vrijdag 20 maart 2009

Foute boel

Het gaat hard in Nederland. Terwijl iedereen druk doende is over een politieke crisis – het kabinet wil het maar niet eens raken over de te nemen crisismaatregelen – blijft er maar één politicus over die het nog gegund is zorgeloos door het politieke landschap heen te fietsen. Hoewel Geert Wilders de meest beveiligde man in Nederland lijkt, gaat alles hem vooralsnog voor de wind. In de eindeloze stroom opiniepeilingen wordt zijn Partij voor de Vrijheid tegenwoordig als grootste getipt, en ook de media raken maar niet op hem uitgekeken. Hij hoeft maar een keertje te kuchen om een hele horde journalisten achter zich te krijgen die vragen of er wat scheelt. Hij begint wel erg veel weg te krijgen van een publiekslieveling.

Hoe Wilders daar in slaagt, is mij volkomen onduidelijk. Jarenlang heeft Nederland met enig misprijzen neergekeken op een Vlaanderen dat te kampen had met hardnekkige extreemrechtse aanslag. Dat was terecht, eigenlijk. Nu echter lijkt datzelfde Nederland een man die enkel en alleen bekend staat om zijn haat jegens een andere bevolkingsgroep te omarmen. Als de politieke elite – waar hij zelf maar wat graag op afgeeft – iets te verwijten valt, is het wel de luchtige manier waarop ze met zijn persoon omgaan. Het betreft hier een man die er zijn heilige missie van heeft gemaakt een hele wereldgodsdienst tot zondebok te maken, een man die bezig is een klimaat te scheppen waarin gruwelijke dingen niet langer ondenkbaar blijven. Hoewel het van Joost Zwagerman niet mag, licht de vergelijking met hoe in de aanloop naar de tweede wereldoorlog over Joden werd gesproken voor de hand. Het is allemaal tuig, volgens Wilders, en we moeten er maar zo snel als mogelijk vanaf zien te raken. Die man speelt met vuur.

Met enig afgrijzen zie ik mensen die hun stem royaal laten gelden in het publieke debat, drummen om hun respect voor Wilders uit te spreken. De lijst is ellenlang, maar deze week wilden alvast Hans Wiegel (VVD, erelid) en Felix Rottenberg (PvdA, geen erelid) eerst en vooral aanstippen hoe sterk ze Wilders als politicus vonden. Dat werd niet verkondigd als een waarschuwing om maar goed met dat verdachte sujet op te passen, maar klonk enkel als een bloemetje dat ze hem al een hele tijd wilde toe werpen. Wiegel ging nog een stap verder door in Pauw&Witteman luidop te dromen van een coalitie tussen VVD, CDA, D66 en PVV. Ze waren het dan misschien niet op alle punten eens met elkaar, maar de PVV lag in iedere geval meer voor de hand dan pakweg de PvdA. Van een erelid verwacht je toch beter dan dit soort schaamteloos opportunisme.

Jack Van Gelder, een guitige voetbaljournalist waar zelfs ik af en toe bij blijft hangen, maakt het echter nog bonter. Die vertrouwde Het Parool toe dat als hij überhaupt nog een stem zou uitbrengen, die naar Wilders zou gaan. Zo vies hebben wij het nooit moeten eten. Bij mijn weten heeft er zich in Vlaanderen nooit iemand zo openlijk tot het Vlaams Belang bekeerd. Enkel De Strangers waren even verdacht, maar dat is hen later rigoureus vergeven. Hoewel Zwagerman erg zijn best doet om verschillen te zien tussen het VB en Wilders, blijf ik me afvragen waar die dan in wezen schuilen. Het VB gaat zeker op meer punten uit de bocht dan Wilders, maar ze houden er over het meest precaire vraagstuk dat dezer tijden loopt – hoe om te gaan met migratie – quasi hetzelfde standpunt op na. De islam zal nooit te rijmen zijn met onze westerse levensopvattingen. Gevaarlijk spul. Wij hebben overigens steeds de hoop kunnen koesteren Philip Dewinter te kunnen verslaan in debatten. Iets wat ons overigens tegenwoordig lijkt te lukken. Wilders daarentegen wil zich enkel in de tweede kamer verdedigen, waar hij ondanks de dappere pogingen van Pechtold op de keper beschouwd maar weinig weerstand ondervindt. Zolang Wilders zichzelf beschouwt als anders dan alle andere (democratische) politici, lijkt me het bijzonder dom om daar zelf tegen beter weten in wel vanuit te gaan.

Geen opmerkingen: