donderdag 13 november 2008

Nabespreking

Er was in de schachtenpap gepist. Ik hoorde het achter me tijdens de les sociologie medegedeeld. Daarna werd er gelachen, gegierd en gebruld. Als je dan toch een onderwerp van dien aard aansnijdt, kan je je maar beter helemaal niets aantrekken van welke conventie dan ook geldend in een universitaire aula. Enkel viel op dat dit gesprek plaatsvond onder allen jongens en meisjes die van de desbetreffende schachtenpap hadden gedronken. Moeten drinken, neem ik aan, gedwongen en wel. Ik probeerde me voor het te stellen hoe ik zou reageren als aan het daglicht kwam dat iemand in mijn wit wijntje had gezeken. Alle principes die ik tegenwoordig omtrent omgaan met mensen huldig, zouden terug op de helling komen te staan. Gokje is dat. Waarschijnlijk zou ik niet verder raken dan de wijnresten over de vermoedelijke dader te kieperen. Me verder geen vragen stellen over hoe of wie of wat. Indien mogelijk nog een trap er achteraan. Ook: Het huilen zou me nader staan dan het lachen. Moge duidelijk zijn dat er wel een wezenlijk verschil moet zijn tussen het degusteren van een wijn en het innemen van een met die term aangeduide schachtenpap. Aan wie zich geroepen voelt om die kenbaar te maken.

Niets zo vreugdevol als het verklaren van gedrag waar je op neerkijkt. Sommigen hebben genoeg aan scheldwoorden, anderen hebben volzinnen nodig om onbegrip tot opluchting om te buigen. Dat laatste trekje heeft al menig eng boek voortgebracht. Maar goed. De vraag is niet of ik bezig ben in naam van een tolerante samenleving, de vraag is hoe je het in vredesnaam in je hoofd gehaald krijgt om mee te doen aan een doop. Ik sta sowieso al erg weigerachtig tegenover groepen. Gesprekken waar meer dan drie mensen aan deelnemen zullen nooit nieuwe inzichten of iets dergelijks voortbrengen. Ze worden gebruikt door mensen die hun kennis willen etaleren of hun domheid verbergen. Enkel als je grootse plannen hebt, kan een groep bijzonder handig zijn om die tot uitvoering te brengen, maar dan nog blijft er steeds een massa achter de feiten aanhinken. Amusement valt daar dus maar zelden mee te genereren, laat staan intellectueel genot, wat de vraag waarom mensen schachtenpap, waar dus blijkbaar mogelijk gepist in kan zijn, drinken nog mystiekere vormen doet aannemen.

De jongens zijn simpel. Dat zijn jongens nou eenmaal altijd. De ene doet mee omdat hij denkt dat de andere niet zal durven zodat hijzelf een handje aanzien kan verwerven en voor ze het allemaal goed en wel doorhebben staan ze collectief voor lul. In de aanvaarding daarvan zijn ze het mooist. Ze vinden elkaar in het mislukte streven. Dan pas is er sprake van ware vriendschap. Degene die werkelijk boven de anderen raakt geploeterd en gekropen, wordt onuitstaanbaar. Des te meer een reden om hem als vriend te houden uiteraard, want in the end wil iedereen nog steeds datzelfde. Samen dus de afgrond in. Als daarvoor gortig spul moet worden gezopen, is dat enkel een met alcohol bedremmelde herinnering die hoe dan ook goed staat op een curriculum. Jagers zijn zonder meer nog wel wat anders gewoon.

Bij de meisjes ligt het anders, zou je denken. Het kunnen tenslotte niet allemaal lesbo´s zijn. Iemand die het hoogst oploopt met haar eigen gevoeligheden en sentimenten, is niet meteen te vinden voor een avond gedoe. Hier valt dan ook het een en het ander bij elkaar te verbeelden. Het lijkt wel of de vrouwen die zich inschrijven voor het doopsel, het slachtoffer zijn van een doorgeslagen emancipatiedrift. Vrouwmensen die zich niet langer willen onderscheiden van mannen - noch door het promeneren als prinsesjes, noch door het opstoken van bh´s -, zij willen er eentje worden. Opgaan in een mannenclub in de hoop zo de ditjes en datjes die ze wezenlijk met hen verschillen te worden kwijtgescholden. Vraag me niet waarom. Op dagen waarop wordt gedoopt, kan dat best een hoge prijs vergen. Het lijkt me de enige reden waarom een meisje anders schachtenpap drinkt en achteraf lacherig reageert als ze te weten komt dat er ter voorbereiding in was gepist.

Een troosteloze hang om bij eender welke groep te horen kan natuurlijk ook.

Ook de motieven van de mannelijke deelnemers langs de andere kant van het doopvont vallen makkelijk in te beelden. Een man die in de pap staat te pissen, haal je je moeiteloos voor de geest. Ze vinden het heerlijk om te domineren, zo staat het ongetwijfeld op wikipedia. Dit soort artificiële situaties trekt dan ook nog eens in het bijzonder de gemankeerde man aan. Om te mogen dopen hoef je geen vossen te kunnen neerhalen of onpraktisch hard te kunnen rennen. Zij die er niet in slagen hun nood aan macht en leiding te kunnen stillen in de echte samenleving, komen hierop af als vliegen op een hoop stront. Het maakt het tafereeltje er niet vrolijker op. Maar ook hier ligt het voor vrouwen weer even anders. Psychologische barrières vallen nou eenmaal makkelijker te overbruggen om in een andere groep te kunnen opgaan dan praktische aangelegenheden als pakweg gericht urineren. Vrouwen die er toch in slagen uit dit soort rituelen genot te puren of wat dan ook, kan ik zo alleen maar aartsgevaarlijk vinden. Ik zal me dan ook hoeden als één dezer exemplaren ooit mijn pad kruist. Bij mannen weet je tenminste nog dat het hun lul is die hen naar deze malaise drijft, een richtingsaangever waar maar weinig op af te dingen. Bij vrouwen moet het echter van veel dieper komen. Ook geen emancipatiedrift of identiteitscrisis kan hiervoor tekenen. Het zijn uiterst onberekenbare sujetten waar ik eerlijk gezegd een beetje bang voor ben.

Geen opmerkingen: