Onze defensieminister is tegenwoordig nog maar moeilijk uit de krantenkolommen te slaan. Niet omdat hij druk is met de voorbereiding van een zinvolle militaire interventie in Kongo of omdat hij bekijkt hoe wij India zouden kunnen bijstaan in de verwerking van de gruweldaden eerder deze week, maar omwille van een caféscene. Pieter De Crem had zich tijdens een reisje naar New York samen met zijn entourage klem gezopen. De weerslag daarvan was daarna te lezen op de blog van een dienstdoend barmeisje. Zij werd daar om ontslagen. Naar Europese normen is dat fel overdreven in vergelijking met wat ze deed. Het geouwehoer van klanten hoort niet te worden beschreven op een site, maar een reden om iemand de laan uit te sturen, is dat niet. Een telefoontje vanuit het kabinet De Crem misschien wel. De minister ziet het beeld dat hij zich gedraagt als een door hormonen gestuurde puber niet graag opduiken in de media. Dat moet vermeden, hij brengt het er sowieso al maar berooid vanaf.
Allemaal nogal kinderachtig. Niets vergeleken bij wat nou eigenlijk de grond van de zaak zou moeten zijn. Als een man de hele avond staat aan te lullen tegen die studente over hoe hij de vermeende minnaar van zijn echtgenoot graag zou bewerken, schrijft ze daar niets van neer. Wel als de woordvoerder (!) van een minister bekent dat een hele delegatie voor niets naar New York was afgezakt. De uiteindelijke reden van hun bezoek – een vergadering bij de Verenigde Naties – was eerder geannuleerd, maar omdat er dezer dagen maar weinig te beleven valt in Brussel hadden ze het reisje toch maar laten doorgaan. Over deze uitlatingen is nog steeds geen verantwoording verschaft door de minister, ook al werd hij er donderdag al over ondervraagd in de kamer. Iemand die tot nader orde aan politiek doet onder de vlag van het goed bestuur, heeft dan een probleem. Iemand die zijn voorganger quasi ter dood veroordeelde toen die een helikopter gebruikte waar een elektrisch autootje had volstaan, geeft uitleg op stapt op. Pieter De Crem niet. De minister die zich Zonnekoning waant vindt het sowieso al een tijdje onnodig om verantwoording af te leggen aan wie dan ook, en blijft dus lekker zitten in zijn stoel. Enkel de festiviteiten die hij had gepland naar aanleiding van zijn eerste jaar ministerschap, heeft hij iets afgezwakt. Zijn eerste jaar waarin hij er in slaagde alle toevallige blunders van Flahaut te doen vergeten en te vervangen door zijn eerste gruwelijke beleidsdaden.
In dat parlement heeft hij donderdag overigens op antwoord van de vragen niet stoïcijns zwijgend voor zich uit zitten staren. Zijn verdediging bestond eruit te wijzen op de gevaren van het bloggen voor de democratie. Daar wil ik eerst over gezegd hebben dat ik me absoluut niet aangesproken voelde. De trend om alles wat men meemaakt in het dagelijkse leven op internet te pleuren, heeft inderdaad iets kwalijks. Dat heeft dan echter meer met verschillende smaken te maken dan eventuele gevaren voor de democratie. Ik vind het simpelweg niet interessant. Hier passeert hooguit de resultaten van mijn turven aangaande hoe vaak professor Carl De Vos tijdens een les het woord viswijf gebruikt. Ach ja. Ik schrijf geen stukjes uit de idee dat mensen geïnteresseerd zijn in mijn leven, laat staan om op sensatiedrift te teren. Ik schrijf ze omdat ik dat leuk vind, en ga er verder vanuit dat ik tegenwoordig alweer door niemand gelezen word.
Dat neemt niet weg dat ook hier de uitspraken van De Crem weer hopeloos misplaatst waren. Enkel het applaus dat hij hiervoor ontving, ging daar nog overheen. Blogs zijn simpelweg een nieuwe manier om mensen te laten zeggen wat ze zeggen willen, en daar dient elke democraat voor te zijn. Uiteraard is wat die mensen te zeggen hebben vaak oninteressant of smakeloos, maar daar dien je als publiek figuur mee te leven. Mensen het zwijgen opleggen omdat hun boodschap niet in je kraam past, is een stap die de Europese samenleving nou al zou moeten zijn ontgroeid. Het nodig vinden daarvoor te moeten waarschuwen is daarom nu al verdacht. Zeker mensen als Pieter De Crem die in het debat over de vrije meningsuiting maar wat graag de stoere jongen uithangen, moeten nou dus niet zeuren. Liever schiet hij op de pianist die hij op andere gelegenheden wel eens wil verdedigen dan een wezenlijke verdediging te leveren. Niet moeilijk te begrijpen als dat laatste nu eenmaal niet meteen voor handen was. Enige ratio tout court is overigens al een tijdje niet meer aan deze minister besteed. Droef dat een deel van het parlement hem daar blijkbaar groot gelijk in geeft.
zondag 30 november 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

1 opmerking:
jawel hoor,alles wordt hier gelezen, van het eerste tot het laatste woord...
Een reactie posten