Vandaag begon ik in E. als postbode. Het bleek de enige vakantiejob waar de interemsector mij capabel toe achtte, wat veel zal blijken te zeggen over die sector. Dat men wel brood in mij zag als bezorger van post, was ik pas vrijdag te weten gekomen, wat mij enkel een weekend ter mentale voorbereiding gaf. Elke keer als ik me door geldnoden weer een werkje heb laten aansmeren, lijkt het alsof een degelijke voorbereiding, die weliswaar niet in concrete bewoordingen uit te leggen valt, de latere pijn zal verzachten. Veel is daar alvast niet van aan. Meestal komt het er ook enkel op neer dat ik me – zoals dit weekend de hele tijd – voel alsof ik de dag waarop ik dien te starten naar het schavot zal worden geleid. Ik ben niet tuk op vakantiewerk.
Enerzijds komt dat omdat ik een pesthekel heb aan fysieke arbeid. Mijn leven staat in het teken van het vermijden van dat soort verspillingen van energie en tijd. Moe worden van geestdodend werk gaat zo in tegen mijn basisprincipes die ik elk moment van de dag probeer aan te hangen, tenzij er dus geld mee gemoeid is. Omdat ik me er in mijn vrije tijd zo zelden aan overgeef voel ik me dan ook, als er dan eens wat gepresteerd moet worden, ontzettend onzeker. Ik ga er steevast vanuit dat ik het mij opgelegde werk niet naar behoren zal kunnen vervullen, en waarschijnlijk zal eindigen als miet die door zijn collega’s ook voor sul en nul en lul zal worden uitgemaakt. Dat gevoel, dat ook nog tijdens de periode van tewerkstelling blijft opspelen, is meestal volledig ongegrond, en wordt deels in toom gehouden door de gedachte dat de mensen die me daar niet voor vol aanzien, zelf het een en het ander missen. Praktischer wijze ga ik er vanuit dat ik daarover wel beschik.
Mijn eerste werkdag is er eentje, net zoals mijn hele eerste werkweek, van opleiding. Opgedragen mijn ogen de kost te geven, stond ik om zes uur ‘s ochtends naast iemand te kijken hoe die brieven sorteert. Dat was de eerste keer dat de sommen geld mijn gedachtestroom verstomden. Omdat ook mijn leermeester algauw moest toegeven dat het werk waar hij zich al zeker meer dan tien jaar in professionaliseerde, niet zo erg veel voorstelde, mocht ik na een bijzonder korte opleidingsduur mee sorteren. De grote stukken dan toch, de kleine waren voor later. Omdat dit werk door meerdere mensen wordt uitgevoerd, was het tijd voor enig antropologisch veldwerk. Conclusie: Het viel nog mee. Het is al erger geweest. Op mijn eerste dag als postbode hoorde ik geen enkele politieke incorrecte grap (er werd zelfs iemand gecorrigeerd die wat naars over een allochtoon zei) en hetgeen het meeste indruk op me maakte was een vrouw die een luide scheet liet. Dan valt het allemaal nog wel mee.
Tijdens het rondbrengen van de post – wat we dus met z’n tweeën deden – moest ik me beperken tot iedereen die via zijn brievenbus geen blijk gaf niet gediend te zijn van reclame en andere rommel, te voorzien in een folder van de Aldi. Ik had me voorgenomen dat aan te voelen alsof ik de mensen die een sticker hadden vergeten te kleven moet straffen met een stuk waardeloos papier, maar toen ik degenen zag die op onze ronde speciaal voor onze komst naar buiten kwamen, leek me dat voor hen een aardig stukje lectuur. Net voor 14 u hadden we zo gedaan, wat mij niet bepaald aanstond, want ik had me daarvoor een lunchpauze door de neus laten boren. Dat deed besluiten dat, als ik deze taak volledig eigenhandig zou moeten afhandelen, ik wel eens gauw langer dan de vooraf afgesproken werktijd zou bezig zijn, wat verontrustte. Ik opperde dikbetaalde overuren, maar daar bleek niets van aan te zijn. Je wordt geacht je ronde af te kunnen werken in acht uur, dus is een regeling voor overuren onnodig volgens de top van de post. Ik nam me voor bij thuiskomst hierover Johnny Thijs te bellen, maar verkoos een hele middag durend dutje.
Mijn eerste werkdag als voorbode van nog een hele maand, viel niet mals uit, maar iets anders had ik niet bepaald verwacht. Ondertussen neem ik me voor morgen op zoek te gaan naar de romantiek achter het postwezen en adreswijzigingen in het bijzonder, wat ik verwachtte maar nog niet ondervond. De kans dat me dat die vier weken op de been zal houden, is gering maar het proberen waard.
maandag 30 juni 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten