maandag 27 oktober 2008

Iets met taal

Ach ja. Je wil wat vertellen, maar daarnaast wil je nog wat anders kwijt, en misschien daarna nog wel wat. Wie weet. Krijg je zo´n titel van.

Deze ochtend werd ik wakker met de mening van Jos Geysels en Luc Coorevits over het nieuwe en al veel te lang aangekondigde boekenprogramma. Dan weet je dat de crisis over is, zou je denken. Even vergeten dat dit land erin slaagde maanden oeverloos te palaveren over een kiesdistrict in de grootorde van een postzegel, ook deze ochtend moet er dus gebeld met de bank om aldaar de munten door de telefoon heen te horen vallen om ons zo van het nog aanwezige geld te vergewissen. Hoewel de twee heren ongetwijfeld heel wat schrijvers en boeken kennen waarvan ik het bestaan niet kan vermoeden, maar even weinig kaas hebben gegeten van de teevee als ik, kan mijn mening er ook nog wel bij: Sneu. Het is jammer dat als er over een boekenprogramma als Iets met boeken op voorhand zoveel te doen is geweest, het enkel een boekenprogramma blijkt te zijn. Twee schrijvers praten met evenveel journalisten. Nou ja. Heeft iedereen zich daar dan zo druk om gemaakt. De twee literatuurkenners hadden zich een beetje gestoord aan de filmpjes die iemand er ondanks de voorschriften omtrent televisie voor meerwaardezoekers dwangmatig tussen had proberen te krijgen. Vonden ze onnodig. Het noopte me tot de vraag of het hele programma an sich wel nodig was. Wat Dimitri Verhulst te vertellen had, hebben we allemaal al tot vervelens toe in de geschreven pers moeten lezen en herlezen. Wat Nahima Tahir gezegd wilde hebben, had ze de voorbije zomer ook al in Zomergasten geformuleerd. Echt een originele gastenkeuze was het dan ook niet te noemen. Een beetje vervelend werd het zo. Ik moest me even inhouden om niet naar Spuiten en slikken te zappen, daar ligt er elke week wel wat nieuws onder de zon. Verder niets dan lof. We hebben eindelijk weer een echt boekenprogramma in Vlaanderen, en hoewel het maar acht weken loopt, moeten we daar maar blij om zijn. Wat nu? Een theaterprogramma, verdomme.

Dit weekend viel er taalkundig ook nog ergens anders nieuws te rapen. Zowel HUMO (dinsdag al, maar die lees ik tegenwoordig met vertraging) als De Morgen drukten een interview af waarin het gebruik van ge in plaats van je was behouden. Het uitlenen van spreektaal aan de literatuur is al lang schering en inslag – en daar is ook niets mis mee – maar voor interviews is dat nieuw. Nou nou nou. Ik voel me dan ook een taalredacteur van De Standaard als ik me er dit weekend dood aan heb zitten ergeren. Het heeft er waarschijnlijk alles mee te maken dat de zin ervan me volledig ontgaat. Wat draagt het bij aan de boodschap van Louis Tobback en Bart De Wever in HUMO (uitstekend interview) en Herman De Croo (uitstekende folklore) in De Morgen als we weten dat ook zei ge gebruiken in hun spreektaal. Lekker volks, zou je haast gaan denken. Vreselijk, erachteraan. Begrijpelijk zou dit zijn voor mensen die hun achternaam al debiliseerden tot een letter (Q) – zij verdienen niets beter – maar voor deze drie intellectuelen, en die zijn tegenwoordig dun gezaaid, is het ongepast. Vooral ook: Lelijk. Ik heb de artikels enkel uitgelezen omdat ik het vakdomein dat zij bestrijken tegenwoordig pretendeer te bestuderen, want voor je plezier lees je zoiets niet. Het leek alsof HUMO zo geschrokken was van dat De Wever en Tobback het best goed met elkaar konden vinden – hoewel dat nou niet zo verwonderlijk was – dat ze er niets beters op vonden om dat aspect weer te geven in de geschreven versie van het interview dan ze mekaar ook daar te laten aanspreken met ge. Tot overmaat van ramp, verzin ik, hopelijk, vond een redacteur bij De Morgen dat een zodanige geniale zet dat toen hij de eeuwige hoeder van het volk, Herman De Croo, moest interviewen voor de weekendkrant (tweemaandelijks gebeurt dat zo) hij die lijn maar heeft doorgetrokken. Na de zestien katernen over lifestyle waarmee ze de editie op zaterdag gevuld proberen te krijgen, is die krant zich tegenwoordig wel helemaal naar de filistijnen aan het helpen. Even wilde ik daarbij gezegd hebben dat ik als het zo doorgaat wel helemaal overschakel op Nederlands pers, maar dat snobisme gaat me dan weer iets te ver. Nou ja.

Nu ik toch aan het zeuren ben. Het archief van De Morgen hebben ze van de vernieuwde site gehaald. In een ultieme poging de meerwaarde die een website aan een krant kan geven teniet te doen, neem ik aan. Wat ons rest is een eindeloze reeks ditjes en datjes, en de mening van mensen waar ik in geen honderd jaar om zal vragen. Wat en miserie.

woensdag 15 oktober 2008

Een laatste keertje crisis

De crisis is niet meer. Dat weet zo naderhand iedereen wel, dus hoef ik het niet meer uit te leggen. De beurzen slaan weer groen uit en in Ter zake gaat het alweer over doping in de sport. Dan weet je dat het ergste voorbij is. Nu we dus kunnen terugkijken op deze “grootste financiële crisis uit de afgelopen honderd jaar” (Yves Leterme, econoom) en vooruitkijken naar het volgende spektakel (de Amerikaanse verkiezingen, boekenbeurs, sinterklaas – U zegt het maar), is het tijd voor dramatische conclusies. In tegenstelling tot alle politieke commentatoren die het voorbije anderhalf jaar in Brussel-Halle-Vilvoorde hebben geresideerd, hou ik er geen geheim leven als econoom op na. Ik pretendeer niets te kennen van het interne spel van de beurs, boven alles omdat ik mijn desinteresse daarin met enige trots draag. Het staat zo goed in conversaties, ook wel. Ik word enkel zenuwachtig van de idee dat er een manier bestaat om in honderd dagen rijk te worden. Ook voor de rol van gezond verstand pas ik – klinkt te boers -, U moet het dus maar van me aannemen.

Het begon al toen plots alle overheden gingen beweren dat ze de spaarcenten van al hun burgers zouden kunnen verzekeren. In de eerste plaats slaat het nergens op – als het er werkelijk ooit op aan zou komen, zou hen dat toch nooit lukken – maar in de tweede plaats zit die maatregel au fond ook niet goed. Een ingreep in de vrije markt die uitgetekend werd door liberale politici, is verdacht. Waarom moet de staat – Ontvetten! Uitmesten! Corrupt! Inefficiënt! – komen aanhollen met hulp als financiële instellingen het niet meer kunnen trekken? Onrechtstreeks wordt er zo gezegd dat banken zoveel risico´s mogen nemen met het geld van mensen als het hen belieft. De potten die daarbij gebroken worden, zullen achteraf wel door de overheid worden vergoed. Klinkt als het organiseren van onverantwoord bestuur. Zeker toen er plots met z´n allen in de bres moest worden gesprongen voor een omvallende IJslandse bank. Daar bleken nogal wat klanten te zitten uit andere Europese landen. Niet omdat ze zichzelf zo af en toe te goed konden doen aan het ongetwijfeld prachtige land dat IJsland is, maar omdat daar een flinke rente viel te halen. Een rente waarvan het gezond verstand (dan toch!) zegt dat er wel iets niet in de haak moet zijn, maar waarbij de hebzucht het er dan toch soms van overneemt. Hebzucht. Een prekerig woord, vind ik. Wel treffend. Er zat ook iets niet in de haak want de bank is omgevallen, en nou moeten wij – de overheid – allemaal garanderen dat die mensen hun geld niet kwijt zijn. Ik vraag me af waarom.

Spaarcentjes is natuurlijk nog wat anders dan aandelen. Spaarcentjes dienen om een nieuwe keuken mee te bouwen, aandelen niet. Zo valt het misschien nog te begrijpen dat de nieuwe keukens van de mensen moeten worden gegarandeerd door de overheid, ook al werd er met die nieuwe keukens door hen niet erg netjes omgesprongen. Maar: Met die aandelen gebeurt er nu hetzelfde als met de spaargelden, en dat klopt wel helemaal niet. Aandeelhouders van Fortis (kleine beleggers, zeggen ze steeds, om het een beetje zielig te doen klinken) krijgen een coupon (een coupon!) die ze in 2014 (2014!) mogen omruilen voor een soelaas. Als ingreep in de vrije markt kan dat tellen, met dank aan Didier Reynders. Terwijl er in de gezondheidszorg aardig moet worden bespaard volgens de liberale familie, wordt er wel erg goed gezorgd voor de kleine belegger. (Geruststellend is het te weten dat ook wanneer men de recessie nog dagelijks ziet opdoemen, flauwe woordspelingen mogelijk blijven.) Klooien op de beurs door mensen die enkel winst voor ogen hebben als schrijnende situatie die moet worden gestelpt. De beurswezen moeten gevoed, en daar moet wel het hele land voor opdraaien. Ik vraag me af waarom.

De vrije markt is dood. Een laatste keer hebben we haar uit haar benarde situatie geholpen om haar straks volledig op te doeken. Zou je denken. Hoewel door duizenden orakelt, laat de concrete uitwerking daarvan nog op zich wachten. Zelfs liberale excellenties willen wel gezegd hebben dat hun kind dood is, daar valt nou eenmaal mee te scoren vandaag, maar verder dan die pathetische beeldspraak (uit liberale mond klinkt het sprookjesachtig) komt men niet. Er zouden anders bijzonder wat zinvolle maatregelen kunnen worden genomen, ten bate van veel meer mensen dan degene die nu hun slag halen uit het financiële wereldje. Hoewel het misschien wat radicaal klinkt, lijkt mij er niets op tegen het gehele bankwezen te nationaliseren. Waarom moet een zo precaire en sociaal gevoelige materie in handen worden gegeven van mensen die enkel en alleen winst willen maken? De overheidsdiensten die banken tot nu toe moesten controleren hebben duidelijk gefaald, met de catastrofale gevolgen van dien, en dus: de hele handel overnemen. Dat is eigenlijk de enige maatregel die zou getuigen van goed bestuur Een overheid zal geen kredieten verstrekken aan verdachte sujetten, zal geen onhaalbare rente voorspiegelen en zal zelfs misschien met uw geld niet beleggen in wapens en mensenhandel. Als ik even helemaal mag wegdromen: Misschien zijn we allen wel - stel je voor! - verlost van die arrogante kutslogans waar we de afgelopen jaren als gedwongen klanten door werden vernederd. Een overheid zal suf en degelijk omgaan met uw centen, zonder ontiegelijk hoge risico´s. Loopt er toch wat mis, zullen de heren hiervoor verantwoordelijk niet aan de haal gaan met een gouden handdruk, wat iedereen veel frustraties zou besparen. Maar meer dan over ingrepen in de vrije markt, heerst er natuurlijk een taboe over nationaliseren. Liberalen, die al jaren bezig zijn alles wat los en vast zit, te privatiseren (eveneens met vaak catastrofale gevolgen) zullen banken nooit in handen laten vallen van de staat. Zolang over (verregaande) inmenging van de staat geen eerlijk debat kan worden gevoerd, blijven zij hun willetje doordringen. Ondertussen worden er miljarden in het bankwezen gepompt die niemand ooit nog zal terugzien. Ik vraag me werkelijk af waarom.

(Op de vernieuwde site van De Morgen vallen er spuuglelijke designmeubels te winnen.)

zondag 12 oktober 2008

Bedenkingen in crisis

Het is crisis. Nu dat zo naderhand algemeen geweten is, behoeft het logischerwijs ook geen verdere uitleg meer. Beurskoersen dalen en iedereen haalt zijn geld van de bank, meer moet dat niet zijn. Verder kom ik overigens ook niet als beschrijving; met enkel aandelen zou ik mezelf nog in geen duizend jaar rijk krijgen, laat staan de lezer(s) van dit stukje. Wel vind ik enkele gevolgen op politiek vlak bijzonder interessant.

Eerst en vooral is er de Lijst Dedecker. Deze vrijdag bleek uit een peiling dat die het wel erg goed doet bij de Vlaamse kiezer. Redenen daarvoor liggen voor de hand, hoewel het charisma dat de heer Dedecker uitstraalt mij nog steeds geheel ontgaat. Een garnalenvisser in maatpak, blijf ik maar de hele tijd denken. Ultraliberaal noemt LDD zichzelf wel eens, wederom bij monde van die ene Jean-Marie Dedecker, als er dan echt een etiket moet worden geplakt op het platte populisme dat hij verder enkel bezigt. Om dat ene dure woord kracht bij te zetten werd ook een huisideoloog binnen gehaald, Boudewijn Bouckaert, een professor die in zijn eentje het verder linkse imago van de UGent weet onderuit te halen. Nu de crisis in de bankensector is uitgebroken klinkt echter nog maar weinig door van wat die man ooit dicteerde aan de partij. Deze ochtend pleitte Dedecker die de gehele lading van LDD dekt in De Zevende Dag nogmaals voor een garantie van alle spaargelden door de staat. De door hem doorgaans verafschuwde overheid moet zowaar tussenkomen in de vrije markt, tot de laatste cent nog wel. Niemand en zeker geen kiezers van Dedecker mogen spaarcenten verliezen aan een systeem wat hen enkele maanden geleden nog het water in de mond deed lopen. Vreemd. Op zijn zachtst uitgedrukt. En Jean-Marie komt daarmee weg. Tussen het gratuit schofferen van politici en het eisen van dubbeldeksautobanen (nou moet iedereen de gelijkenis met Rita Verdonk wel zijn opgevallen), valt die koerswijziging amper op. Wat Bouckaert ook mag voorschrijven, als het er op aankomt staat de neus van Dedecker toch vooral gewoon met de wind mee. Moet gezegd, dit geldt haast voor elke politieke partij tegenwoordig. Wie echter het meest liberaal zegt te zijn, heeft ook het meeste uit te leggen. Alhoewel, daarvoor Brussel-Halle-Vilvoorde eerst moeten gesplitst en Dewael uit zijn stoel gehesen.

Minstens even interessant is hoe sp.a deze economische crisis verteert. Samen met het kapitalisme lijkt ook de sociaaldemocratie haar deficit te bewijzen met deze financiële misère. Hoewel de kopstukken op verzoek nog wel eens De Internationale willen inzetten, hebben ook zij de beurs- en het bankwezen de voorbije jaren maar wat graag vrij spel gegeven. Onder invloed van vld lieten zij in de paarse periode de beurs de beurs, in ruil voor de gebruikelijke ditjes en datjes. De deregulatie waar de sociaaldemocraten nu voor pleiten vanuit de veilige oppositiebanken, is hen toen zij aan zet waren op zijn minst volledig ontgaan. Als Caroline Gennez de liberalen en christendemocraten nu dan ook de mantel wil uitvegen is dat misplaatst en pervers. Sp.a probeert zo hun socialistische roots levend te houden door het rondbazuinen van betekenisloze beginselen waar in de praktijk al een hele tijd niets meer mee wordt gedaan. Wat de vrije markt betreft houden ze er al lang een zowat identieke opinie op na als de liberalen, waarbij ze het verschil enkel nog denken te moeten maken met gerommel in de marge. Of hoe een linkse partij haar afstraffing in de peilingen (en verkiezingen) eigenlijk meer dan verdiend heeft.

Een mooi voorbeeld van de malaise die er binnen die partij heerst, was deze week het optreden van Renaat Landuyt. Sommigen beweren dat net zoals het communisme samen omver viel met de Berlijnse muur het kapitalisme op dit moment met de beurzen op instorten staat, maar daar heeft de ongetwijfeld naar eigen zeggen socialistische excellentie geen oren naar. Hij komt speciaal naar de studio van Ter Zake om duidelijk te stellen dat een pedofiel ook na zijn straf niet zomaar mag gaan wonen waar ie wil. Wars van alle morele overwegingen in deze zaak, is het wel bijzonder veelzeggend dat een progressief politicus zich wenst te profileren op een traditioneel rechts thema. In plaats van kritisch te staan tegenover de driften van het volk, gaat Landuyt er met alle plezier in mee. Pedofielen zijn ziek en eng en levensgevaarlijk, U zegt het maar.

Uiteraard is het gebrek aan enige concrete ideologie bij de sp.a niet het enige wat schort aan die partij. Hoewel iemand die consequent blijft ijveren voor minder belastingen zich op andere punten wel wat meer kan permitteren, zou het wel erg vreemd zijn als de sp.a niet kon wegkomen met dezelfde inconsequentie als waar Dedecker vele malen meer in uitblinkt. Het grote verschil zit ´m natuurlijk in de grandeur waarmee men haar verkoopt. Dedecker zegt wat hij denkt, en kan dat daarom met een zodanige overtuigingskracht doen dat men een contradictie in zijn woorden wel eens over het hoofd wil zien. Sp.a daarentegen is nog steeds met handen en voeten aan een socialistisch verleden gebonden, dat diezelfde sp.a ook lijkt te verafschuwen, wat in het beste geval goedaardige vaagheden oplevert. Niemand die weet hoe de partij moet evolueren, betekent eveneens ook net hetzelfde als dat iedereen er wat anders over denkt. Dat is andere koek dan een stalinistisch geleidde LDD. Vandenbroucke wil meer Vlaanderen, Janssens wil geen hoofddoeken meer, Landuyt wil pedofielen pesten en Stevart zit blijkbaar zelf in de bankenwereld. Je moet bijzonder goed in je schoenen staan om op dat zootje ongeregeld te kunnen stemmen zonder enig moreel bezwaar. Ondertussen blijft Gennez – als voorzitter had Vandeurzen zelfs meer charisma, achteraf bekeken dan – dat deze partij weldegelijk een verhaal heeft dat ze enkel misschien anders moet communiceren. In de laattse peiling dook sp.a onder de vijftien procent, maar eigenlijk verdienen ze de kiesdrempel niet te halen;

Zo duidt deze crisis dus nog eens pijnlijk hoe ver het sociaal-progressief alternatief heen is, en hoe noodzakelijk een nieuwe werkelijk socialistische partij is. Wie niet alle potentieel linkse kiezers wil zien vertrekken naar het Vlaams Belang (ach, ach) en LDD, kan enkel daarin een oplossing vinden. Anders dreigt links geheel monddood te worden gemaakt in Vlaanderen. Catastrofale gevolgen zou zoiets hebben, want ja, barre tijden lijken nu wel echt aan te breken, en dan ga je nog steeds maar beter linksom.

woensdag 8 oktober 2008

Extreem gedoe

Oorspronkelijk was ik niet van plan te gaan – het leek me allemaal wat te gemoedelijk – maar omdat ik me de laatste weken haast alleen maar confirmeer aan wie dan ook, kwam ik gisteren terecht op mijn eerste betoging tegen het NSV. Nou moe. Al in de vooravond werden we verwacht om een debat dat pas om 20.00 u zou plaatsvinden te verhinderen. Voor communisten die dor de band niets anders om handen hebben dan wachten tot de chaos uitbreekt, is dat een plan. Ik vond het vervelend. Wel was er tijd te over om de club waar ik me bij had aangesloten te monsteren. Veel verassingen kwamen daar niet uit de bus: te veel dreadlocks, te veel vegetariërs en te veel H&M truien. Ik herkende ook enkele van mijn klasgenoten; naar hen zal ik voortaan vertederd glimlachen.

Toen ik net had besloten dat de actie al afgelopen was, bleek het hele zaakje nog los te moeten barsten. We werden allemaal naar binnen geroepen om daar de boel te blokkeren toen werd aangekondigd dat de fascisten onderweg waren. Ook de rector had zich onder het volkje gemengd (hij zou straks nog moeten opzij duiken om contact met een aanstormende voorposter te vermijden), maar dat geheel om administratieve redenen. De djembees, die ook in deze politieke strijd een even irritant geluid voortbrachten als anders, werden uitgezet en vervangen door een roepende menigte. Ik moest tot mijn eigen schaamte vaststellen dat ik ook voor het meebrullen van teksten waar ik pal achter sta eerst gedronken moet hebben. Ik kreeg geen ‘ANTI-FASCISME’ uit mijn keel, hoewel ik er misschien wel uit opgetrokken ben. Iemand had ondertussen blijkbaar zijn kans schoon gezien om er ook enkele antikapitalistische leuzen tussen te marchanderen. Belangenvermenging waar in het heetst van de strijd wel eens een oogje voor wordt dichtgeknepen.

Zoals altijd was ik vooral ontroerd door zoveel schijnbaar engagement. Tranen onderdrukkend liep ik naar buiten, want ik had ook wel door dat het me allemaal wat te hevig werd. Ondertussen was de avond ingevallen en had een waterkanon postgevat voor het gebouw – openbare diensten hebben altijd een zekere zin voor drama gehad. De sfeer werd er wat grimmiger op en het werd nog duidelijker hoe lastig het is fascisten en antifascisten van elkaar te onderscheiden. Mij lukt het alleszins maar met mate. Zo kon een kameraad mij maar net tegenhouden toen ik aan een extreemrechts sujet wilde vragen of ie nou pro- of antifascisme was. Ook aan de linkse kant wordt veel zwart gedragen. Ik zag van op de derde rij hoe de stoottroepen van de NSV en de bevriende organisaties (Filip Dewinter was in aantocht!) de universiteitsgebouwen binnen drongen. Toen ontglipte mij er een kreetje, boeh fascisme of zoiets, wat ik erg geniepig van mezelf vond en waar ik best trots op was. Met het oog op dit sfeerverslag ben ik nog twee stralen van het waterkanon gebleven, en dan toch maar rustigere oorden opgezocht.

Toen we (ik en een andere nicht die het nog niet weet) langs een zijingang het gebouw binnen wilde geraken – een kennis, die net nog ethische bezwaren tegen de actie had geopperd, zat daar nog – bleek het ook daar druk druk druk. Na me grondig te hebben geïnformeerd over wie nou tot welke partij behoorde, volgde ik vanuit een links groepje de speech die Dewinter ondertussen had ingezet. In tegenstelling tot wat er aan de andere kant van de straat leek te gebeuren, lieten we die in alle stilte over ons heen komen. Ik suggereerde daarom maar aan een willekeurige medestander dat we er beter wat doorheen zouden schreeuwen. Dat deed hij ook, om enkele seconden later achterna te worden gezeten door een kale voorposter of iets dergelijks. De hele avond heb ik me daar schuldig om gevoeld, hem wil ik wel nog eens wat trakteren.

maandag 6 oktober 2008

Te wild voor woorden

Jan Mulder gaat steeds meer op een dansend aapje lijken. Toen hij vorige week in De Wereld Draait Door melding maakte van de vijf dingetjes waar hij zich de afgelopen maand het meest aan had geërgerd, slaagde hij erin daarbij op geen enkel moment iets wezenlijk inhoudelijks aan te raken. Nou is er weinig tegen stijl om de stijl, en dat is wat Jan Mulder tot in de finesse beheerst, maar als ik me werkelijk zou ergeren aan die vijf maandelijkse puntjes, zou het publiek dat al na het eerste in een lachkramp schiet me nog net iets zwaarder vallen.

Maar goed. Niets inhoudelijks is veel gezegd. Zijn opmerkinkje over Geert Wilders kon je moeilijk zo makkelijk wegzetten. Die onderhoudt samen met Rita Verdonk een beurtrol in de columns van Mulder. Volledig terecht overigens. Bevreemdend was echter wat hij deze maand over de poldernazi met het gebetoneerde kapsel te zeggen had. Jan vond dat Geert Wilders in essentie vaak gelijk had. Daar ga je dan. Het was het vocabulaire dat Wilders hanteerde dat de ex-voetballer de kast op joeg, niet zozeer wat hij te zeggen had. Toen Matthijs Van Nieuwkerk vroeg of Mulder ook op de PVV zou kunnen stemmen, ging er heel wat twijfel overheen voor die kon besluiten dat hem dat toch nooit zou lukken. Het taalgebruik, weet je wel.

Jan Mulder is een erg aimabel man. Hem de steile opgang van extreemrechts in Nederland in de schoenen proberen te schuiven, zou niet eerlijk zijn. Overigens was de makheid waarmee het studiopubliek reageerde ook best verbazingwekkend te noemen. Het gaat dus om een hele samenleving die maar niet gewend raakt aan de denkbeelden van die politieke strekking, en niet weet wat ermee aan te vangen. Aangezien Vlaanderen al meer dan dertig jaar gebukt gaat onder het extreemrechtse discours van het Vlaams Blok, hebben wij, me dunkt, in deze bijzonder recht van spreken.

Ten eerste is het onmogelijk Wilders gelijk te geven. Niet enkel omdat je daarmee het failliet van je eigen geest bewijst, maar ook omdat iemand iets wezenlijks moet zeggen vooraleer je hem überhaupt gelijk kan geven. Dat is meteen het grote struikelblok waar Wilders, en consorten overigens, nooit overheen zal raken. Ze zeggen niets dat het overdenken waard is. De oplossingen die zij als mogelijke beleidsmakers – zo wanen ze zich althans – aandragen, zijn, in het geval dat ze al in concrete formuleringen te vatten zijn, geheel van de pot gerukt. Zo ging het deze keer bijvoorbeeld over de relletjes (ach ach) in Gouda. Plan Wilders: het tuig het land uitzetten. Dat klinkt misschien heel oplossend, maar vooral simplistisch en onuitvoerbaar. Wie denkt Marokkaanse jongeren van de derde generatie nog terug te kunnen sturen naar Marokko, bewijst zijn gehele onkunde op dit terrein. Wilders zet zich daarmee op dezelfde lijn als waar de Vlamnationalisten staan die beweren dat ze bij een splitsing van België Brussel moeiteloos geregeld zullen krijgen. Nou moet gezegd dat inzake Gouda de hele tweede kamer over de schreef ging, maar dat krijg je nou eenmaal met de hete asem van het populisme in je nek.

De reden waarom ook politiek onderlegd Nederland Wilders weleens gelijk wil geven op een onbewaakt moment, is simpel. Net als het Vlaams Blok hier in de jaren negentig, is hij de eerste die omtrent de migratieproblematiek een kat een kat durft noemen. Hij erkent als geen ander de problemen waar de prachtwijken van minister Vogelaar mee te kampen hebben. Na een periode waarin alle traditionele partijen deze issues hardnekkig hebben ontkend, lijkt het een verademing als reële problemen eindelijk een bij naam mogen worden genoemd. Fortuyn lijkt wel terug van eigenlijk nooit echt weg geweest. De oplossingen die Wilders aandraagt zijn daarentegen nog een graadje minder onderbouwd als die van wijlen de relnicht. Wilders raaskalt dat het hem een lieve lust is, maar maakt zelden een echt punt. Komt hij wel eens met een voorstelletje aanzetten, is het er een dat als het ooit uitgevoerd zou worden, een hele samenleving naar de filistijnen zou helpen. Wilders enkel en alleen gelijk geven omdat hij problemen aanhaalt die anders door de meeste andere partijen onbesproken blijven, is zo niet enkel gratuit maar ook erg onkies.

zondag 5 oktober 2008

Mozart from hell

Ik heb wel eens iemand horen beweren dat het aan haar school lag dat ze tegenwoordig theaterzalen frequenteert. Ook al geloofde ik die uitspraak al niet toen ze werd gedaan, sowieso kan een beleid niet worden gebaseerd op een enkel voorbeeld. Vandaar sta ik vandaag nog altijd bijzonder wantrouwig tegenover cultuureducatie – of welke term daar ook door het ministerie voor werd bedacht. Hoewel die stelling misschien het meeste te maken heeft met mijn ergernis aangaande de kuddes jongeren die me soms plots omringen als ik ergens ga kijken, ben ik bereid ze tot het uiterste te verdedigen.

De concrete aanleiding van dit hogelijk verzuurd stuk, is een voorbeeld van hoe je jongeren op de meest funeste manier in contact kan brengen met hogere cultuur, een term die sowieso haar beste tijd heeft gehad. Die manier bestaat erin de gehele boel zodanig te verkrachten met de hoop dat jongeren (doelgroep) het goedje zo wel zullen slikken. Een praktijkje dat op het eerste zich wel eens lijkt te werken, maar op de langere termijn geen of catastrofale gevolgen heeft. Zo werden wij, universitairen van weleer, deze week door het Festival van Vlaanderen vergast op een staaltje geperverteerde cultuur zonder weerga. In de hoop ons warm te krijgen voor klassieke muziek kwamen twee muzikanten een stukje spelen. Als in de aankondiging melding wordt gemaakt van het element comedy weet je eigenlijk al dat de boel naar de kloten is, maar toen dat ook in de praktijk werd gebracht, diende ongezien doemdenken zich aan. Er werd een aanzet tot Mozart gespeeld, om vervolgens over te gaan in de James Bond-theme. Rachmaninoff liep zo dan weer over in een ABBA´tje, wat zich nogmaals enkel bleek te lenen voor de betere douchescene. Nou noem ik mijzelf wel eens een fan van James Bond, en ook ABBA gaat er eigenlijk te vaak maar wat vlotjes in, maar wie deze nodig denkt te hebben om werk van die twee componisten op te leuken, moet op zijn minst op drie zwarte lijsten. De gedachte die erachter zit – je hebt populaire cultuur nodig om hogere cultuur aan jongeren verkocht te krijgen – is niet enkel wraakroepend maar rammelt ook aan alle mogelijke kanten. In het beste geval, wat ik ook meteen tot een van die catastrofale gevolgen wens te rekenen, kweek je een bodem waarop André Rieu later welig zal kunnen oogsten. De illusie dat Mozart zal blijven hangen bij de jongelui, en niet de gekende deuntjes (afgesloten werd er met I will survive op viool) bewijs ten stelligste dat de lullo´s die deze bedoening bedachten zowel hun doelgroep als het product dat ze geacht werden aan de man te brengen niet kennen. Koppen zullen er niet rollen, hoewel bijzonder gewenst. De jongens en meisjes reageerden daarom te enthousiast, Klapten mee waar gevraagd, knipten met de vingers waar gesuggereerd en applaudisseerden en joelden waar dat gangbaar was maar boegeroep gepaster. Nog liever gerimpeld en incontinent, kon ik enkel maar denken. Zo leverde dit spektakel wel mooi plaatjes op, die overigens ten overvloede werden geschoten, en spreekt men straks ongetwijfeld van een groot succes. De zaak – die ik desgewenst wel eens als verloren wil verklaren – helpt het echter geen millimeter vooruit. Wie het nodig vindt klassieke muziek te verkrachten, moet niet verwachten dat men daarna naar diezelfde muziek zal grijpen. Zolang je er niet in slaagt te bewijzen dat Mozart op zichzelf kan staan – wat nou niet meteen een onoverkomelijke opdracht kan genoemd -, geef je niemand aanleiding hem ook zonder die vreselijke omkadering aan te zetten. Kon meer pathos zich nog van mij meester maken, wilde ik ook nog wel gezegd hebben dat het dat kwartiertje kitsch mijn hart pijnsteken bezorgde.

Het schorriemorrie dat mijn theaterbezoeken ontheiligt is een andere zaak. In tegenstelling tot andere groepen die door de school getrakteerd worden op bijzonder slecht maar daarom des te meer toegankelijk theater, weten zij zich alvast verzekerd van een behoorlijke voorstelling. Hoeveel meubels daarmee worden gered, kan ik als anti-pedagoog niet zeggen, dus daarover moet hier maar gezwegen. Zeker is dat het misschien wel van het grootste belang is dat kunst en cultuur aan bod komen op school, maar dan wel op een professionele manier.

Voorstel: twee lesuren per week verplicht klassiek in de oren, ter vervanging van die mallotige lessen lichamelijke opvoeding.

zaterdag 4 oktober 2008

Op debat

Woensdag was het debat. Studentenverenigingen die zich maar wat graag een ideologisch pakje aanmeten, organiseren dat blijkbaar wel eens. Een mens moet nou eenmaal wat met zijn ideologie. Wie heeft gezien hoe het politiek activisme vorige maand in Nederland aan de schandpaal werd genageld, weet dan ook dat hij beter debatteert dan relt.

Een wervelend spektakel was ons beloofd. De komst van zowat alle partijvoorzitters moest garant staan voor een discussie op het scherpst van de snee. Uiteraard geen Waalse, die vertragen de boel alleen maar. Tim Pauwels dan weer wel, hij kan er nog net mee door. Een overvolle aula trokken deze vooruitzichten toen bleek dat de partijen hun aanwezigheid enigszins hadden afgezwakt tot een middelgroot kopstuk. Alleen Bart De Wever was als numero uno van zijn partij present. Hij weet dan ook als geen ander dat hij de Vlaamsche zaak meer kwaad dan goed doet door Geert Bourgeois of – Stel je voor! – Frieda Brepoels naar een universiteit af te vaardigen. Gerolf Annemans moesten we ook door, die niet de minste blijk gaf van de vrije val waarin zijn partij momenteel verkeert. Een clown zonder kleren.

Het gesprek zou zowel over het sociaaleconomische als het communautaire gaan, de twee crisissen die de Wetstraat tegenwoordig met wisselende aandacht in de hand probeert te houden. In tegenstelling tot de agendering dus heerste er zelfs geen parfum de crise. In de grootste gemoedelijkheid kreeg iedereen naar aloude gewoonte net iets te weinig tijd om te vertellen wat hij vertellen wilde. Wat de financiële crisis betrof konden de woorden die werden uitgesproken nog maar enkele dagen oud zijn, hoewel ieders achtergrond wel van veraf aankondigde wat de heren politici daarover te zeggen hadden. Over het communautaire werden dan weer de formuleringen herhaald die we vaak al vijftien maanden moeten aanhoren, wat niet meteen een bevlogen politiek debat opleverde. Au contraire. Zelfs de obligate akkefietjes die weleens voorkwamen tussen een of meerdere aanwezigen, leken op voorhand gerepeteerd. Erg vervelend allemaal. Het meeste had dit schouwspel weg van een clubje mannen dat elkaar eens per twee weken treft om een stukje af te discussiëren, maar toch vooral voor de borrel achteraf. Lekker vrijblijvend, even goede vrienden. Ook de poldernazi die elke keer komt opdagen, wordt zo geleidelijk aan opgenomen en een kameraad. Tim Pauwels probeerde er af en toe wel eens een kritische kanttekening tussen te gooien, maar botste daarmee eveneens op voorspelbare vaagheden en grappigheden die de aandacht moesten afleiden. Enkel Renaat Landuyt wist te verbazen door af en toe een scherpe of interessante opmerking te maken. Hij is er dan ook net als andere politici uit zijn partij bijzonder goed in geslaagd zich in een mum van tijd om te scholen tot gedegen oppositievoerder, iets wat in de vorige legislaturen niet van de christendemocraten kon worden gezegd.

Maar ook het publiek toonde zich bijzonder zwak. Het hevigst reageerde het nog op onbestemde mopjes, uitgevoerd door heren die soms al maanden ons aller vaderland gijzelen. Een knusse boel. Kijk ons eens zitten: allemaal universitairen, geïnteresseerd in politiek. Een avondje toekomst wezen. Opvallend was wel de enthousiaste reactie op een opmerking die de LDD op de hak nam. Fijn om te weten dat die partij nog geen ingang vond in het universitaire milieu, want dan zou het wel eens fout kunnen gaan. Verder was het al makheid dat de klok sloeg. Zo ook bij de jongens en meisjes die tijdens de vragenronde pretendeerden een zodanig slimme vraag te hebben bedacht waarmee ze een politicus schaakmat zouden kunnen zetten. Niet dus. De vaagheden en nietszeggendheden sleepten aan. Wat ben ik jaloers op de jongeren die tijdens de jaren tachtig de universiteiten mochten bevolken. Rellen is op dit moment een veel zinvollere bezigheid dan een avond praatbarakken, maar dan moet je het wel echt menen

woensdag 1 oktober 2008

Die ochtend in mijn boekenkast

Nu weet iedereen meteen hoe lang ik doe over het lezen van een boek. Een week. Godverdomse dagen op een godverdomse bol kostte mij een weekje, hoewel hij best dun is. Dimitri Verhulst heeft geen tweehonderd pagina´s nodig om de geschiedenis van de mensheid tot de atoombom neer te schrijven, of hoe doorgedreven populaire wetenschap literatuur probeert te worden. Hij zat gratis bij de HUMO. Het jammere aan dat soort grootschalige acties is dat iedereen er meteen ook een mening over op na houdt. Voor mijn part steken ze hun boeken bij het waspoeder. Of andersom, met het kapitalisme op haar gat weet je het nooit.

Verhulst wilde dat zijn boek door zoveel mogelijk mensen zou worden gelezen. Dat kan alvast geen probleem zijn, zijn ontiegelijk vlotte schrijfstijl doet je vanaf de eerste zin niet meer ophouden, of het verhaal je nou bevalt of niet. Een pluim voor de schrijver. Voor je het weet (erg relatief gesproken dan) ben je er helemaal door en rest je enkel nog een oordeel te vellen. Dat is moeilijker.

Ik vond er niet zoveel aan, eerlijk gezegd. Om niet te zeggen dat de schrijver van het geweldige Mevrouw Verona daalt de heuvel af  en – vooruit dan maar - de besttepruimenvallende Helaasheid der dingen  teleur stelt. Waar hij zich in die boeken aanbiedt als een beduchte verhalenverteller, blijft zijn nieuwste steken in onbeduidende taalspelletjes. Het verhaal is niet meer dan de geschiedenis van de mensheid, alwaar eerst alle nuance en detail werd uitgehaald. Wat eigenlijk enkel en alleen overblijft is het cynische toontje waarmee hij deze kroniek vertelt, niet meteen een originele invalshoek. De vermoeidheid slaat me om het hart als er zich weer eens iemand op die manier uit wil laten over de eigen soort, een trekje waarmee we ons weer eens helemaal uniek binnen het dierenrijk plaatsen. De vrees zit er daarom niet minder in dat Dimitri Verhulst hiermee een ontluikend effect probeerde te sorteren, alsof hij die gemiddelde Vlaming eens wilde laten zien waar het echt op staat. De helaasheid wil dat hij de zoveelste in rij is, en, bij mij althans, enkel ergernis oogst. Onbegrijpelijk is zo ook de keuze om na de atoombom de pen aan de wilgen te hangen. Een wezenlijke inhoud zou het boek kunnen krijgen door parallellen te trekken tussen heden en dat verleden, door beiden op diezelfde manier onder de loep te nemen. Om maar iets te noemen: de immigratiepolitiek van Europa. Een even genadeloze beschrijving daarvan zou werkelijk iets bijdragen aan het debat en dit een erg zinvol boek kunnen maken. Nu blijft enkel een boek over dat zinvol lijkt te willen zijn, maar voor het nog maar geschreven was al eindeloze keren werd ingehaald door betere voorbeelden.

In een recensie (ongetwijfeld meerdere, hoor) werd de schrijfstijl die Verhulst in de Godverdomse dagen op een godverdomse bol hanteert, vergeleken met die van Louis Paul Boon. Dat kan. Ik vind er maar weinig aan. Gaan met die banaan en Eurekaka, het doet me allemaal bijzonder weinig. Geestigheden die we allemaal wel konden bedenken, en niet meteen prachtvoorbeelden zijn van de schoonheid die taal kan herbergen, wat dat dan ook mag voorstellen. Ook zijn drang om dingen vaak zo plat als mogelijk te omschrijven, komt geforceerd over. We weten nou wel allemaal dat we ook maar beesten zijn, dat gegeven hoeft nou niet dat weinige waarin we pakweg de koe voor zijn – taal, wederom – te ontsieren. Vrouwen zijn teven, mannen neuken zich te pletter; het zal allemaal wel. Wat wel: de manier die Verhulst gebruikt om over de mensheid te schrijven, als ´t, moet geroemd, dat werkt bijzonder doeltreffend. De beschrijving van het onderwerp enkel in een letter en een leestteken, is helaas niet genoeg om een boek de moeite waard te maken.

Leuke jongen anders, die Verhulst.

(En nu: de nieuwe Grunberg, en snel een beetje!)