maandag 27 oktober 2008

Iets met taal

Ach ja. Je wil wat vertellen, maar daarnaast wil je nog wat anders kwijt, en misschien daarna nog wel wat. Wie weet. Krijg je zo´n titel van.

Deze ochtend werd ik wakker met de mening van Jos Geysels en Luc Coorevits over het nieuwe en al veel te lang aangekondigde boekenprogramma. Dan weet je dat de crisis over is, zou je denken. Even vergeten dat dit land erin slaagde maanden oeverloos te palaveren over een kiesdistrict in de grootorde van een postzegel, ook deze ochtend moet er dus gebeld met de bank om aldaar de munten door de telefoon heen te horen vallen om ons zo van het nog aanwezige geld te vergewissen. Hoewel de twee heren ongetwijfeld heel wat schrijvers en boeken kennen waarvan ik het bestaan niet kan vermoeden, maar even weinig kaas hebben gegeten van de teevee als ik, kan mijn mening er ook nog wel bij: Sneu. Het is jammer dat als er over een boekenprogramma als Iets met boeken op voorhand zoveel te doen is geweest, het enkel een boekenprogramma blijkt te zijn. Twee schrijvers praten met evenveel journalisten. Nou ja. Heeft iedereen zich daar dan zo druk om gemaakt. De twee literatuurkenners hadden zich een beetje gestoord aan de filmpjes die iemand er ondanks de voorschriften omtrent televisie voor meerwaardezoekers dwangmatig tussen had proberen te krijgen. Vonden ze onnodig. Het noopte me tot de vraag of het hele programma an sich wel nodig was. Wat Dimitri Verhulst te vertellen had, hebben we allemaal al tot vervelens toe in de geschreven pers moeten lezen en herlezen. Wat Nahima Tahir gezegd wilde hebben, had ze de voorbije zomer ook al in Zomergasten geformuleerd. Echt een originele gastenkeuze was het dan ook niet te noemen. Een beetje vervelend werd het zo. Ik moest me even inhouden om niet naar Spuiten en slikken te zappen, daar ligt er elke week wel wat nieuws onder de zon. Verder niets dan lof. We hebben eindelijk weer een echt boekenprogramma in Vlaanderen, en hoewel het maar acht weken loopt, moeten we daar maar blij om zijn. Wat nu? Een theaterprogramma, verdomme.

Dit weekend viel er taalkundig ook nog ergens anders nieuws te rapen. Zowel HUMO (dinsdag al, maar die lees ik tegenwoordig met vertraging) als De Morgen drukten een interview af waarin het gebruik van ge in plaats van je was behouden. Het uitlenen van spreektaal aan de literatuur is al lang schering en inslag – en daar is ook niets mis mee – maar voor interviews is dat nieuw. Nou nou nou. Ik voel me dan ook een taalredacteur van De Standaard als ik me er dit weekend dood aan heb zitten ergeren. Het heeft er waarschijnlijk alles mee te maken dat de zin ervan me volledig ontgaat. Wat draagt het bij aan de boodschap van Louis Tobback en Bart De Wever in HUMO (uitstekend interview) en Herman De Croo (uitstekende folklore) in De Morgen als we weten dat ook zei ge gebruiken in hun spreektaal. Lekker volks, zou je haast gaan denken. Vreselijk, erachteraan. Begrijpelijk zou dit zijn voor mensen die hun achternaam al debiliseerden tot een letter (Q) – zij verdienen niets beter – maar voor deze drie intellectuelen, en die zijn tegenwoordig dun gezaaid, is het ongepast. Vooral ook: Lelijk. Ik heb de artikels enkel uitgelezen omdat ik het vakdomein dat zij bestrijken tegenwoordig pretendeer te bestuderen, want voor je plezier lees je zoiets niet. Het leek alsof HUMO zo geschrokken was van dat De Wever en Tobback het best goed met elkaar konden vinden – hoewel dat nou niet zo verwonderlijk was – dat ze er niets beters op vonden om dat aspect weer te geven in de geschreven versie van het interview dan ze mekaar ook daar te laten aanspreken met ge. Tot overmaat van ramp, verzin ik, hopelijk, vond een redacteur bij De Morgen dat een zodanige geniale zet dat toen hij de eeuwige hoeder van het volk, Herman De Croo, moest interviewen voor de weekendkrant (tweemaandelijks gebeurt dat zo) hij die lijn maar heeft doorgetrokken. Na de zestien katernen over lifestyle waarmee ze de editie op zaterdag gevuld proberen te krijgen, is die krant zich tegenwoordig wel helemaal naar de filistijnen aan het helpen. Even wilde ik daarbij gezegd hebben dat ik als het zo doorgaat wel helemaal overschakel op Nederlands pers, maar dat snobisme gaat me dan weer iets te ver. Nou ja.

Nu ik toch aan het zeuren ben. Het archief van De Morgen hebben ze van de vernieuwde site gehaald. In een ultieme poging de meerwaarde die een website aan een krant kan geven teniet te doen, neem ik aan. Wat ons rest is een eindeloze reeks ditjes en datjes, en de mening van mensen waar ik in geen honderd jaar om zal vragen. Wat en miserie.

Geen opmerkingen: