vrijdag 6 maart 2009

Commie, homo-loving sons-of-guns

Nu Bart De Wever alomtegenwoordig is in de media, is hij misschien tot inkeer gekomen, maar er is een tijd geweest dat hij niet te spreken was over deze sector. Het gaat nou niet over de eerdere beslissing van zijn partij om niet dienst te doen als entertainment, die hij welhaast dagelijks met voeten treedt, maar om zijn analyse dat het publieke debat veel te links georiënteerd is. Zoals de meeste van zijn opmerkingen, klinkt dat bijzonder aannemelijk, maar overstijgt het bij nader inzien de waarde niet van goed geproduceerd entertainment;

Deze week las ik De Gedroomde Samenleving van Willem Schinkel. Ik hou er niet zo van om persoonsnamen en titels zo prominent aan bod te laten komen, maar met deze vermelding heb ik niets anders dan de bedoeling hem door zoveel mogelijk mensen gelezen te krijgen. Schinkel is theoretisch socioloog en beschrijft in deze wetenschappelijke publicatie die leest als een pamflet, hoe het integratiediscours de voorbije jaren in Nederland is geëvolueerd. Nou, vrolijk word je er alvast niet van. De jaren waarop wij collectief terugkijken als wanneer links tot inkeer kwam, legt hij uit als momenten waarop rechts wat jargon betreft de boel definitief over nam. Wie enkel een rechts jargon voor handen heeft om zijn visie in uit te drukken, kan ook enkel tot rechtse oplossingen komen, betoogt hij. Ik schets zijn conclusies kort (door de bocht), want voorzie dat jullie allen het boekje (160 paginaatjes, daarvoor kan je het niet laten) zullen lezen. Over deze kwalijke veranderingen zwijgt De Wever vanzelfsprekend zedig als hij weer eens afgeeft op die alles verterende linkse elite.

Wat mij vooral frappeert als ik naar het publieke debat kijk – en daar gaat het nou om -, is de regelmaat waarmee steeds weer dezelfde mensen terug keren. Zonder aan complottheorieën te willen gaan, lijkt er wel een poel van pakweg vijftig mensen die door iedereen voor intelligent worden aanzien te zijn waar elke talkshow of krantenbijlage uit dient te putten. Velen zijn zelf journalist, en van anderen is de herkomst steeds onduidelijker geworden. Rik Torfs is daar een mooi voorbeeld van. Hoewel enkel gepromoveerd op het kerkelijk recht, klinkt zijn stem in het debat over welk onderwerp dan ook even luid als eender welke. Er valt inderdaad niet te ontkennen dat quasi al deze mensen van oudsher min of meer links georiënteerd zijn. Op enkele gedoogde eenzaten na, passen ze allemaal in het paars-groene keurslijf. Een ramp is dat allerminst, maar je kan je voorstellen dat Bart De Wever zich er dood aan ergert.

Over deze groep mensen die de hele Vlaamse bevolking elke dag weer een opinie poogt aan te smeren, vallen daarentegen interessantere dingen te zeggen. De schandelijke ondervertegenwoordiging van de academische wereld hierin, bijvoorbeeld. Hierbij grijp ik mijn kans om Willem Schinkel nogmaals de revue te laten passeren. Over de aandacht die hij kreeg omtrent zijn publicatie, kan hij werkelijk niet klagen. Hij kreeg zowaar een eigen Zomergasten waarin hij zijn theorie haarfijn mocht uitleggen. Op die manier werd hij weliswaar gehoord, maar ook meteen weer vergeten. Wie in het integratiedebat op zoek gaat naar restanten van wat hij ons heeft geleerd, zal onherroepelijk van een kale reis weer moeten keren. Niemand lijkt na akte te hebben genomen van zijn denken, over te zijn gegaan tot een broodnodige reflectie. Ook die poel intellectuelen is onderhevig aan een (rechtse) onderstroom in de samenleving waar nu eenmaal niet aan te ontkomen valt als je dagelijks analyses en opiniestukken aan moet leveren. Ook zij staan niet los van een algemeen wel- of onbehagen dat leeft, ongeacht op wat deze gebaseerd zijn. Door de afwezigheid van academici wordt niemand er ook op gewezen en kan de trein rustig verder razen, hoe dicht hij het ravijn ook nadert. Een ander voorbeeld in deze is Bea Cantillon. Hoewel zij professor in de sociologie – en barones! – is, en in die hoedanigheid onderzoek heeft verricht naar de organisatie van de welvaartstaat in België, worden haar conclusies amper gehoord als men deze helemaal om wil gooien. Ook toen het communautaire debat deze onderwerpen aandeed, werd zij maar zelden geraadpleegd. Deze mensen, die geacht worden fundamenteel onderzoek te verrichten, wars van alle perceptie en vooringenomenheid, zijn schijnbaar vervangen door anderen, die enkel beschikken over de informatie die tot zowat iedereen komt. Zij staan midden in de wereld en declameren hun gelijk alsof ze daarentegen de boel van bovenuit gadeslaan. Zo gaat de consensus die in het publieke debat wordt bereikt, steeds meer lijken op een afkooksel van wat rechts – waaronder Bart De Wever – ons zo halsstarrig probeert op te dringen.

Een ander punt dat de laatste tijd opvalt als je het debat volgt, gaat mijns inziens ook in tegen de hypothese van De Wever. Het lijkt er op dat de term socialisme helemaal hetzelfde lot beschoren is als dewelke het woord communisme enkele tijd geleden is ondergaan. Waar die in de slipstream van de val van de muur werd verwezen naar de prullenbak, wordt ook het socialisme steeds meer en meer gemeden. Voor alle duidelijkheid gaat het nu om de woorden. Hoewel de praktijk anders leert, hoeft er niet per se een verband te zijn met de ideologie an sich. Als Obama uitgescholden wordt voor socialist, lachen we nog wel meewarrig als vanouds, maar wanneer Bert Anciaux het woord niet over zijn lippen krijgt, hoewel hij in een partij zit die er naar is vernoemd, maakt niemand daar een probleem van. De partijleiding, die sowieso al een tijdje geleden dezelfde toer opging, al helemaal niet. Ook dit strookt absoluut niet met het debat dat in de academische wereld gevoerd wordt, waar deze twee woorden door iedereen worden aanzien als volwaardige ideologieën. Steeds vaker wordt een gehele discussie – van links tot rechts – beheerst door populistisch discours, waar enkel rechts haar slag mee kan slaan. De aanname dat het debat aangevoerd wordt door halve communisten, is niets anders dan hier een voorbeeld van.

Geen opmerkingen: