zondag 30 november 2008

Het vrije woord volgens het Cremlin

Onze defensieminister is tegenwoordig nog maar moeilijk uit de krantenkolommen te slaan. Niet omdat hij druk is met de voorbereiding van een zinvolle militaire interventie in Kongo of omdat hij bekijkt hoe wij India zouden kunnen bijstaan in de verwerking van de gruweldaden eerder deze week, maar omwille van een caféscene. Pieter De Crem had zich tijdens een reisje naar New York samen met zijn entourage klem gezopen. De weerslag daarvan was daarna te lezen op de blog van een dienstdoend barmeisje. Zij werd daar om ontslagen. Naar Europese normen is dat fel overdreven in vergelijking met wat ze deed. Het geouwehoer van klanten hoort niet te worden beschreven op een site, maar een reden om iemand de laan uit te sturen, is dat niet. Een telefoontje vanuit het kabinet De Crem misschien wel. De minister ziet het beeld dat hij zich gedraagt als een door hormonen gestuurde puber niet graag opduiken in de media. Dat moet vermeden, hij brengt het er sowieso al maar berooid vanaf.

Allemaal nogal kinderachtig. Niets vergeleken bij wat nou eigenlijk de grond van de zaak zou moeten zijn. Als een man de hele avond staat aan te lullen tegen die studente over hoe hij de vermeende minnaar van zijn echtgenoot graag zou bewerken, schrijft ze daar niets van neer. Wel als de woordvoerder (!) van een minister bekent dat een hele delegatie voor niets naar New York was afgezakt. De uiteindelijke reden van hun bezoek – een vergadering bij de Verenigde Naties – was eerder geannuleerd, maar omdat er dezer dagen maar weinig te beleven valt in Brussel hadden ze het reisje toch maar laten doorgaan. Over deze uitlatingen is nog steeds geen verantwoording verschaft door de minister, ook al werd hij er donderdag al over ondervraagd in de kamer. Iemand die tot nader orde aan politiek doet onder de vlag van het goed bestuur, heeft dan een probleem. Iemand die zijn voorganger quasi ter dood veroordeelde toen die een helikopter gebruikte waar een elektrisch autootje had volstaan, geeft uitleg op stapt op. Pieter De Crem niet. De minister die zich Zonnekoning waant vindt het sowieso al een tijdje onnodig om verantwoording af te leggen aan wie dan ook, en blijft dus lekker zitten in zijn stoel. Enkel de festiviteiten die hij had gepland naar aanleiding van zijn eerste jaar ministerschap, heeft hij iets afgezwakt. Zijn eerste jaar waarin hij er in slaagde alle toevallige blunders van Flahaut te doen vergeten en te vervangen door zijn eerste gruwelijke beleidsdaden.

In dat parlement heeft hij donderdag overigens op antwoord van de vragen niet stoïcijns zwijgend voor zich uit zitten staren. Zijn verdediging bestond eruit te wijzen op de gevaren van het bloggen voor de democratie. Daar wil ik eerst over gezegd hebben dat ik me absoluut niet aangesproken voelde. De trend om alles wat men meemaakt in het dagelijkse leven op internet te pleuren, heeft inderdaad iets kwalijks. Dat heeft dan echter meer met verschillende smaken te maken dan eventuele gevaren voor de democratie. Ik vind het simpelweg niet interessant. Hier passeert hooguit de resultaten van mijn turven aangaande hoe vaak professor Carl De Vos tijdens een les het woord viswijf gebruikt. Ach ja. Ik schrijf geen stukjes uit de idee dat mensen geïnteresseerd zijn in mijn leven, laat staan om op sensatiedrift te teren. Ik schrijf ze omdat ik dat leuk vind, en ga er verder vanuit dat ik tegenwoordig alweer door niemand gelezen word.

Dat neemt niet weg dat ook hier de uitspraken van De Crem weer hopeloos misplaatst waren. Enkel het applaus dat hij hiervoor ontving, ging daar nog overheen. Blogs zijn simpelweg een nieuwe manier om mensen te laten zeggen wat ze zeggen willen, en daar dient elke democraat voor te zijn. Uiteraard is wat die mensen te zeggen hebben vaak oninteressant of smakeloos, maar daar dien je als publiek figuur mee te leven. Mensen het zwijgen opleggen omdat hun boodschap niet in je kraam past, is een stap die de Europese samenleving nou al zou moeten zijn ontgroeid. Het nodig vinden daarvoor te moeten waarschuwen is daarom nu al verdacht. Zeker mensen als Pieter De Crem die in het debat over de vrije meningsuiting maar wat graag de stoere jongen uithangen, moeten nou dus niet zeuren. Liever schiet hij op de pianist die hij op andere gelegenheden wel eens wil verdedigen dan een wezenlijke verdediging te leveren. Niet moeilijk te begrijpen als dat laatste nu eenmaal niet meteen voor handen was. Enige ratio tout court is overigens al een tijdje niet meer aan deze minister besteed. Droef dat een deel van het parlement hem daar blijkbaar groot gelijk in geeft.

zaterdag 29 november 2008

Overlast

Peter Rudolf de Vries is terug van weggeweest. Daarmee bedoel ik dat ook bij de publieke omroep weer even aandacht aan hem wordt besteed. In zijn programma op de commerciële had hij weer enkele onthullingen weten te verzamelen omtrent Joran van der Sloot, een zaak van hem waar om onverklaarbare redenen ook programmamakers van zowat alle publieke omroepen hun oog op hebben laten vallen. Kort gezegd: Joran doet tegenwoordig in meisjes. Reden genoeg, zo bleek, om Peter R. weer eens de carrousel van actualiteitenrubrieken te laten doen.

Zo kwam hij in Pauw&Witteman tegenover Freek De Jonge te zitten. Gewend geraakt aan unanieme lofbetuigingen en tomeloos respect, moest Peter R. even slikken toen die plots bijzonder fel uithaalde naar de praktijken van de gevierde misdaadverslaggever. Smakeloos, vond ie, en platvloers en walgelijk en boven alles commercieel. De Vries schoot in een kramp en wentelde zich onmiddellijk in een onbetamelijk arrogant discours. Hij probeerde Freek De Jonge weg te zetten als een ouwe verwarde man die een beetje van de wereld af was, waardoor we maar niet naar hem moesten luisteren. Jeroen Pauw en Paul Witteman fronsten hooguit hun wenkbrauwen maar het akkefietje passeerde verder als de eerste de beste beroemdheid voor één dag die daar ook met de regelmaat van de werkweek aanschuift. De Jonge had natuurlijk meer dan gelijk, daar hoeft niet veel over gezegd. Peter R. is niet meer dan zelfingenomen tuig dat bereid is over lijken te gaan om de roem en bevestiging te verkrijgen die hij nodig heeft om zijn alles verslindend ego mee te kunnen stillen. Het hele voorjaar moest zijn hoofd al worden geduld op zowat alle kanalen, en nu het er naar uitzag dat er weer een periode aanbrak waarin hij te pas en te onpas zou verschijnen in eender welk programma, leek Freek daar handig komaf mee te hebben gemaakt. Waarvoor dank

Dat was buiten de immer denkende Joost Zwagerman gerekend. De intellectueel die als werkterrein niets liever dan de vergankelijkheid van het dagdagelijkse bezigt, gebruikte deze vrijdag De Wereld Draait Door om Peter R. een hart onder de riem te steken. Deze had namelijk, zo redeneerde Zwagerman, een veel indrukwekkender curriculum voor te leggen dan Freek De Jonge, wat die laatste tot zwijgen zou moeten nopen. Zijn verdiensten werden in deze gedachtegang aan de kant geschoven als mensen hebben doen lachen, wat op het vanzelfsprekende toontje werd uitgesproken alsof dat al bij al toch maar weinig voorstelde. Peter R. de Vries daarentegen had al twee onschuldige mensen uit de gevangenis weten te houden. Dat weet ik niet. Deels omdat ik geen twee minuten naar zijn hoofd kan kijken zonder te moeten kokhalzen, deels omdat zijn werk mij simpelweg niet interesseert, kan ik niet zeggen of Zwagerman daar nou gelijk in heeft of een loopje met de waarheid neemt. Ik neem aan van wel, hij is tenslotte de slechtste niet. Daartegenover staan uiteraard enkele andere verwezenlijkingen die de loftrompet nooit zullen halen en waar Freek De Jonge in de verste verte geen schuld aan treft. Zoals gezegd heeft de gevierde misdaadverslaggever ons een half jaar lastig gevallen met de uitspattingen van Joran van der Sloot. Die zou een meisje hebben ontvoerd. Peter R. had daar allerhande bewijzen voor, die weliswaar totnogtoe niet hebben kunnen leiden tot een officiële veroordeling aan het adres van Joran. Die voelt zich zelfs niet gehinderd om tegenwoordig een poging te ondernemen een zwendel in vrouwenlichamen op poten te zetten. De winst voor de maatschappij is dus nihil, de kop van De Vries krijgen we er wel in veelvoud bij.

Los daarvan creëert hij met zijn programma, waarin op alle mogelijke manieren criminelen worden achterna gezeten op voorwaarde dat ze enige spektakelwaarde te bieden hebben, een bijzonder eng sfeertje. Hij permitteert het zich sowieso al om werkwijzen te hanteren waar openbare instanties ver vanaf moeten blijven. Zo geeft hij niet enkel een fout beeld van hoe politie werkt, maar legt hij ook meteen druk op hen om op dezelfde kortzichtige manier te handelen. Als politie onder de maat van Peter R. blijken te presteren, zijn mensen sneller geneigd hun geloof in de werking ervan op te geven. Hij stimuleert zo mee de evolutie naar een politiestaat, waarin de reglementen van een rechtsstaat op losse schroeven te komen staan. Joran van der Sloot is schuldig voor zowat elke Nederlander, hoewel er amper wat werd bewezen. Als deze trend doorwerkt bij politie, zouden er dankzij Peter R. wel eens een pak meer mensen onschuldig de gevangenis kunnen indraaien dan die twee waar Zwagerman zo mee in de weer was. Maar die redenering vindt hij vast te conventioneel.

maandag 24 november 2008

Zure wijn

Ook al maakte Marie-Rose Morel bekend dat zij vanonder aan de Europese lijst wil staan, en Frank Vanhecke helemaal vanboven, om zo de geruchten rond een mogelijke affaire tussen beiden de kop in te drukken, en blijken er West-Vlaamse rappers achter Filip Dewinter aan te zitten; vorig week werd toch overwegend beheerst door links. Van kolder bij Vlaams Belang kijken dezer dagen sowieso nog maar weinig mensen op.

Zo werd de linkerzijde verlost van Bettina Geysen. Mijn blijdschap om haar vertrek mag niet worden misbegrepen als enkel een uiting van mijn aversie tegen het jargon dat zij doordeweeks bezigt. Haar eraan laten bij SPIRIT leek mij namelijk een goeie zet. Een partij met een naam als een commercieel product en een programma als een nieuwerwetse religie, moet ook zodanig te verkopen zijn. Daarvoor heb je dan ook geen intellectuelen nodig maar managers. Zoals ze het eerste net van de publieke omroep naar ongekende hoogten stuwde ten koste van een complete uitholling, zou ze die stap bij SPIRIT zelfs geheel kunnen overslaan. Mislukt. Bij de laatste peiling haalde de partij amper 0,6 procent van de stemmen. Mooi groeipotentieel, dat wel. Besluiten dat Bettina als political consultant manager, of hoe ze zichzelf ook had gedoopt, schandelijk faalde, zou fout zijn. Stevaert deed ongeveer hetzelfde met zijn sociaal progressief alternatief, en met bijzonder veel succes. Voor even. Links zit nu eenmaal al een hele tijd in de hoek waar klappen vallen. Wie verwachtte dat Bettina SPIRIT op de vijf procent zou brengen, dwaalde. Overigens is het potentieel van die partij daarvoor ook simpelweg te klein, of hoe het links-liberale gedachtegoed misschien wel de enige echte dupe is van de kiesdrempel. Als zich dat uit in de aftocht van Bettina, kan je daar overigens hooguit om gniffelen. Vervangen werd ze door Nelly Maes. Niet omdat zij daar nog aspiraties toe had, maar omdat zij toevallig de functie van ondervoorzitter bekleedde. Net als Marianne Thyssen tegen wil en dank dus, alleen geloof je haar engagement tenminste. In De Zevende Dag bleek zij weldegelijk nog enige affiniteit te voelen voor deze partij, en ze niet enkel als een opstapje naar het Europees parlement te zien. Haar partij gaat ze er echter niet mee redden, een stukje van Hugo Camps is daarentegen nog net op tijd binnen.

Sp.a heeft ondertussen ook niet stilgezeten. Na eindeloos te hebben beweert dat er niets schort aan de partij en er daarom maar moet worden verder gedaan zoals voorheen, heeft la grande dame Caroline Gennez (stel je voor) enkele nieuwigheden aangekondigd. De oude kabinetschef van Van De Lanotte, John Crombez, wordt verantwoordelijk voor het sociaaleconomische luik en er komt een nieuw hoofd van de studiedienst. Nieuwe namen, nieuw verhaal, nieuw begin. Dat sfeertje wil Gennez oproepen. Daar is ook aan verbonden: Een Roadshow. Die dient om nieuwe kopstukken voor te stellen. Zijnde: Freya Van den Bossche, Peter Vanvelthoven, Bruno Tobback, Pascal Smet, Kathleen Van Brempt en Crombez. Gennez denkt dus dat ze deze mensen, die voor een groot stuk verantwoordelijk zijn voor de neergang van haar partij, nog een keertje zal kunnen slijten als aanstormend talent. Het cynisme druipt er vanaf. Wie overigens denkt dat deze roadshow bedoeld is om nieuwe kiezers aan te spreken, zit er helemaal naast. De aftrap wordt gegeven in de KVS, wat naast een bolwerk van hedendaags theater ook kan worden gezien als een tempel van het loftsocialisme. Minder dan oude wijn in nieuwe vaten. De armoede stijgt zienderogen, maar de sp.a kachelt lekker verder zoals ze bezig waren.

Overigens is het volledig misplaatst Patrick Janssens te laten spreken op een herdenking van Wannes Van De Velde. Alsof die man daar wat van afweet.

zondag 16 november 2008

Nu mét nieuw montuur!

Guy Verhofstadt is weer terug. Te bekijken valt hij nog steeds niet maar wie de vooralsnog laatste echte premier van België maar niet kan missen – zoals ik, daar moet niet moeilijk over gedaan - kreeg deze week een essay als zoethouder. Dit stuk werd eerst op (persbericht, neem ik aan) enkele prestigieuze Europese websites gepubliceerd, al zou op internet toch nog enige eenheid te rapen vallen. De auteur voegde er ook nog aan toe dat zijn bedenkingen niet voor binnenlands beleid bedoeld zijn. Terwijl Yves Leterme kibbelend over straat rolt met eurocommissaris Neelie Kroes – zij was zo galant het beeld dat Leterme al enige maanden maar wat graag van zichzelf ophangt al zou hij als enige noeste arbeid verrichten en de rest vaak geen thuis geven, onderuit te halen -, wenst Guy Verhofstadt zijn blikveld ruimer te stellen. Die perceptie neemt hij dan weer met veel plezier aan.

Ook daar liggen de zaken natuurlijk wel weer even anders. Verhofstadt, tegenwoordig zowat enkel ondervoorzitter van open-vld, loopt warm voor de Europese verkiezingen van juni, waar hij een glansrol hoopt te kunnen spelen. Na het intrieste schouwspel dat de Vlaming de laatste tijd te verduren kreeg, moet hij hebben gedacht, is er wel weer tijd en ruimte voor een groots opgezet verhaal. De haalbaarheid daarvan mag dan schraal kunnen uitvallen, alles is op dit moment beter dan de gehavende geitenboer die nu de plak zwaait. Verhofstadt kennende is de kans groot dat hij zichzelf al weleens heeft vergeleken met Obama. Zoals die de boel na acht jaar Bush mag komen changeren, zal Verhofstadt na twee jaar Leterme alweer volop en met succes hoop en vernieuwing kunnen beloven.

Het eigenlijk schrijfsel dan. Meer Verhofstadt kan een tekst niet zijn. Beginnen doet hij met een heuse aanloop waarin zowat de hele wereldgeschiedenis wordt scherp gesteld. De vrede van Westfalen, het Russische tsarenrijk en de Olympische spelen in China: Hij heeft er allemaal kaas van gegeten. Allen brengt het hem ook bij de financiële crisis, die ook hij probeert te verslagen. Niets nieuws onder de zon, helaas. Eigenlijk grijpt hij de recente gebeurtenissen enkel aan om de ideeën die hij al formuleerde in een vroeger boekje De verenigde Staten van Europa, nog eens onder het daglicht te brengen. Aangezien Verhofstadt nog lang niet vergeten is, kennen we die allemaal ook nog wel. En ook: We staan hem er meestal in bij. De noodzaak die hij ziet in een meer doorgedreven Europese samenwerking is dan ook een objectieve noodzaak. Het is niet moeilijk vast te stellen dat de kleine natiestaten die samen het oude continent vormen het niet allen in hun eentje zullen kunnen blijven rooien in een wereld die steeds meer gaat bestaan uit maar enkele supermachten. Die theorie ligt zo voor de hand dat Yves Leterme bij een vorige top een aanzet probeerde te geven tot meer Europese samenwerking omtrent het aanpakken van de crisis. Haast even logisch klinkt dat als de weerzin die de grotere landen daar binnen Europa voor voelen. Daar botst Verhofstadt dan ook hard op een muur. Het voluntarisme dat hem in België groot maakte, verschrompelt in Europa tot een hooguit interessante mening. Vriendelijk wordt er geluisterd, maar de druk die de altijd komende nationale verkiezingen op een politicus leggen wegen steevast door.

Deze mening wens ik overigens maar al te graag te relativeren. Waar ik de muur zie die Verhofstadt dreigt neer te halen, ziet hij enkel zijn legitiem gelijk. Vreemd van alle cynisme en pessimisme, blijft hij streven naar wat hem dierbaar is. Het verschil met Leterme, die opgetrokken lijkt uit halve inzichten en opiniepeilingen en elk achterliggend verhaal of idee mist, is gigantisch. Zijn overtuiging, waar Verhofstadt tot in elke vezel mee is doortrokken, zou hem dan ook eens een overwinning kunnen opleveren. De zaken staan er tenslotte niet zo slecht voor als vaak wordt beweerd. Wie kijkt naar welke vorderingen Europa heeft geboekt op iets meer dan een halve eeuw, kan eigenlijk alleen maar vaststellen dat op dat elan verder zal worden gegaan, aan welk tempo dan ook. Zolang Verhofstadt blijft ijveren voor zijn Europees project, mag de tocht dan nog wel lang zijn, de gids is alvast ervaren.

Los daarvan blijft het punt natuurlijk wel dat deze essay Verhofstadt wel erg goed uitkomt in de aanloop naar juni 2009. Je zou hem kunnen vergelijken met de aandelen die mevrouw De Gucht toevallig op een bijzonder goed gekozen moment verkocht. Het is hem alvast van harte gegund.

zaterdag 15 november 2008

Pastei´tje Vogelaar

Ella Vogelaar is geen minister meer van integratie, wonen en wijken. Niet omdat ze een lid van de tweede kamer had uitgemaakt voor terrorist, niet omdat er op haar departement met allerhande benoemingen werd gemarchandeerd en ook al niet omdat ze eventueel haar echtgenoot inzette om de inpakt van de bankencrisis – laat het dan op strikt persoonlijk vlak zijn – enigszins te beperken. Haar politieke overste was simpelweg ontevreden over haar prestaties en dus moest ze eruit. Wouter Bos dacht na nog geen twee jaar te kunnen beslissen over de effectiviteit van haar beleid. Daar ga je dan, nog maar eens. Na al maanden als speelbal te hebben gediend van populaire media en kortzichtige politici, krijg je te horen dat ook je partijleider niet meer achter je staat. Op een donderdagavond, in een achterkamer. Vrijdag werd de opvolger al bekend gemaakt.

Zoals gezegd was daar niet echt een concrete aanleiding toe. Er waren wel enkele akkefietjes geweest, maar niet van dien aard zoals ze zich tegenwoordig met de regelmaat van de klok voordoen in de Wetstraat. Het enige wat Bos haar kon aansmeren – en dus ook deed – was dat ze er niet in geslaagd is de integratieproblematiek op te lossen. Dat is haar niet gelukt, nee. Los van de vaststelling dat er wel meer ministers vallen te bedenken die nog maar weinig resultaten hebben geboekt op hun domein, had Vogelaar bijzonder goeie redenen om nu nog niet klaar te zijn. Bijvoorbeeld dat de problemen waar zij voor gevraagd werd amper op te lossen vallen. Ik ben geen expert, maar mensen van compleet verschillende afkomst doen samenleven lijkt mij een onoverkomelijke klus. Ik slaag er al maar met moeite in samen te leven met mensen waar ik een hele geschiedenis mee deel, laat staan met vreemden waarmee ik zelfs van moedertaal verschil. Uiteraard valt er altijd wel wat in de marge te doen. Sanctioneren als het echt niet anders kan. Zo lang je een tot nader orde sociaaldemocratisch beleid wil voeren, zijn je slagkrachten daarin echter nogal beperkt. Wij hebben daar zo onze redenen voor. Uitsluitend repressieve maatregels waarbij groepen duidelijk worden gestigmatiseerd en waarbij enkel in slogans wordt gedacht over mensen die ons allen amper bekend zijn, vindt links tot nader orde nog steeds ongepast. Het doet je denken aan waar Rita Verdonk voor stond toen zij deze post bezette. Gestold polderpopulisme. Nou wil het toeval dat er nog wel wat mensen zijn die dat soort aanpak wel vinden te pruimen. Laat Rita nou even in vrije val zitten, het haast ziekelijke programma van Wilders weet die stemmen zonder veel problemen te recupereren. Om van de traditionele liberalen maar te zwijgen. In dat opbod van stoere, maar daarom niet minder holle taal, stond mevrouw Vogelaar vaak helemaal alleen met haar vraag om nuance en begrip. Dat leverde de PvdA geen stemmen op, en dus moest ze weg. Zo platvloers gaat het er tegenwoordig aan toe in de sociaaldemocratie van Wouter Bos.

Uiteraard had Ella Vogelaar nog wel andere problemen. Ze raakte meestal niet erg vlotjes uit haar woorden. Niet in vergelijking met professoren en hoog geplaatste ambtenaren, maar wel als je haar naast – pakweg – Heleen Van Royen en Jort Kelder zet. Ook het walgelijk reportertje van GeenStijl, ondertussen een onderaanneming van de rioolkrant De Telegraagf, beviel Vogelaar niet goed. In Nova (de enige rubriek waar dezer dagen haar figuur recht werd gedaan) zei ze omdat ze een fysieke walging voelde als ze die relnicht nog maar zag. Ella maakt hier een punt dat de meeste media die hem de laatste tijd maar wat graag opvoerden maar eens beter ter harte zouden nemen. Wie dus tegen dat soort luchtbelletjes die beroepshalve uit hun nek lullen niet opkan, haalt het tegenwoordig niet meer als minister. Logisch is dat, zou je denken, als je in een gepolariseerd debat als dat rond integratie om nuance vraagt. Wie over mensenlevens gaat, behoort zich niet uit te drukken in snedige oneliners. Zo gaat dat niet. Desalniettemin maakte het de figuur Vogelaar niet populairder en droeg het bij tot het (foute) beeld al zou ze niets bereiken waar anderen daar wel toe in staat zouden zijn. Minister van integratie als gevecht tegen de perceptie, meer is het eigenlijk niet. Ella is verloren. Dat is niet alleen een bijzonder trieste zaak voor het aanzien dat de PvdA nog ergens zou hebben, maar ook een zoveelste nederlaag voor de ooit zo verlichte Europese samenleving.

donderdag 13 november 2008

Nabespreking

Er was in de schachtenpap gepist. Ik hoorde het achter me tijdens de les sociologie medegedeeld. Daarna werd er gelachen, gegierd en gebruld. Als je dan toch een onderwerp van dien aard aansnijdt, kan je je maar beter helemaal niets aantrekken van welke conventie dan ook geldend in een universitaire aula. Enkel viel op dat dit gesprek plaatsvond onder allen jongens en meisjes die van de desbetreffende schachtenpap hadden gedronken. Moeten drinken, neem ik aan, gedwongen en wel. Ik probeerde me voor het te stellen hoe ik zou reageren als aan het daglicht kwam dat iemand in mijn wit wijntje had gezeken. Alle principes die ik tegenwoordig omtrent omgaan met mensen huldig, zouden terug op de helling komen te staan. Gokje is dat. Waarschijnlijk zou ik niet verder raken dan de wijnresten over de vermoedelijke dader te kieperen. Me verder geen vragen stellen over hoe of wie of wat. Indien mogelijk nog een trap er achteraan. Ook: Het huilen zou me nader staan dan het lachen. Moge duidelijk zijn dat er wel een wezenlijk verschil moet zijn tussen het degusteren van een wijn en het innemen van een met die term aangeduide schachtenpap. Aan wie zich geroepen voelt om die kenbaar te maken.

Niets zo vreugdevol als het verklaren van gedrag waar je op neerkijkt. Sommigen hebben genoeg aan scheldwoorden, anderen hebben volzinnen nodig om onbegrip tot opluchting om te buigen. Dat laatste trekje heeft al menig eng boek voortgebracht. Maar goed. De vraag is niet of ik bezig ben in naam van een tolerante samenleving, de vraag is hoe je het in vredesnaam in je hoofd gehaald krijgt om mee te doen aan een doop. Ik sta sowieso al erg weigerachtig tegenover groepen. Gesprekken waar meer dan drie mensen aan deelnemen zullen nooit nieuwe inzichten of iets dergelijks voortbrengen. Ze worden gebruikt door mensen die hun kennis willen etaleren of hun domheid verbergen. Enkel als je grootse plannen hebt, kan een groep bijzonder handig zijn om die tot uitvoering te brengen, maar dan nog blijft er steeds een massa achter de feiten aanhinken. Amusement valt daar dus maar zelden mee te genereren, laat staan intellectueel genot, wat de vraag waarom mensen schachtenpap, waar dus blijkbaar mogelijk gepist in kan zijn, drinken nog mystiekere vormen doet aannemen.

De jongens zijn simpel. Dat zijn jongens nou eenmaal altijd. De ene doet mee omdat hij denkt dat de andere niet zal durven zodat hijzelf een handje aanzien kan verwerven en voor ze het allemaal goed en wel doorhebben staan ze collectief voor lul. In de aanvaarding daarvan zijn ze het mooist. Ze vinden elkaar in het mislukte streven. Dan pas is er sprake van ware vriendschap. Degene die werkelijk boven de anderen raakt geploeterd en gekropen, wordt onuitstaanbaar. Des te meer een reden om hem als vriend te houden uiteraard, want in the end wil iedereen nog steeds datzelfde. Samen dus de afgrond in. Als daarvoor gortig spul moet worden gezopen, is dat enkel een met alcohol bedremmelde herinnering die hoe dan ook goed staat op een curriculum. Jagers zijn zonder meer nog wel wat anders gewoon.

Bij de meisjes ligt het anders, zou je denken. Het kunnen tenslotte niet allemaal lesbo´s zijn. Iemand die het hoogst oploopt met haar eigen gevoeligheden en sentimenten, is niet meteen te vinden voor een avond gedoe. Hier valt dan ook het een en het ander bij elkaar te verbeelden. Het lijkt wel of de vrouwen die zich inschrijven voor het doopsel, het slachtoffer zijn van een doorgeslagen emancipatiedrift. Vrouwmensen die zich niet langer willen onderscheiden van mannen - noch door het promeneren als prinsesjes, noch door het opstoken van bh´s -, zij willen er eentje worden. Opgaan in een mannenclub in de hoop zo de ditjes en datjes die ze wezenlijk met hen verschillen te worden kwijtgescholden. Vraag me niet waarom. Op dagen waarop wordt gedoopt, kan dat best een hoge prijs vergen. Het lijkt me de enige reden waarom een meisje anders schachtenpap drinkt en achteraf lacherig reageert als ze te weten komt dat er ter voorbereiding in was gepist.

Een troosteloze hang om bij eender welke groep te horen kan natuurlijk ook.

Ook de motieven van de mannelijke deelnemers langs de andere kant van het doopvont vallen makkelijk in te beelden. Een man die in de pap staat te pissen, haal je je moeiteloos voor de geest. Ze vinden het heerlijk om te domineren, zo staat het ongetwijfeld op wikipedia. Dit soort artificiële situaties trekt dan ook nog eens in het bijzonder de gemankeerde man aan. Om te mogen dopen hoef je geen vossen te kunnen neerhalen of onpraktisch hard te kunnen rennen. Zij die er niet in slagen hun nood aan macht en leiding te kunnen stillen in de echte samenleving, komen hierop af als vliegen op een hoop stront. Het maakt het tafereeltje er niet vrolijker op. Maar ook hier ligt het voor vrouwen weer even anders. Psychologische barrières vallen nou eenmaal makkelijker te overbruggen om in een andere groep te kunnen opgaan dan praktische aangelegenheden als pakweg gericht urineren. Vrouwen die er toch in slagen uit dit soort rituelen genot te puren of wat dan ook, kan ik zo alleen maar aartsgevaarlijk vinden. Ik zal me dan ook hoeden als één dezer exemplaren ooit mijn pad kruist. Bij mannen weet je tenminste nog dat het hun lul is die hen naar deze malaise drijft, een richtingsaangever waar maar weinig op af te dingen. Bij vrouwen moet het echter van veel dieper komen. Ook geen emancipatiedrift of identiteitscrisis kan hiervoor tekenen. Het zijn uiterst onberekenbare sujetten waar ik eerlijk gezegd een beetje bang voor ben.

woensdag 12 november 2008

Christendemocraat in actie

Dat de regering een zootje ongeregeld is, lijkt dezer dagen een algemeen aanvaarde wetenschap. Afhangende van de betrokkenheid bij deze wil de formuleringen die men hiervoor gebruikt wel eens verschillen, maar altijd komt het daar op neer. Hoewel niet iedereen er al van overtuigd is dat federale verkiezingen in juni volgend jaar zinvol zijn, lijkt iedereen naar dat moment toe te leven. Zolang wordt er niets beslist, geen enkel initiatief genomen en zou het ook compleet zinloos zijn nodeloze potten te breken.

Met de economische crisis als hete adem in de nek wordt dit schouwspel met lede ogen aanzien. Door zowat iedereen. Op Pieter De Crem na. De defensieminister viert dezer dagen hoogtij. Nu hij heeft begrepen dat niemand energie wil verspillen aan een akkefietje om zijn persoon, en dus niemand de komende maanden de moeite zal nemen om zijn ontslag te eisen, binnen de regering althans, gaat deze excellentie volledig loos. Na een wel erg omstreden plan omtrent onze aanwezigheid in Afghanistan door de ministerraad te hebben gejaagd, verdedigt hij deze beslissing op geheel eigen en vooral schaamteloze manier. Dirk Van der Maelen (dat moet dan maar even) stelde een kritische vraag over de plannen om meer Belgische troepen in de uitzichtloze oorlog in Afghanistan te storten en kreeg daarop onder andere te horen dat hij – ik citeer, want zelf krijg ik dit niet verzonnen – een objectieve partner is van de bommenleggers en van zij die de oren afsnijden van meisjes als zij naar school willen gaan. Die zit, moet De Crem daarna wel hebben gedacht. Na anderhalf jaar modder gooien in de communautaire kwesties slaat een Vlaams politicus er zo toch nog moeiteloos in een nieuwe standaard te zetten aangaande smaakloos politiek voeren. Het mooie aan een werkelijk functionerende democratie is dat iemand die zoiets presteert meteen tot ontslag wordt gedwongen, niet in de laatste plaats door zijn eigen partij. Dat was even buiten Belgenland gerekend natuurlijk. Daar kan het sinds even allemaal. Yves Leterme gaf dan wel maandag in een interview te kennen niet helemaal tevreden te zijn met de aanpak van zijn defensieminister, maar redenen om hem de laan uit te sturen zag hij vooralsnog niet. Dirk Van der Maelen moet maar even slikken. Wij ook. Het was al velen opgevallen hoe losjes Pieter De Crem tegenwoordig omgaat met zijn verantwoordelijkheden aangaande het parlement. Dit voorvalletje was eigenlijk maar een zoveelste in een beschamend lange rij. Waarom zou hij ook de moeite nemen zichzelf te verantwoorden als hij toch weet dat niemand er ook maar enig gevolg aan zal geven. De minister gaat vlijtig verder met het afbouwen van alle humanitaire missies waar het Belgisch leger zich tegenwoordig voor inzet en het heropzoeken van (nodeloos) gevaar. Hij doet wat Obama wil, zei ie ook nog. Naar de achterliggende betekenis hebben we het raden.

Dit is al even ouwe koek. Dirk Van der Maelen zal de klap al wel weer te boven zijn. Pieter De Crem heeft de herdenking van de eerste wereldoorlog gisteren niet aangegrepen om een tandje bij te steken wat Afghanistan betreft. Dat was wel de reden waarom hij te gast was in De laatste show. De redactie had er niets beters op gevonden dan De Crem uit te nodigen voor een gezellige babbel. Geen enkele kritische vraag kreeg Frieda Van Wijck (vroeger een degelijke journaliste) geformuleerd. Het gesprekje ging niet verder dan wat De Crem ging organiseren voor zijn jongens tijdens de kerst. Er werd aardig wat afgeturfd door de man die bij houdt hoe informatief de programma´s van de openbare omroep zijn. De ene week maakt een minister een parlementslid uit voor terrorist, de volgende week mag hij alweer op het grootste net van de openbare lekker onderuitgezakt in een fauteuil vertellen over de stof waaruit zijn pakken zijn gemaakt. Ik ben al voor minder door de grond gezakt van schaamte. Waar is de tijd dat de VRT een communistisch nest was…

Geoogst

De boekenbeurs is ten einde. De meute trekt zich terug en boeken kunnen weer in de eerste plaats over literatuur gaan.

Dan boor ik het onderwerp nog maar eens aan. Daar voel ik me overigens enkel toe geroepen als ik een bijzonder slecht boek heb gelezen. Mooie passages in de literatuur deel ik wel mee met anderen, maar die lijken vaak veel vluchtiger dan de gebrekkige. Veel heeft dat natuurlijk te maken met een pose, eentje die aan een zoekende dandy doet denken. Anderzijds wil ik ook wel gezegd hebben dat deze tic perfect samengaat met mijn liefde voor literatuur. Net als bij een slecht stuk theater, voel ik me persoonlijk aangevallen als ik wat doorlees dat wat mij betreft amper door de beugel kan. Het idee heerst dan dat het niet om verschillende smaken gaat maar om een totaal gebrek aan kunde. Natuurlijk heeft het er ook mee te maken dat het hier om een debutant gaat. De zekerheid dat ik het beter kan, ligt dan nogal snel op de loer. Bij deze.

Paul Baeten Gronda heet de schrijver. Voorafgaand aan zijn debuut had hij al een hele tijd een column lopen in De Morgen. Die had ik nog nooit gelezen waardoor de verwachtingen elke week konden oplopen. Ik had daarom besloten zijn debuut te lezen nog voor de auteur nogal wat aandacht kreeg in de pers en zijn boek zowaar in etalages kwam te liggen. De aantrekkingskracht die uit zijn dubbele voor- of achternaam (dat weet je eigenlijk nooit) spreekt mag in deze ook niet worden onderschat.

Ik heb Nemen we dan samen afscheid van de liefde helemaal uitgelezen. Moeilijk was dat nou niet. Dun boekje. De grootste fout die je tegenwoordig als debutant kan maken is een dik boek schrijven. Dan kan je het vergeten. Anders heb je goeie kansen. Mooi zijn helpt ook. Ik lijk wel rancuneus. De titel doet enige gelijkenis met het werk van Arnon Grunberg vermoeden, die ook in stukken over het boek aan bod kwam. Misschien wil ik wel per se wat gezegd hebben over deze roman om die gelijkenis op elke mogelijke manier te ontkrachten. Waar Grunberg de Nederlandse taal tot in de finesse beheerst, blijft Gronda (ik waag het erop) steken in een pubertaaltje van heb je me daar. De leegte die scheldwoorden eigen zijn wordt moeiteloos onder de mat geschoven waarna ze veelvuldig als beschrijving van personen worden gebruikt. Armoeiig, heet dat. De verveling die daarbij komt opzetten krijgen we er zomaar bij. Wel handig natuurlijk. Je daarbij verstoppen achter het hoofdfiguur is natuurlijk maar al te simpel. Wie een boek schrijft in de eerste persoon enkelvoud en als personage een buitengewoon oninteressante jongen neemt, krijgt daarmee geen vrijbrief voor buitengewoon oninteressant taalgebruik.

De vraag waarom het verhaal van die jongen dan moest worden verteld, dient zich zo ook aan. Ik zou het bij god niet weten. Het nihilisme dat van dit boek afdruipt, komt dan ook nog niet tot aan de enkels van dat van Grunberg. Die laatste slaagt erin dat zodanig te integreren in de hedendaagse samenleving dat een werkelijke visie wordt. Veel meer dan een pose. Nieuwe inzichten die onderzocht moeten worden komen zo aan het oppervlak. Daar kan je niet omheen. Gronda blijft steken in de beperkingen van een puber. Daar is op zich ook al niets mis mee maar dan wordt de manier waarop je dat beschrijft des te belangrijker. Niet dus. Hij vlucht dan maar in dramatische voorvalletjes waar het hoofdpersonage dan zo luchtig mogelijk over heen kan gaan. Max woont in een hotel, zijn moeder en vader zijn gescheiden, moeder heeft een akelige vriend, vader raakt aan lager wal, vader springt uit het raam, broer is gek, vrienden heeft hij amper en aan liefde lijkt hij ook al niet toe te komen. Dat gaat er allemaal in als zoete koek. Alleen de dood van zijn jongere broer die over het hele verhaal hangt, lijkt hem wat te doen. Daar heb je je gevoelens. Dat ligt er dan weer zo dik op dat een stationromannetje plots een welgekomen afwisseling lijkt.

Een cultboek. Op meer valt er niet te hopen.

zaterdag 8 november 2008

Ja, we kunnen het dus

Maarten Van Rossem had een traantje weggepinkt. Deze eminente Amerika kenner en door sommigen verkeerdelijk als even eminent cynicus bestempeld had toen ook Ohio voor de bijl ging voor de eerste Afro-Amerikaanse president een traantje moeten wegpinken. Dan is er verandering op til. Ik ben niet bijster goed in unanieme lofbetuigingen en ander zoets, maar pogen loont deze keer zeker de moeite. Ja hoor, ook ik ben verliefd op Barack Obama.

Het is hem toch maar gelukt. Barack Obama is de eerste Afro-Amerikaanse president. Het historisch karakter van deze overwinning kan een bron van hoop zijn voor de hele wereld. De Standaard ging deze week even in overdrive en schreef dat dankzij deze verkiezingen minderheden eindelijk in vrijheid zullen kunnen leven in Amerika. Zoiets. Helemaal waar is dat niet (zeker als je bekijkt dat samen met de presidentsverkiezing zowat overal een referendum voor het homohuwelijk werd afgeschoten) maar de mogelijkheid dat dat ooit zal lukken is weer nieuw leven in geblazen. In een samenleving waarin allerhande -foben gestaag aan terrein winnen, is dat een grootste prestatie. Waar hij zelf weinig aan heeft bijgedragen, maar wat je hem toch maar moet nageven, is eveneens het doen verdwijnen van zijn voorganger. Barack Obama komt dan wel, belangrijker is dat George W. Bush vertrekt. Hoe groot deze verdienste is, zal pas de komende maanden en jaren blijken. Ik kan het nu alleszins nog niet helemaal vatten dat we die man waarschijnlijk nooit meer zullen terugzien. Moge hij rotten in de hel.

Oh wat zeg je nou.

De president elect lijkt er ook in geslaagd Europa even te doen geloven in de Amerikaanse droom. Plotseling omarmen we dat door ons alles betwiste en betwijfelde concept met open armen. Het tij kan wel erg snel keren. Maar er schort meer aan de reacties van Europese (Vlaamse) politici op de overwinning van Obama. Het merendeel haast zich uiteraard om te struikelen over formuleringen die de grootte van hun adoratie voor de nieuwe president moeten uitdrukken. Je zou wel gek zijn (kom ik later nog op terug) om dat niet te doen. Heel Europa is voor Obama. Commentaar op het programma van de man – dat au fond simpelweg centrumrechts is – wordt van de baan geveegd door de stelling dat de Amerikaanse samenleving wel erg verschilt van de Europese. Het zou dan ook erg jammer zijn mocht zoiets futiels als een programma ervoor zorgen dat we ons niet met die man mogen associëren. Niemand slaagt er helaas in – wordt ook nooit op doorgevraagd overigens – uit te leggen waar die verschillen dan precies zitten. Alsof een centrumrechts beleid beter zou uitdraaien in de Verenigde Staten dan hier. Alsof de onderklasse in Amerika beter af is met eindeloze belastingsverlagingen en een afbouw van de sociale zekerheid dan hier. Ik dacht het niet. Als de Amerikaanse samenleving al verschilt van de Europese is het omdat ze al een hele tijd ten onder gaat aan dat (centrum)rechts beleid. Armoedecijfers liggen hoger, onderwijs en sociale zekerheid hangen nog maar met haken en ogen aan elkaar en het hele land gaat gebukt onder een gigantische staatsschuld. Obama heeft deze week een historische daad gesteld, maar die zaken gaat hij niet aanpakken zoals het eigenlijk zou moeten. Daar kan je niet omheen. Overigens is het sowieso misplaatsts dat Vlaamse politici in de rij staan om Obama te eren. Zelf slagen ze er al anderhalf jaar in geen enkele wezenlijke vooruitgang te boeken op welk gebied dan ook, maar wel even snel en makkelijk laten weten hoe hoog je Obama acht. De omschakeling terug naar de Belgische politiek bezorgt dan ook vooral hoofdpijn en afgrijzen.

Eén verschil met de VS is wel erg duidelijk. Het ligt zo voor het oprapen door eender welke politicus, maar ook dat blijft verzwegen. Op het Europese continent zou een niet-blanke het nooit tot president of iets van die grootorde kunnen schoppen. Nooit. Jamais. Never. We zijn er niet klaar voor. Of we er ooit klaar voor zullen zijn, is nog maar de vraag. Ahmed Aboutaleb krijgt het zo voor elkaar om wethouder van Rotterdam te worden en krijgt meteen de meest gore commentaar over zich heen. Ook de aandacht die de Vlaamse pers aan deze benoeming gaf, doet vermoeden dat ook zij er vreemd van op keken. Zolang die attitude schering en inslag blijft, zullen wij steeds achter blijven op Amerika. (Wat dat punt betreft dan toch.) Respect is hier dan ook niet meer dan op zijn plaats.

Een speciale vermelding is ook nodig voor de politici alhier die het nodig vinden Barack Obama desalniettemin onderuit te halen. Het gaat hier meestal om derderangs politici met rechtse signatuur die hopen op die manier toch nog even in de aandacht te komen. Ook slechte aandacht, is aandacht, hoorden ze ooit eens iemand zeggen. Arend Jan Boekestijn vervulde bijvoorbeeld deze rol met verve in De Wereld Draait Door. Geen enkel zinnig argument kon hij aanhalen om op Mccain te stemmen (als er al wat inhoudelijks te onthouden viel, was het dat hij Obama te rechts vond) maar hij zat toch maar lekker weer eens in een televisiestudio. Boekestijn wil zijn ongelijk waar hij al tien jaar aan vasthoudt continueren, repliceerde diezelfde Maarten Van Rossem. En weg was ie.

Nu Barack Obama binnenkort het witte huis mag bewonen, is John Mccain weer herleid tot een vriendelijke opa. Het moet dan ook gezegd dat ook hij er best mag wezen. De manier waarop hij, voor de schermen alleszins, zijn medestanders in toom probeerde te houden als ze Obama onderuit poogde te halen als vuile islamiet of terrorist, was hartverwarmend. Ook zijn ideeën op zich vallen in vergelijking met wat we de voorbije acht jaar te verduren kreeg, best te pruimen. Dat kan niet gezegd van het duifje naast hem, overigens.

Ik ben zo blij. Zo blij. Zo blij.

zondag 2 november 2008

Links verzuurd

In de weekendkrant van De Morgen (gelukkig op vrijdag, anders moesten we het weekend van Allerheiligen door zonder de broodnodige design-, fashion- en tuintips) staat er een artikel op de front van het katern Reporter dat werkelijk alle gezond verstand (Waar zit je, Dedecker?) tart. Een opsomming wordt gegeven van voorvalletjes die de gewenste spreektaal als inzet hadden. Omdat ik me nou wel echt doodschaam voor mijn vadergewest, maak ik me er vanaf met één voorbeeldje: Een man wordt in Brugge een tand uit geslagen omdat hij Frans praat door zijn mobieltje. De ratio ten spijt lijkt dit bepaald geen alleenstaand geval.

Waar vroeger de katholieke kerk ervoor zorgde dat de nodige achterlijke redeneringen ingang vonden bij brede lagen van de publieke opinie, lijkt extreemrechts deze rol nu definitief van haar te hebben overgenomen. Daarmee wil dit stuk niet het zoveelste antifascistisch opstel worden. Nu nog Vlaams Belang te lijf gaan, is als het wurgen van de te luidruchtige maar tegenwoordig vooral terminale buur. Die partij is dood en druk bezig zichzelf te begraven. Jammer genoeg ligt daar misschien wel net het probleem. De partijstructuur ligt in duigen, haar ideeën zijn levendiger dan ooit. Waar het vroeger enkel onder dat ranzig volkje bon ton was om lukraak af te geven op het Franstalig deel van dit land, zijn het nu christendemocraten en liberalen * die het nodig achten de landgenoten bezuiden de taalgrens hopeloos te schofferen. Nou wil ik natuurlijk niet gezegd hebben dat Eric Van Rompuy door de straten patrouilleert met een knuppel om vreemde talen de kop in te drukken – die man vindt zichzelf al bijzonder goed bezig als hij weer eens een vinnige slogan heeft kunnen bedenken om op zijn gordel T-shirt te drukken – maar de wetgeving die zij tegenwoordig weer van onder het stof halen mag er ook best wezen. De scholen waar men tegenwoordig het Nederlands probeert op te dringen, hebben weldegelijk een wettelijke poot om op te staan Zo ook de ambtenaar die in het artikel een Europese functionaris weigert te bedienen in het Engels. Inderdaad, kom dat zien. Wie dacht dat de Vlaming enkel uit was op een potje Walen jennen, heeft geen weet van de werkelijke provincialistische geest die deze (ongetwijfeld met trots) met zich mee zeult. Hoe internationaal en kosmopolitisch we onszelf tegelijkertijd ook vinden ten spijt. Het ene moment pochen met het aantal talen die je op school leerde spreken, om daarna te weigeren ze te gebruiken. Armoe troef in Flanders Language Valley.

Dit is natuurlijk niet het enige wat schort aan de hedendaagse Vlaamse samenleving. Doodsimpel is het deze voorvalletjes in de schoenen van enkelingen te schuiven en verder te doen alsof je neus bloedt. Boven alle overwegingen van filosofische aard, zijn Vlamingen uiteraard commercanten. Als er geld mee gemoeid is, spreken de meesten uiteindelijk wel de gewenste taal. Maar het blijft niet bij deze linguïstische opstootjes. Wie het maatschappelijk debat maar een beetje volgt in Vlaanderen, weet dat dit al jaren in een houtgreep wordt gehouden door extreemrechts. Vlaams Belang, aangevuld door talrijke klonen in zowat alle politieke families, gijzelen elke poging tot debat met halve waarheden en populistische argumenten. Helaas gaan die klonen steeds fanatieker door op dat elan nu ze weten dat Vlaas Belang helemaal te pluimen valt. Neem het hoofddoekendebat. Nogmaals. Liberalen, christendemocraten en sommige sociaaldemocraten * hebben daar allen voor gestemd. Daar ga je dan met je multiculturele samenleving. Decennialang moet je de handen voor de ogen slaan om geen kruisbeeld te zien, maar als er een meisje een hoofddoek om wil hebben we plots allemaal fundamentele problemen met religieuze uitingen of wat dan ook dat dat doekje zou kunnen legitimeren. Als we uitingen van een andere religie die niet de onze is al niet willen accepteren, is de daarom niet minder onafwendbare multiculturele samenleving wel gedoemd om te slagen

Hoewel er door velen over hem honend wordt gesproken, was Tom Lanoye de enige die toentertijd noemenswaardig verzet leverde tegen deze anders geruisloos gepasseerde maatregel. Terwijl zij de afgang van Vlaams Belang met veem bombarie vieren, stijgt er dan ook al een hele tijd een lijkgeur op uit het links intellectuele kamp in Vlaanderen. Nadat ze eindelijk gezegd wilden hebben dat ze een hele tijd de problemen omtrent de multiculturele samenleving hebben genegeerd, lijken ze er wel de brui aan te hebben gegeven. Terwijl rechts zich gemakkelijkheidhalve aanschurkt tegen de aanlokkelijke standpunten die extreemrechts hen dicteert, neemt ook links niet de moeite werkelijk na te denken over deze problematiek. De communautaire crisis kwam iedereen dan ook bijzonder goed uit. Een kieskringetje valt te behappen, een mondiale evolutie niet. Blijkbaar. Het zou dan ook werkelijk crimineel zijn om te denken dat deze problemen samen met de neergang van Vlaams Belang zijn opgelost. Het echte debat zou nu pas echt kunnen beginnen, met nieuwe spelers als Jean-Marie Dedecker. Mocht dat ook effectief het geval zijn, kan links nu wel al inpakken. Zo raakt – om maar wat te noemen – een oplossing in het asieldebat maar niet te vinden. Een tegenstelling tussen links en rechts wordt dan maar in een communautaire omkadering gedrukt, zodat we er vooral niet ten gronde over hoeven na te denken. De mensen die zo in onzekerheid blijven leven worden samen met de flaminganten uit de Brusselse rand in de wachtrij gezet. Dat lot wens ik niemand toe.

Het enige pleit dat zowel linkse als rechtste politici nog met enige passie willen aanvatten, is dat om de vrije meningsuiting. Die tenenkrullende containerterm lijkt heilig, op voorwaarde dat hij wordt ingevuld door blanke mannen in confectiepak. Iedereen wil gezegd hebben hoe geweldig het niet is dat Filip Dewinter zijn zegje kan doen in deze samenleving, hoewel we het er allemaal mee oneens zijn, hoor. Zelfs als de rechtbank zijn club veroordeelt, wil niemand daar een politiek gevolg – hoewel aangewezen door het verdict - aan geven. Bij de politieke klasse was er toen haast even weinig te horen als wanneer Abu Jajah werd vrijgesproken enkele weken geleden. Zijn recht op vrije meningsuiting en betogen moest niet verdedigd. De enige allochtoon die het aandurfde een unieke toevoeging te maken aan het multiculturele debat in het land waar hij woonde, werd zo datzelfde land uitgepest. Ik heb altijd een beetje moeten lachen toen Filip Dewinter de overwinning van P1atrick Janssens probeerde te steken op het toen net ingevoerde migrantenstemrecht. Dat leek me pasklare onzin van een leider in vrije val. Omgekeerd lijkt het effect dan weer veel sterker te werken. Zolang migranten ook op nationaal geen stemrecht hebben, wordt hun standpunt verwaarloosd en lijken ze wel volledig afwezig in een debat dat nochtans rechtsreeks over hen gaat.

Veel missen ze echter niet. Het debat in Vlaanderen is al een tijdje dood. Links is niet meer dan nog een keertje De Internationale zingen op de eerste mei, en rechts raakt maar niet uit de greep van haar extreem equivalent. Wat wil je, als je nog geen kiesdistrictje gesplitst krijgt.




* Wat de sociaaldemocraten betreft weet niemand meer precies waar ze voor staan. Het ene deel fervent voor een verbod op hoofddoeken, het andere al even fervent tegen. Wat hun houding tegenover enige taalwetgeving inhoudt, heb je dus het gissen naar. Kan je ze evengoed zeglaten, ook zij stellen nog maar bitter weinig voor.