Nu in Vlaanderen de eerste zwarte zondag bijna twintig jaar geleden een prille burgerdemocratie op haar grondvesten deed daveren, is het misschien tijd om de rekening op te maken. Het Vlaams Blok (de naam die nog steeds het best de lading dekt) mag dan geen enkel wetsvoorstel of decreet hebben kunnen realiseren, niemand zal ontkennen dat deze partij de samenleving een definitief ander aanschijn gaf. De vergelijking met de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders ligt voor de hand, hoewel zij niet in een en dezelfde adem mogen worden genoemd. Parallellen zijn er wel, en die ogen als steeds zinvol. Nu er Europese verkiezingen op til zijn waarbij de PVV veel kans maakt een grote sprong voorwaarts te maken, en het VB wel eens een terugslag zou kunnen kennen, moeten die ook maar eens getrokken worden. Trots op Vlaanderen, misschien.
Waarbij Wilders zich echter lijkt te beperken tot het demoniseren van de islam en verder zijn mosterd blijft halen bij zijn liberale voorgeschiedenis, ziet het Vlaams Blok toch eerder elders de klepel hangen. Ontsproten uit de Vlaams-nationalistische volksbeweging en openlijk neonazistische organisaties, houdt deze partij er een over de gehele lijn oerconservatief maatschappijbeeld op na. Het valt moeilijk te zeggen aangezien dit soort politici veeleer met de wind mee praten dan wat anders, maar onder andere de vrouwen en homoseksuelen, de bevolkingsgroepen voor wie Wilders zegt te strijden, zouden dekking moeten zoeken in de samenleving waar het VB voor staat. Nog niet zo gek lang geleden pleitten zij in hun programma voor een vrouw aan de spreekwoordelijke haard, en holebi´s moeten nog steeds niet rekenen op gelijke rechten. Hoewel de PVV deze bevolkingsgroepen totnogtoe ongemoeid laat, ijveren zij wel allebei voor een even schrikbarend en discriminerend beleid als het op moslims aankomt. Wilders minder gevaarlijk omschrijven als Dewinter omdat hij enkel op een geloofsgroep inbeukt en verder andere doorgaans verdachte sujetten met rust laat, zou hypocriet zijn. Van hetzelfde bevlekte laken een pak, dus. Ook de toon die zij aanslaan in het publieke debat en de plek die zij met veel bravoure bekleden in het partijlandschap, is identiek. De manieren waarop wij met hen omgaan, zijn daarentegen fundamenteel verschillend.
Het Vlaams Blok werd in de jaren negentig met weerzin en afschuw onthaald. Hoewel deze partij al geruime tijd aan het oppervlak sluimerde, werd zij toen pas echt een onafwendbaar probleem. Het sfeertje waar het VB in groot werd en de mensen waar zij een stem aan verleende, maakte bang. Dit noopte de democratische partijen tot het sluiten van het alom bekende cordon sanitaire. Twee eerste pogingen waren nodig om dit beginsel op 19 november 1992 uiteindelijk omgezet te krijgen in een werkelijke resolutie. De doorbraak van het VB in ´91 – waarbij zij in het federale parlement van twee naar twaalf zetels sprongen -, die betreurde eerste zwarte zondag, lag nog vers in het geheugen en de schrik zat er danig in. Hoewel enkele partijvoorzitters (van N-VA en LDD, niet toevallig beide ter rechterzijde) tegenwoordig maar wat graag verkondigen dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen samenwerking met deze ondertussen noodgedwongen van naam veranderende partij, en daarmee het pact opbliezen, is het tot op heden nog tot geen enkele beleidsovereenkomst gekomen. Die naamswijziging kwam er na een veroordeling voor discriminatie en racisme – Geert Wilders legt maar best al een lijstje nieuwe roepnamen aan. Ook de media hebben er een soortgelijke relatie opzitten met het VB. Waar zij vroeger haast werd dood gezwegen, wordt ze nu door velen gezien als een partij als alle andere. De publieke omroep hield er een hele tijd dezelfde omgangsvormen op na (volgens sommigen om de partij klein te krijgen) maar is nu weer bij af. Het VB wordt enkel op het scherm getolereerd als het – nou ja – niet anders kan.
Deze strikte manier om met een partij om te gaan die toch een aanzienlijk deel van de stemmen haalt, wekte vaak opzien in het buitenland. We waren al verdacht omdat we überhaupt te maken hadden met zo´n gruwel, en maakten ons dat nog meer door blijkbaar niet met zuivere beleidsdaden af te kunnen rekenen met hen. Misschien is dat terecht. Je kan niet verwachten dat elke buitenstaander zich zo verdiept in je samenleving dat hij ook oog krijgt voor de nuance die sommige leden ervan weldegelijk eigen is. In the end telt enkel de stem van de meerderheid, en we kunnen er niet omheen dat die in Vlaanderen bij momenten een erg gore bijklank heeft. Toch was dat geen reden om deze tactiek, die uiteindelijk enkel stoelt op ethische uitgangspunten, zomaar bij het vuilnis te zetten. Je mag het kind niet met het badwater weggooien. Hoewel het cordon sanitaire vaak wordt aangeduid als een ondemocratisch instrument, was het niet meer dan een overeenkomst tussen alle politieke partijen om niet met het VB samen te werken. Je zou kunnen zeggen dat zij er allemaal toevallig hetzelfde over dachten. Daar was overigens alle reden toe, want het programma van die partij is bepaald geen lolletje. Het zou misschien zelfs oneerlijker zijn geweest voor te wenden dat er wel mogelijkheden waren tot samenwerking.
Een andere reden waarom dat verdomde cordon sanitaire zinvol blijft, is veel minder omslachtig. Het heeft zijn effectiviteit namelijk bewezen. Dat heeft – toegegeven – even geduurd, maar de vruchten zijn ernaar. Bij de laatste federale verkiezingen verloor het VB alvast een zetel, en in 2006 ging zij significant achteruit in – pakweg – Antwerpen toen er voor de gemeenteraden mocht worden gekozen. Die laatste resultaten zijn belangwekkender dan de eerste omdat er toen nog geen sprake was van een andere populistisch alternatief. De lijst Dedecker moest nog worden opgericht toen het Vlaas Belang eindelijk in haar schijnbaar eeuwigdurende opmars werd gestopt. Ook de vermeende problemen lijken momenteel groter dan ooit, dus beleidsmensen hoeven zich eveneens niet op de borst te kloppen. De hoofdreden – er zijn er vele – ligt daarentegen bij dat cordon. De uitzichtloze situatie waar het VB zo in werd gedrongen, deed kiezers overstag gaan. Hoe diep je ongenoegen ook gaat, het VB zal daar op geen enkele manier iets aan kunnen veranderen. De partijleiding kan nog zo trots zijn op haar onverzettelijkheid, het verandert geen sikkepit aan de situatie van haar kiezers. Dat doet de moraal wel eens kelderen.
Hoewel nu ook Nederland ten prooi lijkt te vallen aan dergelijke praktijken, blijven de twee samenlevingen in wezen erg verschillend. In Nederland is er nooit iets aanwezig geweest als wat ik de communautaire bonus zou willen noemen, waar populistische politici op zouden kunnen teren. Het VB heeft steeds de mazzel gehad om elk probleem dat rond financiën draaide af te kunnen serveren met een verwijzing naar de gigantische bedragen die zij bezuiden de taalgrens zouden gaan halen, als ze eraan mochten. Binnen de Randstad valt er enkel te foeteren op onverstaanbare Friezen, maar van kwaadwilligheid kan je die niet verdenken. Het was dus wachten op een Rotterdamse relnicht om de bom ook in het gezicht van de Nederlandse elite te doen ontploffen. Daar ging die wereldberoemde tolerantie, en er zou bloed om vloeien ook. Het ging plots hard boven de moerdijk, en wat overbleef was een ontwrichte samenleving die maar met moeite twee politieke moorden verwerkt kreeg. Ook dat beeld werd met stijgende regelmaat in de alles verterende buitenlanden opgehangen. Het gat dat na de dood van Fortuyn gaapte, schreeuwde om opgevuld te raken. Je kan er toeval in zien dat Geert Wilders daar met zijn gebetonneerd kapsel in lijkt te slagen. Voor hetzelfde geld was er een kleine dikke met een snor in die beerput gesprongen. Rita Verdonk scharrelt met wisselende gretigheid in zijn zog, hoewel zij nooit de ranzigheid zal kunnen uitdragen waar het kokette burgervrouwtje soms van droomt. Wie er ook de dis uitmaakt in het extreemrechtse kamp, Nederland hinkt willens nillens bij wat het populisme aangaat en daar lijkt vooralsnog maar weinig aan te veranderen.
Enkele kanttekeningen zijn hier weliswaar meer dan nodig. De kans is bijvoorbeeld bijzonder groot dat Nederland nooit de klappen zal krijgen die Vlaanderen ooit te verduren kreeg. Dat draait in de eerste plaats niet om de communautaire donderwolken die op gezette tijden samenpakken boven het Vlaamse landschap, maar om het voordeel dat Nederland haalt uit de SP. Zonder daarvoor in te moeten gaan op politieke voorkeuren van wie dan ook, behoeft het maar weinig inzicht om te beseffen dat een samenleving met die partij beter af is dan met populistisch rechts aan zet. Hoewel ook zij deze kwaal af en toe (onterecht) wordt verweten, staat deze partij voor een programma waar niemand zich om hoeft te schamen. De radicale keuzes die zij daarvoor maakt, spreken bovendien een deel van de bevolking aan dat in Vlaanderen hoegenaamd niet bediend wordt. Waar er in Nederland een volwaardig links alternatief is voor wie Wouter Bos een lulletje rozenwater vindt, blijft de Vlaamse kiezer die het op zijn heupen krijgt van het nietszeggende gekreun van Caroline Gennez verweesd achter. Ter linker zijde alleszins. Het Vlaams Belang en sinds kort dus ook de lijst Dedecker staan te popelen om deze (terecht) misnoegde mensen in te lijven. Dat die partijen allesbehalve oog hebben voor het lot van deze doorgaans kleine man, lijkt kiezer noch politicus te kunnen deren.
Verder vallen vooral gelijkenissen op. Hoewel het Vlaams Belang uit pure armoede claimt resultaten te kunnen voorleggen in de vorm van een mentaliteitswijziging bij de andere partijen, lijkt daar eigenlijk maar weinig van aan. De ommezwaai in het publieke debat kwam er mijns inziens zo goed als tezelfdertijd toen die zich bij de noorderburen voltrok. Daar heet de katalysator in het debat Pim Fortuyn te zijn. De ware reden lijkt mij echter elders te liggen. Deze wordt in Nederland bijzonder duidelijk als Pim Fortuyn op 25 november 2001 lijsttrekker wordt voor Leefbaar Nederland. Met deze timing komt hij pal in de slipstream van de historische aanslagen in de Verenigde Staten te zitten. Wie beseft welke invloed deze gebeurtenissen nog steeds op het leven en welzijn van een Leon De Winter hebben, hoedt zich voor het effect waar Jan Modaal tot op de dag van vandaag onderhevig aan is. Alle moslims waren plots verdacht. Fortuyn kreeg de beste omstandigheden om zijn stellingen daaromtrent te poneren en het Vlaams Blok om haar gelijk op te eisen. Beide gaat het plots wel erg voor de wind. De traditionele partijen konden niet achter blijven, en ook zij verhardden het gebezigde jargon. Aan eigen oplossingen wordt nog steeds maar met mondjesmaat gedacht.
Een groter verschil tussen beide samenlevingen dan de manier waarop er rond maatschappelijke problemen wordt gehandeld, lijkt de wijze waarop men met de partijen die deze onderwerpen bezetten omgaat. Zoals eerder vermeld koos Vlaanderen voor een ietwat radicaal aandoende strategie. We probeerden ze te verzwijgen, en ontkenden ze waar nodig. In Nederland lijkt daarentegen net het tegenovergestelde aan de hand. Politici staan te trappelen om met Geert Wilders het debat aan te gaan, en media zien hem als een geschenk uit de hemel. Soms moet je wel blij wezen om zijn beslissing om niet naar linksige actualiteitenrubrieken te komen, of de kans zat erin dat we elke avond naar Wilders´ praatjes zouden moeten luisteren. Vlaanderen heeft daarentegen tot nader orde nog steeds een krant die principieel geen interviews publiceert met extreemrechtse kopstukken. De tegenstelling was laatst het hevigst toen Wilders Groot-Brittannië niet in mocht. Waar de politieke leiders van Groen-Links, VVD en SP in Buitenhof voor de meest groteske formuleringen vochten om deze schanddaad aan de kaak te stellen, leek er in Vlaanderen een compromis heersend dat die weigering maar goed was zo. Tuig hou je het beste buiten. Ook toen Wilders een proces werd aangespannen, reageerde men zowat geheel tegengesteld als toen Vlaanderen eindelijk het hare mocht voeren tegen het VB. Wanneer Jan Mulder dan in De Wereld Draait Door beweert dat Wilders eigenlijk au fond gelijk heeft – al is het maar omdat die man alles doet om de lachers op zijn hand te krijgen -, behoort hij wel zeker tot het meubilair van elke Nederlandse huiskamer.
Vrijblijvend vitten op een collega-politicus zonder daar enige consequentie aan te willen verbinden, maakt hem tot gelijke. Dat beeld is funest voor een democratie die overeind probeert te blijven. Zo creëert de Nederlandse elite een probleem dat Vlaanderen schijnbaar heeft kunnen afslaan. Na decennialang geroep en getier, werd duidelijk dat het Vlaams Belang niets verwezenlijken kon. Hoe hard je ook wilde protesteren door op die partij te stemmen, er veranderde toch niets. Dat deed kiezers de voorbije jaren terugkeren naar nette partijen, en nu naar LDD, die weliswaar ook een populistisch discours hanteert maar evenwel wenselijker blijft dan het VB. Wilders of Verdonk, dat is het zo een beetje. Wat niet gelijk staat aan de pest of de cholera. Wie daarentegen die eerste blijft behandelen als eender welke, loopt kans nog vele jaren een publiek debat te moeten voeren dat al bij voorbaat gewonnen is door iemand die erg hard schreeuwt maar niets zegt. En daar schiet niemand wat mee op.
zondag 1 maart 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten