Louis Tobback liet zich donderdag in Ter zake op een manier zien zoals we hem nooit eerder zagen. Telkens als hij zich voordien kwaad maakte, was het met veel plezier en bravoure. Als hij mocht spreken over zijn voorspelling al zou paars bont en blauw eindigen, zag je zijn pretoogjes steeds weer oplichten. Daar was vanavond niets van aan. Tobback was kwaad. Hij kon zijn woede maar moeilijk verbergen toen hij voor de eerste keer zijn loyauteit tegenover zijn voorzitster op losse schroeven zette. De naamsverandering die zij dezer dagen probeert door te drukken, deed hem gewag maken van een eventueel vertrek. Als Louis Tobback zeer heeft, steekt er wat.
Bert Anciaux (een wildvreemde, noemde Tobback hem) wist met zijn komst naar de sp.a het hele hok op te poken. Aangezien hij zich geen socialist voelt, wilde hij de naam veranderd zien vooraleer er van volwaardig lidmaatschap sprake kon zijn. De gretigheid waarmee Gennez op deze vraag is ingegaan, zegt veel over de bloedarmoede die heerst bij de vooralsnog socialistische partij. sp.a, socialistische partij anders, werd speciaal voor Anciaux en afgeleiden omgedoopt tot socialisten en progressieven anders. Veel graten zag de voorzitster daar niet in aangezien de ondertitel – sociaal progressief alternatief – al enige tijd enkel vermeld staat. De top had de illusie een socialistische partij te zijn al een hele tijd opgegeven, en moest ongetwijfeld verbaasd vaststellen dat deze term bij de leden nog wel leefde. Het leek de voorzitster voldoende deze wijziging op het partijbestuur te ratificeren in plaats van er een heus congres voor bij elkaar te roepen. Sinds haar nederlaag bij de voorzittersverkiezingen voelt zij dan ook een reële angst voor haar basis. Overigens was die ledenraadpleging ook formeel niet nodig, aangezien er aan de lettercombinatie niet wordt geraakt. Of hoe letters bij de sociaaldemocraten meer betekenen dan woorden.
De komst van Anciaux liep sowieso al niet erg gesmeerd. Leek de sp.a eindelijk weer een minimum aan duidelijkheid te kunnen voorleggen door haar malle kartelpartner af te stoten, halen ze het boegbeeld ervan aan in eigen rangen. Hoewel hij zichzelf geen socialist vond. Hoewel hij (volgens Mia De Vits) smalend deed over vakbond en mutualiteit. Ook freddy Willockx kan hem luchten nog zien. Het heeft hem eveneens nooit de zin doen beseffen van een eigen gedachtegoed te ontwikkelen, Anciaux had nou eenmaal zijn handen vol met de ministerspost waarmee hij door de jaren heen is vergroeid. Progressieve frontvorming, heet dat bij Gennez. Platvloers opportunisme is een meer precieze omschrijving.
In naam van die heilige koe heeft Gennez (en haar drie voorgangers – Janssens, Stevaert Vandelanotte) de hele sp.a uitgehold tot de club loftsocialisten die het vandaag is. Een vage bedoening die er vooral erg goed moet uitzien. In de vrije tijd wordt er af en toe nog eens over gelijke kansen gewauweld. Het lot van de meeste sociaaldemocratische partijen in Europa. Op zich is daar niets mis mee. Het mantra mag dan wel frontvorming zijn, de sp.a is simpelweg geen socialistische partij meer, en dat moet iedereen onder ogen zien. Wat over blijft is een centrumlinkse partij waar heus nog wel wat mee te bezeilen valt, maar wie zijn socialistische idealen er denkt te kunnen botvieren is eraan voor de moeite. Even wennen is het wel. De zoektocht naar die nieuwe stand waarin de sp.a zich wil bevinden, gaat niet over rozen. Zeker nu de controle die Stevaert wist te behouden, volledig verdwenen is. Patrick Janssens kan bijvoorbeeld zonder enige weerstand van Gennez een hoofddoekenverbod doordrukken in zijn stad, hoewel het er alle schijn naar heeft dat de partij tegen is. Ook Frank Vandenbroucke volgt zo al een tijdje geheel zijn eigen koers. Pijnlijk schouwspel. Een nieuwe tijd is aangebroken, maar totnogtoe enkel zichtbaar in nietszeggende vaagheden en vlijmscherpe tegenstellingen.
Deze evolutie jaagt al decennialang kiezers van de socialisten naar het Vlaams Belang. Dewinter is niet vies om zijn handen vuil te maken, om niet te zeggen dat hij niets anders kan. Bij de sociaaldemocraten hokken ze liever samen met al even nietszeggende kunstenaarstypes. Een partij die ooit gevochten heeft voor de kansen van de stakkers in de samenleving, lijkt nu bang te zijn voor haar eigen achterban. Dankzij een doorgedreven marketingdenken dat met de intrede van Janssens komaf maakte met de oude socialisten, en bovendien tijdelijk bijzonder succesvol was, werd de verantwoording naar de leden toe ook minder prioritair. Zolang er overwinningen werden geboekt, was iedereen tevreden. Daar moest wel eens wat voor geslikt, maar niemand wilde de pret drukken. Nu de sp.a op een historische dieptepunt zit, wordt er naarstig naar schuldigen gezocht.
De voorzittersverkiezingen was hiervan om tweeërlei redenen een schrijnen voorbeeld. Eric De Bruyn haalde toen als kandidaat dertig procent van de stemmen, hoewel hij uit de gehele duisternis leek te zijn opgestaan. Het zegt wat over hoe een substantieel aantal leden desperaat op zoek is naar vernieuwing, en zich niet meer thuis voelt binnen de partij. Evenveel zegt het echter wat over de onkunde van de partijtop om daarmee om te gaan. Gennez weigerde elke debat met De Bruyn en mat zich daarmee dictatoriale trekjes aan. De prominenten weten niet meer hoe ze met hun basis dienen om te springen. Verbazingwekkend is dat bepaald niet. De nieuwe sp.a van Janssens en Stevaert kraait met de wind mee. Ideologisch werden de fundamenten al een hele tijd vervangen door marktonderzoek. De restanten van de ouwe strijd om werkelijke gelijkheid die in het ledenbestand te vinden zijn, kunnen enkel nodeloos amok maken. Zie daar Louis Tobback.
De nietszeggende woorden en termen die sp.a´ers daarom hanteren, kwestie van vooral geen potentiële kiezers voor de borst te stoten, zouden nog steeds het begin moeten zijn van die niets ontziende progressieve frontvorming. Geheel in de geest daarvan roept Walter Pauli de socialisten zo donderdag in zijn (enkel progressieve, al lang niet meer socialistische) krant op tot een meer open geest. Socialisten moeten beseffen dat er meer mensen ter linker zijde werkzaam zijn dan enkel socialisten. Geen enkel zinnig mens die dat ontkent. De vraag of deze zich bij een socialistische partij moeten aansluiten, is een ander paar mouwen. Pauli raakt in deze niet verder dan degenen die dat niet inzien als bekrompen weg te zetten, maar veel helpt hij daar de zaak niet mee vooruit. De sp.a moet zich daarvoor eerst afvragen wat voor partij ze nu eigenlijk wil zijn. Als ze inderdaad dat progressieve front willen vormen en daarmee een klare ideologische lijn aan de kant zet, moet Anciaux met open armen worden ontvangen. Als het op vaagheden aankomt, voelt die man zich een vis in het water. Willen zij echter een socialistische partij blijven, wat uitsluit dat je ook enkel progressieven huist, voor een ideologie moet er nou eenmaal worden gekozen, blijft hij beter weg. De top maakte deze keuze al langer geleden dan vandaag, de basis blijft verweesd achter.
Deze interne strijd hoeft daarom niet slechter uit te draaien voor de linkerzijde. De sp.a blijft de sp.a, waar die letters ook voor staan. Voor de ene is het een sociaal progressief alternatief, voor de andere een stadspartij, zoals Janssens de letters binnenkort denkt te kunnen gebruiken. (Hij krijgt het woord socialisme al een hele tijd niet meer over de lippen.) Ideologisch is dit zootje een lachertje, maar zoals de sp.a enkel jaren geleden bewees is dat geen doorslaggevend argument tegen een verkiezingsoverwinning. Sowieso zal deze partij steeds een potentieel aantal kiezers kunnen behouden, hoe graag mensen haar ook zouden zien verschrompelen tot onder de kiesdrempel. De partij bestaat uit sociaaldemocraten, en de socialisten verlaten het schip. In perfecte omstandigheden (Nederland, Duitsland en nu ook Frankrijk) ontstaat er zo een nieuwe socialistische partij die rode gedachten nog wel enige waarde toeschrijft. Ook deze partij heeft potentieel. In tegenstelling tot wat velen denken zou zij vooral bij het VB stemmen halen, en niet bij sp.a. Aan kiezers is iedereen die weg wilde al lang vertrokken, enkel bij de leden knaagt een emotionele band.
Helaas zit het venijn in de staart. Er moeten mensen bereid zijn deze beweging op gang te trekken. Even leken enkele in wezen communistische partijen daartoe in staat, maar als het hen al niet aan talent ontbrak dan wel aan media-aandacht. De enige optie lijkt zo een Eric De Bruyn te zijn die geheel op de wijze van Jean-Marie De Decker de partij met slaande deuren verlaat en een eigen initiatief neemt. Hij lijkt daartoe in staat, maar weigert manifest. De Bruyn wil zijn ideeën binnen zijn oorspronkelijke partij kwijt kunnen, en niet vluchten. Deze redenatie, die in se veel meer bekrompen is dan wat Pauli daar denkt te schetsen, omdat hem dat nu eenmaal nuchter bekeken niet gaat lukken, zou wel eens veel schadelijker kunnen zijn voor links dan de wartaal die Gennez de voorbije maanden uitslaat. De Bruyn staat daarvoor te ver van zijn huidige partij af. Hij is het niet enkel op sociaaleconomische thema´s oneens, maar wil ook op een andere punten (nultolerantie voor druggebruik, hoofddoekenverbod,…) een omslag. Denken dat je omdat je de voorzittersverkiezingen nipt verloor, een hele partij naar je hand kan zetten, geeft weinig kans op slagen. De Bruyn moet weg bij zijn partij die zijn partij al lang niet meer is, maar is te bang om zich op glad ijs te begeven. Daarmee brengt hij de sp.a niet enkel veel schade toe, maar laat zijn kiezerspotentieel dat er dankzij crisis en kapitalisme danig op achteruit gaat in de kou staan. Aangezien we van de poldernazi´s niet meteen iets constructiefs moeten verwachten, wordt er momenteel door niemand naar hen omgekeken. Of hoe Vlaanderen maar blijft wachten op de werkelijk socialistische partij waar het recht op heeft.
En zelfs al komt die er ooit, is het helaas voor Louis Tobback te laat. Hij zal de overstap nooit maken en is gedwongen zijn partij en idealen ten onder te zien gaan. Dat doet pijn, veel pijn.
vrijdag 16 januari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten