Nu de kerstvakantie voorbij is, lijkt het studeren pas echt van start te kunnen gaan. Eerst moest er een jaar afgemaakt worden, net als Yves Leterme, en een ander jaar op gang getrokken, net als de oorlog in de Gaza-strook, wat mij als goedgeïnformeerde burger een schijnbaar voltijdse bezigheid gaf. Ook opgelegde vrolijkheden kosten tijd en energie.
Dat is nu allemaal voorbij. Zoals de meesten ´s morgens naar het werk of school vertrekken, wordt er van mij verwacht een dagtaak te hebben aan het inventariseren en stockeren van kennis. Vreemd gevoel. Vooral omdat de te kennen leerstof gedicteerd wordt van bovenaf, en lectuur die mij best interessant lijkt, uitgesloten blijft van enige latere quotering. Om maar te zeggen dat de revolterende fase mij alles behalve ongemoeid laat. Sinds deze ochtend heb ik die echter achter me moeten laten. Nu enkel drie nachtjes slapen mij nog scheiden van mijn eerste examen op universitair niveau, voelt het plots allemaal aan alsof het menens is. Waar ik me tot voor kort nog wel eens een hele avond in een boek (teevee) kon verliezen, of de ochtend schaamteloos kon doorbrengen met enkel en alleen een weekendkrant en een kop koffie (dagteevee), klinkt dat nu allemaal als oeverloos tijdsverlies in de oren. Er moet aan een toekomst gewerkt worden, en snel.
Dat is natuurlijk niet de eerste keer. Als je niet oppast, ben je de hele tijd aan je toekomst aan het werken, en dat kan natuurlijk ook niet de bedoeling zijn. Vorige examenreeksen deden al wel ongeveer hetzelfde vermoeden. Bekende patronen grijpen zo om zich heen om de situatie onder controle te krijgen. Ik sta zo bijvoorbeeld haast elke ochtend op met I´m still standing van Elton John. Niet omdat ik dat een geweldig nummer vind (oh jawel), maar omdat ik het blijkbaar nodig heb om elke ochtend weer het geloof in eigen kunnen te herwinnen. Als die bebrilde nicht er in slaagt de boel een beetje aan kant te houden binnen zijn eindeloos gedramatiseerd leventje, moet dat deze bebrilde nicht toch ook wel lukken. De resterende uren waarin ik wakker dien te blijven, worden opgeluisterd door het ultieme beste van Prince, Mika en – wel heb je daar – Alcazar. Abba bleef vooralsnog buiten schot. Als ik die namen achter elkaar zie staan, voel ik me wel verplicht om MNM een dezer dagen op te zoeken. Niets is nog zeker in dit soort perioden. Alles doe ik eraan om niet te worden bloot gesteld aan melancholische, laat staan droefgeestige muziek, waarmee ik mezelf van m´n melk kan brengen. Daarmee ben ik als gevoelsmens in hart en nieren al snel een hele avond kwijt.
De malaise op andere domeinen is er niet minder om. Mijn literaire activiteiten beperken zich tot het zeulen met allerhande boeken van de ene naar de andere kamer. Ik stapel, bepotel en herschik ze als nooit tevoren om toch maar het idee te hebben met literatuur bezig te zijn. Af en toe slaag ik er nog in enkele paginaatjes te lezen zonder me daarna berispend te moeten aanspreken, op voorwaarde dat ik een duidelijke link met een lessenreeks kan formuleren. Erwin Mortier moet daarbij sneuvelen, Ludo Abicht blijft tot hier toe overeind.
Om van de beeldende kunsten nog maar te zwijgen!
Maar ik blijf dus overeind. In die drie weken die ik zowat helemaal in dezelfde joggingbroek doormaakte, heb ik me nog geen enkele keer met het noodlot vereenzelvigt. Dat kan volgens mij alleen maar te danken zijn aan de onvolprezen Iced Tea van de Aldi. We hebben het hier dan wel over de oorspronkelijke citroensmaak en niet over die afschuwelijk perzikvariant waarmee deze supermarktketen het succes van haar sterproduct hopeloos probeert te evenaren. Aangeleverd in bussen van anderhalve liter, en liefst koud maar niet ijskoud geserveerd zodat de doordrinkmogelijkheid die wordt geschapen door het gebrek aan bubbels overeind blijft. Zolang deze godendrank beschikbaar is, lopen mijn universitaire studies geen gevaar.
dinsdag 6 januari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten