dinsdag 16 december 2008

Een blok aan mijn been

Gisteren viel de laatste les die dit semester telt. Statistiek, eeuwige formaliteit. Daarmee is ook de aftrap gegeven van de met dat semester gepaard gaande examenperiode. De kersthysterie heeft er een aardige concurrent bij. Waar mijn dagen rond deze tijd tot vorig jaar nog werden beheerst door onverbiddelijke festiviteiten, lijkt het echt leven nu ook hier een hypotheek op te nemen. Moet er wat gemist worden, vraagt een mens zich dan af. Natuurlijk wel. Ook het gezeur om vooral géén kerstboom, kan van op afstand bijzonder knus ogen. De fantasieën over het vernielen van naburige sfeerverlichting zijn zo ook een en al mooie herinnering, zonder vervaldatum. Een nakend eindejaar biedt dan weer de verwarmende illusie dat er toch iets of wat structuur zit in het leven alhier. Waanzin, natuurlijk, maar de liters glühwein zorgen nou eenmaal voor een omkadering waarin ook deze theorie kan gedijen. Eeuwig zonder zorgen, min of meer. Deze keer zal er van die idylle dus geen sprake zijn. Als alles volgens plan verloopt – het zesentwintigste alweer – gaat het jaarlijkse feestgedruis aan mij voorbij al is het een zuchtje wind in een glas water.

Mooi niet, dus. Het lijkt me kras dat het aan de academische sfeer is waar ik de laatste maanden willens nillens in werd ondergedompeld, maar plots lijkt dat kerstgebeuren zo slecht nog niet. Wat is er nou fijner dan een feestje te bouwen met de mensen die je het nauwst aan het hart liggen? Samen de donkere dagen van december doorkomen, aan een rijkelijk gevulde tafel. Om van de sociale cohesie nog maar te zwijgen. Het cynisme gaat voor de bijl als de kerstboom waar ik nu meer dan ooit naar verlang. De versieringen kunnen niet uitbundig genoeg zijn, de vanzelfsprekende kalkoen evenmin. Een hele dag zou ik liefst uittrekken om kerstkaarten uit te kiezen. De volgende om ze te schrijven. Iedereen zijn eigen wensen en rijmpje, daar wordt de wereld pas echt beter van. Ik zou wel gek zijn om deze feestelijkheden zomaar aan me voorbij te laten gaan. Een diploma levert je later misschien wel een mooie baan op en een tweede garage, de vergelijking met een besneeuwd winterlandschap doorstaat het niet. Ook niet de idee eraan, kwestie van de praktijk de pret niet te laten drukken.

De komende weken zal ik dus moeten vechten tegen een gevoel dat mij verder meer dan vreemd is. Ik waan me een Duitser die op kantoor mee een opsporingsplan moet uit werken, hoewel hij zelf helemaal geen hekel heeft aan welke minderheid dan ook. Het is dat of studeren. Het enige waar ik me dezer dagen eveneens maar wat graag mee ledig hou, is het bedenken van schema´s. Schema´s om te studeren, schema´s om te ontspannen, schema´s om te slapen. Hoe meer er zijn, hoe groter de kans op slagen, gaat mijn theorie. Levensnoodzakelijk, heet dat dus. Als ik me er mee bezig hou, voel ik me een vooruitziend en succesvol student. Wat ik zaai bij het maken van die plannen, zal ik binnen afzienbare tijd dubbel en dik kunnen oogsten. Dat komt dus wel goed. Voordeel: Het schuldgevoel blijft uit. Als ik me probeer over te geven aan de kerstsfeer, die zich aandient als onvermijdelijk, wil zoiets zich wel eens meester van me maken. Stemmen in mijn hoofd die me vertellen dat ik me beter over mijn cursussen buig dan het zoveelste kerststukje, dat gedoe. Dan bieden schema´s soelaas. Ontspannend doch ook bijzonder nodig.

Zo zit ik dus met pen en papier onder de kerstboom. (Het schema loopt al tot midden november 2009.) Angstig gedachten vermijdend die herinneren aan de werkelijke betekenis van al de onderstrepingen en uitroeptekens. De echte blok is nog niet begonnen, en ik lijk de wanhoop al nabij.

Geen opmerkingen: