Mijn derde (voorlaatste!) week werd met veel bombarie ingeluid. Rond achten, wanneer de meeste mensen nog niet verder zijn dan hun eerste kop koffie, bleek er zowaar een vergadering belegd. Ook al werden we enkel vriendelijk uitgenodigd, de sfeer was er eentje van plichtsbesef en verantwoordelijkheidszin. Mijn eerste bedrijfvergadering!
De verwachtte koekjes en koffie bleven uit, helaas. Gelukkig had ik mijn kopje bij, en zaten we ook niet in de vergaderzaal waar ik op had gerekend maar in de keuken, zodat een thermos koffie binnen handbereik was. De postmeester nam het woord.
“Vrienden, collega’s en sympathisanten, ik heet jullie van harte welkom.”
Applaus.
Na een kleine bespiegeling over zijn weekend kwam het eerste agendapunt aan de orde: een nieuwe soort pakjes. In mijn drang om niet de minste kwalificaties van een echte postbode te vertonen, liet ik dit onderwerp volledig aan mij voorbij gaan. Ik sloop naar buiten en ging de me herinnerde wafeltjes op mijn bureau halen. Zonder sta je nergens. Ook de vragenronde over de nieuwe pakjes werd in mijn hoofd nuttiger besteed.
Daarna werd het interessanter. Blijkbaar houdt Johnny Thijs er wat alle mogelijke ditjes en datjes over postkantoren een rangschikking bij. Zo kom je uit bij super postkantoren en brakke postkantoren, die steeds helemaal achteraan hangen. Dat die laatste categorie vooral in Wallonië huist, weet ik niet. Wel probeerde ik mij een voorstelling te maken van hoe het er in zo’n kantoor zou aan toe gaan. Zou men steeds in zak en as zitten als er weer een ranglijstje binnenkwam, of zou het hen absoluut niets meer doen? Waarschijnlijk worden zij constant bestookt met bezoekjes van de zonemanager en ander tuig die hen dan tips opdringen over hoe het beter en efficiënter kan. Speciaal voor die tips werd een prikbord geïnstalleerd. Dat het postkantoor van E. niet tot die soort behoorde, had ik wel al langer door. Ook een overplaatsing naar een oord waar elke ronde anderhalve straat beslaat (zij weigerden de coördinaten door te geven toen de geo-route werd uitgevoerd), leek niet erg realistisch.
Het postkantoor waar ik het moet zien te rooien, bleek het zo erg goed te doen. Misschien zelfs uitstekend. Maar er was nog werk aan de winkel! We mochten zeker niet denken dat we op onze lauweren konden rusten.
Wat de aangetekende brieven betreft, hadden we een correctheid van iets rond de 96 procent, in tegenstelling tot het nationaal streefdoel dat rond de 97 procent hing. Dat baarde zorgen. Grote zorgen. De sfeer sloeg om in de keuken en iedereen haalde plotseling een erg serieuze en begane blik tevoorschijn. Dit was niet zomaar iets. Dit was een probleem. Als we nou niet opletten, kon dit zaakje ieders kop kosten. Ondertussen begreep ik nog steeds maar weinig van die procenten, en had ik daar net nog net een uitbundige ‘jeej!’ kunnen onderdrukken. De postmeester, die van dit agendapunt aardig was gaan zweten, drukte ons op het hart hoe voorzichtig en oplettend we vanaf heden moesten omgaan met die verduivelde aangetekende brieven. Er mochten geen fouten meer worden gemaakt. Wie dat wel deed, riskeerde misschien wel zijn leven.
In een doodse stilte verliet iedereen de keuken, terug naar zijn werkplek. Iedereen had wat om over na te denken en nog de hele dag zou dat danig te voelen zijn in het postkantoor van E.
maandag 14 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten