Het gaat niet goed met links. Een gemeenplaats die al tot allerhande analyses, bespiegelingen, essays en in een enkel geval een PowerPoint presentatie heeft geleid. Waar tot voor kort een boeman kon worden gevonden in het verder ongespecificeerd rechtse spook dat door Europa dwaalt, moet nu ook de economische crisis als excuus gelden. De sociaaldemocraten waren iets te nauw betrokken bij de organisatie ervan, zeg maar. Voor Vlaanderen lijken deze fenomenen echter de aandacht af te leiden van de werkelijke redenen die links al enige tijd in de hoek dringen waar de klappen vallen. Hoewel de Nederlandse samenleving tegenwoordig enkel in twee politieke moorden lijkt te verschillen van de onze – geen hond die zijn stem wijzigt omdat een kiesarrondissement maar niet gesplitst raakt -, was daar bij de laatste verkiezingen voor de tweede kamer (2006) zelfs even sprake van een links kabinet. Het kan dus anders.
Wat opvalt wanneer je politici ter linkerzijde aanhoort, is de defensieve houding waaruit zij nu al jaren spreken. We weten dat we in de minderheid zijn, maar zullen er alles aan doen die minderheid te behouden. Dat sfeertje. Toen de toenmalige SP een hele meute kiezers zag vertrekken naar het Vlaams Blok, leek dat dan ook de enige conclusie die links wilde trekken. Vlaanderen is nu eenmaal van huizen uit rechts. Bart De Wever zegt het zelfs. De partij nam de gelegenheid nooit te baat zichzelf in vraag te stellen. In plaats van zich af te vragen waarom deze mensen hun lot liever in handen legden van populisten dan socialisten, schoven zij steeds nadrukkelijker op naar het centrum in de veronderstelling daar de verloren stemmen te kunnen recupereren. Een van de conclusies die Patrick Janssens trok uit de verkiezingsnederlaag van 2007 was dat de partij eerder haar rechtse dan haar linkse flank moet afdekken, enkel en alleen omdat meer mensen naar LDD dan naar Groen! trokken. De groteske denkfout (al zou iedereen die nu populistisch stemt zonder meer ook dromen van een vlaktaks) die hier wordt gemaakt, doet vermoeden dat de sp.a nooit meer uit het centrum weg zal raken. Een ramp is dat geenszins.
De alles verterende drang tot samenwerking van die partij, stemt dan weer wel tot nadenken. Wederom voortspruitend uit de vooropname dat links maar beter voorzichtig omspringt met de weinige stemmen die het haalt, moet iedereen zich verzamelen in één massief blok. Dat heeft er onder andere voor gezorgd dat Groen! nog steeds meer energie pompt in zich afzetten van de sp.a dan het ontwikkelen van een eigen verhaal binnen deze nieuwe eeuw. Die partij mag dan wel comfortabel boven de kiesdrempel leven, haar potentieel is - zoals haar Waalse tegenhanger dezer dagen in enkele peilingen alvast bewijst - veel groter dan dat. Groen! blijft krampachtig die ene ecologische kaart spelen uit angst om te erg te gaan gelijken op haar enige concurrent op links. Dat levert een trouwe basis op, maar maakt groei haast onmogelijk.
Een tweede opponent die door het gedroomde monopolie van de sp.a uit lijkt te blijven, is een nieuwe socialistische volksbeweging. Een partij die haar visie opbouwt vanuit de laagste en niet de middenklasse. Hoewel er alles behalve een gebrek is aan partijen in de linkse marge, blijft dat ene alternatief dat ook aanvaardbaar is voor een bredere groep dan enkel volbloed communisten uit. Waar PvdA en LSP er niet aan denken hun historische helden te verloochenen en zichzelf zo als marginaal verklaren in het publieke debat, lijkt ook CAP (opgericht door onder andere misnoegde sp.a´ers) in hetzelfde bedje ziek. Een zodanige partij zal anderszins toch nodig zijn om nog maar van een links kabinet te kunnen dromen; in Nederland werd dit pas mogelijk toen de SP openlijk haar banden met het maoïsme wist door te knippen. Zolang extreemlinks daar niet toe aan te porren lijkt, kan er enkel van Eric De Bruyn (misnoegd sp.a´er) enig heil worden verwacht. Ook hij wordt door Caroline Gennez maar wat graag weggezet als communistisch en wat nog meer – de sp.a is er helaas nog steeds van overtuigd het enige socialistische gelijk in pacht te hebben -, en zal zolang hij de sprong in het diepe niet waagt ook door velen zo blijvend worden bekeken. Momenteel ziet het er echter naar uit dat hij liever keet blijft schoppen binnen de sp.a in de hoop die partij naar links te zien verschuiven. Liever blijft hij zich warmen aan het uitdovende vuur van een traditionele partij dan te durven kiezen voor een eigen initiatief. Hoewel hij zeker geen gegarandeerde kans op slagen heeft, lijkt dat laatste hoe dan ook het enige wat hem te doen staat. Anders blijft hij misschien wel degene die links het meeste blijft verdelen, tot spijt van wie hem benijdt.
dinsdag 31 maart 2009
zaterdag 28 maart 2009
Ter leven veroordeeld
Nadat vorig weekend de familie van Amelie Van Esbeen naar de pers stapte om aandacht te vragen voor haar schrijnende situatie, is het debat nog steeds aan de gang. Iedereen heeft wel wat over haar wens om euthanasie te melden, hoewel eveneens iedereen beweert het specifieke geval niet te kennen.
Mateloos kan je je dan ergeren aan de lieden van de Katholieke zuil – al dan niet met ampersand hier of daar – die dit menselijk leed proberen te recupereren voor eigen gewin. Het is een tweede natuur van hen geworden. Hoewel we steeds beweren deze dogmatici te hebben verslagen, in tegenstelling tot imams en geitenneukers, duikt er altijd wel eentje op die het nodig vindt zijn onbegrip uit te schreeuwen. Het was huiveringwekkend te zien dat de man die het aandurfde kritiek te uiten op de zelfgekozen uitstap van Hugo Claus, nu ook weer om zijn mening werd gevraagd. De publieke omroep houdt nu eenmaal van incompetentie. Wouter Beke, ideoloog van het achtste knoopsgat. Hoewel zijn kinderkopje je eerder aan de geneugten van abortus doet denken, heeft hij ook steeds de mond vol van levensbeëindiging. Hij heeft er zin in, valt te hopen.
De christendemocraten hebben zich er dan wel formeel bij neergelegd dat de ongelovige honden er af en toe eentje mogen neerleggen, enige goedkeurende woorden zullen zij daarrond nooit over hun lippen krijgen. Altijd wordt er krampachtig naar een zijweg gezocht om de discussie helemaal scheef te trekken. Als het maar pijn doet. Beke wist maandag in Ter Zake het debat meteen te kapen, door het woord levensmoe om te buigen tot een vloek in de kerk. Hij voorzag dat als we mevrouw Van Esbeen zouden laten gaan, de linkse meute iedereen een kopje kleiner zou maken die er eens een dagje niet keihard tegenaan wil gaan. Hij gaf het voorbeeld van een twintigjarige die er even allemaal geen zin in had. Volgens Beke zou die er ook hebben gelegen als mevrouw Van Esbeen´s wens zou worden ingewilligd. Allen levensmoe! Het is een argumentatie waarmee hij een eerlijk debat over een menselijk levenseinde haast onmogelijk maakt. Wie plotsklaps een beeld voor zich ziet waarin een jonge adonis afgemaakt wordt omdat hij iets heerlijk melancholisch in de ogen heeft, past wel op. Dit soort fundamentalisten, die in wezen welke zelfgekozen levensbeëindiging dan ook zouden willen voorkomen, worden maar beter geweerd uit het debat. Ze doen nabestaanden nodeloos veel pijn wanneer deze enkel gebaat zijn bij hoop en troost. Inhumaan, heet zoiets.
Ook premier Van Rompuy deed zijn best elke vraag om euthanasie naast zich neer te leggen. Dat deed hij met een meer beproefd recept, de verheerlijking van het lijden. Hij kende iemand die er ontiegelijk slecht aan toe was maar er alsnog het beste van probeerde te maken. Een held, als het ware. Mocht er iemand ijveren voor een verplichte afslachting van al wie getroffen wordt door ziekte en leed, zou dit voorbeeld steek houden als argument. Aan de eis van sommigen om een andere keuze te maken en het leven vaarwel te zeggen, doet dit echter niets af. Dat zullen de christendemocraten helaas nooit willen toegeven. Zij willen iedereen zien vechten voor het leven, hoe waardeloos ook. Zolang dat niet gebeurt zullen ze voorbeelden blijven aandragen in de veronderstelling dat daarmee andere even eerbare mogelijkheden teniet worden gedaan. Minachting voor andersdenkenden, heet zoiets.
En dan was er nog Hilde Kiekeboon. Ook dit vooraanstaand christenmens maakte er een potje van. Zij stelde dat toegeven aan de wens van mevrouw Van Esbeen en anderen gelijk stond aan de ogen sluiten voor de werkelijke problemen. Wat haar een aanleiding gaf om de manier waarop wij met onze bejaarden omgaan aan de kaak te stellen. Weer een slag in het gezicht van nabestaanden, want zij deden blijkbaar niet genoeg hun best. Het lijkt haast kinderachtig hoe deze hoeders van leven en lijden allerlei zaken samentrekken die niets met elkaar te maken hebben. Als iemand wil sterven, is dat heus niet enkel en alleen uit eenzaamheid. Die wens zou overigens nooit worden ingewilligd door wie dan ook. Het klopt dat er vele bejaarden een niet erg benijdenswaardig leven leiden, en het klopt dat daar heel wat aan te doen valt, maar de gesprekken daaromtrent moeten helemaal los gevoerd worden van het debat rond euthanasie. Zij die drogredenen blijven aanhalen om elk gesprek rond een zelfgekozen levenseinde onmogelijk te maken worden maar beter het zwijgen opgelegd. Ongetwijfeld doen ze dit alles uit liefde voor de mens, maar wel met mensonterende situaties als gevolg. Enige schaamte is hier inderdaad op zijn plaats.
Mateloos kan je je dan ergeren aan de lieden van de Katholieke zuil – al dan niet met ampersand hier of daar – die dit menselijk leed proberen te recupereren voor eigen gewin. Het is een tweede natuur van hen geworden. Hoewel we steeds beweren deze dogmatici te hebben verslagen, in tegenstelling tot imams en geitenneukers, duikt er altijd wel eentje op die het nodig vindt zijn onbegrip uit te schreeuwen. Het was huiveringwekkend te zien dat de man die het aandurfde kritiek te uiten op de zelfgekozen uitstap van Hugo Claus, nu ook weer om zijn mening werd gevraagd. De publieke omroep houdt nu eenmaal van incompetentie. Wouter Beke, ideoloog van het achtste knoopsgat. Hoewel zijn kinderkopje je eerder aan de geneugten van abortus doet denken, heeft hij ook steeds de mond vol van levensbeëindiging. Hij heeft er zin in, valt te hopen.
De christendemocraten hebben zich er dan wel formeel bij neergelegd dat de ongelovige honden er af en toe eentje mogen neerleggen, enige goedkeurende woorden zullen zij daarrond nooit over hun lippen krijgen. Altijd wordt er krampachtig naar een zijweg gezocht om de discussie helemaal scheef te trekken. Als het maar pijn doet. Beke wist maandag in Ter Zake het debat meteen te kapen, door het woord levensmoe om te buigen tot een vloek in de kerk. Hij voorzag dat als we mevrouw Van Esbeen zouden laten gaan, de linkse meute iedereen een kopje kleiner zou maken die er eens een dagje niet keihard tegenaan wil gaan. Hij gaf het voorbeeld van een twintigjarige die er even allemaal geen zin in had. Volgens Beke zou die er ook hebben gelegen als mevrouw Van Esbeen´s wens zou worden ingewilligd. Allen levensmoe! Het is een argumentatie waarmee hij een eerlijk debat over een menselijk levenseinde haast onmogelijk maakt. Wie plotsklaps een beeld voor zich ziet waarin een jonge adonis afgemaakt wordt omdat hij iets heerlijk melancholisch in de ogen heeft, past wel op. Dit soort fundamentalisten, die in wezen welke zelfgekozen levensbeëindiging dan ook zouden willen voorkomen, worden maar beter geweerd uit het debat. Ze doen nabestaanden nodeloos veel pijn wanneer deze enkel gebaat zijn bij hoop en troost. Inhumaan, heet zoiets.
Ook premier Van Rompuy deed zijn best elke vraag om euthanasie naast zich neer te leggen. Dat deed hij met een meer beproefd recept, de verheerlijking van het lijden. Hij kende iemand die er ontiegelijk slecht aan toe was maar er alsnog het beste van probeerde te maken. Een held, als het ware. Mocht er iemand ijveren voor een verplichte afslachting van al wie getroffen wordt door ziekte en leed, zou dit voorbeeld steek houden als argument. Aan de eis van sommigen om een andere keuze te maken en het leven vaarwel te zeggen, doet dit echter niets af. Dat zullen de christendemocraten helaas nooit willen toegeven. Zij willen iedereen zien vechten voor het leven, hoe waardeloos ook. Zolang dat niet gebeurt zullen ze voorbeelden blijven aandragen in de veronderstelling dat daarmee andere even eerbare mogelijkheden teniet worden gedaan. Minachting voor andersdenkenden, heet zoiets.
En dan was er nog Hilde Kiekeboon. Ook dit vooraanstaand christenmens maakte er een potje van. Zij stelde dat toegeven aan de wens van mevrouw Van Esbeen en anderen gelijk stond aan de ogen sluiten voor de werkelijke problemen. Wat haar een aanleiding gaf om de manier waarop wij met onze bejaarden omgaan aan de kaak te stellen. Weer een slag in het gezicht van nabestaanden, want zij deden blijkbaar niet genoeg hun best. Het lijkt haast kinderachtig hoe deze hoeders van leven en lijden allerlei zaken samentrekken die niets met elkaar te maken hebben. Als iemand wil sterven, is dat heus niet enkel en alleen uit eenzaamheid. Die wens zou overigens nooit worden ingewilligd door wie dan ook. Het klopt dat er vele bejaarden een niet erg benijdenswaardig leven leiden, en het klopt dat daar heel wat aan te doen valt, maar de gesprekken daaromtrent moeten helemaal los gevoerd worden van het debat rond euthanasie. Zij die drogredenen blijven aanhalen om elk gesprek rond een zelfgekozen levenseinde onmogelijk te maken worden maar beter het zwijgen opgelegd. Ongetwijfeld doen ze dit alles uit liefde voor de mens, maar wel met mensonterende situaties als gevolg. Enige schaamte is hier inderdaad op zijn plaats.
maandag 23 maart 2009
Goedemorgen
Vanaf vandaag vallen er op de site van De Morgen stofzuigers te winnen. Wat dat met een open geest te maken heeft, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Vaststaat dat Christian Van Thillo nog steeds zinnens is de volgens hem onnodige journalisten van die krant even bruusk weg te werken zoals enkel een stofzuiger dat kan. Dit najaar werden de ontslagenen al aangekondigd, hoewel ze pas deze maand effectief zouden moeten vertrekken. U merkt het al: Van Thillo is een sfeermaker. Na maanden in onzekerheid te hebben moeten werken, lijkt er nog steeds niets vast te staan over wat er nou precies zal gebeuren. Aangekondigd voor maart, loopt die maand zo langzamerhand op haar einde zonder enig bloedbad te hebben aangericht. Enige barmhartigheid valt daar echter niet in te zien. De man die naar eigen zeggen een voorliefde heeft voor kranten staat nog steeds pal achter zijn meesterplan, en als hij niet de tijd vindt het debat aan te gaan, stuurt hij een van zijn hoofdredacteuren.
Wat mij betreft is dat laatste het meest opmerkelijke aan de hele discussie. Waar hoofdredacteuren vroeger alles leken over te hebben voor hun redactie, zijn ze nu terug gevallen tot vazallen van de commerciële broodheren. Toen Peter Vandermeersch marketeer van het jaar werd, kon daar minachtend om gegniffeld worden. Nu De Standaard haar christelijk richtsnoer kwijt was, diende die krant enkel nog een publicitair belang. Leuk voor hen - het onding ging hipper ogen, maar bleef op hetzelfde niveau rotzooi verspreiden. Wanneer blijkt dat zowat alle kranten deze pil hebben moeten slikken, wordt het zorgelijk. De tegenwoordige hoofdredacteur van De Morgen (Klaus Van Isacker, polyvalente windzak) werd zo tegen de wil van de redactie in aangesteld, en ook Yves Desmet praat enkel na wat Van Thillo hem op de mouw heeft gespeld. De functie welke die laatste bekleedt, is dan ook al langer onduidelijk. Hij loopt er zo een beetje bij, draagt een leesbril, schrijft stukjes over wijn en allerhande en duikt vooral op in ontiegelijk veel andere media. Luc Van der Kelen valt ongeveer in dezelfde categorie. Laatst werd hij nog bejubeld in De Morgen omdat hij het goddomme had aangedurfd een opiniestuk tegen de doodstraf te schrijven in Het Laatste Nieuws. Dat was heel wat, blijkbaar. Voor mij was het vooral een verassing dat er iemand überhaupt nog aandacht had voor wat er precies in die vod te lezen staat. Net als Desmet liet hij zich maar wat graag in een studio van de publieke omroep interviewen over de genialiteit achter het plan om De Morgen te pluimen. Opiniemakers, noemen ze zichzelf, maar nemen meer de functie van dweil waar dan wat anders. Vanzelfsprekend is het voorstel van Paul Goossens om hoofdredacteuren te laten verkiezen door de redactie, meer dan nodig om de boel te redden.
Een ander punt moet ook worden aangestipt. De overname van PCM door De Persgroep, wordt nogal makkelijk weggezet als een geheel andere zaak dan de sanering bij De Morgen. Dat is echter larie en apenkool. Het geld dat Van Thillo uittrekt om zijn kinderdroom waar te maken, heeft hij namelijk onder andere dankzij De Morgen verdiend. Wanneer geld verdiend wordt, incasseert het management. Wanneer geld verloren gaat, moet de redactie (en de lezers) daarvoor opdraaien. Zo blijkt. Deze casus duidt misschien meer dan andere de fundamentele oneerlijkheid van het zuiver kapitalistische systeem. Hoewel de krantensector recht heeft op een meer precaire behandeling, moet gezegd dat het zo in alle bedrijven gaat. Een half jaartje crisis en duizenden mensen verliezen hun baan en inkomen, terwijl de jaren voordien alle winsten aan bonussen voor het management opgingen in plaats van te worden geïnvesteerd in een reserve voor de mindere tijden. Dankzij dit trucje worden vandaag velen de armoedegrens ondergeduwd en lijkt nu ook de degelijke kwaliteitjournalistiek verloren te gaan. Van der Kelen en Desmet maakt het alvast geen ene lor uit.
De Morgen Magazine is gestopt met de rubriek Geld moet Rollen, waar allerlei stukjes reclame in een redactionele opmaak werden gegoten. Nog even doorzetten en we zijn verlost van die hele zooi, of waar de crisis wel niet goed voor kan zijn.
Wat mij betreft is dat laatste het meest opmerkelijke aan de hele discussie. Waar hoofdredacteuren vroeger alles leken over te hebben voor hun redactie, zijn ze nu terug gevallen tot vazallen van de commerciële broodheren. Toen Peter Vandermeersch marketeer van het jaar werd, kon daar minachtend om gegniffeld worden. Nu De Standaard haar christelijk richtsnoer kwijt was, diende die krant enkel nog een publicitair belang. Leuk voor hen - het onding ging hipper ogen, maar bleef op hetzelfde niveau rotzooi verspreiden. Wanneer blijkt dat zowat alle kranten deze pil hebben moeten slikken, wordt het zorgelijk. De tegenwoordige hoofdredacteur van De Morgen (Klaus Van Isacker, polyvalente windzak) werd zo tegen de wil van de redactie in aangesteld, en ook Yves Desmet praat enkel na wat Van Thillo hem op de mouw heeft gespeld. De functie welke die laatste bekleedt, is dan ook al langer onduidelijk. Hij loopt er zo een beetje bij, draagt een leesbril, schrijft stukjes over wijn en allerhande en duikt vooral op in ontiegelijk veel andere media. Luc Van der Kelen valt ongeveer in dezelfde categorie. Laatst werd hij nog bejubeld in De Morgen omdat hij het goddomme had aangedurfd een opiniestuk tegen de doodstraf te schrijven in Het Laatste Nieuws. Dat was heel wat, blijkbaar. Voor mij was het vooral een verassing dat er iemand überhaupt nog aandacht had voor wat er precies in die vod te lezen staat. Net als Desmet liet hij zich maar wat graag in een studio van de publieke omroep interviewen over de genialiteit achter het plan om De Morgen te pluimen. Opiniemakers, noemen ze zichzelf, maar nemen meer de functie van dweil waar dan wat anders. Vanzelfsprekend is het voorstel van Paul Goossens om hoofdredacteuren te laten verkiezen door de redactie, meer dan nodig om de boel te redden.
Een ander punt moet ook worden aangestipt. De overname van PCM door De Persgroep, wordt nogal makkelijk weggezet als een geheel andere zaak dan de sanering bij De Morgen. Dat is echter larie en apenkool. Het geld dat Van Thillo uittrekt om zijn kinderdroom waar te maken, heeft hij namelijk onder andere dankzij De Morgen verdiend. Wanneer geld verdiend wordt, incasseert het management. Wanneer geld verloren gaat, moet de redactie (en de lezers) daarvoor opdraaien. Zo blijkt. Deze casus duidt misschien meer dan andere de fundamentele oneerlijkheid van het zuiver kapitalistische systeem. Hoewel de krantensector recht heeft op een meer precaire behandeling, moet gezegd dat het zo in alle bedrijven gaat. Een half jaartje crisis en duizenden mensen verliezen hun baan en inkomen, terwijl de jaren voordien alle winsten aan bonussen voor het management opgingen in plaats van te worden geïnvesteerd in een reserve voor de mindere tijden. Dankzij dit trucje worden vandaag velen de armoedegrens ondergeduwd en lijkt nu ook de degelijke kwaliteitjournalistiek verloren te gaan. Van der Kelen en Desmet maakt het alvast geen ene lor uit.
De Morgen Magazine is gestopt met de rubriek Geld moet Rollen, waar allerlei stukjes reclame in een redactionele opmaak werden gegoten. Nog even doorzetten en we zijn verlost van die hele zooi, of waar de crisis wel niet goed voor kan zijn.
zaterdag 21 maart 2009
Politique de la Belgique
De twee heren die mij de laatste jaren het minst ongemoeid lieten in de Belgische politiek, zijn weer helemaal terug: Guy Verhofstadt en Yves Leterme. De eerste blinkt uit in intellect, de tweede in demagogie. Hoewel ik op de een noch de ander zou kunnen stemmen, maken ze bijzonder veel in mij los. Water en vuur, dat wel. Zo moest ik mezelf woensdag in de Vooruit temperen om het essay van Verhofstadt niet te laten signeren, net als toen ik mezelf gisteren moest inhouden wanneer mijn aversie jegens Leterme zich wel erg nadrukkelijk begon te manifesteren in mijn lichaam.
