Ik heb wel eens iemand horen beweren dat het aan haar school lag dat ze tegenwoordig theaterzalen frequenteert. Ook al geloofde ik die uitspraak al niet toen ze werd gedaan, sowieso kan een beleid niet worden gebaseerd op een enkel voorbeeld. Vandaar sta ik vandaag nog altijd bijzonder wantrouwig tegenover cultuureducatie – of welke term daar ook door het ministerie voor werd bedacht. Hoewel die stelling misschien het meeste te maken heeft met mijn ergernis aangaande de kuddes jongeren die me soms plots omringen als ik ergens ga kijken, ben ik bereid ze tot het uiterste te verdedigen.
De concrete aanleiding van dit hogelijk verzuurd stuk, is een voorbeeld van hoe je jongeren op de meest funeste manier in contact kan brengen met hogere cultuur, een term die sowieso haar beste tijd heeft gehad. Die manier bestaat erin de gehele boel zodanig te verkrachten met de hoop dat jongeren (doelgroep) het goedje zo wel zullen slikken. Een praktijkje dat op het eerste zich wel eens lijkt te werken, maar op de langere termijn geen of catastrofale gevolgen heeft. Zo werden wij, universitairen van weleer, deze week door het Festival van Vlaanderen vergast op een staaltje geperverteerde cultuur zonder weerga. In de hoop ons warm te krijgen voor klassieke muziek kwamen twee muzikanten een stukje spelen. Als in de aankondiging melding wordt gemaakt van het element comedy weet je eigenlijk al dat de boel naar de kloten is, maar toen dat ook in de praktijk werd gebracht, diende ongezien doemdenken zich aan. Er werd een aanzet tot Mozart gespeeld, om vervolgens over te gaan in de James Bond-theme. Rachmaninoff liep zo dan weer over in een ABBA´tje, wat zich nogmaals enkel bleek te lenen voor de betere douchescene. Nou noem ik mijzelf wel eens een fan van James Bond, en ook ABBA gaat er eigenlijk te vaak maar wat vlotjes in, maar wie deze nodig denkt te hebben om werk van die twee componisten op te leuken, moet op zijn minst op drie zwarte lijsten. De gedachte die erachter zit – je hebt populaire cultuur nodig om hogere cultuur aan jongeren verkocht te krijgen – is niet enkel wraakroepend maar rammelt ook aan alle mogelijke kanten. In het beste geval, wat ik ook meteen tot een van die catastrofale gevolgen wens te rekenen, kweek je een bodem waarop AndrĂ© Rieu later welig zal kunnen oogsten. De illusie dat Mozart zal blijven hangen bij de jongelui, en niet de gekende deuntjes (afgesloten werd er met I will survive op viool) bewijs ten stelligste dat de lullo´s die deze bedoening bedachten zowel hun doelgroep als het product dat ze geacht werden aan de man te brengen niet kennen. Koppen zullen er niet rollen, hoewel bijzonder gewenst. De jongens en meisjes reageerden daarom te enthousiast, Klapten mee waar gevraagd, knipten met de vingers waar gesuggereerd en applaudisseerden en joelden waar dat gangbaar was maar boegeroep gepaster. Nog liever gerimpeld en incontinent, kon ik enkel maar denken. Zo leverde dit spektakel wel mooi plaatjes op, die overigens ten overvloede werden geschoten, en spreekt men straks ongetwijfeld van een groot succes. De zaak – die ik desgewenst wel eens als verloren wil verklaren – helpt het echter geen millimeter vooruit. Wie het nodig vindt klassieke muziek te verkrachten, moet niet verwachten dat men daarna naar diezelfde muziek zal grijpen. Zolang je er niet in slaagt te bewijzen dat Mozart op zichzelf kan staan – wat nou niet meteen een onoverkomelijke opdracht kan genoemd -, geef je niemand aanleiding hem ook zonder die vreselijke omkadering aan te zetten. Kon meer pathos zich nog van mij meester maken, wilde ik ook nog wel gezegd hebben dat het dat kwartiertje kitsch mijn hart pijnsteken bezorgde.
Het schorriemorrie dat mijn theaterbezoeken ontheiligt is een andere zaak. In tegenstelling tot andere groepen die door de school getrakteerd worden op bijzonder slecht maar daarom des te meer toegankelijk theater, weten zij zich alvast verzekerd van een behoorlijke voorstelling. Hoeveel meubels daarmee worden gered, kan ik als anti-pedagoog niet zeggen, dus daarover moet hier maar gezwegen. Zeker is dat het misschien wel van het grootste belang is dat kunst en cultuur aan bod komen op school, maar dan wel op een professionele manier.
Voorstel: twee lesuren per week verplicht klassiek in de oren, ter vervanging van die mallotige lessen lichamelijke opvoeding.
zondag 5 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten