De voorvoorlaatste dag. Hoewel er veel van werd verwacht, bleek die idee nihil effect te hebben op de geest. Het was dan ook een relatief zware dag, zeker vergeleken met de voorbije etappes. Dat nog twee keer, zou ik nooit overleven, zat ik maar de hele tijd te denken. Nefast voor de feestvreugde. Daarvoor had ik het nochtans erg fijn gehad met de postmeester. Ik was zijn maat, hoorde ik hem door te telefoon vertellen, in vijf jaar kon hij van mijn een perfecte facteur maken. De zekerheid het niet ver te kunnen schoppen in het postwezen, is nog steeds een welgekomen troost.
Na bijna vier weken dagelijks op dezelfde plek te zijn verschenen, bouwt iedereen een reputatie op. Men weet nou wel een beetje wie je bent, wat je kan, en in mijn geval vooral wat je niet kan. Eindelijk moeten zo de meeste postbodes uit E. hun stereotiepe kijk op mijn en de andere jobstudenten laten varen. Voor sommigen ben ik nu al meer de nichterige lul dan student, een pak dat ik met veel meer graagte aan trek. De ideeën die zij over studenten hebben, zijn dan ook niet van de poes. Te begrijpen ook. Tijdens de zomermaanden, als postbodes amper wat om handen hebben, komen er plots jongens en meisjes opgedoken die tegen een grotere vergoeding dan die jij na jaren noeste arbeid krijgt, hetzelfde werk denken te kunnen. Daar gaat je beroepseer. Elke fout die een student zo maakt, wordt met een vergrootglas tegen het licht gehouden en uitgebreid geëtaleerd voor het hele kantoor. We mochten zeker niet denken dat we het even goed als hen deden, was het idee daarachter. Helaas had die strategie een nogal middelmatig effect op mij, aangezien ik van de eerste dag mijn gebrek aan talent maar wat graag in de verf zette. Minachting werd vermoed. Zo krijg je postbodes die vermoeden dat er op hen wordt neergekeken door mensen waar ze vaak zelf op neerkijken. Dat creëert een sfeertje waarin om ter hardst op jobstudenten werd afgegeven, hetzij door ze openlijk in het gezicht uit te lachen, hetzij door ze luidkeels te imiteren of wat dan ook. Ik giechel nogal veel, moet u weten, en dat doe je makkelijk na.
Interessant daar aan waren de jongere postbodes. De oudere generatie had het niet voor ons, dat was klaar. Van de nieuwelingen zou je daarentegen verwachten dat een deel van hen aansluiting bij ons zoekt. Wij hebben meer raakpunten met postbodes van vijfentwintig jaar dan hun (veel) oudere collega’s, zou je denken. Toch waren zij het die misschien wel de gemeenste opmerkingen maakten. Zij lieten, relatief gezien allemaal, geen kans onbenut om ons en plein public onderuit te halen. Dat bleek namelijk een erg makkelijke manier om hun positie in de groep te verbeteren, die ze sowieso met hun jonge leeftijd nog moesten zoeken en vinden. Vreemd, vond ik dat dan weer. Waren de habitués echter al vertrokken, tonnen ervaring en wijsheid achter zich aan slepend, gingen de allernieuwste postbodes zich tegenover ons gedragen zoals je van andere jongeren zou verwachten. Er werd zowaar gepraat over dingen waar jonge mensen over praten, geloof ik.
Veel is het niet. Een verschijnsel dat vaak voorkomt, en van ver al te voorspellen valt, toch alleszins waar de mens in groep geacht wordt samen te werken. Dat maakt het eng. Alle mechanismen die optreden in een groep samen, werken bijzonder verstikkend voor de geest. Je wordt haast gedwongen dingen te doen waar je je als individu niet per se in kan terug vinden. Dat is een van de redenen waarom ik er alles aan zal doen om niet op een plek als het postkantoor van E. terecht te komen. Je hele carrière slijten in een groep mensen waar jij er geen enkele van mocht kiezen, is bijzonder gevaarlijk voor de menselijke geest.
woensdag 23 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten