De wurggreep waar de waanidee van een vrije markt de Westerse samenleving (en bij uitbreiding de hele wereld) nu al enkele decennia in houdt, lijkt aan kracht te moeten inboeten. Nu een eindeloze reeks van rampen door deze ideologie zelf georganiseerd vorig jaar uitmondde in een financiële crisis van heb ik jou daar, zagen vooraanstaande verdedigers van de vrije markt zich genoodzaakt toe te geven dat er fouten waren gemaakt. Het is maar hoe je het bekijkt, natuurlijk. Enkelingen blijven zich vast klampen aan hun verzopen gedachtegoed, maar zij lijken binnenkort te behoren tot de folklore.
Dat is dan wel allemaal even buiten de Vlaamse liberalen gerekend. De partij die al een hele tijd te kampen heeft met eveneens een eindeloze reeks rampen (waaronder enkele partijleden) wringt zich al geruime tijd in onthutsende bochten om het failliet van het onmenselijke liberalisme niet onder ogen te moeten zien. Dat ging hen niet al te bijster af, dit onderwerp valt nou eenmaal niet binnen één-twee-drie in een communautaire logica te proppen. Omdat liberalen altijd al slecht zijn geweest in eigen fouten toegeven, deed Jean-Jacques De Gucht er deze week nog een schepje bovenop. Een tax shelter voor de podiumkunsten, omdat de vrije markt ook daar moet zijn waar u ze wel helemaal niet verwacht.
Hij - ongetwijfeld de meest fotogenieke van degenen die het voorstel deden – mocht daarvoor een heus opiniestuk schrijven en op de koffie bij tante Lieven Vandenhaute. Het concept is nogal simpel. Bedrijven worden aangespoord om te investeren in cultuur, met als beloning een fiks belastingvoordeel. Wat hier voor film al een lange tijd gold, wil De Gucht junior nu dus uitbreiden naar de podiumkunsten. Aangeschreven wordt het (op de bevoegde sites) als een investering, waarvan het geld normalerwijze naar de fiscus (belastingvoordeel) zou gaan, nu geïnvesteerd wordt in een cultureel product met mogelijk financieel en niet-financieel rendement, wat niet het geval is met betaalde belastingen. Ik parafraseer, maar die afkeer van belastingen lag er al voor mij in besloten. De technische kant van de zaak interesseert me ook maar weinig. Het gaat hier tenslotte over cultuur. De impact van deze regeling op de Belgische filmindustrie kan ik – daar moeten we dan maar eerlijk in zijn – moeilijk inschatten. Het probleem zit´m dan ook in het uitgangspunt dat de kleine De Gucht hanteert. U raadt het nooit, hoor, maar hij vindt dat ook de podiumkunsten moeten worden uitgeleverd aan de vrije markt. Als dat tot een enkel belastingvoordeeltje leidt, strookt dit met de neurotische hang van liberalen naar belastingverlaging en meer niet. Als hij dat meent, moet hij dringend op retraite.
De argumenten die hij voor deze stelling aanhaalt, moeten we minstens eens per jaar aanhoren uit de mond van de afgevaardigde Vlaams Belanger van dienst, want na een jaartje zijn ze ook daar weer vergeten wie hun cultuurverantwoordelijke was. Jean-Jacques was tactvol genoeg (die vergelijking loop je maar beter mis) het woord elitair daarbij niet te gebruiken. Wel vond hij dat politieke commissies niet mochten beslissen over wat er gemaakt wordt aan podiumkunsten, maar dat pleit moest het publiek zelfstandig beslechten. Ach ja. Hij heeft een punt als hij zegt dat deze substantie niet in handen mag worden gegeven van politieke commissies, daar is iedereen het over eens behalve degenen die in die commissies zetelen. Na elke subsidieronde zeuren er talloze gezelschappen van podiumkunstenaars over het bloedbad dat is aangericht. Terecht, soms. Het voorstel dat De Gucht junior daar tegenover plaatst, om het publiek dan maar het laatste woord te laten hebben, is echter nog afschrikwekkender. Iedereen weet dat de grote toneelhuizen niet op zichzelf rendabel zijn en een overlevering aan de vrije markt nooit zouden overleven.
Die kleine weet dat natuurlijk ook verdomd goed. Met een vader die maar wat graag gesignaleerd wordt in en rond die cultuurhuizen, moet je er niet aan denken de boel te verpatsen aan de vrije markt. Ik geef toe: Mijn inleiding was overdreven. Wat daarbij eveneens oeverloos overdreven en populistisch is, is de praat die De Gucht junior uitslaat om een onbeduidend belastingsysteempje gesleten te krijgen bij de achterban. Cultuur verkoopt daar nu eenmaal enkel als je het gerelateerd krijgt aan de vrije markt. Zo scoort de Gucht bij zijn kiezerskorps en bij de jongens en meisjes die ook zeggen een hart vol te hebben van cultuur en boeken en dingen. Altijd mooi meegenomen. Guy Verhofstadt doet het zo al jaren, maar dan goed.
Vandenhaute vroeg hem ter besluit welk stuk hij binnenkort zou wezen kijken. Dat zou er pas in maart van komen, daarvoor stonden er enkel nieuwjaarsrecepties op de agenda. Van het laatste werk dat hij zag, kon hij zich enkel het productiehuis (de kvs – nou nou nou) herinneren. Maar minister van cultuur wilde hij zo een beetje dolgraag worden. Nee, dan de vader!
zaterdag 10 januari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

1 opmerking:
Toe, schrijf eens wat over Bert Anciaux.
Een reactie posten