Ik heb de postbode altijd iets erudiets aangegeven. Een reden had ik daar niet meteen voor, maar iemand die de post in de juiste bus wist te steken (en dat elke dag opnieuw!) kon toch niet van gisteren zijn. Nu weet ik dat de meeste van mijn collega’s het woord erudiet waarschijnlijk niet kennen en dat toen iemand de eerste dag het grapje maakte dat we precies op een beschutte werkplaats zaten, hij akelig dicht bij de waarheid zat. Ik spreek geen waardeoordeel uit, ik stel enkel vast. Helaas.
Het afgrijselijke begin van dag twee evenaren, was moeilijk, maar de medestudent die ik gisteren wat lichaam betreft nog de hemel in prees deed een moedige poging. Dat had er alles mee te maken dat ik hem vandaag voor de eerste keer een volzin hoorde vormen, of ook daar poogde hij toch moedig naar. Los van zijn mateloos irriterende stem (dat zeg ik nogal vaak) en zijn ietwat beperkte spraakvermogen, dreef wat hij te zeggen had me het meeste de kast op. Dit werkje was het makkelijkste wat hij tot nog toe al had gehad, vond hij nodig te verkondigen om zes uur ’s ochtends tegenover ik die mezelf in leven probeer te houden met enkel een kop koffie voor handen. Ik ben misschien een dramahoer, maar zoiets doe je niet. Wat hij daarna nog dacht te moeten zeggen over hoe erg het wel niet bij de vuilkar was of een groentewinkel waarin hij van zeven tot zeven stond, ging als ruis mijn hoofd in. Daarentegen probeerde ik met een andere jobstudente een gesprek aan te knopen over de tweedehands boekenwinkel De Slegte, zodat hij door zou hebben dat hij met mij een aanstellerige kunstnicht had getroffen. Hij kon zijn praatjes maar beter voor iemand anders sparen, was de boodschap die ongetwijfeld niet aankwam. Dit ochtendlijke gesprekje, dat ongetwijfeld voor smalltalk doorging, had een ongelofelijke invloed op hoe ik zijn lijf de komende uren zou bekijken. Mijn interesse voor dat aspect was in no time als sneeuw voor de zon gesmolten, en ik kon dus naar hartelust afgeven op andere postbodes die vandaag uitgebreid de cupmaten van hun klandizie bespraken.
Vandaag stond helemaal in het teken van ik die zoveel mogelijk zelf doet. Enkel omdat mijn compagnon (ik zoek al een tijdje een ander woord, maar vind niets) vanaf vier uur ’s middags ergens te lande een taverne moest gaan openhouden, wilde hij me nog wel wat helpen. Dat die hulp broodnodig was, behoeft geen commentaar. Omdat het echter wel was voorgesteld alsof ik alles zelf deed, heb ik aan deze dag de illusie overgehouden dat het me volgende week, alleen, wel zal lukken. Soms schiet zo de gedachte zelfs door mijn hoofd dat ik ook zonder hulp nog voor de klok van twee binnen kan komen, wat absurd is. Dat maakt wel dat het idee waarmee ik deze ochtend wakkeer werd – vervroegd er de brui aan geven en met het alreeds gemaakte geld gaan lopen – weer even uit mijn hoofd verdwenen is.
Deze middag verkeerde ik overigens zowaar in feeststemming. Dankzij de uit eigenbelang aangeboden hulp van mijn helper (nee, toch maar niet) begon mijn vrije middag al erg vroeg. Die kon sowieso later uitlopen dan normaal omdat ik morgen – Kom dat zien! Kom dat zien! – een dag theorie heb. En theorie begint nu eenmaal later dan praktijk. Dit zeldzame interbellum kwam in een zee van vrijheid als een golf van euforie over me heen. Nichten, ook kunstnichten, zetten het op dat soort momenten op een winkelen, zeker als ze net daarvoor nog geld waren aan het verdienen. Ik kocht mijn hele dagloon op aan boeken en cd’s, wat een tot hier toe blijvende vrolijkheid veroorzaakt. Hopen dat die blijft, hoewel die hoop wel erg ijdel is. Dramahoer, ik zei het al.
Verder bliksemde het vandaag ook, zoals voorspeld, wat sommige mensen ongetwijfeld erg spannend zouden vinden.
woensdag 2 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten