Vandaag is mijn blog een week oud. Een fenomenale noemenswaardigheid is het nou niet, maar ook meer omdat er naar schatting nog geen enkele bezoeker is langs geweest, vind ik het toch spannend. Hoe lang kan je schrijven zonder gelezen te worden, gaat een mens zich daarbij afvragen. Sándor Márai werd pas na zelfmoord te hebben gepleegd wereldwijd geroemd om zijn geschrijf, maar schreef desondanks niet een aanzienlijk aantal boeken. Maar goed, zo zijn we niet allemaal.
Iedereen die op internet schrijft, wil gelezen worden. Dat maakt een groot verschil met mensen die er een dagboek op nahouden of af en toe een gedicht over hun schamele eenzaamheid plegen te schrijven. Zij gebruiken het schrijven enkel therapeutisch; mensen die het menen te moeten publiceren op een site ook, maar vinden het zelf zo goed dat ze denken er anderen ook nog eens mee te kunnen animeren. Ze gaan er vanuit dat mensen hun schrijfsels op vrijwillige basis zullen lezen, ervan genieten en wat nog meer. Reacties daarbij zijn cruciaal, bewijs dat iemand het leuk vond, toegankelijk voor alle anderen, om het geloof dat dit klopt draaiende te houden.
Ik schrijf al een week stukjes zonder gelezen te worden, laat staan een reactie te ontvangen. En dat bevalt me best. De gedachte absoluut niet gelezen te worden, maakt rustig. Je hoeft je niet druk te maken om lezers die zich om de een of andere reden niet genoodzaakt voelden een buitenissig positieve reactie achter te laten of je af te vragen hoeveel mensen je tekstjes nou precies hebben beschouwd. Er kwam niemand, er is niemand en je hoeft al helemaal niemand te verwachten. Op dit moment voelt het zelfs best als comfortabel om nog geen enkele reactie te hebben gehad; eentje zou voelen als een smet op een blazoen. Hoe lang daar op te teren valt, weet niemand.
Uiteraard kan je ook zelf reacties genereren. De zoveelste test van je vrienden en kennissen organiseren door ze jouw schrijfseltjes op te dringen en om een mening achteraf verzoeken. Dat gaat vervelen. Geen van hen houdt het sowieso vol, en iedereen weet toch diep van binnen dat er meestal maar weinig waarheid in schuilt. Wat je echt nodig hebt zijn onbekenden die wat achterlaten en enkel afgaan op de kwaliteit, maar die zijn zeldzaam. Als er zo eentje zich aanmeldt, valt er op los te fantaseren wie dat dan wel mag wezen. Een hoogleraar Nederlands ligt voor de hand.
Maar dat blijven marginale verschijnselen. De meest blogs verdwijnen weer na een erg variabel tijdbestek, omdat de roem die ermee dacht te worden gehaald, uitblijft. Mensen die dachten de wereld te kunnen boeien met hun dagbesteding, foto’s van de kinderen, de huisdieren en ander leed (vermeende kwaliteiten over hun geschrijf), vallen zo gelukkig als mussen van een dak. Zo blijven er nog jaren afgesloten internetdagboeken dolen over het wereldwijde web, als zwerfaval dat mensen ooit hun leven uitwilden. Ik blijf nog wel even, geloof ik, in alle stilte, maar de gedachten dat Azielsoeker zonder meer ooit ook verdwijnt, maakte nog veel rustiger.
maandag 16 juni 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten