dinsdag 1 juli 2008

Op de post (2)

Dag twee. De dag dat het beseft doordringt dat wat je gisteren doormaakte niet iets was zoals een bezoek aan een overdruk Tate Modern of het bekijken van een afgrijselijk slecht toneelstuk. In plaats van na die ervaring de volgende dag wat anders te gaan doen, komt het er op uit dat je binnen vierentwintig uur weer met net hetzelfde bezig bent. Dat is even wennen. Naast deze gedachte viel het begin van mijn dag ook samen met de mededeling dat De Post geen Vlaamse feestdag viert. Tot daarvoor was het vooruitzicht op twee (betaalde) feestdagen een van de weinige dingetjes die me staande hielden. Eentje moest geschrapt, dat is geen pretje.

Waar veel mensen samen komen, hangt seks in de lucht. Hoe contradictoire dat ook mag klinken, het gaat eveneens op voor ween postkantoor. Te beginnen met de kaartjes van blote mannen die degene die ik vervang op haar werkplek heeft opgehangen. Een vreemde ondervinding was dat. Jammer dat ik in de door haar ongetwijfeld vakkundig uitgekozen lichamen niet echt mijn gading vind, maar het valt niet uit te sluiten dat dat alles met schroom te maken heeft en ik alsnog in week drie verpozing kan vinden in de aanblik van blote mannen. Tegenover gisteren is er weer een jobstudent bij gekomen, een lijf dat bij mij wel in de smaak valt. Het is droef vast te stellen hoe veel macht hormonen over een (jonge) mens hebben. Elke keer als ik voorbij hem moet, wring ik me in een glimlach of een viriele tred, hoe uitgeput en futloos ik me dan ook al voel. Desalniettemin, hoewel het geen feestdag is houdt het me aardig op de been. Voor me dit bij mezelf opviel, had ik me nog ledig gehouden met me te irriteren aan de andere, oudere mannen daar aanwezig, meer bepaald de gesprekken die ze over het andere geslacht voerden. Over losse bloesjes van vrouwen die ze onderweg tegenkomen, over hun eigen vrouwen die niet willen, over collegae die ze ook wel willen; zo plat, voorspelbaar en leeg. Toen mijn compagnon de route me wees op een vrouw ‘die er wel mocht zijn’ glimlachte ik maar een beetje in het ijle. Maar ik ben dus geen haar beter, leerden we vandaag nog maar eens.

We kregen allemaal een wafel. Daaruit moet maar worden besloten dat postbodes blijkbaar als kinderen worden behandeld, hoewel ik op dat moment vooral simpelweg blij was met dat zoets. Ik vraag me zo ook af hoe het moet zijn om een jongetje als ik na een week van opleiding al gelijkwaardig werk te moeten zien doen als jij. Mijn ego zou er alvast niet tegen kunnen. Ik hoopte daarom misschien te kunnen verwachten dat mijn collega’s het zouden appreciëren als ik er niet al te veel van terecht bracht, maar die vreugde blijft vooralsnog uit. Ik denk dat mijn leermeester mij vandaag is gaan haten. Voor mezelf noteer ik nogmaals het belang van hogere studies. Die zullen me moeten vrijwaren van dat soort ervaringen, hoewel ik niet per se van plan met later erg gesofisticeerd werk te zullen uitvoeren, maar studenten moeten ze me alvast niet aansmeren.

Morgen gaat het regenen volgens de weerberichten. Ik kan me vanavond dus nog bezig houden met de keuze tussen het overdreven warme weer van vandaag of de regen van morgen. Bij dat laatste moet ik meteen aan papier maché denken, wat vrolijk stemt. De miserie zal er daarom niet minder op worden natuurlijk, als je vier uur zeiknat buiten moet verblijven. Ik nam me wel voor om als het heersende weertype het toelaat, en men mij opzadelt met een eigen ronde, zonder hulp, een schrijfblok mee te nemen om onderweg gedachten te noteren. Het zal een van de vele wanhoopspogingen worden om de uren die ik als postbode slijt enige inhoud te geven zodat de tijd weer iets sneller tikt, maar veel zal het wel niet baten. Daarvoor moet ik overigens eerst aan volgende week maandag raken, wat in mijn hoofd verre van zeker lijkt, en mijn opdracht op een zeker niveau en tempo kunnen uitvoeren. Anders zullen de tranen mij nader staan dan de volzinnen. Ik ben een miet en ik weet het.

Geen opmerkingen: