In tijden van kerstterreur en opgelegde vrolijkheden, is de diepgang vaak ver te zoeken. Net als zo vele andere kwalen, valt ook deze het effectiefst te bestrijden met het lezen van een boek. Ik koos deze avond voor een boekje, Beminde Ongelovigen, een essay van de hand van Anne Provoost over atheïsme en de strijd die daarom geleverd moet. Zoals zij inderdaad stelt, schrijft Provoost dit essay in een maatschappij waar elke religiositeit (of het gebrek eraan) vooral gekenmerkt wordt door een alles verterende onverschilligheid. In die omstandigheid komt zij met een tekst waarin ze het in de meest klare bewoordingen opneemt voor haar atheïstische overtuiging. Wanneer ook het maatschappelijk debat tout court lam geslagen lijkt, kan iedereen daar enkel maar het hoofd voor buigen. Hoewel ik haar schrijven als een lichtpunt in de steeds enger ogende duisternis las, maakte ik enkele kanttekeningen. Binnen mijn mogelijkheden, noteer ik hier een wederwoord.
Na enkele felle gevechten omtrent de staat van het geloof in West-Europa (en dan meer bepaald die van de Katholieke Kerk), en een daarop volgende en niets ontzienende secularisering, hult iedereen zich op het versleten continent in een oorverdovende stilte omtrent het geloof. Zij ziet deze als eentje voor de storm. De strijd die wij als geleverd beschouwen zou binnenkort wel eens heviger dan ooit kunnen woekeren. Ik ben het daar niet geheel mee eens. Provoost voorspelt een terugkerend belang van wereldgodsdiensten die uiteindelijk zal leiden tot een clash tussen zij die in God geloven en zij die zich er tegen afzetten. Een schaal van 1 tot 10 helpt haar erin te bepalen wie in deze strijd aan welke kant zal staan. In de eerste plaats ziet Prvoost de Christelijke fundamentalisten die ons vanuit de Verenigde Staten steeds frequenter bestoken met allerlei moderne snufjes als Intelligent Ontwerp. Europeanen met een gelijklopende inborst nemen deze denkbeelden maar wat graag over en confronteren ons met een geëvolueerde maar daarom niet minder hardnekkige inbreuk op wetenschappelijke aannames. Daarnaast lijkt de noodzaak van de schrijfster om haar atheïsme een laatste keer scherp te stellen alvorens de definitieve discussie aan te gaan, te monden uit een opkomst van de Islam in onze contreien en de daarmee gepaard gaande radicalisering. Ze heeft de tijdsgeest daarin danig mee. Er komen steeds meer mensen hierheen die vooreerst in een land woonden waar de Islam de dis uitmaakte. Dat maakt hen allen moslim en bindt hen ook meteen met de wereldberoemde fundamentalistische vleugel van deze religie. Daaruit wordt opgemaakt dat deze inwijkelingen ons denken fanatieker dan wie ook op de proef zullen stellen. Zij ondertekent daarmee de clash tussen (kort samengevat) het Westen en de Islam. Een onontkoombare rel die nu al bij sommigen geboekstaafd staat als de meest dramatische gebeurtenis uit de net aangevatte eeuw.
Hoewel haast algemeen aangenomen, valt er heel wat af te pingelen op deze stelling. De uitgangspunten die hiervoor moeten worden aangevoerd, zijn bijvoorbeeld verre van zekerheden. Moslims zouden zo op een totaal andere manier moeten reageren op een geseculariseerde samenleving als de Christenen die hen hierin voorgingen. Waar die laatste zich uiteindelijk inschikkelijk gingen opstellen tegen een overheersende religieneutrale moraal, zouden moslims (of wat daar voor door moet gaan) de vijzen willen aandraaien. Christenen zagen de vorige eeuw met lede ogen maar daarom niet minder geweldloos aan hoe een scheiding tussen kerk en staat zich eindelijk effectief voltrok. Zij zagen hen de macht uit handen gegrepen ten baten van een goddeloze samenleving waar betekenisloos genot steeds weer de bovenhand lijkt te halen. Ik maakte die evolutie amper bewust mee, maar dat lijkt allemaal – zeker de laatste etappe – vrij vlot te zijn verlopen. Uiteraard ging daar een eeuwenlange strijd aan vooraf waar beetje bij beetje werd getornd aan de fundamenten waar de Katholieke kerk steeds op dacht te kunnen terug vallen. Wij plukken daar nu nogal moeiteloos de vruchten van. Moslims echter worden veel hardnekkiger geschetst dan Katholieken door wie wij zo lang onder de knoet werden gehouden. Er wordt ons voorspeld (niet enkel door Provoost) dat zij in tegenstelling tot hen wel zullen kunnen weerstaan aan de verleidingen die de westerse samenleving nu eenmaal te bieden heeft. Waar de overgrote meerderheid van mensen die tot voor relatief kort nog wekelijks een mis bij woonden, nu thuis blijft om een zeventiende net aangekocht mobieltje uit te proberen of wezenloos voor de teevee te hangen, zouden moslims hun geloof geheel en al trouw blijven. Dat lijkt mij kras.
De idee dat moslims in staat zijn tot nog maar de minste vorm van integratie wordt daarmee van de hand gedaan. Zij zullen zich tot Sint-Juttenis blijven vasthouden aan de geloofsregels die hen ooit van thuis uit werden meegegeven. Die zullen wij dus wel met het blanke zwaard moeten bestrijden. Als argumentatie wordt daarbij betrokken dat de situatie die moslims in hun oorspronkelijke thuishaven kende, te fundamenteel verschilt van de onze om ooit tot een compromis te kunnen komen. Hier wordt echter iets te vluchtig over de evolutie die de Westerse samenleving de afgelopen decennia doormaakte gefietst. Vijftig jaar geleden werden hier inderdaad vrouwen noch homo´s gestenigd, maar daaraan voorbijgaand vertoonde onze heimat toentertijd teleurstellend veel gelijkenissen met deze waar vele moslimlanden zich nu in bevinden. Vrouwen gingen maar zelden uit werken en homoseksualiteit bestond voor velen simpelweg niet. De druk die nu vanuit de maatschappelijk consensus rust op mensen woonachtig in Islamlanden, moet niet onderdoen voor degenen waar mensen hier vijftig jaar geleden onderhevig aan waren.
Toon de poorten in het vrije westen werden opengezet voor een definitieve doorbraak van de consumptiemaatschappij, bleef er echter al snel niet veel meer over van het dictaat van de priester. Massamedia namen het in een ijl tempo van hem over en verlegden het belang van een wekelijks kerkbezoek naar dat van een wekelijks afschuimen van minstens één winkelstraat. De massa – waar het toch steeds om gaat – viel voor deze nieuwe wereld, en hooguit enkele uitzonderingen bleven achter in de greep van de paus en zijn trawanten. Los van de foutieve conclusie dat nu alles kan en mag wat vroeger niet kon, hebben wij aan deze verschuiving talloze geïnstitutionaliseerde vrijheden en rechten te danken.
Moslims die hier stranden, krijgen echter te maken met een geheel andere samenleving als waar wij ons in wanen. Door een effectief gebrek aan integratie, hebben zij doorgaans nog steeds de kans niet om zich te laven aan nodeloze prullaria nodig om de ook voor hen verstikkende wereldgodsdienst aan de deur te kunnen zetten. Zij leven in een Westerse samenleving die gekenmerkt wordt door een gebrek aan kansen, doorgroeimogelijkheden en wat nog meer. Waar wij perspectief zien, staat er voor hen enkel een blinde muur klaar. In die omstandigheden is het niet meer dan logisch dat men terug plooit op aloude bekenden als daar zijn de Koran en de Sharia. De idee al zouden zij deze aan hangen uit een kwade wil of iets anders onverenigbaars met onze waarden en normen, is fout en bovendien behoorlijk gevaarlijk. Helemaal ridicuul is het gedrag dat sommige allochtonen stellen als voorbeeld aan te halen voor twee onverenigbare werelden. De uitgangspunten zijn fundamenteel verschillend op economische gronden, en niet zozeer op religieuze. In plaats van te investeren in een degelijk integratiebeleid, zouden wij met deze tegenstellingen wel eens conflicten kunnen uitlokken die oorspronkelijk geen voedingsbodem bezaten. Een uiteindelijk economische ongelijkheid, wordt hier door sommigen maar wat graag uitgelegd als een onoverkomelijke kloof tussen normen en waarden. Ook mondiaal lijkt deze stelling op te gaan. Fundamentalisten worden gesprokkeld in milieus die zich late kennen door een uitzichtloze situatie. Daarbij is in eerste instantie een ontbrekend toekomstperspectief van belang dan wel een eventueel behaald diploma. Zij die zich in de WTC-torens boorden, hadden misschien de graad van ingenieur maar daarom nog niet het vooruitzicht op een leven zoals ingenieurs alhier dat gewend zijn te leven.
Daarom lijkt het me zinvoller als atheïst standpunten in te nemen in deze discussies als wel aan navelstaarderij te doen wat het eigen geloof betreft. Dat laatste stelt namelijk helemaal niets voor. Ook hier sta ik niet helemaal op dezelfde lijn als Provoost, die in allerijl een atheïsme gedefinieerd wil zien dat wel akelig veel doet denken aan een willekeurige wereldgodsdienst.
Zij probeert de normen en waarden die doorgaans met het Christendom worden geassocieerd, ook zichzelf en haar overtuiging eigen te maken. Ook ongelovigen kunnen barmhartig en naastelievend zijn. Dat is mooi. Zij die ons uitmaakten voor ketters en beesten enkel en alleen omdat wij niet de mogelijkheid van een opperwezen onderschrijven, dwalen. Dat kan je voor algemeen aanvaard beschouwen. Bovendien is het bijzonder gevaarlijk om dat soort etiketjes te willen plakken op een groep mensen die enkel verbonden is door ongeloof. Op het naleven van de wet na, verbinden wij ons namelijk tot niets. Heilig zijn enkel wij en de keuzes die wij zelf maken als het om ethische en levensbeschouwelijke kwesties gaat. Respect voor anderen en de weg die zij verkiezen, spreekt daarbij voor zich.
Een nagel waar daarentegen veel harder op moet geklopt (en wat naar mijn gevoel te weinig gebeurt in het essay van Provoost) is die van de wetenschap. Je zou er ook de kunsten bij kunnen betrekken, maar dat is een pad dat uiteindelijk nergens heen leid. Als het atheïsme zich al ergens in zou kunnen verliezen, is het in een blind geloof in de wetenschap. De enige verifieerbare waarheid. In tegenstelling tot alle soorten gelovigen, vormen enkel degenen die de autoriteit van wetenschap ontkennen, een werkelijk gevaar. Inderdaad komt daarbij in de eerste plaats het zogeheten intelligent Ontwerp opdoemen. Een gereïncarneerde beschrijving van het creationisme en daarmee een directe aanfluiting van de conclusies die Darwin in eer en geweten uit wetenschappelijk onderzoek trok. Het staat buiten kijf dat deze theorie met de zwaarst mogelijke middelen moet worden bestreden. De strijd die wij om deze waarheid opnieuw lijken te moeten leveren, is nog maar net begonnen. Ik geloof in deze echter eerder in de effectiviteit van rationele argumenten dan in het vluchten in bijkomstigheden. Wij hebben gelijk, en dat kunnen we bewijzen ook. Het is niet omdat een tijdsgeest ons even in het defensief duwt dat we daarom meteen moeten inpakken. Het debat blijven aangaan met zij die beweren de waarheid in pacht te hebben, is de enig mogelijke remedie. Het Darwinjaar dat de volgende kalender mag sieren, is hiermee een uitgelezen moment om de wetenschappelijke kijk in deze nogmaals door te drukken.
Een verschijnsel dat daarentegen eveneens sterk ons geloof in wetenschap bekampt en geheel onvermeld blijft in Beminde Ongelovigen zijn de pseudowetenschappen. Hoewel ook Intelligent Ontwerp zich in deze hoek bevindt, heeft deze moderne ziekte ook op plaatsen waar je het niet meteen verwacht uitzaaiingen. Een Nederlandse minister van onderwijs die oppert het Bijbelverhaal te willen onderwijzen, is zo veel onschuldiger dan – pakweg – homeopathische middelen die nu al ingeburgerd zijn in alle geledingen van onze maatschappij. Deze hebben desondanks evenveel bewijskracht al zou een opperwezen dit oord des verderf in een weekje hebben geschapen. Hoewel zij enkel hun toevallig effect te danken hebben aan het bekende placebo-effect, worden sommige van deze productjes reeds terugbetaald door de overheid. Al betreft het hier een geneesmiddel. Geïnstitutionaliseerde kwakzalverij. (Voor verdere details verwijs ik graag door naar de site van SKEPP) Naast het deficit dat een overheid voorlegt door klakkeloos mee te stappen in deze schadelijke trend, wordt de deur ook open gezet voor een algemeen wantrouwen in de wetenschap. Door haar op een zodanig abrupte manier buiten spel te zetten, loopt ze ook het gevaar op andere domeinen te moeten inleveren in slagkracht. Een sprookje als het creationisme kan dan wel ook voor atheïsten veel meer tot de verbeelding spreken, aanvaardde kwakzalverij is het werkelijke gevaar waar wij de komende tijd voor komen te staan.
De vraag hoe dit ooit zover is kunnen komen, is wat geloofsbelijdenis betreft die enige die echt aan de orde zou mogen zijn. Het antwoord daarop ligt besloten in de onverschilligheid die Provoost al eerder aanhaalde. Deze heeft een bijzonder bedrieglijk karakter. Na de ontkerkelijking van onze samenleving keerde iedereen de rug toe naar Rome, maar dat verzekert absoluut geen stap voorwaarts wat persoonlijke inzichten betreft. Qua leefregels liep iedereen recht in de armen van de ongebreidelde vrije markt; alles moest in het werk gesteld van een eeuwig groeiden economie. Daarmee voldoe je helaas niet aan alle noden eigen aan de menselijke geest. De meesten bleven zitten met een hang naar iets meer – wat dan ook – waar naast alle nieuwe huishoudtoestellen enig geloof in kon gesteld. Het Christendom had afgedaan – want te opdringerig – en dus beleefde de westerse samenleving een wildgroei aan allerlei religieuze ditjes en datjes. Ook geloof werd overgeleverd aan de consumptiemaatschappij, waarin iedereen zelf maar moest zien uit te zoeken wat het beste bij hem paste. Daar zitten we nu volop in. Allen zijn we zoekende, want voor maar enkelingen volstaat de wetenschap en de kunsten. In een klimaat waar elk spiritueel product uitgebreid getest wordt, kunnen eveneens kwakzalvers een slag slaan. Als er iets moet zijn in het heelal (ietsisme), zou er evengoed wel eens wat meer in een emmer water kunnen zitten dan oorspronkelijk. Wie dat procedé ook nog eens kan voorzien van een jargon dat niet onder moet doen voor de termen aangehaald om het Intelligent Ontwerp uit te leggen, en mag teren op een placebo-effect, kan op zijn lauweren rusten. De wetenschap wordt geruisloos buiten spel gezet, in naam van zogezegd hogere machten.
Het is niet meer dan wetenschappelijk populisme. Wat je de massa aan kan smeren, krijg je ook door de strot van overheden en andere instanties geramd. Net als in talloze andere debatten staat de intellectuele eerlijkheid machteloos. Een vergelijking dringt zich dan ook op. Het is niet toevallig dat deze evolutie parallel loopt met een heropstanding van politiek populisme. Enkel simpele antwoorden lijken te volstaan, waarvan de zin hooguit tijdelijk moet zien te kunnen verdedigen. Dit bezorgt ons niet enkel een normenvervaging in het wetenschappelijke debat, maar ook de hele maatschappij lijkt er onder te lijden. Fundamentele vrijheden die nog maar net waren verworven, worden nu alweer in vraag gesteld of afgeschaft. Hier hoeft niet het hele proces te worden gemaakt van de heersende moraal op het versleten continent, maar ook zij lijkt onderhevig aan de strapatsen van een tijdsgewricht. De gevaren die hierin schuilen zijn te groots om ons nu blind te staren op een groep moslims die eigenlijk enkel net hetzelfde willen als ons.
maandag 29 december 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten