zondag 28 september 2008

Eerste week - les in nietigheid

Het geheel en al therapeutisch schrijven is aangebroken. Ik heb het lang geminacht en vermeden, maar nu val ook ik voor deze lauwe vorm van de schrijverij. Het kan soms zo goed doen, meneer.

Ik word weleens hautaine nicht genoemd. Is het niet door omstanders, dan wel door mezelf. Die term ligt mij nogal. Net als elitaire lul overigens, en arrogante kloot. Enkel het cynisme als beschrijving heb ik in de afgelopen tijd formeel afgezworen. Je moet maar af en toe zo bestempeld worden, door mensen van bedenkelijk allooi, om het tot op de letter met hen eens te worden. Niet enkel geef ik hen gelijk in de opinie die ze omtrent mij verkondigen, maar ik ga me er ook naar gedragen. Een façade die ik rond mezelf optrek, en algauw veel makkelijker zit dan dat wat ik van thuis uit had meegekregen. Zo werd ik de verkondiger van scherpe maar vaker ook op niets slaande oneliners, de drager van jasjes en hakjes en de spreker van een Nederlands accent. Tot een nieuwe stad dat bedenkelijke type omver blies.

Die onderdompeling in onontgonnen gebieden, zoals dat ongetwijfeld wel eens door iemand werd omschreven, maakt dat ik volledig aangewezen ben op mezelf. Niet wat mensen over me denken telt, want dat doen ze simpelweg niet, maar enkel en alleen dat wat ik vanuit mezelf onderneem, doet ter zake. Viel dat even tegen. Het theater dat ik steeds bij me heb om tussen mij en andere mensen te zetten, verloor zo na een klein uurtje treinen al zijn gehele waarde. In de beslotenheid die Antwerpen bleek te hebben, was de doeltreffendheid daarvan vaak genoeg bewezen, en hoefde ik me niet al te vaak druk te maken om het oordeel van mensen. Er bleef altijd wel iemand over die het kon smaken. In een helemaal nieuwe wereld kan dat behoorlijk tegenvallen. Een arrogante nicht leuk vinden is weinigen gegeven, je moet op zijn minst eerst meer van hem weten dan dat hij arrogant en nicht is.

Ik moest dus op een andere manier ingang zoeken bij nieuwe mensen. Bij mensen met een ander accent, ongetwijfeld een andere achtergrond en wat nog meer. Bij mensen die ik niet ken en waar ik met geen enkele zekerheid over kan zeggen of ik ze wel wil kennen. Een hele klus is dat. Het vermoeden dat al wel een tijdje in mij leefde – waar ik eigenlijk redelijk zeker van ben – werd zo nogal plotsklaps bevestigd: dat kan ik helemaal niet. Ik kan maar erg zelden met mensen praten zonder omwegen, zonder ironie en aanstellerij. Dat is me nooit geleerd, en heb ik mezelf ook nooit proberen aan te leren omdat ik het gros van mijn genoten nu eenmaal te oninteressant vind. Te banaal. Te voorspelbaar ook. Daarmee geef ik niet enkel te kennen dat ik ook werkelijk een arrogante lul ben, maar situeer ik ook wat vaak voelt als een van de grootste probleempjes uit mijn hele levenswandel. Zo heb ik het me eigen gemaakt te praten met de meeste mensen in mijn omgeving zonder al te pijnlijke scènes, in ruil voor een wolkje sarcasme en – vooruit dan maar – de aanzet tot cynisme. Die toon, waarvan ik vrees dat weinigen van mijn stadsgenoten me hem in dank zouden afnemen, is de enige die ik nog aan kan nemen. Enkele uitzonderingen daargelaten.

Dat maakt dat ik in mijn eerste week in Gent welgeteld een vriendin maakte. Een Nederlandse die met ingang van dit weekend in Antwerpen woont, wat meer over haar zegt dan je vanop het eerste gezicht zou vermoeden. Dat maakt dat ik nog geen enkele fatsoenlijke conversatie durfde doorzetten in mijn klas van zeshonderd studenten en mijn kot. Laat staan bij het groepje communisten waaronder ik me voor even probeerde te mengen.

De (waan)idee dat iedereen wel slaagt in dat waar ik maar niet toe kan komen, doet me ook meer dan ooit zoeken naar dit soort theorieën. Het dwingt me mezelf af te vragen waar de verschillen zitten tussen mij en alle anderen. Een uitgangspunt dat maar een zeldzame keer interessante inzichten oplevert. Het bracht me voor de eerste keer in mijn leven tot het welbekende Antwerpse chauvinisme, waar anderen zo vaak de mond van vol hebben maar waar ik nooit in heb geloofd. Plots leek iedereen rond mij van West- of Oost-Vlaamse afkomst, wat er dan per definitie voor zorgde dat ze niet met mij opschoten. Dat ze mij enkel door een vermoeden van tongval zouden wegzetten als Arrogante Antwerpenaar. In dat geval hoefde ik ze allemaal al niet meer te kennen, en schaak ik nog liever hele avonden tegen mezelf. Om maar te zeggen hoe ver ik heen ben. Straks schrijf ik ook mijn seksualiteit met getormenteerde hoofdletter.

Deze schamele poging tot zelfanalyse – iets waar ik mij nooit aan hoopte te schuldigen – kwam tot stand enkel en alleen omdat de schrik er danig in zit dat ik het gevecht tegen de eenzaamheid waar ik vorig week nog op vooruit keek zal verliezen. Helemaal alleen eindigen, met de nichterige lachjes en de stupide opmerkingen. Geen dag zou ik het daarmee volhouden, met zo´n idioot.

Gelukkig is er ook nog het gezond verstand dat me dicteert dat het niet meer dan normaal is dat je na een week nog niet erg veel mensen kent. Dat is dan ook het enige wat me ertoe brengt dit ook allemaal op te schrijven. Als ik echt zou geloven dat ik gedoemd zou zijn te falen in een nieuwe stad, lag ik nu op bed met een keukendoek over mijn hoofd.

woensdag 24 september 2008

Breaking news

Mijn tweede dag aan de universiteit had al meteen iets van wat in sommige hoofden zou kunnen uitgroeien tot memorabel. Carl Devos, professor politicologie en bekend van zowat alle media, had het geregeld dat niemand minder dan Kris Peeters een gastcollege kwam geven in zijn eerste les. De politieke crisis indachtig (hoewel) hadden niet alleen zo´n duizend studenten zich voorgenomen aan zijn lippen te hangen, maar ook de verzamelde pers. Druk druk druk.

Bleek nogal snel dat die man niets te zeggen had. De dood van het kartel wilde hij nog niet toegeven, enige inconsequentie van zijn partij, al was het er maar eentje, evenmin. Wel werden we getrakteerd op de boodschap dat de minister-president het heel belangrijk vond dat je als politicus eerlijk met jezelf en je kiezers was, hij wilde altijd recht in zijn schoenen kunnen staan. Je moest al helemaal vergeten dat de man bij de CD&V zit om hier geen erg kundig staaltje cynisme in te zien. Ook zijn succesje wat de uitbaggering van de Schelde betreft en andere onbestemdheden passeerden ruim de revue. Dat eerste probeerde hij op alle mogelijke manieren te vergelijken met de dialoog tussen gemeenschappen. Zo bleek nogal snel dat we naar een pr-optreden zaten te kijken van de man die hoopte de nieuwe leider van de christendemocratie te kunnen worden. Een bijzonder ambitie, moet je hem nageven. We moesten vooral allemaal onthouden dat hij degene is die steeds op zoek zal blijven naar oplossingen, in tegenstelling tot anderen binnen zijn partij en daarbuiten. Ook na vijftien maanden van vruchteloze onderhandelingen, waar wel erg vlotjes overheen werd gegaan, durfde hij nog steeds de dialoog aan te gaan met de Walen. Nou nou nou. Waar dat in hoofden van Vlaams-Nationalisten als muiterij kan klinken, leek mij dat eerder een vanzelfsprekende realiteit. Niet dat ik vind dat Kris Peeters uitgejoeld had moeten worden, hij onderneemt op dit moment zinnige dingen die misschien wel tot een oplossing kunnen leiden, maar de applausmachine die zich tijdens zijn speech op gang had getrokken in het auditorium, was tenenkrullend. Toen enkele studenten die graag al van bij de start duidelijke wilde maken dat ze wel erg te koop lopen met hun zogezegde kennis van zaken een vraagje mochten stellen, kreeg Peeters na elk antwoord een applaus dat makkelijk kon wedijveren met wat Bart De Wever zondag van zijn achterban kreeg. Het leeftijdsverschil tussen de twee publieken heeft hier, dat moet gezegd, misschien wel een beslissende rol in gespeeld. Maar goed, toen Devos in het begin nogal cynisch opmerkte dat hij Jezus als spreker had, leken sommige studenten dat als wetenschappelijke kennis te hebben opgevat. Er werden nota’s genomen. Ook maakte de minister-president erg veel grapjes.

Diezelfde dag ging ik ´s avonds naar een bijeenkomst van de ALS. Actief Linkse Studenten. Daar werd nog over kameraden en de burgerij gesproken. Hoewel ik het in zeer veel opzichten met hen oneens ben, deed de oprechtheid waarmee er daar werd gesproken deugd na het marketeergelul van Peeters. Duidelijk werd gemaakt dat zij, naast allerlei actieve dingetjes zoals de tegenbetoging tegen de fascisten, nog steeds voornamelijk wachten op de definitieve ineenstorting van het kapitalistische systeem en de daaruit volgende totale chaos. Oppassen moeten ze dan wel dat Kris Peeters niet als eerste met de boel aan de haal gaat.

maandag 22 september 2008

De boel

De dag na de verkiezingen van 2007 voorspelde een sympathiek kruidenvrouwtje mij de onheilspellende terugkeer van de tsjeven. Haar vrees dat dit land weer zou vervallen in de CVP-staat die het tot eind jaren negentig was, deed haar overwegen naar Nederland te verkassen. Ik had er toen nog plezier in, ik heb nog een leeftijd waarop je haast volledig leeft bij gratie van wat je veracht. Dat is nou voorbij. We slaan beter allemaal op de vlucht nu de CD&V de boel finaal naar de kloten heeft geholpen.

Het volstaat akte te nemen van de commentaren van Mark Eyskens en Wilfried Martens die vandaag in de kranten verschenen om de beseffen dat hun partij een serieus probleem heeft. Wat eens een regeringspartij was waar niet naast kon worden gekeken, is in no time veranderd in een zootje ongeregeld. Logisch is dat misschien wel. Waar zij vroeger unieke scores haalden dankzij de sterke macht van de kerk in Vlaanderen, wat moeiteloos in stemmen kon worden omgezet, moeten de christendemocraten nu knokken voor elke stem die hen kan verzekeren van machtsdeelname. Dit weekend werd dan ook schrijnender dan ooit tevoren duidelijk dat het hen enkel en alleen daarom is te doen. Na een oppositiekuur van acht jaar, na wat een eeuwigdurend mandaat van de kiezer leek, die de CVP ontzettend slecht is gevallen - hoe zou je zelf zijn? – hebben ze besloten alle principes of wat dan ook aan de kant te schuiven om die felbegeerde macht te kunnen behouden. Welk politiek project dat moet dienen, valt later te bekijken.

Eigenlijk deden ze dat al toen ze besloten samen te gaan met de N-VA. Wie kabouters met stront in de ogen (Hugo Camps, geloof ik) binnenhaalt, weet dat hij die ooit terug in zijn gezicht gesmeten zal krijgen. Het kon de CD&V niet deren. Toen bleek dat het radicalisme van Bart De Wever erg aansloeg, konden we er dan ook niets anders op bedenken dan dat simpelweg en geheel over te nemen. Zo is de CD&V nu al maanden bezig de core business van een andere partij uit te dragen, tegen alle gezond verstand in. Nu die partij hen verlaten heeft, zijn ze vanzelfsprekend een beetje in de war. Daarom van plan te kartel te laten schieten, zijn ze geenszins van plan. Die gouden koe is wat hun betreft nog lang niet leeg gemolken.

Dat heeft vreemde gevolgen. Nu de federale regering geen meerderheid meer heeft aan Vlaamse zijde na het vertrek van De Wever en zijn gevolg, zou die moeten vallen. De CD&V, tot nader orde deel van deze formatie, beloofde niet in die structuur mee te stappen. Zijn ze vergeten. Hun voorzitster kon zondagavond niets meer bedenken dan dat in de komende dagen wel zal blijken wat er met die regering moest gebeuren. Tenzij dit voornemen enkel diende om de verderzetting van paars te counteren, dringen consequenties zich toch op, hoor. Die drongen zich ook op rond het ontslag van Geert Bourgeois. Drong ook niet meteen door. Een minister die het oneens is met het communautaire luik van een regering moet daaruit opstappen, zeker als dat communautaire zijn leven is. Zo klaar als een klontje. De CD&V viel het echter niet te binnen. Gelukkig was Bart De Wever, nadat hij nog een onbestemde sneer had uitgedeeld aan Bart Somers, zo verstandig dat wel in te zien. Exit Geert Bourgeois. Exit het gezeik over schlagers en vendels. Een politiek weekend dat op het eerste zicht rampzalig oogt, kan toch nog wat aangenaams verborgen houden. Treurig makend was dan weer de truc die de top van de CD&V eind vorige week wilde uithalen om de schuld van deze misère nogmaals in de schoenen van de Walen te schuiven. De drie eisen die zij stelden om de dialoog tussen gemeenschappen te kunnen aanvatten en die werd verspreid in een persbericht, deed wel erg hard denken aan de drie vragen die formateur Leterme december vorig jaar aan diezelfde walen stelde. Even onredelijk en onhaalbaar, maar toen lukte het hem wel de mislukte formatie geheel in de nek van de Waalse onderhandelaars te droppen. Verhofstadt kwam daarna even terug. Fingers crossed, dus.

Nu zelfs de familie van Peter Vandermeersch genoeg heeft van dit schabouwelijk schouwspel, kan de CD&V maar beter inpakken. Dat zijn ze echter alles behalve van plan. Nu ze de macht weer even hebben mogen proeven, kleven ze zich er alweer vlijtig aan vast. Daartoe bereid elke toegeving te maken, op voorwaarde als het hen wat opbrengt. De boel is naar de kloten, als u dat maar weet.

Een nieuw begin

Niet kom ik terug omdat de Vlaams-Nationalisten vandaag wel erg veel noten op hun zang dachten te hebben, met alle gevolgen van dien. Niet kom ik terug omdat de beurs deze week haar heil moest zoeken bij het communisme, en hoewel het waarschijnlijk nog even zal duren voor Vlaanderen dat door heeft met veel grotere gevolgen. En niet kom ik terug omwille van Wendy Van Wanten. Zij kan mij in elk medium namelijk voluit gestolen worden. Ik wend u weer aan omdat ik mij in een erg penibele situatie bevind.

Vanaf vandaag zit ik op kot, zoals de uitdrukking gaat. Deze avond al ben ik aangekomen om morgen zo fris en monter als mogelijk mijn eerste dag aan de universiteit te kunnen aanvatten. Die in duisternis gehulde aankomst zet mijn nieuwe leefomstandigheden wel extra dik in de verf, bleek nogal gauw. Nu de maan in al haar voorspelbare romantiek de hemel bezet; durf ik geen glas water meer te drinken. Ik durf niet meer naar het toilet. Mijn stoel te verschuiven. Te scrollen met de muis. Als de dood ben ik namelijk om mijn nieuwe huisgenoten, hoewel dat erg relatief is, al van de eerste uren voor de borst te stoten met ongewenste geluiden. Dierbare vrienden lijken zo verloren te kunnen worden nog voor ik er nog maar een woord tegen heb gezegd. Enkel het geluid van een spelende gitaar drong door de muren van mijn kamer heen, en het enige wat in me opkwam was een vurige hoop om daarnaast te mogen zitten. Lekker knus. Lekker gezellig. Mijn anders nogal gemengde geest schoot het zelfs niet te binnen dat we daar maar beter het geluid van een meermaals doorspoelende plee of iets dergelijks (boormachines, geluidsboxen,…) tegenover stellen, of die herrie houdt nooit op. Erg nieuw is dat voor mij. Hiervoor deelde ik met moeders, vaders; zussen en broers dezelfde kamers, en kwam het nooit in me op mijn gewoontes en gebruiken nog maar iets zachter af te stemmen, ter bevordering van een rustige omgeving of iets dergelijks. Gegijzeld door onbekenden, zo voelt dat, of als een zielige lul.

Ik berekende natuurlijk wel dat ik die mensen hier aanwezig, ook al zie ik ze nog niet, meer dan nodig zal hebben. Anders hou ook ik me niet in. Net als alle nieuwelingen neem ik me voor de komende weken het te voeren gevecht tegen de eenzaamheid met veel bombarie te winnen. Als ik daarvoor geen water meer kan drinken, neem ik dat er met de glimlach bij. Het visioen dat ik hier over enkele maanden nog steeds enkel en alleen met mijn eigen geluiden de avonden zal moeten doorbrengen, maakt dan ook erg bang. Ik vergeef het mezelf maar dat ik daarnet even in de spiegel ging kijken of ik er wel studentikoos genoeg uitzag alvorens een huisgenoot lastig te vallen met een eerste onbeduidende vraag. Ook het grapje dat ik probeerde te maken maar zij niet begreep, vergeef ik mezelf, om me de moed al niet de eerste avond in de schoenen te zien zakken. De volgende keer als ik mezelf tegen iemand doe op botsen, neem ik me voor, bedenk ik alvast wat geestigs vooraf. Een woordspeling die in elk dialect te begrijpen valt, misschien. Misschien schrijf ik wel de hele nacht nog grappen en verzin enkele razend interessante feitjes over mezelf die ik morgen tegen mijn nieuwe klasgenoten kan uitspelen. Druk druk druk, nu al.

Gelukkig weet ik van mezelf maar al te goed dat het zo´n vaart niet zal lopen. Ik ben nu eenmaal helemaal mezelf en onberekenbaar en mal en een beetje speciaal, en over een weekje of twee durf ik alweer naar de wc.