zaterdag 3 januari 2009

Relance

Vaste prik op de eerste januari: Geert Hoste missen. Anderhalf uur moeten luisteren naar een stroom van flauwiteiten en andere rotzooi, is geen pretje. Het verpest je hele jaar, is een gedachte die maar moeilijk te onderdrukken valt bij het onverwacht geconfronteerd worden met een trailer. Die traditioneel eerste hindernis nam ik alvast met glans, in tegenstelling tot het nieuwjaarsconcert dat ik ondanks krek dezelfde argumenten elk jaar weer omarm. Dit jaar moesten we ons echter niet enkel door deze leute sleuren, maar viel er ook een openingsdebat voor de nieuwe regering uitgezeten. Een betere manier om een kater uit te soezen, bleek moeilijk te vinden.

Op enkele punten na verschilde het stuk niet erg veel van degenen die al werden opgevoerd rond Verhofstadt III en Leterme I. Verandering van spijs doet eten kan je niet eeuwig blijven uitdrukken. In die zin zat er meer drama verscholen in de scene waar Leterme zijn zestien in de Wetstraat voor het oog van een horde camera´s en fotografen moest doorgeven aan Herman Van Rompuy. Dat deed aanzienlijk veel pijn, en zo hoort het maar net. Het enige wat ons gegund werd tijdens de eerste officiĆ«le werkdag van de nieuwe premier was een Inge Vervotte die zich zo diep in haar loopgraven bleek te hebben ingegraven dat ze pas net voor de stemming binnen kwam gewaaid om de nieuwe regering dan toch maar het vertrouwen te geven. Hoewel ook Jo Vandeurzen, die er nog steeds bij zat als een geslagen hond, er best mocht wezen. Ook mijn gelukwensen voor het nieuwe jaar heb je, beste Jo. Le nouveau CD&V est disparu, en ook zo hoort het maar net.

Wat de hele tijd misschien wel het meeste in het oog sprong, was de meerderheid. Ze klappen, juichen en ovationeren voor elkaar alsof het een lieve lust is, hoewel iedereen weet dat ze elkaar niet kunnen luchten. Droevig schouwspel. (De PS leek echter vandaag al aan de oppositie te zijn begonnen, of dat zou aan de immer knerpende tolk moeten liggen.) Daarentegen weigerde overigens de christendemocratische fractie vorig jaar rond deze tijd de handen op elkaar te brengen voor Guy Verhofstadt. Los daarvan kwam het zieligste moment misschien wel van Bart Tommelein. Nadat hij nog maar enkele momenten geleden samen met zijn liberale (en dus christendemocratische) makkers had zitten ginnegappen met een Peter Vanvelthoven die zich had laten strikken voor een taalkundig foutje, weigerde hij de microfoon te openen na een persoonlijk aan hem gestelde vraag. Na even onwennig polshoogte te hebben genomen bij zijn collega Verherstraeten, kwam hij niet verder dan een vaagheid die inderdaad door de band enkel aan tsjeven zou worden toegeschreven. Dat ging over de bankencommissie, die nog als een rode draad door het hele debat zou blijven lopen.

Verder viel vooral op hoe snel een parlement weer in de plooi kan vallen. Waar twee weken geleden de pleuris leek te zijn uitgebroken, had iedereen zijn gepaste rol alweer opgenomen. De – Ja, hoe zullen we het noemen? – populistische oppositie voerden hun nummertje op zoals we ze het inderdaad al twee keer eerder hadden zien doen. Toen beter, overigens. Annemans noch Dedecker wisten een zinnetje te formuleren wat het onthouden waard was, wat mij op deze tweede nieuwjaarsdag bepaald niet hoopvol stemde. De – tja – andere oppositie bracht het er daarentegen beter vanaf. Hoewel zij het meestal laten bij suffe aan- en opmerkingen (wat bij de sp.a ligt aan een gebrek aan goed politiek personeel, bij Groen! aan de ideologie), maakten zij deze keer een goeie beurt. Ook dat stemt droef. Als de sp.a, die tegenwoordig toch steeds een gaatje probeert open te houden om alsnog de zittende regering bij te kunnen passen, noemenswaardige kritiek uit, hebben we een echt probleem.

Dat probleem heet de naderhand welbekende onderzoekscommissie. Een dermate onduidelijke term waar iedereen naar eigen goeddunken zijn gang mee kan gaan. Aangezien ik geen jurist ben, en er ook geen in loondienst heb rondlopen, kan ik enkel maar gissen naar waar de waarheid nou precies ligt. Wat alvast vast staat, is dat er eentje komt. Aangezien die zekerheid al langer in de lucht hing, leken mij de zaken geregeld. Toen Thyssen begon over dat het geen politiek tribunaal mocht worden, vroeg ik mij dan ook (oprecht) af wat het mens daar in godsnaam mee bedoelde. Wel, kijk. Je hebt onderzoekscommissies zonder experts, met experts en parlementsleden en enkel met experts. Die laatste optie, waar nu door de meerderheid voor wordt geopteerd, is er eentje waarbij parlementsleden van het recht worden onthouden om vragen te stellen aan de betrokkenen. Daar ga je dan, als parlementaire democratie. De studiedienst van Dedecker, die waarschijnlijk staat te springen om al het mogelijke boven te spitten, mag zo enkel conclusietjes trekken uit het voor hen opgestelde rapport. Hoewel Servais Verherstraeten (die zijn arrogante toontje overigens weer helemaal terug had) in het protest van de oppositie daaromtrent, een teken van angst zag, lijkt dit een omstandig geformuleerde schuldbekentenis. Echter bewijst de kraakverse parlementsvoorzitter dat Dedecker en zijn kornuiten haast armslag hebben. Hoewel velen zijn ontslag eisten, maakte Patrick Dewael deze week een numerieke promotie. Er zou dus niets te vrezen mogen vallen voor zulke commissie, zeker mocht er geen stront aan de knikker zijn. Het ook bij mij ingevallen fatalisme, beweert daarentegen al een tijdje samen met Mevrouw Thyssen wat anders.

Geen opmerkingen: