woensdag 9 juli 2008

Tussen de post (8)

Woensdag heeft uitkijk op donderdag. Donderdag is bijna vrijdag, en vrijdag is weekend. Ik zeg niet dat deze gedachtegang ook Ingrid Betancourt recht heeft gehouden, maar hij is bijzonder ijzersterk. Ik hou mezelf er alleszins vanaf vandaag mee op de been. Uit bed raken viel me dan ook beduidend minder zwaar als gisteren, dinsdag, net na maandag, begin van de week.

Nu ik intellectueel capabel kan worden gesteld om me naast het sorteren ook nog met wat anders bezig te houden, kon ik me vandaag weer even verdiepen in de gesprekken die – vooruit dan maar – modale postbodes onder elkaar houden. Het risico lopend over te komen als een salonsocialist, zal ik deze dan ook hier en nu genadeloos analyseren, of hoe de gegoede middenklasse haar minnelijke blik even neerwaarts laat afdwalen. Om dit te accentueren, zal ik de derde persoon meervoud gebruiken, al betreft het hier een andere soort. Pedanterie, en zo hoort het maar net.

Het eerste dat mij eigenlijk opviel is dat zij nooit over politiek praten. Hoewel het aantal gesprekken dat ik aan dit onderwerp weid nog best zullen meevallen, leek het mij toch steeds door ieders hoofd te malen (zeker nu) en had ik daar toch enige afspiegeling van verwacht. Ik was benieuwd naar wie zij nu nog vertrouwden in de Wetstraat of wie zich nu ongeloofwaardig zou hebben gemaakt voor hen. Geen enkel woord is er tot hier toe over gevallen. Behalve iemand die min of meer te kennen gaf op het Vlaams Belang te stemmen. Altijd even schrikken om een blokker tegen te komen (en dat wil ik zo houden), maar misschien blijft het daarom stil op dit front. Misschien sprak men vroeger niet enkel over politiek maar vocht men er tevens om, dat valt niet uit te sluiten. Dan hou je het beter bij gezellige gespreksonderwerpjes, zoals daar zijn: Tien Om Te Zien, ronde van Frankrijk, campings, kaartspelen,… The usuals, helaas. Daarnaast zou het ook kunnen dat het gewoon klopt wat sommige analytici al een tijdje schrijven maar wat ik nooit heb willen geloven: de man op de straat is niet meer geïnteresseerd in politiek. Hij heeft het opgegeven. Dat leek mij zo onlogisch, omdat het nu – op de eindeloze stroom van na- en voorbesprekingen na (behalve Tim Pauwels!) – interessanter dan ooit is. Politiek op het scherpst van de snee, of zoiets. Niet dus.

Wat de burgerlijke middenklasse ook opviel, is hoe directer die mensen met elkaar omgaan. Bijnamen als den dikke en Hitler zijn dan waarschijnlijk (hopelijk, in het laatste geval) niet al te serieus op te nemen, maar ook tekenend. En zoveel seks. Dat was misschien wel het verrassendste. Wie onderwerpen zou gaan turven, zou waarschijnlijk de helft van de streepjes in die categorie moeten strepen. Niet dat er erg uitgebreid gerecenseerd wordt hoe het er de avond daarvoor aan toe is gegaan – zoveel wordt er ook niet bij De Post afgeneukt – maar ellenlange besprekingen over wie ze willen, wat ze willen en hoe ze het willen. Quoteringen van collega’s die naast hen met de pensioenen in de weer zijn, dat soort dingetjes. Fijn te weten dat ze dat dan toch nog hebben, maar nu vijf minuten van die quatsch verlang ik alweer naar het kutgedicht van Deelder.

Verder heeft het mijn hele ronde geregend. Hoewel dat bij postbodes in een bepaald type film zowat rechtstreeks aan seks wordt gelinkt, heb ik daar maar weinig van mogen ondervinden. Zo heb ik ook nog geen enkele reactie voorbereid voor als een desperate huisvrouw blijk zou geven zich eens te goed te willen doen aan mij. De schadevergoedingen achteraf neem ik dan alvast als gouden handdruk.

“Hela hola houd er de moed maar in,” kwam vandaag meer dan twintig keer in me op. Is that a good or a bad thing?

Geen opmerkingen: