepasseerd. Ook het dossiertje binnenin Knack waarin multimediale kerstcadeaus werden getest, deed wel erg aan als een commerciele boodschap of een gestolen stukjes Test Aankoop. Mij ontging het algemeen nut alleszins compleet.
Koen Meulenaere las ik nog niet. Toen bleek dat die door de redactie werd gebruikt om halve waarheden te testen, leek hij mij een beetje verbrand. Geestig blijft hij wel.
Vandaag wordt de communistische vod met zestien lifestyle katernen dertig jaar, en dat mag zeker en vast gevierd.
Abonneren op:
Posts (Atom)
