zaterdag 31 januari 2009

Geschoten wild

Boven de Moerdijk rolt iedereen nu al meer dan een week vechtend over straat over of Geert Wilders nou wel of niet vervolgd dient te worden. Per definitie een achterhoedegevecht is dat, want de aanleiding was een beslissing van het Amsterdamse gerechtshof om Wilders wel degelijk te vervolgen. Het is dus eigenlijk vooral uitkijken geblazen naar het proces dat hier ontegensprekelijk op moet volgen. Aanvoerders in de discussie die onverminderd verder raast zijn Joost Zwagerman, die zich geen betere publiciteit voor zijn nieuwste pamflet kon verbeelden, en Gerard Spong, die altijd in is voor eigen publiciteit. De eerste ziet in deze zaak een onheilspellend voorteken dat een hele rits soortgelijke processen aankondigt, de tweede wil Wilders indien nodig in de cel.

Als Vlaming zijn wij in deze materie allen natuurlijk ervaringsdeskundige. Jarenlang werd er hier gepalaverd over een eventueel proces tegen het racistische Vlaams Blok. Na die uitputtende bezigheidstherapie en het effectieve proces dat daarop uitdraaide, werd er aan de uitspraak geen enkel gevolg gegeven. Het Vlaams blok werd, geheel volgens de verwachtingen, veroordeeld voor racisme en discriminatie, veranderde van naam en de kous was af. Geen enkele politicus had zin om met de uitspraak van het hof in de hand de financiering voor die partij stop te zetten, laat staan hieruit filosofische gevolgtrekkingen te maken omtrent het publieke debat. Dit voorbeeld indachtig, kunnen sommige Nederlanders die van het aankomende proces verwachten nieuwe bakens wat betreft de vrije meningsuiting te zien worden uitgezet, wel inpakken. Veel uit te zetten valt daar ook al niet meer. Alles mag en kan, is het niet door Wilders himself dan wel door zijn achterban op een spuuglelijk internetforum. Zij gaan hun mond niet houden omdat De Grote Leider moet brommen, tenzij om te rellen. Het weerhoudt de intellectuelen er niet van om, na allen vanzelfsprekend te hebben aangegeven het hartsgrondig oneens te zijn met Wilders, erg zwaarwichtig te doen over deze zaak. Vorig jaar rond deze tijd hadden we het dan ook allemaal druk met de voorbesprekingen van Fitna, en het gat dat die teleurstellende prent sloeg moet toch door iets worden opgevuld. Meer dan een hopeloze poging om oprukkend populisme tegen te werken kan je het helaas niet noemen.

Filip Dewinter mocht vorige week in een iets te groot uitgevallen interview in Knack zelf de analyse maken. Hoewel hij en zijn partij de afgelopen decennia niets aantoonbaars hebben bereikt, wisten zij wel de onvrede in de Vlaamse samenleving niet enkel te recupereren maar ook te kanaliseren. (Ook het feit dat een groot deel van links de bekrompen oogkleppen van extreemrechts heeft overgenomen, beschouwt hij als een verwezenlijking) Zonder Dewinter en zijn kompanen, had de sfeer in Vlaanderen wel eens danig kunnen radicaliseren, met alle gevolgen van dien. Een moskee wordt hier tegenwoordig dan ook per definitie beschouwd als een aanfluiting van al onze Westerse normen en waarden, waar de meeste proteststemmers zelf overigens vaak niet erg hoog mee oplopen. En valt makkelijk te slopen, want deze krijgen in tegenstelling tot synagogen geen verdedigende betonblokken (G*d kan nou eenmaal niet alles regelen) voor de deur. Het Vlaams Belang groepeert de protestgevoelens en geeft ons de kans ze te plaatsen en er indien mogelijk rekening mee te houden, wat misschien wel in een maatschappij waar de burger steeds minder bij de politiek betrokken lijkt, een zinvolle functie kan geheten. Het gaat er dan niet om wat voor onzin we daarvoor moeten verdragen, het gaat er simpelweg om dat er niet naar de wapens wordt gegrepen. Filip Dewinter of Geert Wilders daarom vervolgen, kan dan ook enkel maar funeste gevolgen hebben. Daarmee spreek je niet enkel een banvloek uit over dat onverdraaglijk tuig, maar ook over hun achterban waar veel minder grip op te krijgen valt.

Hoe arrogant de top van het Vlaams Blok zich ook gedroeg na hun veroordeling (en nu ook Geert Wilders), we kunnen enkel maar blij zijn en hopen dat deze processen zo weinig mogelijk gevolg krijgen. Zolang Wilders vrijelijk de koran kan vergelijken met Mein Kampf (waarvan hij er minstens eentje niet gelezen heeft), voelen meutes Nederlanders zich toch nog vertegenwoordigd door een politicus, en hoeven ze hun rug niet naar het hele systeem te keren en zelf op zoek te gaan naar oplossingen. Wanneer Wilders echter gemuilkorfd wordt, dreigt de boel helemaal te ontsporen. Daarmee mag niet verzucht worden dat dit soort populisme een statisch gegeven is waar verder niets aan te doen valt. Patrick Janssens is er in geslaagd in 2006 een deel van de proteststemmers in zijn stad terug te winnen voor democratische partijen. Op het compromis dat hij hiervoor heeft moeten sluiten, valt bijzonder veel af te dingen, maar het blijft binnen de grenzen van ons rechtssysteem. Een hardere koers varen, kan de gewenste resultaten opleveren, maar daarvoor zullen velen hun idealen moeten opofferen. Het organiseren van een gesloten samenleving klinkt dan wel als gedonder in de oren van de linkse elite, boven alles is het op dit moment de wil van een substantieel deel van het volk. De oplossingen waarmee je die roep kan weghalen, liggen dan weer een pak minder voor de hand. Daarvoor moet er een gemakzuchtig conflictdenken waar media, politici en burgers momenteel aan verslaafd zijn van de baan. Wie dat voor elkaar kan krijgen, woont dezer dagen echter niet in Europa, waarmee de gure rechtse wind die nog steeds over dit continent woekert, niet gauw zal gaan liggen.

vrijdag 30 januari 2009

Politiek vanuit het hart

Als iemand de aandrang niet kan weerstaan om over het sujet Bert Anciaux te beginnen, wordt daarbij haast enkel de voornaam van het onding gebezigd. Dat komt natuurlijk omdat eerder dan zijn hopeloos wervende projecten de potsierlijke scènes die hij speelde zijn bijgebleven. Geen enkel idee van Bert Anciaux heeft ooit het lolletje dat wij allemaal hebben met huilende mannen kunnen overstijgen. Zal Louis Tobback niet gauw gebeuren. Het toontje dat hij op zijn weblog aanslaat (Berts webstek – politiek vanuit het hart), alsof hij boven alles toch opkomt voor de debielen en halve zolen in onze samenleving, draagt hier uiteraard ook een aardig steentje toe bij.

Wanneer iedereen doordrongen is van het beeld al is Bert Anciaux een vrolijke volksjongen van heb ik jou daar en dies meer, wordt het moeilijk die perceptie nog maar te nuanceren. Bert Anciaux is anders een danig uitgekookte strateeg. Niemand deed het hem na zoveel stemmen te halen zonder enige noemenswaardige beleidsdaad. (Dat eeuwige gezeur over cultuurparticipatie komt dan ook al een hele tijd aan als ruis. Als het overigens al meer voorstelt dan populistisch gekraai, valt het alsnog bijzonder schraal uit, zoals het subsidiëren van het bespottelijke Publiekstoneel.) Yves Leterme lukte het een keertje, om daarna faliekant ten onder te gaan. Anciaux doet het al jaren zo. Ook al beleeft hij tegenwoordig niet meer de hoogdagen die hem in de jaren negentig groot maakte, zijn marktwaarde is nog ruim genoeg om een op de dool geraakt sp.a definitief van de wijs te brengen.

Meer dan vaststellen kan je daar eigenlijk niet mee doen. We leven in een democratie en het volk beslist en van je hela hola hopsasa. Prachtig allemaal. Hoe hij zich echter tegenwoordig gedraagt, hoort simpelweg niet. Als minister van cultuur moest je hem wel eens aanhoren tijdens sommige gelegenheden waar hij denkt te moeten verschijnen, maar daar valt makkelijk doorheen te nippen. Ook het beeld dat hij krampachtig van zichzelf probeert op te hangen kan zwaar op een maag liggen (vooral omdat het werkt) maar het kan evengoed als folklore dienen die je nu eenmaal bij tijd en wijlen nodig hebt om je tegen af te kunnen zetten. Nu ligt dat even anders. Anciaux zet een hele partij (progressief paradox project puinhoop pandoerie) op stelten, maakt een vergelijking die werkelijk nergens op slaat en denkt zich dan in stilzwijgen te kunnen hullen. Hij mocht dan wel in Phara verschijnen – waar enkel het gezelligheidspraatje voor hem werd verlaten om met de glimlach die nare parallel te kunnen trekken – maar verder moeten we het allemaal met zijn webstek stellen.

Een pretentie die ik maar moeilijk kan vatten. Anciaux loopt een hele partij overhoop door zich in een interview een nog hoger oplopende grootheidswaanzin aan te meten dan we doordeweeks van hem gewend zijn, om vervolgens op te gaan in de schade die hij daarmee aanricht. Net als de afgelopen dagen moesten we toen in de kranten lezen dat hij niet wilde reageren. Enkel op die dekselse webstek valt er af en toe wat op te tekenen. Bevredigend zijn die opstelletjes alvast niet. Hoewel hij daar alle socialisten die niet gediend waren van zijn komst eerder een conservatieve reflex verweet, raakt hij daar doorgaans niet verder dan het ventileren van zijn eigen gezegende gedachten. Een populist die zich onttrekt aan zijn verantwoordingsplicht, heet dat algauw in sommige kringen. Gevaarlijk wordt het daar pas echt als die van rechtse signatuur is, maar fraai oogt het nou ook al niet. De sp.a haalde een man binnen die naast goed te zijn voor een paar duizend stemmen, enkel en alleen geïnteresseerd is in de verderzetting van zijn ministeriële carrière. Werkelijk gedachtegoed komt daar niet bij kijken, daarvoor heeft hij te druk met koken voor de Chiro.

(Dit gezegd zijnde moet Eric Van Rompuy, op zijn webstek, hem natuurlijk niet uitmaken voor zieligste politicus van heel Vlaanderen. Op die titel maakt Eric namelijk zelf te veel kans. De arme man denkt natuurlijk weer mee te mogen spelen nu zijn broer premier is.)

zondag 25 januari 2009

De gruwel voorbij

Eigenlijk valt er niets te zeggen. In de week waarin de wereld een tweede adem leek te vinden, wordt België met verstomming geslagen. De pakken krantenpapier die aan de gruweldaden in Dendermonde worden gewijd, dienen geen ander doel dan de karamellenverzen die op begrafenissen wel eens worden afgeroepen over de noodlottige. Een grootschalig rouwproces. Daar kan niemand omheen. Een maatschappij die er niet in slaagt haar meest onschuldige telgen te beschermen, heeft even niets meer te bieden. Een heel volk blijft verweesd achter, op zoek naar steun en toeverlaat.

Op zoek naar daders ook. Wie daar niet aan toe kan komen, blijft steken in een onoplosbaar vacuüm. Dat is in deze geen sinecure. De vermoedelijke dader is geen allochtoon, was niet bekend bij de politie en heeft geen psychiatrisch verleden. Valt maar weinig op af te dingen. Doordeweeks, daar geeft niemand makkelijk op af. De buren wisten te vertellen dat hij nauwelijks of geen contact met hen maakte. Dat kan ook aan de buren liggen. Een zonderling, ook dat klinkt best aannemelijk.

Op die manier blijft iedereen met dezelfde vragen zitten. Een reden en een oorzaak willen we. Anders kan er van enige verwerking maar weinig sprake zijn. Vooralsnog wordt het allemaal weggelachen door de dader, deelt men ons mee. Laat staan dat hij aan antwoorden toekomt. Een teken dat de duivel in hem huist, misschien. Het is een begin van het einde. Het vraagstuk waarom wij allen op zoek zijn naar causale verbanden, wordt helaas door niemand opgelost. Vanzelfsprekend is het zeker, maar daarom nog niet toereikend. Op zoek gaan naar een logica in een maatschappij waarin diezelfde logica al een hele poos geleden aan de deur werd gezet, schijnt krampachtig. De verbanden tussen individuele behoeften en de organisatie van onze samenleving zijn amper nog merkbaar. Het geheel raast verder, zonder door te hebben dat kleinere delen noodgedwongen moeten afhaken. Zij trokken aan de noodrem die eerder al in onbruik bleek te zijn geraakt, vonden geen gehoor en splitsen geruisloos af. Zij kunnen geen horizon meer ontwaren naar waar gestreefd kan worden, en moeten zich wijden aan een eigen logica om zichzelf staande te houden in deze orkaan. In een storm die nooit lijkt over te zullen waaien, verliest de rede haar recht op bestaan.

Op internetfora – eveneens een pijnstiller – wordt er openlijk gepleit voor inhumane straffen. Ook daar valt in te vluchten. Hoe beproefd dat recept ook is, soelaas biedt het zelden. Voor iemand die de tragedie van achter zijn teevee zag, lucht het op. Mensen heeft andermans dood daarentegen nog nooit teruggebracht. De vleesgeworden onschuld al helemaal niet. Iemand die de gekende wereld voor alle onheil al had verlaten, valt niet meer te straffen. Zijn leven gold als zodanig, waarnaar hij meende te moeten handelen. In deze is het uiteraard curieus te noemen dat de dader er alles aan deed zijn dodentocht levend en wel af te handelen. Dit doet zelfs Jef Vermassen even verstillen, dus daar blijf ik maar vanaf.

Niet ter besluit maar als nodeloos ogende aanvulling enkele bemerkingen bij de afhandeling van deze gruweldaad. Kim D. wordt de vermoedelijke dader genoemd. * Dat is mooi. Eindelijk lijkt men hier door te hebben dat er met persoonlijke gegevens voorzichtig moet worden omgesprongen. In Nederland is men zich daar al veel langer van bewust, maar hier leek de deontologie tot voor kort onderhevig aan de gemakzucht waarmee tegenwoordig digitaal met dit soort precaire informatie wordt gesjacherd. Waarom het huis van Kim D. in beeld moest, is dan weer een raadsel. De heisa rond Joran Van Der Sloot leek mij daarvoor nog te vers in het geheugen te liggen. Toen zijn mogelijk adres bekend raakte, liep het stormloop. Het ramptoerisme kreeg een nieuwe actievere dimensie. Daar blijf je maar beter van weg. Ook De Morgen die Onmenselijk kopt, begeeft zich op glad ijs. Misschien ligt het aan mij, maar dan kan ik enkel aan die armzalige jongen denken. Onmenselijk, hoe zo? Hij is niet minder menselijk dan wij, hij had enkel een ander en vertekend beeld van de realiteit. En daar heeft niemand nog vat op, ook hij niet. Het Nieuwsblad had het over Erger bestaat niet. Dat doet helaas pijnlijk hard aan Palestijnen, Congolezen en Afghanen denken. Zij staan even stil.

Nu rest er enkel een leegte die nooit lijkt te zullen worden opgevuld. Troost bestaat niet, enkel de tijd kan redding brengen.




* IJdele hoop, zijn achternaam is ondertussen de onderwereld in gestuurd.

donderdag 22 januari 2009

Eindelijk

Ik ben net geboren voor de val van de Berlijnse muur op 9 november 1989. Hoewel ik toen ongetwijfeld andere dingen aan mijn hoofd had, was ook ik dus in theorie getuige van deze historische gebeurtenis. Eindelijk kregen miljoenen mensen de vrijheid waar ze decennia lang naar hadden gesmacht. Daarna ging het allemaal een beetje bergaf. In de nu ietwat bevreemdend aandoende jaren negentig, werd nog wel eens een staat ingelijfd bij de Vrije wereld, maar in de praktijk stelde dat vaak erg weinig voor. Het was al oorlog en conflict wat de klok sloeg. De tweespalt die momenteel in België heerst mag een wonder geheten in vergelijking met de manier waarop andere strijdpunten werden beslecht. Werd het bloedvergieten niet opgelegd door economische wetten, dan vond de mens wel een andere stok om diezelfde mens mee te slaan. Religie, afkomst, seksualiteit,.. altijd was er wel wat om de wapens voor op te nemen. Vandaar mijn pessimistisch mensbeeld, begrijpt u? Gisteren voelde daarentegen alsof ik voor de eerste keer trots kon zijn om in deze periode te mogen leven. Echt waar.

Barack Obama werd gisteren ingezegend als vierenveertigste president van de Verenigde Staten. Het is sowieso een pak rustiger slapen met de weet dat de democraten het Witte Huis weer bestieren, maar deze president is meer dan dat. De eerste Afro-Amerikaanse president. Een president die kan spreken, begeesteren, verenigingen en hoop brengen. Een man die mensen kan doen geloven in een wereld die na acht rampjaren onder Bush helemaal verwoest leek. Een president die er uit ziet om op te vreten bovendien. En daar heeft Europa nou eens helemaal niets mee te maken. Op de Europeanen na die het uit pure armoe nodig vonden voor het feest der Amerikaanse democratie de Atlantische oceaan over te steken na, waren wij geheel en al afwezig. Het verlichte continent. Het enige wat wij daar tegenover te stellen hebben is misschien president Sarkozy, een man die enkel gedreven wordt door grootheidswaanzin en een vertekend beeld van de sociale realiteit. Het is dat we hem enkel zien opdraven op internationale bijeenkomsten waar hij wel eens voor Europese samenwerking wil pleiten. Als dat zijn persoonlijke invloed en macht kan dienen tenminste. Verder reikt de visie van Europa nog amper.

Het cynisme en scepticisme is hier dan ook niet van de poes. Niet enkel omdat we jaloers zijn, maar ook gewoon omdat we onszelf veel beter vinden. Europa nam zichzelf ooit voor geen lessen te nemen van andere landen wat vrijheid en gelijkheid betreft, en daar zullen we ons aan houden. Ook al bezorgde Barack Obama nu al miljoenen (Afro-Amerikaanse) mensen het mooiste moment uit hun leven, vinden wij dat hij zich toch nog moet bewijzen. In de eerste plaats gaat het over buitenlandse conflicten waarbij Europa er nooit is in geslaagd een vuist voor vrede te maken. Die moet hij nu maar oplossen, terwijl verlicht Europa toekijkt van op de sofa. Monkelend en grinnikend als hij een keertje van een kale reis thuis moet komen. Dat had verlicht Europa namelijk voorspeld. Toen Obama verkozen werd als president, werd hier de kanttekening gemaakt dat het hem niet was gelukt met enkel blanke stemmen. Toch nog een mislukking. Wij bleken de stem van niet-blanken alsnog minder te achten dan die van degenen die er hetzelfde uitzien als ons. Ook nu nog toont Europa zich de gemankeerde blanke man, die ver achter op loopt als het over gelijke rechten gaat. Dat heeft ons cynisch gemaakt, en daar zijn we dan maar tros op geworden.

Bas Van Der Vlies (SGP, geef ik toe) sprak over een hype toen hij naar zijn Obama-gevoel werd gevraagd. Daar wilde hij niet aan mee doen. Het voorbeeld oogt misschien van de wereld af, maar zijn reactie is tekenend voor bijvoorbeeld de hele persmeute die het voorrecht gegeven was deze historische gebeurtenis te mogen verslaan. Allemaal vonden ze het gisteren nodig te wijzen op de gigantische problemen waar de net aangetreden president voor staat. Niet zelden werd ook geïnsinueerd dat hem dat niet zou lukken. Het journaille is al een tijdje haar geloof in politiek kwijt, en ook al moesten ze zich daarvoor gisteren in enkele scherpe bochten wringen om dat plaatje verkocht te krijgen, ze slaagden er aardig in. Mijn geloof in politiek is sowieso onvoorwaardelijk - al is het maar omdat er niets anders voor handen is - maar voor Barack Obama doe ik er graag nog een schepje bovenop. En dat is niet enkel omdat ik smelt als ik hem nog maar zie glimlachen. Enkele uren na zijn aanstelling als president, nam Obama een eerste stap in het sluiten van Guantanamo Bay. Hij beval meteen het stopzetten van alle lopende procedures rond gevangenen aldaar. Een logische eerste beslissing, hoewel deze volgens velen nog lang op zich zou laten wachten. Zij zijn eraan voor de moeite. Voor deze president zijn eerste stappen op het gladde ijs zette, gaf hij echter ook al in zijn inauguratierede aan dat de verandering niet van de poes zou zijn. Ik haal er enkele punten uit.

Ondanks de religieuze poespas die nog steeds onnodig aan deze plechtigheid kleeft, mocht het gisteren ook een iets of wat heugelijke dag heten voor atheïstisch Amerika. Zij werden niet overgeslagen maar mochten het rijtje levensbeschouwelijke velden dat Obama opsomde afsluiten. Uit Europees perspectief (wat ik overigens nog steeds met trots onderschrijf) behoeft dit geen opzienbaring, maar in een Amerika waar het religieuze fundamentalisme na acht jaar Bush weliger tiert dan ooit tevoren, is dit groots. In deze context beloofde hij ook de wetenschap weer de plaats te geven die ze verdient. De beperkingen die zijn voorganger op stamcelonderzoek legde, zegde hij al min of meer op. Ook dit lijkt klein in vergelijking tot de economische crisis die hij te beheersen heeft, maar ze zijn niet minder fundamenteel voor een samenleving die de meest vrije van de hele wereld pretendeert te zijn.

Die wetenschap wil hij eveneens vrij spel geven in het ontwikkelen van technologieën die op een duurzame manier de economie mee kunnen doen heropleven. Meer dan ooit wil deze president gebruik maken van natuurlijke energiebronnen als zon en wind. De vorige, waarvan de relatie met de natuur niet verder reikte dan het voor de lol omhakken van bomen, kreeg die woorden amper zonder kokhalzen uitgesproken. Ik geef toe dat Obama door de huidige toestand haast gedwongen wordt zijn heil te zoeken in deze mogelijke oplossingen, maar ook hier zet hij op zijn eerste officiële werkdag een grote stap voorwaarts. In de economische context viel mij echter een zinnetje nog meer op dan alle anderen, hoewel ik het merkwaardig genoeg niet hoorde terug komen in de duizenden analyses die evenveel professionele en amateuristische analisten gisteren maakten. “De vraag die we ons vandaag stellen, is niet of de overheid te groot of te klein is, maar of ze werkt, of ze gezinnen helpt om een baan te vinden met een goed salaris, zorg die ze kunnen betalen, een waardig pensioen” (Hoewel deze vertaling uit De Morgen nogal ongelukkig aan doet, blijf ik er maar vanaf.) Barack Obama schort hiermee het onvoorwaardelijke neoliberale denken op dat de voorbije decennia door de westerse wereld werd aangehangen definitief. Ook hier kreeg hij een zetje van de realiteit, maar deze toegeving aan de gereguleerde samenleving is niet minder dan historisch te noemen. Niet enkel moet een overheid degelijk functioneren voor de nieuwe president, hij wil ook dat ze een degelijk pensioen kan garanderen voor ieder burger. Al het gezeur over een Obama die naar Europese normen toch wel erg rechts en conservatief zou zijn ten spijt. Hij haalt elke liberaal (en sociaaldemocraat, maar dat is hetzelfde) in op links. Zelfs dat kan hij. (Over liberalen gesproken. De vraag of Fientje Moerman überhaupt nog een teeveestudio in durft, zou best op zijn plaats zijn nadat zij staatsgeleden wist door te sluizen naar haar partner. Helaas ging ook deze kwestie haar petje te boven. Al enkele keren mocht ze bij de VRT komen uit leggen waarom ze zo´n grote fan is van Obama. Telkens somt ze dan redenen op waar zij telkenmale weer verstek voor moet laten. De schaamte ver voorbij is dat. Het geloof in de Belgische politiek is naverwant.)

Ook zijn hand naar de moslimwereld kwam meer dan geroepen. In deze is hij helaas niet de enige actor, en het valt dus maar af te wachten hoe groot de goodwill bij anderen is. Een gezant voor het Midden-Oosten die er de komende dagen al zou moeten aankomen, is alleszins een hoopvol teken dat hij ook deze kwesties serieus neemt. Het zou dan ook niet meer dan begrijpelijk zijn dat deze president eerst in zijn eigen land orde op zaken wil stellen, maar ook voor het buitenland wil hij dus tijd maken. Wat Israël betreft kan dat erg makkelijk gaan. De onvoorwaardelijke steun opzeggen die Amerika uitschrijft aan die schurkenstaat, zou ons al een heel eind op weg helpen. Dan pas kan er sprake zijn van een duurzame oplossing tussen Palestina en Israël. Daarnaast zou het mooi zijn als Obama een einde kan stellen aan het conflictdenken dat menig Westerling hanteert als het over moslims en anderen gaat. Deze schandalige opstelling zou ons in een wereld waarin niet enkel wij maar ook steeds meer andere machtsblokken de dis uitmaken, wel eens duur kunnen komen te staan. De tijd is voorbij dat de Verenigde Staten, met Europa meestal in haar zog, al dan niet hypocriete beginselen kon afkondigen over de hele wereld. Daarvoor heeft Bush niet enkel te veel stuk gemaakt, maar zijn de economische relaties ook te erg veranderd. Hoewel Obama eveneens aangekondigde bereid te zijn om nogmaals te leiden, valt het dus maar te hopen dat hij beseft het hier enkel en alleen over een dialoog te hebben. Wel gaf hij alvast een krachtdadig en positief teken door te stellen zijn idealen niet langer in de schaal te willen werpen voor een scrupuleuze strijd voor vrijheid. Ik weet niet of Bush zijn idealen nog kan opdreunen, maar ook dit betekent een gigantische breuk met het verleden.

Als laatste wil ik Barack Obama bijtreden in een pleit dat hij met zowat elke Europese intellectueel verliest. Zijn plan om alle troepen weg te trekken uit Irak, wordt hier op feestgedruis onthaalt. Terecht. Wij hebben daar niets meer te zoeken, voor zover we dat ooit al wel hadden. Zijn voornemen om deze vrijgekomen militairen te gebruiken om door te pakken in Afghanistan, is dan weer omstreden. De oorlog daar heet zinloos, net als alle anderen. Ik ben daarentegen bereid te geloven dat deze president in staat is door een weloverwogen optreden in dat land de Taliban voor eens en voor altijd uit te schakelen. Dat is mogelijk. Niet de hele samenleving is ziek, maar enkel een groep die in theorie te isoleren en uit te schakelen valt. Deze terreurgroep valt op geen enkele manier te vergelijken met Hamas, een organisatie waar geen enkele militaire opstelling voor geschikt is. Een ideologie die niet gedragen wordt door een hele bevolking is wat anders om een gewelddadige strijd op te baseren dan een ongenoegen dat voor iedereen merkbaar is. Moeilijk wordt het wel. Een huzarenstukje zou dat zijn, maar indien het lukt net als zijn aantreden historisch. Het alternatief, om Afghanistan op te geven en over te leveren aan deze fundamentalisten, zou sowieso inhumaan zijn. Dit land verdient een tweede kans, en ik denk dat Barack Obama haar die kan geven.

Ach wat, ik al enkele dagen alleen maar kinderlijk euforisch. Een bevolkingsgroep die nog steeds systematisch tekort wordt gedaan in een hele maatschappij zo zien opveren, doet wat met een mens. Ook al doen we hen daarmee enkel laattijdig het recht dat ze al eeuwen verdienen, dit moment kan enkel als onbeschrijfelijk omschreven. 20 januari 2009 was een fantastische dag (ondanks mijn mager examen politieke wetenschappen) waarop eindelijk weer eens alles mogelijk leek wat ons zo vele jaren is onthouden. De hele familie Obama doet de zon weer opdoemen op plekken waar het acht jaar donker en mistig is geweest. Een land dat tot voor kort gebukt ging onder de tirannie van neoliberaal en –conservatief tuig, krijgt nu de kans weer te ontwaken. En ja, dat kunnen ze.

zondag 18 januari 2009

Het rode gevaar

Nadat Bert Anciaux vijf dagen geleden op eigen houtje een naamswijziging aankondigde van de partij waarvan hij zowat gelijklopend lid was geworden, lijkt het gevaar geweken. Althans, daar probeert Caroline Gennez en haar hofhouding (het is maar hoe je het bekijkt) de hele wereld momenteel van te overtuigen. Het partijbureau nam vandaag het voorstel dat vrijdag werd uitgewerkt door de top klakkeloos over. Met de statuten wordt niet gesjacherd, enkel de baseline (ondertitel, geloof ik) verandert. Voordien was die sociaal progressief alternatief, wat nu dus overgaat in de geniale woordcombinatie socialisten en progressieven anders. Ook al wordt het congres hier door handig ontweken, de basis kan zich misschien verheugen over de terugkomst van de term socialisten op het briefpapier van de partij.

Misselijkmakend was het te zien hoe een kleine groep mensen aan het hoofd van een partij de laatste dagen dacht te kunnen omgaan met haar achterban. Freya van Den Bossche spande in deze de kroon. Bij De Keien van de Wetstraat hadden ze bedacht haar weer eens uit de vergeetput op te diepen, en het kon hen dus maar meezitten dat zij net in het oog van de storm was gezeten. Na (zoals afgesproken) te hebben toegegeven dat er communicatiefouten werden begaan door Anciaux en de voorzitster, nam Van Den Bossche de sloophamer ter hand. Zonder het flauwste benul van de emotionele waarde die een aanzienlijk deel van haar leden aan het woord socialisme hechten en waar deze hele crisette (dankjewelvanharte, Jan Becaus) om draaide, verwees zij het hele concept naar de prullenbak. De Internationale, de eerste mei en daarmee het gehele socialisme: Het was voor Freya niet meer dan gezelligheid. Hooguit een verleden. Mevrouw Van Den Bossche was sociaaldemocrate. Hoewel ze de hele uitzending vol was van acht blaadjes die ze eigenhandig bij elkaar had gepend over hoe de komst van Anciaux perfect past in de geschiedenis van haar partij, gaf ze blijk niet het minste besef te hebben van de werkelijke waarde die deze term nog steeds heeft bij de basis. Wel bijzonder mooi, stijlvol gekleed en natuurlijk ook de dochter van.

Caroline Gennez – die het zonder die drie trivialiteiten moet stellen – deed er in een opgerakeld beeldfragment ongehinderd nog een schep bovenop. In Ter zake hadden ze een quote van haar opgerakeld in tijden van voorzittersverkiezingen. Daar parkeerde ze de inbreng van Eric De Bruyn (en, wat naderhand bleek, ook van dertig procent van de leden) als zijnde communistisch. Niet enkel stoort me daaraan de kortzichtigheid van het eigen gelijk, maar ook de walging die ze bij het uitspreken van dat woord rond haar mondhoeken stileerde. Ik hoef al lang geen geloof in de proletarische revolutie meer bij Gennez, maar enig respect voor dit gedachtegoed zou wel gepast zijn. De bekrompenheid dat het communisme bij velen uitstraalt was uiteraard bedoeld om fel af te steken bij het project van Gennez. Ik weet niet of het aan ligt, maar het woord project kan ik hoogstens denken aan de verruiming van een huis met een extra veranda. Een mens zou de jongens en meisjes die tegenwoordig de dis uitmaken bij de sp.a haast van kwaadwillig opzet gaan verdenken, alsof ze er genoegen in scheppen een hele ideologie in een mum van tijd uit te hollen. (Nou ben ik vast wel helemaal tuig.)

Vandaag verscheen een peiling in Het Laatste Nieuws (sorry, hoor) waarin de sp.a een schamele dertien procent wordt voorgeschreven. Ook al werden deze resultaten geboekt toen er nog geen sprake was van een naamsverandering of wat dan ook, de onkunde die hieraan vooraf ging en hoogst waarschijnlijk ook nog op zal volgen, doet de sp.a haar eigen graf vrolijk verder uitdiepen. Wel deze week werden er geruchten verspreid over een leegloop bij het ledenbestand van de partij. De komst van het onbetrouwbare sujet dat Bert Anciaux heet en zijn gevolg, zou voor velen de laatste druppel zijn geweest. Wie overigens enkel maar twijfelde over de meerwaarde die deze figuren de partij te bieden hebben, werd de laatste dagen helemaal over de streep getrokken door de arrogantie van Anciaux. Niet enkel was hij eerst te laf om zichzelf te verdedigen voor het journaille en de leden van zijn nieuwe partij, ook vond de verruimer het nodig iedereen die niet staat te juichen om zijn komst uit te maken voor conservatief op zijn weblog. Ondertussen kondigt het Vlaams Belang haar verkiezingscampagne aan, waarmee ze willen focussen op de harde kern van kiezers. (Speciaal daarvoor werd de bokshandschoen terug uit de kast gehaald, waarmee Filip Dewinter ongetwijfeld plant eindelijk en definitief het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen.) Het gaat dan niet om het potentieel dat ze de laatste jaren wisten af te snoepen bij de liberalen en christendemocraten (die zijn ze kwijt aan Dedecker) maar om de stemmen die ze bij hun doorbraak wisten weg te kapen bij de socialisten. De poldernazi´s mogen tegenwoordig dan wel danig op de dool zijn, daar hebben ze toch maar weer mooi een eventuele stemmenwinst geroken. De idee dat die broodnodig zal zijn om de partij nog enigszins op peil te houden, biedt helaas onvoldoende troost.

Gisteren mocht Guy Verhofstadt trouwens aanschuiven bij Pauw&Witteman. Hij had niet enkel acht vellen geschreven, maar een heus boekje. Over de toekomst van zijn Europa, en de hele wereld. Het was plezierig een Vlaams politicus nog eens zo bevlogen te horen praten (zowel over zijn idealen als over Italiaanse wijn), hoewel het er steeds meer op gaat lijken dat hij nooit terug keert naar de nationale politiek. We zullen het met de overschot moeten doen.

vrijdag 16 januari 2009

Rode kaart

Louis Tobback liet zich donderdag in Ter zake op een manier zien zoals we hem nooit eerder zagen. Telkens als hij zich voordien kwaad maakte, was het met veel plezier en bravoure. Als hij mocht spreken over zijn voorspelling al zou paars bont en blauw eindigen, zag je zijn pretoogjes steeds weer oplichten. Daar was vanavond niets van aan. Tobback was kwaad. Hij kon zijn woede maar moeilijk verbergen toen hij voor de eerste keer zijn loyauteit tegenover zijn voorzitster op losse schroeven zette. De naamsverandering die zij dezer dagen probeert door te drukken, deed hem gewag maken van een eventueel vertrek. Als Louis Tobback zeer heeft, steekt er wat.

Bert Anciaux (een wildvreemde, noemde Tobback hem) wist met zijn komst naar de sp.a het hele hok op te poken. Aangezien hij zich geen socialist voelt, wilde hij de naam veranderd zien vooraleer er van volwaardig lidmaatschap sprake kon zijn. De gretigheid waarmee Gennez op deze vraag is ingegaan, zegt veel over de bloedarmoede die heerst bij de vooralsnog socialistische partij. sp.a, socialistische partij anders, werd speciaal voor Anciaux en afgeleiden omgedoopt tot socialisten en progressieven anders. Veel graten zag de voorzitster daar niet in aangezien de ondertitel – sociaal progressief alternatief – al enige tijd enkel vermeld staat. De top had de illusie een socialistische partij te zijn al een hele tijd opgegeven, en moest ongetwijfeld verbaasd vaststellen dat deze term bij de leden nog wel leefde. Het leek de voorzitster voldoende deze wijziging op het partijbestuur te ratificeren in plaats van er een heus congres voor bij elkaar te roepen. Sinds haar nederlaag bij de voorzittersverkiezingen voelt zij dan ook een reële angst voor haar basis. Overigens was die ledenraadpleging ook formeel niet nodig, aangezien er aan de lettercombinatie niet wordt geraakt. Of hoe letters bij de sociaaldemocraten meer betekenen dan woorden.

De komst van Anciaux liep sowieso al niet erg gesmeerd. Leek de sp.a eindelijk weer een minimum aan duidelijkheid te kunnen voorleggen door haar malle kartelpartner af te stoten, halen ze het boegbeeld ervan aan in eigen rangen. Hoewel hij zichzelf geen socialist vond. Hoewel hij (volgens Mia De Vits) smalend deed over vakbond en mutualiteit. Ook freddy Willockx kan hem luchten nog zien. Het heeft hem eveneens nooit de zin doen beseffen van een eigen gedachtegoed te ontwikkelen, Anciaux had nou eenmaal zijn handen vol met de ministerspost waarmee hij door de jaren heen is vergroeid. Progressieve frontvorming, heet dat bij Gennez. Platvloers opportunisme is een meer precieze omschrijving.

In naam van die heilige koe heeft Gennez (en haar drie voorgangers – Janssens, Stevaert Vandelanotte) de hele sp.a uitgehold tot de club loftsocialisten die het vandaag is. Een vage bedoening die er vooral erg goed moet uitzien. In de vrije tijd wordt er af en toe nog eens over gelijke kansen gewauweld. Het lot van de meeste sociaaldemocratische partijen in Europa. Op zich is daar niets mis mee. Het mantra mag dan wel frontvorming zijn, de sp.a is simpelweg geen socialistische partij meer, en dat moet iedereen onder ogen zien. Wat over blijft is een centrumlinkse partij waar heus nog wel wat mee te bezeilen valt, maar wie zijn socialistische idealen er denkt te kunnen botvieren is eraan voor de moeite. Even wennen is het wel. De zoektocht naar die nieuwe stand waarin de sp.a zich wil bevinden, gaat niet over rozen. Zeker nu de controle die Stevaert wist te behouden, volledig verdwenen is. Patrick Janssens kan bijvoorbeeld zonder enige weerstand van Gennez een hoofddoekenverbod doordrukken in zijn stad, hoewel het er alle schijn naar heeft dat de partij tegen is. Ook Frank Vandenbroucke volgt zo al een tijdje geheel zijn eigen koers. Pijnlijk schouwspel. Een nieuwe tijd is aangebroken, maar totnogtoe enkel zichtbaar in nietszeggende vaagheden en vlijmscherpe tegenstellingen.

Deze evolutie jaagt al decennialang kiezers van de socialisten naar het Vlaams Belang. Dewinter is niet vies om zijn handen vuil te maken, om niet te zeggen dat hij niets anders kan. Bij de sociaaldemocraten hokken ze liever samen met al even nietszeggende kunstenaarstypes. Een partij die ooit gevochten heeft voor de kansen van de stakkers in de samenleving, lijkt nu bang te zijn voor haar eigen achterban. Dankzij een doorgedreven marketingdenken dat met de intrede van Janssens komaf maakte met de oude socialisten, en bovendien tijdelijk bijzonder succesvol was, werd de verantwoording naar de leden toe ook minder prioritair. Zolang er overwinningen werden geboekt, was iedereen tevreden. Daar moest wel eens wat voor geslikt, maar niemand wilde de pret drukken. Nu de sp.a op een historische dieptepunt zit, wordt er naarstig naar schuldigen gezocht.

De voorzittersverkiezingen was hiervan om tweeërlei redenen een schrijnen voorbeeld. Eric De Bruyn haalde toen als kandidaat dertig procent van de stemmen, hoewel hij uit de gehele duisternis leek te zijn opgestaan. Het zegt wat over hoe een substantieel aantal leden desperaat op zoek is naar vernieuwing, en zich niet meer thuis voelt binnen de partij. Evenveel zegt het echter wat over de onkunde van de partijtop om daarmee om te gaan. Gennez weigerde elke debat met De Bruyn en mat zich daarmee dictatoriale trekjes aan. De prominenten weten niet meer hoe ze met hun basis dienen om te springen. Verbazingwekkend is dat bepaald niet. De nieuwe sp.a van Janssens en Stevaert kraait met de wind mee. Ideologisch werden de fundamenten al een hele tijd vervangen door marktonderzoek. De restanten van de ouwe strijd om werkelijke gelijkheid die in het ledenbestand te vinden zijn, kunnen enkel nodeloos amok maken. Zie daar Louis Tobback.

De nietszeggende woorden en termen die sp.a´ers daarom hanteren, kwestie van vooral geen potentiële kiezers voor de borst te stoten, zouden nog steeds het begin moeten zijn van die niets ontziende progressieve frontvorming. Geheel in de geest daarvan roept Walter Pauli de socialisten zo donderdag in zijn (enkel progressieve, al lang niet meer socialistische) krant op tot een meer open geest. Socialisten moeten beseffen dat er meer mensen ter linker zijde werkzaam zijn dan enkel socialisten. Geen enkel zinnig mens die dat ontkent. De vraag of deze zich bij een socialistische partij moeten aansluiten, is een ander paar mouwen. Pauli raakt in deze niet verder dan degenen die dat niet inzien als bekrompen weg te zetten, maar veel helpt hij daar de zaak niet mee vooruit. De sp.a moet zich daarvoor eerst afvragen wat voor partij ze nu eigenlijk wil zijn. Als ze inderdaad dat progressieve front willen vormen en daarmee een klare ideologische lijn aan de kant zet, moet Anciaux met open armen worden ontvangen. Als het op vaagheden aankomt, voelt die man zich een vis in het water. Willen zij echter een socialistische partij blijven, wat uitsluit dat je ook enkel progressieven huist, voor een ideologie moet er nou eenmaal worden gekozen, blijft hij beter weg. De top maakte deze keuze al langer geleden dan vandaag, de basis blijft verweesd achter.

Deze interne strijd hoeft daarom niet slechter uit te draaien voor de linkerzijde. De sp.a blijft de sp.a, waar die letters ook voor staan. Voor de ene is het een sociaal progressief alternatief, voor de andere een stadspartij, zoals Janssens de letters binnenkort denkt te kunnen gebruiken. (Hij krijgt het woord socialisme al een hele tijd niet meer over de lippen.) Ideologisch is dit zootje een lachertje, maar zoals de sp.a enkel jaren geleden bewees is dat geen doorslaggevend argument tegen een verkiezingsoverwinning. Sowieso zal deze partij steeds een potentieel aantal kiezers kunnen behouden, hoe graag mensen haar ook zouden zien verschrompelen tot onder de kiesdrempel. De partij bestaat uit sociaaldemocraten, en de socialisten verlaten het schip. In perfecte omstandigheden (Nederland, Duitsland en nu ook Frankrijk) ontstaat er zo een nieuwe socialistische partij die rode gedachten nog wel enige waarde toeschrijft. Ook deze partij heeft potentieel. In tegenstelling tot wat velen denken zou zij vooral bij het VB stemmen halen, en niet bij sp.a. Aan kiezers is iedereen die weg wilde al lang vertrokken, enkel bij de leden knaagt een emotionele band.

Helaas zit het venijn in de staart. Er moeten mensen bereid zijn deze beweging op gang te trekken. Even leken enkele in wezen communistische partijen daartoe in staat, maar als het hen al niet aan talent ontbrak dan wel aan media-aandacht. De enige optie lijkt zo een Eric De Bruyn te zijn die geheel op de wijze van Jean-Marie De Decker de partij met slaande deuren verlaat en een eigen initiatief neemt. Hij lijkt daartoe in staat, maar weigert manifest. De Bruyn wil zijn ideeën binnen zijn oorspronkelijke partij kwijt kunnen, en niet vluchten. Deze redenatie, die in se veel meer bekrompen is dan wat Pauli daar denkt te schetsen, omdat hem dat nu eenmaal nuchter bekeken niet gaat lukken, zou wel eens veel schadelijker kunnen zijn voor links dan de wartaal die Gennez de voorbije maanden uitslaat. De Bruyn staat daarvoor te ver van zijn huidige partij af. Hij is het niet enkel op sociaaleconomische thema´s oneens, maar wil ook op een andere punten (nultolerantie voor druggebruik, hoofddoekenverbod,…) een omslag. Denken dat je omdat je de voorzittersverkiezingen nipt verloor, een hele partij naar je hand kan zetten, geeft weinig kans op slagen. De Bruyn moet weg bij zijn partij die zijn partij al lang niet meer is, maar is te bang om zich op glad ijs te begeven. Daarmee brengt hij de sp.a niet enkel veel schade toe, maar laat zijn kiezerspotentieel dat er dankzij crisis en kapitalisme danig op achteruit gaat in de kou staan. Aangezien we van de poldernazi´s niet meteen iets constructiefs moeten verwachten, wordt er momenteel door niemand naar hen omgekeken. Of hoe Vlaanderen maar blijft wachten op de werkelijk socialistische partij waar het recht op heeft.

En zelfs al komt die er ooit, is het helaas voor Louis Tobback te laat. Hij zal de overstap nooit maken en is gedwongen zijn partij en idealen ten onder te zien gaan. Dat doet pijn, veel pijn.

zaterdag 10 januari 2009

Politieke cultuur

De wurggreep waar de waanidee van een vrije markt de Westerse samenleving (en bij uitbreiding de hele wereld) nu al enkele decennia in houdt, lijkt aan kracht te moeten inboeten. Nu een eindeloze reeks van rampen door deze ideologie zelf georganiseerd vorig jaar uitmondde in een financiële crisis van heb ik jou daar, zagen vooraanstaande verdedigers van de vrije markt zich genoodzaakt toe te geven dat er fouten waren gemaakt. Het is maar hoe je het bekijkt, natuurlijk. Enkelingen blijven zich vast klampen aan hun verzopen gedachtegoed, maar zij lijken binnenkort te behoren tot de folklore.

Dat is dan wel allemaal even buiten de Vlaamse liberalen gerekend. De partij die al een hele tijd te kampen heeft met eveneens een eindeloze reeks rampen (waaronder enkele partijleden) wringt zich al geruime tijd in onthutsende bochten om het failliet van het onmenselijke liberalisme niet onder ogen te moeten zien. Dat ging hen niet al te bijster af, dit onderwerp valt nou eenmaal niet binnen één-twee-drie in een communautaire logica te proppen. Omdat liberalen altijd al slecht zijn geweest in eigen fouten toegeven, deed Jean-Jacques De Gucht er deze week nog een schepje bovenop. Een tax shelter voor de podiumkunsten, omdat de vrije markt ook daar moet zijn waar u ze wel helemaal niet verwacht.

Hij - ongetwijfeld de meest fotogenieke van degenen die het voorstel deden – mocht daarvoor een heus opiniestuk schrijven en op de koffie bij tante Lieven Vandenhaute. Het concept is nogal simpel. Bedrijven worden aangespoord om te investeren in cultuur, met als beloning een fiks belastingvoordeel. Wat hier voor film al een lange tijd gold, wil De Gucht junior nu dus uitbreiden naar de podiumkunsten. Aangeschreven wordt het (op de bevoegde sites) als een investering, waarvan het geld normalerwijze naar de fiscus (belastingvoordeel) zou gaan, nu geïnvesteerd wordt in een cultureel product met mogelijk financieel en niet-financieel rendement, wat niet het geval is met betaalde belastingen. Ik parafraseer, maar die afkeer van belastingen lag er al voor mij in besloten. De technische kant van de zaak interesseert me ook maar weinig. Het gaat hier tenslotte over cultuur. De impact van deze regeling op de Belgische filmindustrie kan ik – daar moeten we dan maar eerlijk in zijn – moeilijk inschatten. Het probleem zit´m dan ook in het uitgangspunt dat de kleine De Gucht hanteert. U raadt het nooit, hoor, maar hij vindt dat ook de podiumkunsten moeten worden uitgeleverd aan de vrije markt. Als dat tot een enkel belastingvoordeeltje leidt, strookt dit met de neurotische hang van liberalen naar belastingverlaging en meer niet. Als hij dat meent, moet hij dringend op retraite.

De argumenten die hij voor deze stelling aanhaalt, moeten we minstens eens per jaar aanhoren uit de mond van de afgevaardigde Vlaams Belanger van dienst, want na een jaartje zijn ze ook daar weer vergeten wie hun cultuurverantwoordelijke was. Jean-Jacques was tactvol genoeg (die vergelijking loop je maar beter mis) het woord elitair daarbij niet te gebruiken. Wel vond hij dat politieke commissies niet mochten beslissen over wat er gemaakt wordt aan podiumkunsten, maar dat pleit moest het publiek zelfstandig beslechten. Ach ja. Hij heeft een punt als hij zegt dat deze substantie niet in handen mag worden gegeven van politieke commissies, daar is iedereen het over eens behalve degenen die in die commissies zetelen. Na elke subsidieronde zeuren er talloze gezelschappen van podiumkunstenaars over het bloedbad dat is aangericht. Terecht, soms. Het voorstel dat De Gucht junior daar tegenover plaatst, om het publiek dan maar het laatste woord te laten hebben, is echter nog afschrikwekkender. Iedereen weet dat de grote toneelhuizen niet op zichzelf rendabel zijn en een overlevering aan de vrije markt nooit zouden overleven.

Die kleine weet dat natuurlijk ook verdomd goed. Met een vader die maar wat graag gesignaleerd wordt in en rond die cultuurhuizen, moet je er niet aan denken de boel te verpatsen aan de vrije markt. Ik geef toe: Mijn inleiding was overdreven. Wat daarbij eveneens oeverloos overdreven en populistisch is, is de praat die De Gucht junior uitslaat om een onbeduidend belastingsysteempje gesleten te krijgen bij de achterban. Cultuur verkoopt daar nu eenmaal enkel als je het gerelateerd krijgt aan de vrije markt. Zo scoort de Gucht bij zijn kiezerskorps en bij de jongens en meisjes die ook zeggen een hart vol te hebben van cultuur en boeken en dingen. Altijd mooi meegenomen. Guy Verhofstadt doet het zo al jaren, maar dan goed.

Vandenhaute vroeg hem ter besluit welk stuk hij binnenkort zou wezen kijken. Dat zou er pas in maart van komen, daarvoor stonden er enkel nieuwjaarsrecepties op de agenda. Van het laatste werk dat hij zag, kon hij zich enkel het productiehuis (de kvs – nou nou nou) herinneren. Maar minister van cultuur wilde hij zo een beetje dolgraag worden. Nee, dan de vader!

dinsdag 6 januari 2009

Een blok aan mijn been (2) – I´m still standing

Nu de kerstvakantie voorbij is, lijkt het studeren pas echt van start te kunnen gaan. Eerst moest er een jaar afgemaakt worden, net als Yves Leterme, en een ander jaar op gang getrokken, net als de oorlog in de Gaza-strook, wat mij als goedgeïnformeerde burger een schijnbaar voltijdse bezigheid gaf. Ook opgelegde vrolijkheden kosten tijd en energie.

Dat is nu allemaal voorbij. Zoals de meesten ´s morgens naar het werk of school vertrekken, wordt er van mij verwacht een dagtaak te hebben aan het inventariseren en stockeren van kennis. Vreemd gevoel. Vooral omdat de te kennen leerstof gedicteerd wordt van bovenaf, en lectuur die mij best interessant lijkt, uitgesloten blijft van enige latere quotering. Om maar te zeggen dat de revolterende fase mij alles behalve ongemoeid laat. Sinds deze ochtend heb ik die echter achter me moeten laten. Nu enkel drie nachtjes slapen mij nog scheiden van mijn eerste examen op universitair niveau, voelt het plots allemaal aan alsof het menens is. Waar ik me tot voor kort nog wel eens een hele avond in een boek (teevee) kon verliezen, of de ochtend schaamteloos kon doorbrengen met enkel en alleen een weekendkrant en een kop koffie (dagteevee), klinkt dat nu allemaal als oeverloos tijdsverlies in de oren. Er moet aan een toekomst gewerkt worden, en snel.

Dat is natuurlijk niet de eerste keer. Als je niet oppast, ben je de hele tijd aan je toekomst aan het werken, en dat kan natuurlijk ook niet de bedoeling zijn. Vorige examenreeksen deden al wel ongeveer hetzelfde vermoeden. Bekende patronen grijpen zo om zich heen om de situatie onder controle te krijgen. Ik sta zo bijvoorbeeld haast elke ochtend op met I´m still standing van Elton John. Niet omdat ik dat een geweldig nummer vind (oh jawel), maar omdat ik het blijkbaar nodig heb om elke ochtend weer het geloof in eigen kunnen te herwinnen. Als die bebrilde nicht er in slaagt de boel een beetje aan kant te houden binnen zijn eindeloos gedramatiseerd leventje, moet dat deze bebrilde nicht toch ook wel lukken. De resterende uren waarin ik wakker dien te blijven, worden opgeluisterd door het ultieme beste van Prince, Mika en – wel heb je daar – Alcazar. Abba bleef vooralsnog buiten schot. Als ik die namen achter elkaar zie staan, voel ik me wel verplicht om MNM een dezer dagen op te zoeken. Niets is nog zeker in dit soort perioden. Alles doe ik eraan om niet te worden bloot gesteld aan melancholische, laat staan droefgeestige muziek, waarmee ik mezelf van m´n melk kan brengen. Daarmee ben ik als gevoelsmens in hart en nieren al snel een hele avond kwijt.

De malaise op andere domeinen is er niet minder om. Mijn literaire activiteiten beperken zich tot het zeulen met allerhande boeken van de ene naar de andere kamer. Ik stapel, bepotel en herschik ze als nooit tevoren om toch maar het idee te hebben met literatuur bezig te zijn. Af en toe slaag ik er nog in enkele paginaatjes te lezen zonder me daarna berispend te moeten aanspreken, op voorwaarde dat ik een duidelijke link met een lessenreeks kan formuleren. Erwin Mortier moet daarbij sneuvelen, Ludo Abicht blijft tot hier toe overeind.

Om van de beeldende kunsten nog maar te zwijgen!

Maar ik blijf dus overeind. In die drie weken die ik zowat helemaal in dezelfde joggingbroek doormaakte, heb ik me nog geen enkele keer met het noodlot vereenzelvigt. Dat kan volgens mij alleen maar te danken zijn aan de onvolprezen Iced Tea van de Aldi. We hebben het hier dan wel over de oorspronkelijke citroensmaak en niet over die afschuwelijk perzikvariant waarmee deze supermarktketen het succes van haar sterproduct hopeloos probeert te evenaren. Aangeleverd in bussen van anderhalve liter, en liefst koud maar niet ijskoud geserveerd zodat de doordrinkmogelijkheid die wordt geschapen door het gebrek aan bubbels overeind blijft. Zolang deze godendrank beschikbaar is, lopen mijn universitaire studies geen gevaar.

zondag 4 januari 2009

Vertrouwen

Premier,

In het parlement kreeg u vrijdag al (niet geheel onverwacht) het vertrouwen van een meerderheid. De gehele oppositie stemde tegen, maar zo gaat dat al een tijdje, dat is niets persoonlijks. Iedereen mocht een nummertje opvoeren waarvan u de pointe zo kon zien aankomen. Ik neem echter nu pas de tijd om uw vraag te beantwoorden. Niet als vertragingsmanoeuvre – boven alles wens ik u een snelle, vlotte doorstart – maar omdat ik studerende ben. Hoewel het voor een premier dezer dagen best moeilijk zal zijn het hoofd koel te houden en niet weg te zakken in de bergen problemen, issues en vetes die op u afkomen, gaat het leven van alle dag nog steeds gewoon door. Zo begon ik dit jaar volgens gewijzigd plan een studie politieke wetenschappen, zonder noemenswaardige problemen. Deze keuze heeft maar weinig te maken met de politieke actualiteit. Het politieke spel heeft mij altijd gefascineerd, en het vertrouwen daarin heb ik alvast nooit opgezegd. Ik blijf er van overtuigd dat er dingen ten goede kunnen veranderen, ook binnen de Belgische context. Waarmee ik niet gezegd heb dat ik me er nog toe geroepen voel. Vrijdag begin ik met communicatiewetenschappen, waarvan ik de cursus al doorspeelde aan uw voorganger.

Als u om vertrouwen vraagt, is dat om de plannen die u al dan niet op voorhand maakte en de ministers die onder uw alziend oog voor de federale overheid zullen werken. Dat maakt de zaken er opmerkelijk genoeg makkelijker op. Ik zal u als persoon altijd fundamenteel blijven wantrouwen, en dat zal uw aardigheid om überhaupt premier te willen worden er niet op veranderen. Enkele weken geleden nog vond u het nodig te spreken over het huwelijk tussen man en vrouw als iets unieks en onevenaarbaars. Holebi´s konden dan wel gelijke rechten verkrijgen, het ultieme huwelijk moest volgens u voor hen uitgesloten blijven. Dan komen mijn nekharen eensgezind overeind. Ook uw vermeende kritiek door de jaren heen op het privéleven van uw partijgenoot Wilfried Martens, is volstrekt misplaatst. Mensen als u vormen een stugge hindernis naar de ideale samenleving waar velen al eeuwen aan werken, en dat mag u nooit vergeven worden. Als u unisono in de pers wordt bewierookt als mogelijk redder des vaderlands, is dat enkel en alleen omdat uw voorganger de totale chaos achterliet waarin iedereen die langer dan een week standhoudt kan gezien worden als een capabel man. Op andere momenten zou men u nooit het hoogste gezag in dit land toevertrouwen.

Daar gaat het nu allemaal niet om. De kans dat deze regering toekomt aan tussenkomsten bij ethische kwesties, is bijzonder gering. Dat werkt sussend. De enige zaak van dien aard waar uw ploeg zich de komende maanden normaal gezien zou over moeten buigen, is het asiel- en migratiebeleid. Meteen een eerste schijnbaar onoplosbaar probleem. Steeds in een tweede snelheid zwalpt deze problematiek al aan vanaf de eerste onderhandelingen na de verkiezingen van midden 2007. Kon deze niet worden weggemoffeld achter communautaire patstellingen, dan was het wel de financiële en economische crisis die dit probleem naar de achtergrond deden verdwijnen. Enkel vorige zomer haalde het even de aandacht, hoogstwaarschijnlijk omdat de tegenwoordige protagonisten van de wetstraat toen met vakantie waren. Het maakt de situatie er niet minder schrijnend op. Mensen moeten in grote onzekerheid een leven en een toekomst voor hun kinderen zien op te bouwen, hoewel de kans bestaat dat dat hen later uit handen zal worden gerukt wanneer zij alsnog het land worden uitgezet. Los van de tegengestelde standpunten in dit dossier, is iedereen het erover eens dat hier een oplossing, welke dan ook, zo snel als mogelijk vereist is. Binnen uw regering, die een doorslagje kan geheten van de vorige, is dat meteen het enige punt waar rond er een consensus bestaat. Iedereen beweert met wisselend aplomb dat er een einde moet komen aan deze noodsituatie. Daarna houdt het op.

Het is een eerste illustratie van in welke malaise uw regering zich begeeft. Zelfs deze materie wordt in een communautair frame gedrukt. Hoewel zij best gevoelig ligt bij alle partijen, zou het in normale omstandigheden mogelijk moeten zijn een compromis te bereiken. Echter omdat plots Joëlle Milquet tegenover Annemie Turtelboom komt te staan, wil niemand nog toegevingionen doen uit schrik om door te moeten gaan voor slechte Vlaming of Waal. Aan deze opdeling zal u eerst en vooral een einde moeten zien te maken vooraleer u toe kan komen aan echt beleid. De communautaire dialoog kan dan wel uit handen zijn gegeven aan de deelregeringen, de weerslag daarvan ondervindt de federale regering nog steeds. Een presentje van uw voorganger, wat alvast niet naar vertrouwen doet neigen.

De verdeeldheid binnen uw ploeg is daarmee nog lang niet beschreven. De vorige premier moest aftreden vanwege een beschuldiging van de voorzitter van het Hof van Cassatie, waar het laatste woord nog niet over gezegd is. De lijn die u in deze zal volgen wordt u hoogstwaarschijnlijk door partijhoofdkwartieren gedicteerd, maar ook deze lijkt de armslag van Herman Van Rompuy I (hoe voelt dat?) geen goed te zullen doen. Een gemankeerde onderzoekscommissie die te fel aan banden wordt gelegd, zal nooit de vieze bijsmaak die men meer dan ooit bij politiek proeft kunnen weghalen. Op het vertrouwen van de man in de straat hoeft u sowieso de komende jaren niet te rekenen. Daarvoor heerst het beeld te hardnekkig dat uw voorganger iets te fanatiek werd geofferd door partijgenoten en andere collega´s. Wat nu in de plaats komt is een B-ploeg, waar niemand ooit om heeft gevraagd. De verdeeldheid en verdachtmakingen die hierdoor welig tieren, zullen als een sluier over uw sociaaleconomisch beleid blijven hangen. Dat komt u misschien wel goed uit, want maakt dat de problemen in deze trant tenminste ergens op te steken vallen. De ware redenen van het uitblijven van krachtdadige beslissingen – een gigantische staatsschuld en internationale tendensen waartegen nou eenmaal niet zo gek veel valt te beginnen – verkopen alvast veel moeilijker aan een hopeloos opgejutte publieke opinie.

Ook de noodgedwongen opdeling binnen uw eigen partij zal bij dit alles geen beterschap brengen. De eigen partij is voor een premier steeds een gevaarlijke vriend, maar voor u is zelfs dat te hoog gegrepen. Hoewel christendemocraten zich in allerlei bochten wringen om toch maar eensgezind naar buiten te komen, is de interne tweespalt gigantisch. Een winnende ploeg werd opzij geschoven voor uitgerangeerde politici van de vorige eeuw. Dat is de perceptie waartegen u zal moeten vechten. Een legitimatie voor uw verblijf in de zestien hebt u daarbij amper. De schuld dat uw voorganger eruit moest, ligt bij liberalen en Walen, allerminst bij hemzelf. Een machtsbeluste CVP zwichtte voor deze en brengt het herwonnen krediet van de CD&V in het Vlaamse partijlandschap ongeziene schade toe. U zal moeten zoeken naar partijleden die de aankomende verkiezingsnederlaag toeschrijven aan een voorganger die zich al dan niet schuldig maakte aan een schending der machten. U zal plat op de buik zijn gaan liggen voor de vergane droom die België heet. De vraag is enkel of ook uw broer dit zal durven schrijven.

Andere regeringspartijen doen het niet veel beter. De Vlaamse liberalen kampen met een tekort aan politiek personeel nu zowat de meerderheid van de functionarissen al dan niet terecht een schandaal werd toebedeeld. Patrick Dewael moesten ze al opgeven, Karel De Gucht staat te popelen om weg te mogen naar Europa. Ook een totale terugkeer van Guy Verhofstadt lijkt meer en meer uitgesloten. Een verlies aan zeggenschap op allerlei domeinen doordat hun intellectuele inspiratiebron in het defensief kwam na het uitbreken van een crisis van het kapitaal, maakt eveneens zenuwachtig. Deze partij is bereid over lijken te gaan om in extremis een stemmenwinst te kunnen bewerkstelligen. Ook zij vertrouwen u en deze ploeg bovendien niet, wat u allerminst zal kunnen helpen bij consistent beleid. Elke daad die u wil stellen zal gewikt en gewogen worden, hoe cruciaal en broodnodig deze ook is.

Zeggen dat de partijen bezuiden de taalgrens op hun lauweren rusten nadat zij het communautaire opbod wisten stil te leggen, is dwalen. De strijd tussen PS en MR om de grootste formatie, woedt heviger dan ooit tevoren. Didier Reynders vervult hierin een prachtrol. Eigenlijk had ook hij niet meer in uw ploeg mogen zitten, net als Jo Vandeurzen en uw voorganger. Hij klampt zich echter vast aan zijn post op financiën op een manier die de christendemocraten het nakijken geeft. Die man is daar de komende decennia niet meer weg te branden, zeggen ze. Dat botst met de PS, die er alles aan zullen doen om hem waar dan ook weg te krijgen. Ik weet niet of u het beseft, maar deze twee partijen die zich als water en vuur ten opzichte van elkaar gedragen, zitten beiden in uw regering. Ook met hen moet u een compromis zien te sluiten vooraleer er sprake kan zijn van bestuur what so ever. De CDH die zonder veel ommezwaai partij kiest voor de PS, heeft eveneens een achterban gerust te stellen. Het ontbreek Milquet daarin de autoriteit die Di Rupo wel heeft om beslissingen door te drukken. Zij zal net als alle andere niet stilzwijgend toe zien naar hoe u in naam van het algemeen belang een land probeert te redden.

Als laatste hinderpaal wil ik het buitenlands beleid van deze regering aanraken. Ik baseer me daarbij op dat beleid gevoerd door de vorige regering en dezelfde mensen die deze posten nog steeds bezetten. Even dacht ik dat deze symbolische regeringswissel zou worden aangewend om komaf te maken met Pieter De Crem. Mocht u en zijn partij daarin geïnteresseerd zijn geweest, had dat perfect gekund door het aanroepen van een of ander gebroken evenwicht. Een gebrek aan AVW-mandatarissen, bijvoorbeeld, of een ondervertegenwoordiging van deze of genen provincie. Hij mag daarentegen verdergaan zijn afschuwwekkend beleid voort te zetten op defensie. Het blijft blijkbaar wachten op de eerste body bag vooraleer deze man ook door bronnen binnen uw regering zal worden bekritiseerd. Tot zolang mag hij zijn dolle gang blijven gaan, zolang hij maar bij tijd en wijlen in het buitenland vertoeft. Ik begrijp de afweging maar schat de consequenties hoger in. De intellectuele capaciteiten die u uit alle hoeken van de kamer worden toegeschreven, zouden voldoende moeten zijn om te beseffen dat de oorlog in Afghanistan een zinloze oorlog is. Ook Congo schreeuw zo om aandacht. De minimale prestaties die uw ministers van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking daarbij kunnen neerleggen tot hier toe, verdienen niet meer dan schaamrood. Het wordt tijd dat België weer beseft hoe fundamenteel haar rol in deze regio is en hoe desastreus de gevolgen kunnen uitdraaien als wij de kop in het zand steken. Een splitsing van een kiesdistrict dat uitblijft, geeft hooguit aanleiding tot meer punaises en vlaggengewapper. Een uitblijvende oplossing in Oost-Congo, brengt dagelijks duizenden en duizenden mensen in levensgevaar. Hier ligt een kans voor u om in tegenstelling tot uw voorganger de juiste proporties terug te laten keren bij het regeringswerk.

Nee, Meneer Van Rompuy, ik kan u ondertussen geen enkel vertrouwen schenken. Hoe sterk ik ook op zoek ben naar een stabiliserende factor binnen politiek België en hoe erg ik ook mijn best doe om die in u te zien, het lukt me niet. Deze regering draagt een te zeer beladen erfenis mee van haar voorganger, waaronder niet normaal te functioneren valt. Vele bekwame politici hebben zich hier de laatste maanden op vast gebeten, en ook u acht ik hier niet toe in staat. Daarvoor komt u in de eerste plaats misschien wel uit de verkeerde partij. Breng eerst daar orde op zaken, en denk dan pas in termen van het algemene belang. Los daarvan siert het u dat u deze taak aanvaardt, ondanks de persoonlijke weerstand die u voelde. Die loyauteit levert u inderdaad credibiliteit op, maar niet voldoende om de boel te redden. Daarvoor zijn verregaande hervormingen nodig die uw partij niet bereid is nog maar te overwegen. En verkiezingen, hoe nefast de gevolgen daarvan ook kunnen zijn.

zaterdag 3 januari 2009

Relance

Vaste prik op de eerste januari: Geert Hoste missen. Anderhalf uur moeten luisteren naar een stroom van flauwiteiten en andere rotzooi, is geen pretje. Het verpest je hele jaar, is een gedachte die maar moeilijk te onderdrukken valt bij het onverwacht geconfronteerd worden met een trailer. Die traditioneel eerste hindernis nam ik alvast met glans, in tegenstelling tot het nieuwjaarsconcert dat ik ondanks krek dezelfde argumenten elk jaar weer omarm. Dit jaar moesten we ons echter niet enkel door deze leute sleuren, maar viel er ook een openingsdebat voor de nieuwe regering uitgezeten. Een betere manier om een kater uit te soezen, bleek moeilijk te vinden.

Op enkele punten na verschilde het stuk niet erg veel van degenen die al werden opgevoerd rond Verhofstadt III en Leterme I. Verandering van spijs doet eten kan je niet eeuwig blijven uitdrukken. In die zin zat er meer drama verscholen in de scene waar Leterme zijn zestien in de Wetstraat voor het oog van een horde camera´s en fotografen moest doorgeven aan Herman Van Rompuy. Dat deed aanzienlijk veel pijn, en zo hoort het maar net. Het enige wat ons gegund werd tijdens de eerste officiële werkdag van de nieuwe premier was een Inge Vervotte die zich zo diep in haar loopgraven bleek te hebben ingegraven dat ze pas net voor de stemming binnen kwam gewaaid om de nieuwe regering dan toch maar het vertrouwen te geven. Hoewel ook Jo Vandeurzen, die er nog steeds bij zat als een geslagen hond, er best mocht wezen. Ook mijn gelukwensen voor het nieuwe jaar heb je, beste Jo. Le nouveau CD&V est disparu, en ook zo hoort het maar net.

Wat de hele tijd misschien wel het meeste in het oog sprong, was de meerderheid. Ze klappen, juichen en ovationeren voor elkaar alsof het een lieve lust is, hoewel iedereen weet dat ze elkaar niet kunnen luchten. Droevig schouwspel. (De PS leek echter vandaag al aan de oppositie te zijn begonnen, of dat zou aan de immer knerpende tolk moeten liggen.) Daarentegen weigerde overigens de christendemocratische fractie vorig jaar rond deze tijd de handen op elkaar te brengen voor Guy Verhofstadt. Los daarvan kwam het zieligste moment misschien wel van Bart Tommelein. Nadat hij nog maar enkele momenten geleden samen met zijn liberale (en dus christendemocratische) makkers had zitten ginnegappen met een Peter Vanvelthoven die zich had laten strikken voor een taalkundig foutje, weigerde hij de microfoon te openen na een persoonlijk aan hem gestelde vraag. Na even onwennig polshoogte te hebben genomen bij zijn collega Verherstraeten, kwam hij niet verder dan een vaagheid die inderdaad door de band enkel aan tsjeven zou worden toegeschreven. Dat ging over de bankencommissie, die nog als een rode draad door het hele debat zou blijven lopen.

Verder viel vooral op hoe snel een parlement weer in de plooi kan vallen. Waar twee weken geleden de pleuris leek te zijn uitgebroken, had iedereen zijn gepaste rol alweer opgenomen. De – Ja, hoe zullen we het noemen? – populistische oppositie voerden hun nummertje op zoals we ze het inderdaad al twee keer eerder hadden zien doen. Toen beter, overigens. Annemans noch Dedecker wisten een zinnetje te formuleren wat het onthouden waard was, wat mij op deze tweede nieuwjaarsdag bepaald niet hoopvol stemde. De – tja – andere oppositie bracht het er daarentegen beter vanaf. Hoewel zij het meestal laten bij suffe aan- en opmerkingen (wat bij de sp.a ligt aan een gebrek aan goed politiek personeel, bij Groen! aan de ideologie), maakten zij deze keer een goeie beurt. Ook dat stemt droef. Als de sp.a, die tegenwoordig toch steeds een gaatje probeert open te houden om alsnog de zittende regering bij te kunnen passen, noemenswaardige kritiek uit, hebben we een echt probleem.

Dat probleem heet de naderhand welbekende onderzoekscommissie. Een dermate onduidelijke term waar iedereen naar eigen goeddunken zijn gang mee kan gaan. Aangezien ik geen jurist ben, en er ook geen in loondienst heb rondlopen, kan ik enkel maar gissen naar waar de waarheid nou precies ligt. Wat alvast vast staat, is dat er eentje komt. Aangezien die zekerheid al langer in de lucht hing, leken mij de zaken geregeld. Toen Thyssen begon over dat het geen politiek tribunaal mocht worden, vroeg ik mij dan ook (oprecht) af wat het mens daar in godsnaam mee bedoelde. Wel, kijk. Je hebt onderzoekscommissies zonder experts, met experts en parlementsleden en enkel met experts. Die laatste optie, waar nu door de meerderheid voor wordt geopteerd, is er eentje waarbij parlementsleden van het recht worden onthouden om vragen te stellen aan de betrokkenen. Daar ga je dan, als parlementaire democratie. De studiedienst van Dedecker, die waarschijnlijk staat te springen om al het mogelijke boven te spitten, mag zo enkel conclusietjes trekken uit het voor hen opgestelde rapport. Hoewel Servais Verherstraeten (die zijn arrogante toontje overigens weer helemaal terug had) in het protest van de oppositie daaromtrent, een teken van angst zag, lijkt dit een omstandig geformuleerde schuldbekentenis. Echter bewijst de kraakverse parlementsvoorzitter dat Dedecker en zijn kornuiten haast armslag hebben. Hoewel velen zijn ontslag eisten, maakte Patrick Dewael deze week een numerieke promotie. Er zou dus niets te vrezen mogen vallen voor zulke commissie, zeker mocht er geen stront aan de knikker zijn. Het ook bij mij ingevallen fatalisme, beweert daarentegen al een tijdje samen met Mevrouw Thyssen wat anders.