De ex-premier was te gast in De Keien van de Wetstraat, want een mens kan tenslotte niet enkel van boerenlullenteevee alleen leven. Nadat Tim Pauwels zich – volledig terecht overigens, hoewel De Standaard (AVV-VVK, blijkbaar nog steeds) anders beweerde – druk had gemaakt om de verschijning van Leterme op een West-Vlaamse regionale zender, schoof die ook bij degelijk journaille aan. De rukbaarheid die Pauwels hier zo aan gaf, maakte helaas pijnlijk duidelijk in welke comateuze toestand de journalisten van de publieke omroep tegenwoordig verkeren. Ik heb zijn gemarketeerd interview niet gezien, maar slaapverwekkender dan dat wat Kathleen Cools en Yvan De Vadder eruit wisten te halen, kan het haast niet zijn geweest. Dat lijkt een makkelijke oneliner, maar me dunkt wordt het tijd dat men zich aan de Reyerslaan eens gaat bezinnen over waar men precies mee bezig denkt te zijn. Meer dan zijn ingestudeerde en daarom net nog krommere redeneringen, wist het programma niet te bieden. De enige kritische vraag die deze sterjournalisten wisten te stellen was of Yves Leterme vond dat Guy Verhofstadt ten goede dan wel ten slechte was veranderd. Het ging dan over de nieuwe bril en snit, nadat Leterme daar een toespeling op had gemaakt. Lekker stoute vraag, Yvan, dat vindt Bracke vast erg leuk.
Het belang van een goeie journalistiek is fundamenteel. Wie daar op ingeeft, zet het licht op groen om tuig de boel te laten overnemen. Deze redenering – die blijkbaar nog steeds enkele volgelingen kent – werd aangehaald om Verhofstadt er eveneens van te betichten de serieuzere journalistiek buiten spel te hebben gezet. Hij laat enkel in zijn kaarten kijken als het om wijn en cultuur gaat, vindt het journaille. Nonsens. Verhofstadt - dezer dagen enkel lijsttrekker van de Europese lijst - nam deze week aan twee debatten deel in de Vooruit. Over Europa. Enkele weken geleden publiceerde hij bovendien een lezenswaardig essay bij De Bezige Bij. Over Europa. Hoewel al een hele tijd duidelijk is dat hij daar zijn toekomst denkt te vinden, blijven alle Wetstraatjournalisten gepikeerd achter als hij niet wil antwoorden op vragen over de nationale politiek. Het verschil in bestuursniveaus ontgaat hen kennelijk volledig. Ze pikken het niet dat Verhofstadt zich niet het bad van communautair gezeik en provincialistisch geblèr laat intrekken waar zij zich steeds comfortabeler in beginnen te voelen maar hij zich twee jaar geleden aan wist te onttrekken. Pech voor hen.
Het spel lijkt stilletjes aan weer op de wagen te zitten. Maanden van politieke misère staan ons te wachten, over begroting en beton. Deze week kregen we daar al een aardig voorproefje van te slikken. Een hele week moesten we ons ledig houden met de Fortis-commissie en haar eventuele conclusies, waarna Cools doodleuk vertelde het daar met Yves Leterme niet over te willen hebben. Ze hoopt vast op een tuinprogramma. Desondanks zal ik nog een hele tijd rond blijven lopen met de gedachten die Verhofstadt die woensdag formuleerde in de Vooruit over de onzin van identiteiten en natiestaten. Zeer lovenswaardig. Waar Leterme niet verder raakt dan gevaarlijke onzin, overstijgt Verhofstadt een hele generatie politici die zich vastreden in de dogma´s van enkele hele halve zolen. Of het nu over wijn, literatuur of politiek gaat: Verhofstadt is de grootste, en dat zal hij nog even blijven ook.
De ex-premier was te gast in De Keien van de Wetstraat, want een mens kan tenslotte niet enkel van boerenlullenteevee alleen leven. Nadat Tim Pauwels zich – volledig terecht overigens, hoewel De Standaard (AVV-VVK, blijkbaar nog steeds) anders beweerde – druk had gemaakt om de verschijning van Leterme op een West-Vlaamse regionale zender, schoof die ook bij degelijk journaille aan. De rukbaarheid die Pauwels hier zo aan gaf, maakte helaas pijnlijk duidelijk in welke comateuze toestand de journalisten van de publieke omroep tegenwoordig verkeren. Ik heb zijn gemarketeerd interview niet gezien, maar slaapverwekkender dan dat wat Kathleen Cools en Yvan De Vadder eruit wisten te halen, kan het haast niet zijn geweest. Dat lijkt een makkelijke oneliner, maar me dunkt wordt het tijd dat men zich aan de Reyerslaan eens gaat bezinnen over waar men precies mee bezig denkt te zijn. Meer dan zijn ingestudeerde en daarom net nog krommere redeneringen, wist het programma niet te bieden. De enige kritische vraag die deze sterjournalisten wisten te stellen was of Yves Leterme vond dat Guy Verhofstadt ten goede dan wel ten slechte was veranderd. Het ging dan over de nieuwe bril en snit, nadat Leterme daar een toespeling op had gemaakt. Lekker stoute vraag, Yvan, dat vindt Bracke vast erg leuk.
Het belang van een goeie journalistiek is fundamenteel. Wie daar op ingeeft, zet het licht op groen om tuig de boel te laten overnemen. Deze redenering – die blijkbaar nog steeds enkele volgelingen kent – werd aangehaald om Verhofstadt er eveneens van te betichten de serieuzere journalistiek buiten spel te hebben gezet. Hij laat enkel in zijn kaarten kijken als het om wijn en cultuur gaat, vindt het journaille. Nonsens. Verhofstadt - dezer dagen enkel lijsttrekker van de Europese lijst - nam deze week aan twee debatten deel in de Vooruit. Over Europa. Enkele weken geleden publiceerde hij bovendien een lezenswaardig essay bij De Bezige Bij. Over Europa. Hoewel al een hele tijd duidelijk is dat hij daar zijn toekomst denkt te vinden, blijven alle Wetstraatjournalisten gepikeerd achter als hij niet wil antwoorden op vragen over de nationale politiek. Het verschil in bestuursniveaus ontgaat hen kennelijk volledig. Ze pikken het niet dat Verhofstadt zich niet het bad van communautair gezeik en provincialistisch geblèr laat intrekken waar zij zich steeds comfortabeler in beginnen te voelen maar hij zich twee jaar geleden aan wist te onttrekken. Pech voor hen.
Het spel lijkt stilletjes aan weer op de wagen te zitten. Maanden van politieke misère staan ons te wachten, over begroting en beton. Deze week kregen we daar al een aardig voorproefje van te slikken. Een hele week moesten we ons ledig houden met de Fortis-commissie en haar eventuele conclusies, waarna Cools doodleuk vertelde het daar met Yves Leterme niet over te willen hebben. Ze hoopt vast op een tuinprogramma. Desondanks zal ik nog een hele tijd rond blijven lopen met de gedachten die Verhofstadt die woensdag formuleerde in de Vooruit over de onzin van identiteiten en natiestaten. Zeer lovenswaardig. Waar Leterme niet verder raakt dan gevaarlijke onzin, overstijgt Verhofstadt een hele generatie politici die zich vastreden in de dogma´s van enkele hele halve zolen. Of het nu over wijn, literatuur of politiek gaat: Verhofstadt is de grootste, en dat zal hij nog even blijven ook.
vrijdag 20 maart 2009
Foute boel
Het gaat hard in Nederland. Terwijl iedereen druk doende is over een politieke crisis – het kabinet wil het maar niet eens raken over de te nemen crisismaatregelen – blijft er maar één politicus over die het nog gegund is zorgeloos door het politieke landschap heen te fietsen. Hoewel Geert Wilders de meest beveiligde man in Nederland lijkt, gaat alles hem vooralsnog voor de wind. In de eindeloze stroom opiniepeilingen wordt zijn Partij voor de Vrijheid tegenwoordig als grootste getipt, en ook de media raken maar niet op hem uitgekeken. Hij hoeft maar een keertje te kuchen om een hele horde journalisten achter zich te krijgen die vragen of er wat scheelt. Hij begint wel erg veel weg te krijgen van een publiekslieveling.
Hoe Wilders daar in slaagt, is mij volkomen onduidelijk. Jarenlang heeft Nederland met enig misprijzen neergekeken op een Vlaanderen dat te kampen had met hardnekkige extreemrechtse aanslag. Dat was terecht, eigenlijk. Nu echter lijkt datzelfde Nederland een man die enkel en alleen bekend staat om zijn haat jegens een andere bevolkingsgroep te omarmen. Als de politieke elite – waar hij zelf maar wat graag op afgeeft – iets te verwijten valt, is het wel de luchtige manier waarop ze met zijn persoon omgaan. Het betreft hier een man die er zijn heilige missie van heeft gemaakt een hele wereldgodsdienst tot zondebok te maken, een man die bezig is een klimaat te scheppen waarin gruwelijke dingen niet langer ondenkbaar blijven. Hoewel het van Joost Zwagerman niet mag, licht de vergelijking met hoe in de aanloop naar de tweede wereldoorlog over Joden werd gesproken voor de hand. Het is allemaal tuig, volgens Wilders, en we moeten er maar zo snel als mogelijk vanaf zien te raken. Die man speelt met vuur.
Met enig afgrijzen zie ik mensen die hun stem royaal laten gelden in het publieke debat, drummen om hun respect voor Wilders uit te spreken. De lijst is ellenlang, maar deze week wilden alvast Hans Wiegel (VVD, erelid) en Felix Rottenberg (PvdA, geen erelid) eerst en vooral aanstippen hoe sterk ze Wilders als politicus vonden. Dat werd niet verkondigd als een waarschuwing om maar goed met dat verdachte sujet op te passen, maar klonk enkel als een bloemetje dat ze hem al een hele tijd wilde toe werpen. Wiegel ging nog een stap verder door in Pauw&Witteman luidop te dromen van een coalitie tussen VVD, CDA, D66 en PVV. Ze waren het dan misschien niet op alle punten eens met elkaar, maar de PVV lag in iedere geval meer voor de hand dan pakweg de PvdA. Van een erelid verwacht je toch beter dan dit soort schaamteloos opportunisme.
Jack Van Gelder, een guitige voetbaljournalist waar zelfs ik af en toe bij blijft hangen, maakt het echter nog bonter. Die vertrouwde Het Parool toe dat als hij überhaupt nog een stem zou uitbrengen, die naar Wilders zou gaan. Zo vies hebben wij het nooit moeten eten. Bij mijn weten heeft er zich in Vlaanderen nooit iemand zo openlijk tot het Vlaams Belang bekeerd. Enkel De Strangers waren even verdacht, maar dat is hen later rigoureus vergeven. Hoewel Zwagerman erg zijn best doet om verschillen te zien tussen het VB en Wilders, blijf ik me afvragen waar die dan in wezen schuilen. Het VB gaat zeker op meer punten uit de bocht dan Wilders, maar ze houden er over het meest precaire vraagstuk dat dezer tijden loopt – hoe om te gaan met migratie – quasi hetzelfde standpunt op na. De islam zal nooit te rijmen zijn met onze westerse levensopvattingen. Gevaarlijk spul. Wij hebben overigens steeds de hoop kunnen koesteren Philip Dewinter te kunnen verslaan in debatten. Iets wat ons overigens tegenwoordig lijkt te lukken. Wilders daarentegen wil zich enkel in de tweede kamer verdedigen, waar hij ondanks de dappere pogingen van Pechtold op de keper beschouwd maar weinig weerstand ondervindt. Zolang Wilders zichzelf beschouwt als anders dan alle andere (democratische) politici, lijkt me het bijzonder dom om daar zelf tegen beter weten in wel vanuit te gaan.
Hoe Wilders daar in slaagt, is mij volkomen onduidelijk. Jarenlang heeft Nederland met enig misprijzen neergekeken op een Vlaanderen dat te kampen had met hardnekkige extreemrechtse aanslag. Dat was terecht, eigenlijk. Nu echter lijkt datzelfde Nederland een man die enkel en alleen bekend staat om zijn haat jegens een andere bevolkingsgroep te omarmen. Als de politieke elite – waar hij zelf maar wat graag op afgeeft – iets te verwijten valt, is het wel de luchtige manier waarop ze met zijn persoon omgaan. Het betreft hier een man die er zijn heilige missie van heeft gemaakt een hele wereldgodsdienst tot zondebok te maken, een man die bezig is een klimaat te scheppen waarin gruwelijke dingen niet langer ondenkbaar blijven. Hoewel het van Joost Zwagerman niet mag, licht de vergelijking met hoe in de aanloop naar de tweede wereldoorlog over Joden werd gesproken voor de hand. Het is allemaal tuig, volgens Wilders, en we moeten er maar zo snel als mogelijk vanaf zien te raken. Die man speelt met vuur.
Met enig afgrijzen zie ik mensen die hun stem royaal laten gelden in het publieke debat, drummen om hun respect voor Wilders uit te spreken. De lijst is ellenlang, maar deze week wilden alvast Hans Wiegel (VVD, erelid) en Felix Rottenberg (PvdA, geen erelid) eerst en vooral aanstippen hoe sterk ze Wilders als politicus vonden. Dat werd niet verkondigd als een waarschuwing om maar goed met dat verdachte sujet op te passen, maar klonk enkel als een bloemetje dat ze hem al een hele tijd wilde toe werpen. Wiegel ging nog een stap verder door in Pauw&Witteman luidop te dromen van een coalitie tussen VVD, CDA, D66 en PVV. Ze waren het dan misschien niet op alle punten eens met elkaar, maar de PVV lag in iedere geval meer voor de hand dan pakweg de PvdA. Van een erelid verwacht je toch beter dan dit soort schaamteloos opportunisme.
Jack Van Gelder, een guitige voetbaljournalist waar zelfs ik af en toe bij blijft hangen, maakt het echter nog bonter. Die vertrouwde Het Parool toe dat als hij überhaupt nog een stem zou uitbrengen, die naar Wilders zou gaan. Zo vies hebben wij het nooit moeten eten. Bij mijn weten heeft er zich in Vlaanderen nooit iemand zo openlijk tot het Vlaams Belang bekeerd. Enkel De Strangers waren even verdacht, maar dat is hen later rigoureus vergeven. Hoewel Zwagerman erg zijn best doet om verschillen te zien tussen het VB en Wilders, blijf ik me afvragen waar die dan in wezen schuilen. Het VB gaat zeker op meer punten uit de bocht dan Wilders, maar ze houden er over het meest precaire vraagstuk dat dezer tijden loopt – hoe om te gaan met migratie – quasi hetzelfde standpunt op na. De islam zal nooit te rijmen zijn met onze westerse levensopvattingen. Gevaarlijk spul. Wij hebben overigens steeds de hoop kunnen koesteren Philip Dewinter te kunnen verslaan in debatten. Iets wat ons overigens tegenwoordig lijkt te lukken. Wilders daarentegen wil zich enkel in de tweede kamer verdedigen, waar hij ondanks de dappere pogingen van Pechtold op de keper beschouwd maar weinig weerstand ondervindt. Zolang Wilders zichzelf beschouwt als anders dan alle andere (democratische) politici, lijkt me het bijzonder dom om daar zelf tegen beter weten in wel vanuit te gaan.
Als in de Efteling
Het gaat Rita Verdonk niet voor de wind. Waar ze enkele tijd geleden nog drieëntwintig zetels leek te zullen halen, wordt haar nu nog maar een zeteltje toegeschreven. Hoewel die ene voldoende lijkt voor haar persoon, valt hij maar moeilijk te rijmen met haar persoonlijke ambities. Donderdag kwam ze dan ook in De Wereld Draait Door tekst en uitleg geven over die jongste ontwikkeling, want in tegenstelling tot Wilders laat zij zich de aandacht van linksige media welgevallen. In die drang naar aandacht stoort het haar al lang niet meer om op ernstige toon over fictieve zaken te moeten spreken. Trots Op Nederland heeft namelijk nog nooit deelgenomen aan verkiezingen. De laatste keer (najaar 2006) voerde Verdonk weliswaar campagne onder eigen naam, maar stond zij nog wel op een lijst van de VVD. Daarna werd ze pas de tent uitgemikt. Alle voorspellingen die omtrent haar partij de ronde doen, zijn gebaseerd op peilingen.
In Vlaanderen wordt wel eens gemord over het belang dat gehecht wordt aan deze steekproeven. Steeds valt er wel wat op af te dingen, en zelden worden ze onderworpen aan een wetenschappelijke keurproef. Hier blijft het echter beperkt tot enkele bescheiden items in de actualiteitenrubrieken en artikels in kranten die het geld op tafel hadden gelegd voor een dergelijke rondvraag. De reden daarvoor is misschien wel makkelijk te vinden. Als we mazzel hebben, mogen we zo goed als elk jaar al-le-maal onze stem uitbrengen; Wie te kampen heeft met een overvloed aan echte verkiezingen, zou wel gek zou om geld neer te tellen voor een surrogaat. Op de gesneuvelde Stemmenkampioen na, waar we alles wel beschouwd bijzonder veel plezier aan hebben beleefd, blijft de misère die Vlaanderen met deze speeltjes al heeft gehad nogal beperkt.
In Nederland daarentegen lijkt het steeds vaker een heuse leidraad te vormen voor het politieke debat. Het was even schrikken toen het overigens Vlaamse radiojournaal een hoofdpunt maakte van een peiling die had aangetoond dat Wilders´ PVV de grootste partij in Nederland zou worden. Het enige wat daarvoor aan te stippen viel was de reis die hij naar Engeland had ondernomen enkel en alleen om afgewezen te worden, een topic waar al eerder buitensporig veel aandacht aan werd besteed. Wat voor ons een kleinigheidje bleef, was in Nederland echter bittere ernst. Daar werd plotseling bloedserieus gebikkeld over Wilders en zijn Grootste Partij van Nederland.
Het maakt een wezenlijk debat over problemen en mogelijke oplossingen steeds onmogelijker. Elke stelling of argument dat wordt geponeerd kan, nog voor het tot een diepgaand debat heeft kunnen leiden, afgemeten worden aan de procenten die het op de polls doet verschuiven. Het onwetenschappelijke karakter van deze gegevens wordt daarbij niet meer aangehaald in gesprekken waarin men politici dwingt te reageren op de laatste veranderingen in het politieke landschap. Malaise troef. Spektakel levert het daarentegen wel op. Geert Wilders en Alexander Pechtold – twee politieke leiders die in de tweede kamer een relatief bescheiden fractie voorzitten – krijgen daarenboven veel meer aandacht dan ze eigenlijk verdienen, enkel en alleen omdat ze het in die opiniepeilingen zo goed doen. Daarmee wordt het een selffulfilling prophecy, waarbij niet een argumentatie maar betwistbare resultaten beslissen wie aan de winnende hand is. Niet meer wordt er geredeneerd in termen van ideologieën en ideeën, maar wel over op welke manier die peilingen te bespelen vallen en te winnen. In dat kader is het logisch dat mensen die simpele oplossingen lijken te hebben, de beste resultaten boeken. Diepgang is bovendien onnodig want elke week biedt er zich wel weer een andere zaak aan waar de bevolking en dus ook de politici zich ledig mee dienen te houden. Wie faits divers negeert, valt af. Meer dan de ivoren torens waar de politieke elite volgens sommigen in placht te vertoeven, zou dit wel eens de populistische partijen dat laatste zetje kunnen geven waarmee ze het hele systeem onderuit kunnen halen. Maar leuk zijn ze wel, die peilingen.
In Vlaanderen wordt wel eens gemord over het belang dat gehecht wordt aan deze steekproeven. Steeds valt er wel wat op af te dingen, en zelden worden ze onderworpen aan een wetenschappelijke keurproef. Hier blijft het echter beperkt tot enkele bescheiden items in de actualiteitenrubrieken en artikels in kranten die het geld op tafel hadden gelegd voor een dergelijke rondvraag. De reden daarvoor is misschien wel makkelijk te vinden. Als we mazzel hebben, mogen we zo goed als elk jaar al-le-maal onze stem uitbrengen; Wie te kampen heeft met een overvloed aan echte verkiezingen, zou wel gek zou om geld neer te tellen voor een surrogaat. Op de gesneuvelde Stemmenkampioen na, waar we alles wel beschouwd bijzonder veel plezier aan hebben beleefd, blijft de misère die Vlaanderen met deze speeltjes al heeft gehad nogal beperkt.
In Nederland daarentegen lijkt het steeds vaker een heuse leidraad te vormen voor het politieke debat. Het was even schrikken toen het overigens Vlaamse radiojournaal een hoofdpunt maakte van een peiling die had aangetoond dat Wilders´ PVV de grootste partij in Nederland zou worden. Het enige wat daarvoor aan te stippen viel was de reis die hij naar Engeland had ondernomen enkel en alleen om afgewezen te worden, een topic waar al eerder buitensporig veel aandacht aan werd besteed. Wat voor ons een kleinigheidje bleef, was in Nederland echter bittere ernst. Daar werd plotseling bloedserieus gebikkeld over Wilders en zijn Grootste Partij van Nederland.
Het maakt een wezenlijk debat over problemen en mogelijke oplossingen steeds onmogelijker. Elke stelling of argument dat wordt geponeerd kan, nog voor het tot een diepgaand debat heeft kunnen leiden, afgemeten worden aan de procenten die het op de polls doet verschuiven. Het onwetenschappelijke karakter van deze gegevens wordt daarbij niet meer aangehaald in gesprekken waarin men politici dwingt te reageren op de laatste veranderingen in het politieke landschap. Malaise troef. Spektakel levert het daarentegen wel op. Geert Wilders en Alexander Pechtold – twee politieke leiders die in de tweede kamer een relatief bescheiden fractie voorzitten – krijgen daarenboven veel meer aandacht dan ze eigenlijk verdienen, enkel en alleen omdat ze het in die opiniepeilingen zo goed doen. Daarmee wordt het een selffulfilling prophecy, waarbij niet een argumentatie maar betwistbare resultaten beslissen wie aan de winnende hand is. Niet meer wordt er geredeneerd in termen van ideologieën en ideeën, maar wel over op welke manier die peilingen te bespelen vallen en te winnen. In dat kader is het logisch dat mensen die simpele oplossingen lijken te hebben, de beste resultaten boeken. Diepgang is bovendien onnodig want elke week biedt er zich wel weer een andere zaak aan waar de bevolking en dus ook de politici zich ledig mee dienen te houden. Wie faits divers negeert, valt af. Meer dan de ivoren torens waar de politieke elite volgens sommigen in placht te vertoeven, zou dit wel eens de populistische partijen dat laatste zetje kunnen geven waarmee ze het hele systeem onderuit kunnen halen. Maar leuk zijn ze wel, die peilingen.
vrijdag 6 maart 2009
Commie, homo-loving sons-of-guns
Nu Bart De Wever alomtegenwoordig is in de media, is hij misschien tot inkeer gekomen, maar er is een tijd geweest dat hij niet te spreken was over deze sector. Het gaat nou niet over de eerdere beslissing van zijn partij om niet dienst te doen als entertainment, die hij welhaast dagelijks met voeten treedt, maar om zijn analyse dat het publieke debat veel te links georiënteerd is. Zoals de meeste van zijn opmerkingen, klinkt dat bijzonder aannemelijk, maar overstijgt het bij nader inzien de waarde niet van goed geproduceerd entertainment;
Deze week las ik De Gedroomde Samenleving van Willem Schinkel. Ik hou er niet zo van om persoonsnamen en titels zo prominent aan bod te laten komen, maar met deze vermelding heb ik niets anders dan de bedoeling hem door zoveel mogelijk mensen gelezen te krijgen. Schinkel is theoretisch socioloog en beschrijft in deze wetenschappelijke publicatie die leest als een pamflet, hoe het integratiediscours de voorbije jaren in Nederland is geëvolueerd. Nou, vrolijk word je er alvast niet van. De jaren waarop wij collectief terugkijken als wanneer links tot inkeer kwam, legt hij uit als momenten waarop rechts wat jargon betreft de boel definitief over nam. Wie enkel een rechts jargon voor handen heeft om zijn visie in uit te drukken, kan ook enkel tot rechtse oplossingen komen, betoogt hij. Ik schets zijn conclusies kort (door de bocht), want voorzie dat jullie allen het boekje (160 paginaatjes, daarvoor kan je het niet laten) zullen lezen. Over deze kwalijke veranderingen zwijgt De Wever vanzelfsprekend zedig als hij weer eens afgeeft op die alles verterende linkse elite.
Wat mij vooral frappeert als ik naar het publieke debat kijk – en daar gaat het nou om -, is de regelmaat waarmee steeds weer dezelfde mensen terug keren. Zonder aan complottheorieën te willen gaan, lijkt er wel een poel van pakweg vijftig mensen die door iedereen voor intelligent worden aanzien te zijn waar elke talkshow of krantenbijlage uit dient te putten. Velen zijn zelf journalist, en van anderen is de herkomst steeds onduidelijker geworden. Rik Torfs is daar een mooi voorbeeld van. Hoewel enkel gepromoveerd op het kerkelijk recht, klinkt zijn stem in het debat over welk onderwerp dan ook even luid als eender welke. Er valt inderdaad niet te ontkennen dat quasi al deze mensen van oudsher min of meer links georiënteerd zijn. Op enkele gedoogde eenzaten na, passen ze allemaal in het paars-groene keurslijf. Een ramp is dat allerminst, maar je kan je voorstellen dat Bart De Wever zich er dood aan ergert.
Over deze groep mensen die de hele Vlaamse bevolking elke dag weer een opinie poogt aan te smeren, vallen daarentegen interessantere dingen te zeggen. De schandelijke ondervertegenwoordiging van de academische wereld hierin, bijvoorbeeld. Hierbij grijp ik mijn kans om Willem Schinkel nogmaals de revue te laten passeren. Over de aandacht die hij kreeg omtrent zijn publicatie, kan hij werkelijk niet klagen. Hij kreeg zowaar een eigen Zomergasten waarin hij zijn theorie haarfijn mocht uitleggen. Op die manier werd hij weliswaar gehoord, maar ook meteen weer vergeten. Wie in het integratiedebat op zoek gaat naar restanten van wat hij ons heeft geleerd, zal onherroepelijk van een kale reis weer moeten keren. Niemand lijkt na akte te hebben genomen van zijn denken, over te zijn gegaan tot een broodnodige reflectie. Ook die poel intellectuelen is onderhevig aan een (rechtse) onderstroom in de samenleving waar nu eenmaal niet aan te ontkomen valt als je dagelijks analyses en opiniestukken aan moet leveren. Ook zij staan niet los van een algemeen wel- of onbehagen dat leeft, ongeacht op wat deze gebaseerd zijn. Door de afwezigheid van academici wordt niemand er ook op gewezen en kan de trein rustig verder razen, hoe dicht hij het ravijn ook nadert. Een ander voorbeeld in deze is Bea Cantillon. Hoewel zij professor in de sociologie – en barones! – is, en in die hoedanigheid onderzoek heeft verricht naar de organisatie van de welvaartstaat in België, worden haar conclusies amper gehoord als men deze helemaal om wil gooien. Ook toen het communautaire debat deze onderwerpen aandeed, werd zij maar zelden geraadpleegd. Deze mensen, die geacht worden fundamenteel onderzoek te verrichten, wars van alle perceptie en vooringenomenheid, zijn schijnbaar vervangen door anderen, die enkel beschikken over de informatie die tot zowat iedereen komt. Zij staan midden in de wereld en declameren hun gelijk alsof ze daarentegen de boel van bovenuit gadeslaan. Zo gaat de consensus die in het publieke debat wordt bereikt, steeds meer lijken op een afkooksel van wat rechts – waaronder Bart De Wever – ons zo halsstarrig probeert op te dringen.
Een ander punt dat de laatste tijd opvalt als je het debat volgt, gaat mijns inziens ook in tegen de hypothese van De Wever. Het lijkt er op dat de term socialisme helemaal hetzelfde lot beschoren is als dewelke het woord communisme enkele tijd geleden is ondergaan. Waar die in de slipstream van de val van de muur werd verwezen naar de prullenbak, wordt ook het socialisme steeds meer en meer gemeden. Voor alle duidelijkheid gaat het nu om de woorden. Hoewel de praktijk anders leert, hoeft er niet per se een verband te zijn met de ideologie an sich. Als Obama uitgescholden wordt voor socialist, lachen we nog wel meewarrig als vanouds, maar wanneer Bert Anciaux het woord niet over zijn lippen krijgt, hoewel hij in een partij zit die er naar is vernoemd, maakt niemand daar een probleem van. De partijleiding, die sowieso al een tijdje geleden dezelfde toer opging, al helemaal niet. Ook dit strookt absoluut niet met het debat dat in de academische wereld gevoerd wordt, waar deze twee woorden door iedereen worden aanzien als volwaardige ideologieën. Steeds vaker wordt een gehele discussie – van links tot rechts – beheerst door populistisch discours, waar enkel rechts haar slag mee kan slaan. De aanname dat het debat aangevoerd wordt door halve communisten, is niets anders dan hier een voorbeeld van.
Deze week las ik De Gedroomde Samenleving van Willem Schinkel. Ik hou er niet zo van om persoonsnamen en titels zo prominent aan bod te laten komen, maar met deze vermelding heb ik niets anders dan de bedoeling hem door zoveel mogelijk mensen gelezen te krijgen. Schinkel is theoretisch socioloog en beschrijft in deze wetenschappelijke publicatie die leest als een pamflet, hoe het integratiediscours de voorbije jaren in Nederland is geëvolueerd. Nou, vrolijk word je er alvast niet van. De jaren waarop wij collectief terugkijken als wanneer links tot inkeer kwam, legt hij uit als momenten waarop rechts wat jargon betreft de boel definitief over nam. Wie enkel een rechts jargon voor handen heeft om zijn visie in uit te drukken, kan ook enkel tot rechtse oplossingen komen, betoogt hij. Ik schets zijn conclusies kort (door de bocht), want voorzie dat jullie allen het boekje (160 paginaatjes, daarvoor kan je het niet laten) zullen lezen. Over deze kwalijke veranderingen zwijgt De Wever vanzelfsprekend zedig als hij weer eens afgeeft op die alles verterende linkse elite.
Wat mij vooral frappeert als ik naar het publieke debat kijk – en daar gaat het nou om -, is de regelmaat waarmee steeds weer dezelfde mensen terug keren. Zonder aan complottheorieën te willen gaan, lijkt er wel een poel van pakweg vijftig mensen die door iedereen voor intelligent worden aanzien te zijn waar elke talkshow of krantenbijlage uit dient te putten. Velen zijn zelf journalist, en van anderen is de herkomst steeds onduidelijker geworden. Rik Torfs is daar een mooi voorbeeld van. Hoewel enkel gepromoveerd op het kerkelijk recht, klinkt zijn stem in het debat over welk onderwerp dan ook even luid als eender welke. Er valt inderdaad niet te ontkennen dat quasi al deze mensen van oudsher min of meer links georiënteerd zijn. Op enkele gedoogde eenzaten na, passen ze allemaal in het paars-groene keurslijf. Een ramp is dat allerminst, maar je kan je voorstellen dat Bart De Wever zich er dood aan ergert.
Over deze groep mensen die de hele Vlaamse bevolking elke dag weer een opinie poogt aan te smeren, vallen daarentegen interessantere dingen te zeggen. De schandelijke ondervertegenwoordiging van de academische wereld hierin, bijvoorbeeld. Hierbij grijp ik mijn kans om Willem Schinkel nogmaals de revue te laten passeren. Over de aandacht die hij kreeg omtrent zijn publicatie, kan hij werkelijk niet klagen. Hij kreeg zowaar een eigen Zomergasten waarin hij zijn theorie haarfijn mocht uitleggen. Op die manier werd hij weliswaar gehoord, maar ook meteen weer vergeten. Wie in het integratiedebat op zoek gaat naar restanten van wat hij ons heeft geleerd, zal onherroepelijk van een kale reis weer moeten keren. Niemand lijkt na akte te hebben genomen van zijn denken, over te zijn gegaan tot een broodnodige reflectie. Ook die poel intellectuelen is onderhevig aan een (rechtse) onderstroom in de samenleving waar nu eenmaal niet aan te ontkomen valt als je dagelijks analyses en opiniestukken aan moet leveren. Ook zij staan niet los van een algemeen wel- of onbehagen dat leeft, ongeacht op wat deze gebaseerd zijn. Door de afwezigheid van academici wordt niemand er ook op gewezen en kan de trein rustig verder razen, hoe dicht hij het ravijn ook nadert. Een ander voorbeeld in deze is Bea Cantillon. Hoewel zij professor in de sociologie – en barones! – is, en in die hoedanigheid onderzoek heeft verricht naar de organisatie van de welvaartstaat in België, worden haar conclusies amper gehoord als men deze helemaal om wil gooien. Ook toen het communautaire debat deze onderwerpen aandeed, werd zij maar zelden geraadpleegd. Deze mensen, die geacht worden fundamenteel onderzoek te verrichten, wars van alle perceptie en vooringenomenheid, zijn schijnbaar vervangen door anderen, die enkel beschikken over de informatie die tot zowat iedereen komt. Zij staan midden in de wereld en declameren hun gelijk alsof ze daarentegen de boel van bovenuit gadeslaan. Zo gaat de consensus die in het publieke debat wordt bereikt, steeds meer lijken op een afkooksel van wat rechts – waaronder Bart De Wever – ons zo halsstarrig probeert op te dringen.
Een ander punt dat de laatste tijd opvalt als je het debat volgt, gaat mijns inziens ook in tegen de hypothese van De Wever. Het lijkt er op dat de term socialisme helemaal hetzelfde lot beschoren is als dewelke het woord communisme enkele tijd geleden is ondergaan. Waar die in de slipstream van de val van de muur werd verwezen naar de prullenbak, wordt ook het socialisme steeds meer en meer gemeden. Voor alle duidelijkheid gaat het nu om de woorden. Hoewel de praktijk anders leert, hoeft er niet per se een verband te zijn met de ideologie an sich. Als Obama uitgescholden wordt voor socialist, lachen we nog wel meewarrig als vanouds, maar wanneer Bert Anciaux het woord niet over zijn lippen krijgt, hoewel hij in een partij zit die er naar is vernoemd, maakt niemand daar een probleem van. De partijleiding, die sowieso al een tijdje geleden dezelfde toer opging, al helemaal niet. Ook dit strookt absoluut niet met het debat dat in de academische wereld gevoerd wordt, waar deze twee woorden door iedereen worden aanzien als volwaardige ideologieën. Steeds vaker wordt een gehele discussie – van links tot rechts – beheerst door populistisch discours, waar enkel rechts haar slag mee kan slaan. De aanname dat het debat aangevoerd wordt door halve communisten, is niets anders dan hier een voorbeeld van.
dinsdag 3 maart 2009
Voor u alvast gekozen
Eindelijk blijkt er ook een vrolijke kant aan het ritueel der lijstvorming te zitten: Bert Anciaux raakt hoogstwaarschijnlijk niet meer verkozen. De plek van lijstduwer bij de effectieven die hij op de Europese lijst zal bezetten, is volgens velen zelfs hem te hoog gegrepen. De zelfgenoegzaamheid waarmee hij deze opmerkelijke ontwikkeling in zijn politieke carrière kwam toelichten in Ter zake, doet vermoeden dat het een zelfgekozen beslissing is. Bert Anciaux stapt – zoals enkele geruchten al eerder tierden – uit de politiek, of zet in elk geval een stapje terug. We kunnen er maar wel bij varen.
De redenering die hij aanhaalde om zijn keuze voor Europa – hoewel hij eveneens benadrukte dat Vlaanderen zijn core business blijft – te staven, is interessant. Niet omdat zo weer een doodlopende kronkel in het denken van Anciaux wordt blootgelegd, maar omdat zij tekenend is voor een grotere groep politici. Niet gaat hij dus op de lijst staan omdat het Europese parlement zijn hart heeft gestolen, maar wel omdat hij een referendum over zichzelf wil organiseren. Wanneer hij op een Vlaamse of Brusselse lijst zou gaan staan, zouden enkel mensen uit zijn kiesdistrict hem te kennen kunnen geven hoe tof ze hem nog wel vinden. En dat is Anciaux te min. Hij wil weten wat het gehele Vlaamse volk van hem denkt – over Walen werd er vooralsnog in alle landstalen gezwegen – en dat kan enkel op de Europese lijst. Kort gezegd is Anciaux zo´n beetje enkel en alleen in zichzelf geïnteresseerd, zeg maar.
Ook Steven Vanackere – een christendemocraat die wij geacht worden op handen te dragen – hanteerde ongeveer dezelfde argumentatie. Hij zal straks op de Brusselse lijst van zijn partij postvatten, hoewel hij er niet aan denkt zijn federale kabinet op te doeken. De reden waarom hij in die Brusselse verkiezingen wil figureren, is omdat ook Vanackere wil kijken hoeveel hij nog waard is. Naar eigen zeggen vindt hij het noodzakelijk de kiezer nu om zijn mening te vragen rond de persoon Vanackere. De vorige keer – tijdens de Vlaamse verkiezingen in 2004 – ligt daarvoor te ver achter ons. Aangezien Vanackere nog niet de kans kreeg wat noemenswaardigs uit te vreten op het nationale niveau, zou je kunnen stellen dat hij op een Brusselse lijst staat om te vragen wat men van hem vond als Vlaams minister, om vervolgens verder een federaal ambt te bekleden. Wie hem de komende maanden in een debat hoort zeggen dat we het niet over het communautaire mogen hebben omdat dat een ander beleidsniveau betreft, mag hem hebben.
Partijen stellen lijsten samen waarmee ze het best denken te kunnen scoren, en kijken daarna wel wie precies waar moet gaan zetelen. Dat is onkies ten opzichte van de kiezer, omdat die door de bomen het bos niet meer dreigt te zien, maar ook ten aanzien van het beleid. Nu parlementsleden door de band enkel nog maar dienen om de partijlijn uit te dragen, maakt het inderdaad niet zoveel meer uit wie waar zit. Ministers daarentegen – waar even ontnuchterd mee wordt gegoocheld – hebben baat bij enige expertise. Expertise die verloren gaat als iedereen zich bij elke verkiezingen schrap moet zetten en maar best alvast een verhuisfirma contacteert.
Jo Vandeurzen maakt het nog iets bonter en probeert ook de rechterlijke macht buiten spel te zetten. Hoewel in theorie een mogelijke veroordeling hem nog steeds boven het hoofd hangt, besliste hij het lijsttrekkerschap voor de Limburgse lijst te aanvaarden. Vandeurzen is er namelijk van overtuigd dat uiteindelijk de kiezer (en dus niet het gerecht of een onderzoekscommissie) over zijn lot moet kunnen beslissen. Hij meent het waarschijnlijk goed, maar spreekt daarmee ongeveer dezelfde formuleringen uit als die de kopstukken van het toenmalige Vlaams Blok hanteerden na hun veroordeling voor discriminatie en racisme. Wel is Vandeurzen van plan effectief te zetelen, wat wij in deze context als een toegift moeten beschouwen.
Als laatste – over de keuze van Groen! zwijg ik want ik zou werkelijk niet weten wat we daarmee moeten aanvangen – vonden ook de liberalen het nodig de campagne met enig vuurwerk op gang te trekken. Als de wijze waarop de partijtop de eigen interne en felbegeerde burgerdemocratie aan de kant schoof een voorsmaakje is van hoe zij het zaakje de komende vijf jaar willen aanpakken, breken spannende tijden aan.
De redenering die hij aanhaalde om zijn keuze voor Europa – hoewel hij eveneens benadrukte dat Vlaanderen zijn core business blijft – te staven, is interessant. Niet omdat zo weer een doodlopende kronkel in het denken van Anciaux wordt blootgelegd, maar omdat zij tekenend is voor een grotere groep politici. Niet gaat hij dus op de lijst staan omdat het Europese parlement zijn hart heeft gestolen, maar wel omdat hij een referendum over zichzelf wil organiseren. Wanneer hij op een Vlaamse of Brusselse lijst zou gaan staan, zouden enkel mensen uit zijn kiesdistrict hem te kennen kunnen geven hoe tof ze hem nog wel vinden. En dat is Anciaux te min. Hij wil weten wat het gehele Vlaamse volk van hem denkt – over Walen werd er vooralsnog in alle landstalen gezwegen – en dat kan enkel op de Europese lijst. Kort gezegd is Anciaux zo´n beetje enkel en alleen in zichzelf geïnteresseerd, zeg maar.
Ook Steven Vanackere – een christendemocraat die wij geacht worden op handen te dragen – hanteerde ongeveer dezelfde argumentatie. Hij zal straks op de Brusselse lijst van zijn partij postvatten, hoewel hij er niet aan denkt zijn federale kabinet op te doeken. De reden waarom hij in die Brusselse verkiezingen wil figureren, is omdat ook Vanackere wil kijken hoeveel hij nog waard is. Naar eigen zeggen vindt hij het noodzakelijk de kiezer nu om zijn mening te vragen rond de persoon Vanackere. De vorige keer – tijdens de Vlaamse verkiezingen in 2004 – ligt daarvoor te ver achter ons. Aangezien Vanackere nog niet de kans kreeg wat noemenswaardigs uit te vreten op het nationale niveau, zou je kunnen stellen dat hij op een Brusselse lijst staat om te vragen wat men van hem vond als Vlaams minister, om vervolgens verder een federaal ambt te bekleden. Wie hem de komende maanden in een debat hoort zeggen dat we het niet over het communautaire mogen hebben omdat dat een ander beleidsniveau betreft, mag hem hebben.
Partijen stellen lijsten samen waarmee ze het best denken te kunnen scoren, en kijken daarna wel wie precies waar moet gaan zetelen. Dat is onkies ten opzichte van de kiezer, omdat die door de bomen het bos niet meer dreigt te zien, maar ook ten aanzien van het beleid. Nu parlementsleden door de band enkel nog maar dienen om de partijlijn uit te dragen, maakt het inderdaad niet zoveel meer uit wie waar zit. Ministers daarentegen – waar even ontnuchterd mee wordt gegoocheld – hebben baat bij enige expertise. Expertise die verloren gaat als iedereen zich bij elke verkiezingen schrap moet zetten en maar best alvast een verhuisfirma contacteert.
Jo Vandeurzen maakt het nog iets bonter en probeert ook de rechterlijke macht buiten spel te zetten. Hoewel in theorie een mogelijke veroordeling hem nog steeds boven het hoofd hangt, besliste hij het lijsttrekkerschap voor de Limburgse lijst te aanvaarden. Vandeurzen is er namelijk van overtuigd dat uiteindelijk de kiezer (en dus niet het gerecht of een onderzoekscommissie) over zijn lot moet kunnen beslissen. Hij meent het waarschijnlijk goed, maar spreekt daarmee ongeveer dezelfde formuleringen uit als die de kopstukken van het toenmalige Vlaams Blok hanteerden na hun veroordeling voor discriminatie en racisme. Wel is Vandeurzen van plan effectief te zetelen, wat wij in deze context als een toegift moeten beschouwen.
Als laatste – over de keuze van Groen! zwijg ik want ik zou werkelijk niet weten wat we daarmee moeten aanvangen – vonden ook de liberalen het nodig de campagne met enig vuurwerk op gang te trekken. Als de wijze waarop de partijtop de eigen interne en felbegeerde burgerdemocratie aan de kant schoof een voorsmaakje is van hoe zij het zaakje de komende vijf jaar willen aanpakken, breken spannende tijden aan.
zondag 1 maart 2009
Van hetzelfde bevlekte laken een pak (essay, °essayer)
Nu in Vlaanderen de eerste zwarte zondag bijna twintig jaar geleden een prille burgerdemocratie op haar grondvesten deed daveren, is het misschien tijd om de rekening op te maken. Het Vlaams Blok (de naam die nog steeds het best de lading dekt) mag dan geen enkel wetsvoorstel of decreet hebben kunnen realiseren, niemand zal ontkennen dat deze partij de samenleving een definitief ander aanschijn gaf. De vergelijking met de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders ligt voor de hand, hoewel zij niet in een en dezelfde adem mogen worden genoemd. Parallellen zijn er wel, en die ogen als steeds zinvol. Nu er Europese verkiezingen op til zijn waarbij de PVV veel kans maakt een grote sprong voorwaarts te maken, en het VB wel eens een terugslag zou kunnen kennen, moeten die ook maar eens getrokken worden. Trots op Vlaanderen, misschien.
Waarbij Wilders zich echter lijkt te beperken tot het demoniseren van de islam en verder zijn mosterd blijft halen bij zijn liberale voorgeschiedenis, ziet het Vlaams Blok toch eerder elders de klepel hangen. Ontsproten uit de Vlaams-nationalistische volksbeweging en openlijk neonazistische organisaties, houdt deze partij er een over de gehele lijn oerconservatief maatschappijbeeld op na. Het valt moeilijk te zeggen aangezien dit soort politici veeleer met de wind mee praten dan wat anders, maar onder andere de vrouwen en homoseksuelen, de bevolkingsgroepen voor wie Wilders zegt te strijden, zouden dekking moeten zoeken in de samenleving waar het VB voor staat. Nog niet zo gek lang geleden pleitten zij in hun programma voor een vrouw aan de spreekwoordelijke haard, en holebi´s moeten nog steeds niet rekenen op gelijke rechten. Hoewel de PVV deze bevolkingsgroepen totnogtoe ongemoeid laat, ijveren zij wel allebei voor een even schrikbarend en discriminerend beleid als het op moslims aankomt. Wilders minder gevaarlijk omschrijven als Dewinter omdat hij enkel op een geloofsgroep inbeukt en verder andere doorgaans verdachte sujetten met rust laat, zou hypocriet zijn. Van hetzelfde bevlekte laken een pak, dus. Ook de toon die zij aanslaan in het publieke debat en de plek die zij met veel bravoure bekleden in het partijlandschap, is identiek. De manieren waarop wij met hen omgaan, zijn daarentegen fundamenteel verschillend.
Het Vlaams Blok werd in de jaren negentig met weerzin en afschuw onthaald. Hoewel deze partij al geruime tijd aan het oppervlak sluimerde, werd zij toen pas echt een onafwendbaar probleem. Het sfeertje waar het VB in groot werd en de mensen waar zij een stem aan verleende, maakte bang. Dit noopte de democratische partijen tot het sluiten van het alom bekende cordon sanitaire. Twee eerste pogingen waren nodig om dit beginsel op 19 november 1992 uiteindelijk omgezet te krijgen in een werkelijke resolutie. De doorbraak van het VB in ´91 – waarbij zij in het federale parlement van twee naar twaalf zetels sprongen -, die betreurde eerste zwarte zondag, lag nog vers in het geheugen en de schrik zat er danig in. Hoewel enkele partijvoorzitters (van N-VA en LDD, niet toevallig beide ter rechterzijde) tegenwoordig maar wat graag verkondigen dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen samenwerking met deze ondertussen noodgedwongen van naam veranderende partij, en daarmee het pact opbliezen, is het tot op heden nog tot geen enkele beleidsovereenkomst gekomen. Die naamswijziging kwam er na een veroordeling voor discriminatie en racisme – Geert Wilders legt maar best al een lijstje nieuwe roepnamen aan. Ook de media hebben er een soortgelijke relatie opzitten met het VB. Waar zij vroeger haast werd dood gezwegen, wordt ze nu door velen gezien als een partij als alle andere. De publieke omroep hield er een hele tijd dezelfde omgangsvormen op na (volgens sommigen om de partij klein te krijgen) maar is nu weer bij af. Het VB wordt enkel op het scherm getolereerd als het – nou ja – niet anders kan.
Deze strikte manier om met een partij om te gaan die toch een aanzienlijk deel van de stemmen haalt, wekte vaak opzien in het buitenland. We waren al verdacht omdat we überhaupt te maken hadden met zo´n gruwel, en maakten ons dat nog meer door blijkbaar niet met zuivere beleidsdaden af te kunnen rekenen met hen. Misschien is dat terecht. Je kan niet verwachten dat elke buitenstaander zich zo verdiept in je samenleving dat hij ook oog krijgt voor de nuance die sommige leden ervan weldegelijk eigen is. In the end telt enkel de stem van de meerderheid, en we kunnen er niet omheen dat die in Vlaanderen bij momenten een erg gore bijklank heeft. Toch was dat geen reden om deze tactiek, die uiteindelijk enkel stoelt op ethische uitgangspunten, zomaar bij het vuilnis te zetten. Je mag het kind niet met het badwater weggooien. Hoewel het cordon sanitaire vaak wordt aangeduid als een ondemocratisch instrument, was het niet meer dan een overeenkomst tussen alle politieke partijen om niet met het VB samen te werken. Je zou kunnen zeggen dat zij er allemaal toevallig hetzelfde over dachten. Daar was overigens alle reden toe, want het programma van die partij is bepaald geen lolletje. Het zou misschien zelfs oneerlijker zijn geweest voor te wenden dat er wel mogelijkheden waren tot samenwerking.
Een andere reden waarom dat verdomde cordon sanitaire zinvol blijft, is veel minder omslachtig. Het heeft zijn effectiviteit namelijk bewezen. Dat heeft – toegegeven – even geduurd, maar de vruchten zijn ernaar. Bij de laatste federale verkiezingen verloor het VB alvast een zetel, en in 2006 ging zij significant achteruit in – pakweg – Antwerpen toen er voor de gemeenteraden mocht worden gekozen. Die laatste resultaten zijn belangwekkender dan de eerste omdat er toen nog geen sprake was van een andere populistisch alternatief. De lijst Dedecker moest nog worden opgericht toen het Vlaas Belang eindelijk in haar schijnbaar eeuwigdurende opmars werd gestopt. Ook de vermeende problemen lijken momenteel groter dan ooit, dus beleidsmensen hoeven zich eveneens niet op de borst te kloppen. De hoofdreden – er zijn er vele – ligt daarentegen bij dat cordon. De uitzichtloze situatie waar het VB zo in werd gedrongen, deed kiezers overstag gaan. Hoe diep je ongenoegen ook gaat, het VB zal daar op geen enkele manier iets aan kunnen veranderen. De partijleiding kan nog zo trots zijn op haar onverzettelijkheid, het verandert geen sikkepit aan de situatie van haar kiezers. Dat doet de moraal wel eens kelderen.
Hoewel nu ook Nederland ten prooi lijkt te vallen aan dergelijke praktijken, blijven de twee samenlevingen in wezen erg verschillend. In Nederland is er nooit iets aanwezig geweest als wat ik de communautaire bonus zou willen noemen, waar populistische politici op zouden kunnen teren. Het VB heeft steeds de mazzel gehad om elk probleem dat rond financiën draaide af te kunnen serveren met een verwijzing naar de gigantische bedragen die zij bezuiden de taalgrens zouden gaan halen, als ze eraan mochten. Binnen de Randstad valt er enkel te foeteren op onverstaanbare Friezen, maar van kwaadwilligheid kan je die niet verdenken. Het was dus wachten op een Rotterdamse relnicht om de bom ook in het gezicht van de Nederlandse elite te doen ontploffen. Daar ging die wereldberoemde tolerantie, en er zou bloed om vloeien ook. Het ging plots hard boven de moerdijk, en wat overbleef was een ontwrichte samenleving die maar met moeite twee politieke moorden verwerkt kreeg. Ook dat beeld werd met stijgende regelmaat in de alles verterende buitenlanden opgehangen. Het gat dat na de dood van Fortuyn gaapte, schreeuwde om opgevuld te raken. Je kan er toeval in zien dat Geert Wilders daar met zijn gebetonneerd kapsel in lijkt te slagen. Voor hetzelfde geld was er een kleine dikke met een snor in die beerput gesprongen. Rita Verdonk scharrelt met wisselende gretigheid in zijn zog, hoewel zij nooit de ranzigheid zal kunnen uitdragen waar het kokette burgervrouwtje soms van droomt. Wie er ook de dis uitmaakt in het extreemrechtse kamp, Nederland hinkt willens nillens bij wat het populisme aangaat en daar lijkt vooralsnog maar weinig aan te veranderen.
Enkele kanttekeningen zijn hier weliswaar meer dan nodig. De kans is bijvoorbeeld bijzonder groot dat Nederland nooit de klappen zal krijgen die Vlaanderen ooit te verduren kreeg. Dat draait in de eerste plaats niet om de communautaire donderwolken die op gezette tijden samenpakken boven het Vlaamse landschap, maar om het voordeel dat Nederland haalt uit de SP. Zonder daarvoor in te moeten gaan op politieke voorkeuren van wie dan ook, behoeft het maar weinig inzicht om te beseffen dat een samenleving met die partij beter af is dan met populistisch rechts aan zet. Hoewel ook zij deze kwaal af en toe (onterecht) wordt verweten, staat deze partij voor een programma waar niemand zich om hoeft te schamen. De radicale keuzes die zij daarvoor maakt, spreken bovendien een deel van de bevolking aan dat in Vlaanderen hoegenaamd niet bediend wordt. Waar er in Nederland een volwaardig links alternatief is voor wie Wouter Bos een lulletje rozenwater vindt, blijft de Vlaamse kiezer die het op zijn heupen krijgt van het nietszeggende gekreun van Caroline Gennez verweesd achter. Ter linker zijde alleszins. Het Vlaams Belang en sinds kort dus ook de lijst Dedecker staan te popelen om deze (terecht) misnoegde mensen in te lijven. Dat die partijen allesbehalve oog hebben voor het lot van deze doorgaans kleine man, lijkt kiezer noch politicus te kunnen deren.
Verder vallen vooral gelijkenissen op. Hoewel het Vlaams Belang uit pure armoede claimt resultaten te kunnen voorleggen in de vorm van een mentaliteitswijziging bij de andere partijen, lijkt daar eigenlijk maar weinig van aan. De ommezwaai in het publieke debat kwam er mijns inziens zo goed als tezelfdertijd toen die zich bij de noorderburen voltrok. Daar heet de katalysator in het debat Pim Fortuyn te zijn. De ware reden lijkt mij echter elders te liggen. Deze wordt in Nederland bijzonder duidelijk als Pim Fortuyn op 25 november 2001 lijsttrekker wordt voor Leefbaar Nederland. Met deze timing komt hij pal in de slipstream van de historische aanslagen in de Verenigde Staten te zitten. Wie beseft welke invloed deze gebeurtenissen nog steeds op het leven en welzijn van een Leon De Winter hebben, hoedt zich voor het effect waar Jan Modaal tot op de dag van vandaag onderhevig aan is. Alle moslims waren plots verdacht. Fortuyn kreeg de beste omstandigheden om zijn stellingen daaromtrent te poneren en het Vlaams Blok om haar gelijk op te eisen. Beide gaat het plots wel erg voor de wind. De traditionele partijen konden niet achter blijven, en ook zij verhardden het gebezigde jargon. Aan eigen oplossingen wordt nog steeds maar met mondjesmaat gedacht.
Een groter verschil tussen beide samenlevingen dan de manier waarop er rond maatschappelijke problemen wordt gehandeld, lijkt de wijze waarop men met de partijen die deze onderwerpen bezetten omgaat. Zoals eerder vermeld koos Vlaanderen voor een ietwat radicaal aandoende strategie. We probeerden ze te verzwijgen, en ontkenden ze waar nodig. In Nederland lijkt daarentegen net het tegenovergestelde aan de hand. Politici staan te trappelen om met Geert Wilders het debat aan te gaan, en media zien hem als een geschenk uit de hemel. Soms moet je wel blij wezen om zijn beslissing om niet naar linksige actualiteitenrubrieken te komen, of de kans zat erin dat we elke avond naar Wilders´ praatjes zouden moeten luisteren. Vlaanderen heeft daarentegen tot nader orde nog steeds een krant die principieel geen interviews publiceert met extreemrechtse kopstukken. De tegenstelling was laatst het hevigst toen Wilders Groot-Brittannië niet in mocht. Waar de politieke leiders van Groen-Links, VVD en SP in Buitenhof voor de meest groteske formuleringen vochten om deze schanddaad aan de kaak te stellen, leek er in Vlaanderen een compromis heersend dat die weigering maar goed was zo. Tuig hou je het beste buiten. Ook toen Wilders een proces werd aangespannen, reageerde men zowat geheel tegengesteld als toen Vlaanderen eindelijk het hare mocht voeren tegen het VB. Wanneer Jan Mulder dan in De Wereld Draait Door beweert dat Wilders eigenlijk au fond gelijk heeft – al is het maar omdat die man alles doet om de lachers op zijn hand te krijgen -, behoort hij wel zeker tot het meubilair van elke Nederlandse huiskamer.
Vrijblijvend vitten op een collega-politicus zonder daar enige consequentie aan te willen verbinden, maakt hem tot gelijke. Dat beeld is funest voor een democratie die overeind probeert te blijven. Zo creëert de Nederlandse elite een probleem dat Vlaanderen schijnbaar heeft kunnen afslaan. Na decennialang geroep en getier, werd duidelijk dat het Vlaams Belang niets verwezenlijken kon. Hoe hard je ook wilde protesteren door op die partij te stemmen, er veranderde toch niets. Dat deed kiezers de voorbije jaren terugkeren naar nette partijen, en nu naar LDD, die weliswaar ook een populistisch discours hanteert maar evenwel wenselijker blijft dan het VB. Wilders of Verdonk, dat is het zo een beetje. Wat niet gelijk staat aan de pest of de cholera. Wie daarentegen die eerste blijft behandelen als eender welke, loopt kans nog vele jaren een publiek debat te moeten voeren dat al bij voorbaat gewonnen is door iemand die erg hard schreeuwt maar niets zegt. En daar schiet niemand wat mee op.
Waarbij Wilders zich echter lijkt te beperken tot het demoniseren van de islam en verder zijn mosterd blijft halen bij zijn liberale voorgeschiedenis, ziet het Vlaams Blok toch eerder elders de klepel hangen. Ontsproten uit de Vlaams-nationalistische volksbeweging en openlijk neonazistische organisaties, houdt deze partij er een over de gehele lijn oerconservatief maatschappijbeeld op na. Het valt moeilijk te zeggen aangezien dit soort politici veeleer met de wind mee praten dan wat anders, maar onder andere de vrouwen en homoseksuelen, de bevolkingsgroepen voor wie Wilders zegt te strijden, zouden dekking moeten zoeken in de samenleving waar het VB voor staat. Nog niet zo gek lang geleden pleitten zij in hun programma voor een vrouw aan de spreekwoordelijke haard, en holebi´s moeten nog steeds niet rekenen op gelijke rechten. Hoewel de PVV deze bevolkingsgroepen totnogtoe ongemoeid laat, ijveren zij wel allebei voor een even schrikbarend en discriminerend beleid als het op moslims aankomt. Wilders minder gevaarlijk omschrijven als Dewinter omdat hij enkel op een geloofsgroep inbeukt en verder andere doorgaans verdachte sujetten met rust laat, zou hypocriet zijn. Van hetzelfde bevlekte laken een pak, dus. Ook de toon die zij aanslaan in het publieke debat en de plek die zij met veel bravoure bekleden in het partijlandschap, is identiek. De manieren waarop wij met hen omgaan, zijn daarentegen fundamenteel verschillend.
Het Vlaams Blok werd in de jaren negentig met weerzin en afschuw onthaald. Hoewel deze partij al geruime tijd aan het oppervlak sluimerde, werd zij toen pas echt een onafwendbaar probleem. Het sfeertje waar het VB in groot werd en de mensen waar zij een stem aan verleende, maakte bang. Dit noopte de democratische partijen tot het sluiten van het alom bekende cordon sanitaire. Twee eerste pogingen waren nodig om dit beginsel op 19 november 1992 uiteindelijk omgezet te krijgen in een werkelijke resolutie. De doorbraak van het VB in ´91 – waarbij zij in het federale parlement van twee naar twaalf zetels sprongen -, die betreurde eerste zwarte zondag, lag nog vers in het geheugen en de schrik zat er danig in. Hoewel enkele partijvoorzitters (van N-VA en LDD, niet toevallig beide ter rechterzijde) tegenwoordig maar wat graag verkondigen dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen samenwerking met deze ondertussen noodgedwongen van naam veranderende partij, en daarmee het pact opbliezen, is het tot op heden nog tot geen enkele beleidsovereenkomst gekomen. Die naamswijziging kwam er na een veroordeling voor discriminatie en racisme – Geert Wilders legt maar best al een lijstje nieuwe roepnamen aan. Ook de media hebben er een soortgelijke relatie opzitten met het VB. Waar zij vroeger haast werd dood gezwegen, wordt ze nu door velen gezien als een partij als alle andere. De publieke omroep hield er een hele tijd dezelfde omgangsvormen op na (volgens sommigen om de partij klein te krijgen) maar is nu weer bij af. Het VB wordt enkel op het scherm getolereerd als het – nou ja – niet anders kan.
Deze strikte manier om met een partij om te gaan die toch een aanzienlijk deel van de stemmen haalt, wekte vaak opzien in het buitenland. We waren al verdacht omdat we überhaupt te maken hadden met zo´n gruwel, en maakten ons dat nog meer door blijkbaar niet met zuivere beleidsdaden af te kunnen rekenen met hen. Misschien is dat terecht. Je kan niet verwachten dat elke buitenstaander zich zo verdiept in je samenleving dat hij ook oog krijgt voor de nuance die sommige leden ervan weldegelijk eigen is. In the end telt enkel de stem van de meerderheid, en we kunnen er niet omheen dat die in Vlaanderen bij momenten een erg gore bijklank heeft. Toch was dat geen reden om deze tactiek, die uiteindelijk enkel stoelt op ethische uitgangspunten, zomaar bij het vuilnis te zetten. Je mag het kind niet met het badwater weggooien. Hoewel het cordon sanitaire vaak wordt aangeduid als een ondemocratisch instrument, was het niet meer dan een overeenkomst tussen alle politieke partijen om niet met het VB samen te werken. Je zou kunnen zeggen dat zij er allemaal toevallig hetzelfde over dachten. Daar was overigens alle reden toe, want het programma van die partij is bepaald geen lolletje. Het zou misschien zelfs oneerlijker zijn geweest voor te wenden dat er wel mogelijkheden waren tot samenwerking.
Een andere reden waarom dat verdomde cordon sanitaire zinvol blijft, is veel minder omslachtig. Het heeft zijn effectiviteit namelijk bewezen. Dat heeft – toegegeven – even geduurd, maar de vruchten zijn ernaar. Bij de laatste federale verkiezingen verloor het VB alvast een zetel, en in 2006 ging zij significant achteruit in – pakweg – Antwerpen toen er voor de gemeenteraden mocht worden gekozen. Die laatste resultaten zijn belangwekkender dan de eerste omdat er toen nog geen sprake was van een andere populistisch alternatief. De lijst Dedecker moest nog worden opgericht toen het Vlaas Belang eindelijk in haar schijnbaar eeuwigdurende opmars werd gestopt. Ook de vermeende problemen lijken momenteel groter dan ooit, dus beleidsmensen hoeven zich eveneens niet op de borst te kloppen. De hoofdreden – er zijn er vele – ligt daarentegen bij dat cordon. De uitzichtloze situatie waar het VB zo in werd gedrongen, deed kiezers overstag gaan. Hoe diep je ongenoegen ook gaat, het VB zal daar op geen enkele manier iets aan kunnen veranderen. De partijleiding kan nog zo trots zijn op haar onverzettelijkheid, het verandert geen sikkepit aan de situatie van haar kiezers. Dat doet de moraal wel eens kelderen.
Hoewel nu ook Nederland ten prooi lijkt te vallen aan dergelijke praktijken, blijven de twee samenlevingen in wezen erg verschillend. In Nederland is er nooit iets aanwezig geweest als wat ik de communautaire bonus zou willen noemen, waar populistische politici op zouden kunnen teren. Het VB heeft steeds de mazzel gehad om elk probleem dat rond financiën draaide af te kunnen serveren met een verwijzing naar de gigantische bedragen die zij bezuiden de taalgrens zouden gaan halen, als ze eraan mochten. Binnen de Randstad valt er enkel te foeteren op onverstaanbare Friezen, maar van kwaadwilligheid kan je die niet verdenken. Het was dus wachten op een Rotterdamse relnicht om de bom ook in het gezicht van de Nederlandse elite te doen ontploffen. Daar ging die wereldberoemde tolerantie, en er zou bloed om vloeien ook. Het ging plots hard boven de moerdijk, en wat overbleef was een ontwrichte samenleving die maar met moeite twee politieke moorden verwerkt kreeg. Ook dat beeld werd met stijgende regelmaat in de alles verterende buitenlanden opgehangen. Het gat dat na de dood van Fortuyn gaapte, schreeuwde om opgevuld te raken. Je kan er toeval in zien dat Geert Wilders daar met zijn gebetonneerd kapsel in lijkt te slagen. Voor hetzelfde geld was er een kleine dikke met een snor in die beerput gesprongen. Rita Verdonk scharrelt met wisselende gretigheid in zijn zog, hoewel zij nooit de ranzigheid zal kunnen uitdragen waar het kokette burgervrouwtje soms van droomt. Wie er ook de dis uitmaakt in het extreemrechtse kamp, Nederland hinkt willens nillens bij wat het populisme aangaat en daar lijkt vooralsnog maar weinig aan te veranderen.
Enkele kanttekeningen zijn hier weliswaar meer dan nodig. De kans is bijvoorbeeld bijzonder groot dat Nederland nooit de klappen zal krijgen die Vlaanderen ooit te verduren kreeg. Dat draait in de eerste plaats niet om de communautaire donderwolken die op gezette tijden samenpakken boven het Vlaamse landschap, maar om het voordeel dat Nederland haalt uit de SP. Zonder daarvoor in te moeten gaan op politieke voorkeuren van wie dan ook, behoeft het maar weinig inzicht om te beseffen dat een samenleving met die partij beter af is dan met populistisch rechts aan zet. Hoewel ook zij deze kwaal af en toe (onterecht) wordt verweten, staat deze partij voor een programma waar niemand zich om hoeft te schamen. De radicale keuzes die zij daarvoor maakt, spreken bovendien een deel van de bevolking aan dat in Vlaanderen hoegenaamd niet bediend wordt. Waar er in Nederland een volwaardig links alternatief is voor wie Wouter Bos een lulletje rozenwater vindt, blijft de Vlaamse kiezer die het op zijn heupen krijgt van het nietszeggende gekreun van Caroline Gennez verweesd achter. Ter linker zijde alleszins. Het Vlaams Belang en sinds kort dus ook de lijst Dedecker staan te popelen om deze (terecht) misnoegde mensen in te lijven. Dat die partijen allesbehalve oog hebben voor het lot van deze doorgaans kleine man, lijkt kiezer noch politicus te kunnen deren.
Verder vallen vooral gelijkenissen op. Hoewel het Vlaams Belang uit pure armoede claimt resultaten te kunnen voorleggen in de vorm van een mentaliteitswijziging bij de andere partijen, lijkt daar eigenlijk maar weinig van aan. De ommezwaai in het publieke debat kwam er mijns inziens zo goed als tezelfdertijd toen die zich bij de noorderburen voltrok. Daar heet de katalysator in het debat Pim Fortuyn te zijn. De ware reden lijkt mij echter elders te liggen. Deze wordt in Nederland bijzonder duidelijk als Pim Fortuyn op 25 november 2001 lijsttrekker wordt voor Leefbaar Nederland. Met deze timing komt hij pal in de slipstream van de historische aanslagen in de Verenigde Staten te zitten. Wie beseft welke invloed deze gebeurtenissen nog steeds op het leven en welzijn van een Leon De Winter hebben, hoedt zich voor het effect waar Jan Modaal tot op de dag van vandaag onderhevig aan is. Alle moslims waren plots verdacht. Fortuyn kreeg de beste omstandigheden om zijn stellingen daaromtrent te poneren en het Vlaams Blok om haar gelijk op te eisen. Beide gaat het plots wel erg voor de wind. De traditionele partijen konden niet achter blijven, en ook zij verhardden het gebezigde jargon. Aan eigen oplossingen wordt nog steeds maar met mondjesmaat gedacht.
Een groter verschil tussen beide samenlevingen dan de manier waarop er rond maatschappelijke problemen wordt gehandeld, lijkt de wijze waarop men met de partijen die deze onderwerpen bezetten omgaat. Zoals eerder vermeld koos Vlaanderen voor een ietwat radicaal aandoende strategie. We probeerden ze te verzwijgen, en ontkenden ze waar nodig. In Nederland lijkt daarentegen net het tegenovergestelde aan de hand. Politici staan te trappelen om met Geert Wilders het debat aan te gaan, en media zien hem als een geschenk uit de hemel. Soms moet je wel blij wezen om zijn beslissing om niet naar linksige actualiteitenrubrieken te komen, of de kans zat erin dat we elke avond naar Wilders´ praatjes zouden moeten luisteren. Vlaanderen heeft daarentegen tot nader orde nog steeds een krant die principieel geen interviews publiceert met extreemrechtse kopstukken. De tegenstelling was laatst het hevigst toen Wilders Groot-Brittannië niet in mocht. Waar de politieke leiders van Groen-Links, VVD en SP in Buitenhof voor de meest groteske formuleringen vochten om deze schanddaad aan de kaak te stellen, leek er in Vlaanderen een compromis heersend dat die weigering maar goed was zo. Tuig hou je het beste buiten. Ook toen Wilders een proces werd aangespannen, reageerde men zowat geheel tegengesteld als toen Vlaanderen eindelijk het hare mocht voeren tegen het VB. Wanneer Jan Mulder dan in De Wereld Draait Door beweert dat Wilders eigenlijk au fond gelijk heeft – al is het maar omdat die man alles doet om de lachers op zijn hand te krijgen -, behoort hij wel zeker tot het meubilair van elke Nederlandse huiskamer.
Vrijblijvend vitten op een collega-politicus zonder daar enige consequentie aan te willen verbinden, maakt hem tot gelijke. Dat beeld is funest voor een democratie die overeind probeert te blijven. Zo creëert de Nederlandse elite een probleem dat Vlaanderen schijnbaar heeft kunnen afslaan. Na decennialang geroep en getier, werd duidelijk dat het Vlaams Belang niets verwezenlijken kon. Hoe hard je ook wilde protesteren door op die partij te stemmen, er veranderde toch niets. Dat deed kiezers de voorbije jaren terugkeren naar nette partijen, en nu naar LDD, die weliswaar ook een populistisch discours hanteert maar evenwel wenselijker blijft dan het VB. Wilders of Verdonk, dat is het zo een beetje. Wat niet gelijk staat aan de pest of de cholera. Wie daarentegen die eerste blijft behandelen als eender welke, loopt kans nog vele jaren een publiek debat te moeten voeren dat al bij voorbaat gewonnen is door iemand die erg hard schreeuwt maar niets zegt. En daar schiet niemand wat mee op.
Abonneren op:
Posts (Atom)
